Preek zondagmorgen 29 mei 2016

Preek zondagmorgen 29 mei 2016
Kinderdienst. Thema: En er was licht.
Genesis 1:1-5; Johannes 12:34-36.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Zou ik ook licht kunnen maken?
Stel dat ik een professor zou zijn of een uitvinder
– zou ik dan licht kunnen maken
of licht kunnen uitvinden?

Met een zaklamp of een lucifer zou ik toch ook licht kunnen maken?

Maar is dat echt licht?
Is het niet eerder een soort namaaklicht?
Want licht maken, zoals de Heere God dat deed,
op de allereerste dag – dat kan ik niet.
Licht maken – dat is iets dat alleen de Heere kan.
Dat kunnen wij niet.
Zelfs de knapste professor of de slimste onderzoeker kan geen licht maken of uitvinden.
Wel namaken,
maar dan is het minder bijzonder dan wat God deed op de allereerste dag,
toen Hij het licht schiep.

Het licht komt bij God vandaan.
De Heere heeft er voor gezorgd dat er licht is.
God zei: ‘Er moet licht komen.’
En toen kwam er licht en dat licht dat er kwam was mooi, was goed.
Zoveel kracht hebben de woorden van God.
Hij zegt: Er moet licht komen en dan is er licht.

Nadat God de hemel en de aarde geschapen heeft,
is het eerste dat Hij doet
ervoor zorgen dat er op aarde licht komt.
Waarom zou God het voor onze aarde zo belangrijk vinden
dat er als eerste licht is?

Waar heb je allemaal licht voor nodig?
* Zonder licht is het donker en weet je niet waar je naar toe kunt gaan. Je hebt licht nodig om iets te zien.
* Zonder licht is het niet mogelijk om te groeien. De meeste planten en dieren hebben licht nodig om te groeien – en wij als mensen helemaal.

Stel je voor dat we zouden leven in een wereld
Waarin er geen licht zou zijn.
Alles zou donker zijn,
niet alleen maar tijdens een nachtje kamperen, maar altijd.
Dan zou je heel weinig kunnen zien
en daarom nergens naar toe kunnen.
Dan zou je altijd bang zijn als je iets hoort,
maar je niet kunt zien wat het is.
Dan zou je ook niet goed kunnen groeien.
We hebben het licht nodig.
Licht maakt mensen ook vrolijk.
‘s Winters is het eerder donker en ook overdag
en als in de lente het dan weer langer licht is
dan zijn de mensen vaak ook vrolijker.

God schept het licht
om aan te geven dat de wereld voor ons een fijne plek moet zijn
om te kunnen leven.
En wat is een fijne plek?
Een fijne plek is als je er niet ziek wordt,
als er niemand overlijdt
en er niemand ongelukkig is.
Daarom schept God als eerste een fijne plek
om daarmee aan ons te laten zien:
De aarde waarop jullie komen wonen,
is voor jullie mensen een fijne plek om te wonen.
Deze plek heb ik voor jullie uitgekozen,
een mooie, fijne plek – om te laten zien dat Ik van jullie houdt
en jullie gelukkig wil maken.

Daarom doet God ook nog iets anders:
Hij schept niet alleen het licht,
maar maakt ook een scheiding:
De Heere God haalt het licht en het donker uit elkaar.
Ook dat doet Hij niet zomaar.
Dat licht en donker verschillend zijn, dat merken we ook:
Stap maar eens een donkere kamer in en doe het licht aan,
Dan zorgt dat licht ervoor dat het niet meer donker is
en als je het licht uitdoet, wordt het gelijk weer donker.
God zegt: Dat heb Ik bewust gedaan.
Want Ik wilde dat dat de aarde een fijne plek voor jullie is om te leven.
Alle nare, vervelende dingen heb ik weggehaald:
Het wordt een wereld waarop je niet ziek zult worden, waarop je niet kunt sterven.
Je kunt er geen ongeluk krijgen
en er zal nooit oorlog komen.
Alles wat naar is, haal ik van de aarde weg.
Jullie zijn ervoor bestemd om in het licht te leven, overdag
en het licht overdag herinnert aan Mij, aan je Schepper.
Elke dag als je leeft, mag je je koesteren aan dat licht.
Bomen en planten groeien naar het licht toe.
Dat is hun manier om tegen de Heere te zeggen: Dank U wel voor Uw licht,
wij kunnen niet zonder Uw licht, wij kunnen niet zonder U.

Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon,
een boom zijn armen uitbreidt naar de hemel,
ja, zelfs het zaad, diep in de akkergrond,
zoekt naar het licht en opstaat om te leven,
zo zoekt ons hart naar U, o eeuwig Licht,
zo taalt ons lied naar U, o God van vrede.

Het licht op onze aarde herinnert ons aan onze Schepper,
aan God die ons heeft gemaakt.
Als we het licht zien, mogen we weten dat God voor ons wil zorgen,
ons gelukkig wil maken
ons heeft bedoeld voor een wereld zonder oorlog, zonder pijn, zonder verdriet.

En toch leven we op zo’n wereld.
We zagen straks een grappig toneelstukje over kinderen in het Oldebroeker bos.
Er zijn op deze wereld kinderen die echt in een tent moeten slapen,
omdat hun huis kapotgeschoten is in de oorlog.
Samen met hun ouders – als die nog leven – moeten ze leven in een tent,
in een vreemd land, waarbij de geluiden ‘s nachts vreemd zijn
en er niet altijd iemand is die hen kan helpen.

Hoe komt het dat die wereld niet meer zo mooi is?
Omdat het donker ook best spannend is.
Denk maar een het kamperen in een nacht, in de tuin of in het Oldebroeker bos.
Waarom doe je dat, terwijl je ook thuis kunt slapen?
Lekker spannend.

Ook als iets niet mag hebben – de Heere had het donker weggestopt
kun je het juist willen doen.
Want als iets verboden is, dan kun je het toch gaan proberen. Lekker spannend!
Als je ergens niet mag komen, dan probeer je er naar toe te gaan
om te ontdekken waarom je er niet mag komen.
De slang die in het paradijs kwam
zei het tegen Eva en tegen Adam:
Dat donker, die nacht, dat is helemaal niet gevaarlijk.
Dat hoort er juist bij.
De Heere gunt jullie dat nare, dat donker niet
en daagde de mensen uit om dat nare, dat donker er toch bij te halen op onze aarde.
Daarom is het niet alleen meer licht op deze wereld,
maar is er ook veel aan donker:
verdriet, pijn, oorlog, ziekte, sterven.
Misschien heb jij daar ook wel mee te maken
en denk je bij jezelf: kan de Heere God mij niet gelukkig maken
en al het vervelende wegdoen?
Kan Hij niet zorgen dat iedereen beter wordt en dat alle oorlogen ophouden?
Kan er niet iemand ervoor zorgen dat het weer een mooie wereld wordt,
een fijne plek om te zijn?

Dan zegt de Heere Jezus: ‘Dat kwam Ik doen.
De wereld waarin jullie leven is soms een hele donkere wereld.
In die wereld kom Ik om het licht te zijn, het ware licht.’
Hij heeft net verteld dat Hij zou sterven aan het kruis.
De mensen begrijpen dat niet.
Jezus is door God gestuurd als de messias
en dan zou Hij toch voor altijd moeten blijven?
Hoe kan Hij dan sterven?
Omdat Ik gestorven ben – zegt Jezus – ben Ik het ware licht.
Want toen Ik stierf, heb ik de duivel overwonnen
en ervoor gezorgd dat er een nieuwe wereld gaat komen,
waar al het donker weg is.
Een wereld waar alleen maar licht is, omdat we bij God zijn.
En wie in Mij gelooft, die zal daar komen.
Wie in dat licht gelooft, hoort bij Mij en zal altijd in dat licht zijn.
Als je een moeilijke tijd hebt, mag je je daaraan vast houden:
het donker gaat eens voorbij,
want de Heere Jezus is sterker, Hij is het echte licht.

Wie in Hem gelooft, mag een reflector zijn.
Je weerkaatst het licht door, je geeft het licht door.
Je laat aan iedereen zien, dat Jezus het licht is
zodat ook anderen in Hem kunnen geloven.

God zei: Er moet licht zijn.
De mensen zeiden: dat donker hoort er ook bij.
Dat zeiden ze omdat de duivel hen dat deed geloven.
Toen werd kwam er ook donker.
Maar de Heere God zei: Dat wil Ik niet.
Dat donker moet weer weg. Ik stuur Mijn Zoon: Jezus, het ware licht.
Hij is het licht en maakt het weer licht op aarde.
Elke keer als het licht er is, mag je weten:
God maakt het weer goed. Hij maakt het zoals het was.
Zoals alleen Hij dat kan.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s