Preek Tweede Pinksterdag

Preek Tweede Pinksterdag
Jeremia 31:23-40

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Ik zou niet goed weten wat ik mij bij de Heilige Geest moet voorstellen.
Bij God de Vader heb ik nog wel een beeld en bij Jezus kan ik mij van alles voorstellen,
maar bij de Heilige Geest niet. De Heilige Geest is zo vaag.’
Dat was geen uitspraak van iemand die nooit in de kerk kwam
en bevraagd werd op de betekenis van Pinksteren.
Het is een uitspraak die ik ooit eens heb opgetekend heb
na een avond tijdens een belijdeniscatechisatie
toen het onderwerp ‘Heilige Geest’ aan de orde kwam.
Het is een opmerking die ik nooit vergeten ben,
omdat ik door deze opmerking veel heb geleerd.
Wat ik er van geleerd heb, is dat als ik over God spreek, over geloven
u als luisteraar dat u voor u kunt zien
en dat het als het om de Heilige Geest helemaal van belang is
om zo over de Heilige Geest te spreken
Dat u daar een voorstelling van hebt
van wat de Heilige Geest met u doet.

Als we het heel eenvoudig houden,
kunnen we over de Heilige Geest zeggen:
de Heilige Geest brengt je in contact met de Heere God
en zorgt ervoor dat je de Heere God gaat kennen
en dan niet alleen maar met je hoofd – dat is al heel wat,
al zouden we al iets van de Heere God begrijpen,
want God is zo groot en zo heilig, Hij is voor ons niet zomaar te begrijpen.
En daar helpt de Heilige Geest bij.
Hij zorgt dat we de Heere God gaan begrijpen.
En niet alleen maar begrijpen, maar dat je ook oog krijgt voor wat God doet.
God kennen – dat is niet iets wat we alleen maar met ons verstand doen,
maar ook met ons hart.
God kennen – dat betekent dat je niet op een afstand kunt blijven staan,
als toeschouwer,
maar dat je betrokken wordt op de Heere God,
Dat er iets met je gebeurt van binnen:
Dat je van Hem gaat houden,
dat je gaat zeggen: Heere God, U bent alles voor mij!
Heere Jezus, dat verhaal over het kruis, is niet zomaar een verhaal,
maar dat gaat over mij.
U bent voor mij gestorven!
God kennen – dat wil zeggen: dat er iets tussen jou en God gebeurt.
Er groeit wat, er komt een band.
En dat doet de Heilige Geest.
God kennen – dat heeft niet alleen te maken met ons verstand
en met onze liefde.
God kennen – heeft ook te maken met wat je wilt:
je wilt bij de Heere horen en je wilt doen wat Hij je opdraagt.
De Heilige Geest zorgt er dus voor dat we God gaan gehoorzamen,
dat we God gaan liefhebben, dat we God dienen
en dat we de Heere gaan begrijpen en gaan zien waar Hij aan het werk is.

Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen
door te zeggen: Ken de HEERE,
want zij  zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE
Dat is een geweldige belofte toch?
Dat iedereen, van de jongste tot de oudste, God kent, de Heere liefheeft,
God dient en ziet en aanvoelt waar God aan het werk is.
Iedereen, dus heel het volk en niemand uitgezonderd.
Als u zegt: dat kan met mij helemaal niet gebeuren,
want wie ben ik nu, dat is toch iets voor mensen die heel gelovig zijn,
die veel verder zijn dan ik.
Nee, dat geldt ook voor u, dat geldt ook voor jou.
Deze belofte, dat iedereen God zal kennen, geldt niet voor een paar bijzondere mensen,
maar voor iedereen, niemand wordt uitgesloten.
En als je van jezelf denkt: dat kan bij mij helemaal niet gebeuren,
want ik ken God helemaal niet.
Ook als je God niet wilt kennen, niet wilt dienen of liefhebben,
dan is het zelfs ook bij jou mogelijk.
Kijk maar naar Israël en Juda.

Want deze belofte, deze mooie belofte, komt in een tijd,
waarin het voor Israël en Juda niet zo’n mooie tijd was.
Om te begrijpen wat voor een tijd het was, moeten we alles omdraaien:
Als de Heere een omkeer in de gevangenschap aankondigt,
houdt dat in dat het volk Israël niet vrij is,
Het volk Israël kon zelf niet bepalen waar ze kon wonen.
Ze waren weggevoerd naar Assyrië en Babel.
De steden waren niet meer bewoond.
De huizen die ooit gebouwd waren, waren in elkaar gevallen,
onbewoonbaar, de bomen groeiden erdoor heen, het mos groeide erover.
In de steden, waar voor heen een drukte van belang was,
Vanwege de handel, het verkeer, de mensen die er woonden,
heerste nu een doodse stilte.
Alleen enkele achtergebleven ouderen, die niet meer meekonden, zijn achtergebleven.
De akkers worden niet meer bewerkt
en gaan verloren door het onkruid.
Er zijn geen schaapherders en geen boeren meer.
Als reiziger maak je een grote boog om dat land heen,
omdat het er niet meer veilig is
en wie er door heen trekt, schrikt van de verlaten steden, de verloren gegane akkers.
Als dit volk een God heeft, heeft die God Zijn volk wel mooi laten zitten.
Heeft Hij Zijn volk aan hun lot overgelaten.
In de steek gelaten.

Als je dat tegen die reiziger zou zeggen: Maar Israël heeft een God
en dat is de God die over alles regeert,
de Heere van de legermachten, de God die strijdt voor Zijn volk,
dan zou die reiziger zijn wenkbrauwen optrekken, zijn hoofd schudden
en bij zichzelf denken: ja, dat zal wel, ik zie er alleen zo weinig van.
Alles wat ik zie is het tegenovergestelde:
Eerder een volk dat door zijn eigen God vervloekt is.
Heeft dit volk wel een God.
Ja, dit volk heeft een God,
alleen het heeft zijn God nooit echt erkend,
nooit echt willen dienen, nooit willen volgen.
Dat is tenminste de boodschap die Jeremia jaar in jaar uit heeft gebracht.
Hij sprak deze boodschap al,
toen het nog een goede tijd was,
toen de tempel nog overeind stond, de pracht en praal van de tempel
en van Jeruzalem voor iedereen die de stad aandeed op te merken was.
In die tijd, toen de tempel nog functioneerde,
en zelfs in de tijd dat Josia een vernieuwing doorvoerde,
was de boodschap van Jeremia: volk van Israël en Juda,
Jullie kennen God helemaal niet.
Jullie dienen Hem ook niet. Ja, van de buitenkant wellicht.
Er breekt voor jullie een heel andere tijd aan,
Waarin er van dit land niets meer overblijft, omdat God alles afbreekt.
Ha, ze lachten hem uit, we kennen de Heere toch?
Hij laat Zijn volk toch nooit in de steek.
Hij heeft toch een verbond met ons gesloten,
Wij zijn Zijn volk, Hij is onze God en die band is zo sterk, een eeuwig verbond.
En Jeremia ging maar door met zijn boodschap,
een boodschap die hij namens God zelf moest zeggen tegen Israël.
Jullie kennen God helemaal niet.
Jullie dienen Hem ook niet. Ja, van de buitenkant wellicht.
Er breekt voor jullie een heel andere tijd aan,
Waarin er van dit land niets meer overblijft, omdat God alles afbreekt.
Je bent een pessimist, een zwartkijker, Jeremia.
En zo konden ze zich van hem afmaken, hoefden ze niets te doen met zijn woorden.
Toen er vijandelijke legers voor de poorten van de stad kwamen,
haalden ze hun schouders op: ons kan niets gebeuren,
Jeruzalem is Gods stad en wij zijn Zijn volk.
God laat ons echt niet in de steek.
Jeremia: Jullie kennen God helemaal niet.
Jullie dienen Hem ook niet. Ja, van de buitenkant wellicht.
Er breekt voor jullie een heel andere tijd aan,
Waarin er van dit land niets meer overblijft, omdat God alles afbreekt.
Maar toen dat gebeurde, ook echt gebeurde met Jeruzalem,
wilden ze ook van God niets weten.

Ik heb me afgevraagd hoe dat kan, dat gedrag van het volk Israël in die tijd
en daarbij denk ik dat het ook ons kan overkomen, ondanks de uitstorting van de Geest,
dat we de Heere niet echt kennen, niet echt dienen,
omdat we kunnen zeggen: wij zijn toch van God en van ons geloof iets automatisch maken.
Want of dat Israël nu deed, of wij dat nu kunnen doen, het is toch raar
dat we God kunnen inruilen voor iets anders.
Terwijl ik mijzelf dat afvroeg,
zag ik het bericht voorbijkomen dat Manchester United verloren had van West Ham
en nu nog een heel kleine kans had om mee te doen met de Champions League.
Er werd al weer gespeculeerd over het vertrek van Van Gaal.
Het was de week waarin de ene trainer, Frank de Boer, na meer dan 5 jaar stopte
en de andere trainer, Alfons Groenendijk na een jaar al stopte
omdat hij de druk van de strijd tegen degradatie niet aankon.
Trainers worden ontslagen als ze niet voldoen
En ingewisseld voor anderen.
Toen viel het me op, dat er in vers 32 wordt gesproken over de Heere
die hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden.
Zoals van een coach verwacht wordt dat hij zijn ploeg bij de hand neemt een leidt.
God die meeneemt en leidt – dan naar het Beloofde Land.

Zou het met God ook zo zijn, dat Hij wordt ingewisseld,
omdat Hij niet voldoet en niet de juiste score behaalt,
ons niet dat geeft waar we op gerekend hadden.
De afgelopen week ving ik een gesprek op, zomaar ergens,
van iemand die een nieuwe baan had,
omdat zijn huidige baan geen uitdaging meer had
en was verder gaan kijken naar een nieuwe baas.
Zou dat met de Heere ook zo zijn dat we uitgekeken raken op God
en toe zijn aan een nieuwe uitdaging?

Jeremia had al aangekondigd wat er zou gebeuren.
Daarom was hij als jonge jongen geroepen
om aan te kondigen wat de Heere zou doen:
Ook in dit gedeelte komen de woorden terug: wegrukken, afbreken,
omverhalen, vernielen, kwaad aandoen.
En dat is ook gebeurd.
Tot grote schrik van het volk, dat zo vast vertrouwde op God
en dacht dat hen niets zou overkomen.
Maar die aangrijpende woorden zijn waar geworden.
En toch – dat is het bijzondere van de boodschap van de profeten,
en dat is voor ons wellicht moeilijk te begrijpen
is Gods oordeel en Gods straf ook heil voor het volk.
De hervormde theoloog A.A. van Ruler heeft die combinatie van oordeel en heil verwoord
door te zeggen: God chaotiseert.
Dat is niet Gods eerste handelen.
Het eerste is dat God juist orde aanbrengt
bijvoorbeeld in Genesis 1: God brengt orde aan in de schepping
door het kwaad aan banden te leggen en achter slot en grendel te sluiten.
De Geest die over de wateren zweeft- dat wordt wel eens uitgelegd als iets creatiefs,
De Geest die opstuwt tot grote hoogte,
maar het gaat erom dat de Geest in bedwang houdt,
de krachten die voor chaos en verwoesting zorgen in toom houdt, bedwingt.
De Heere brengt orde – om ons een plek te geven waar we kunnen leven
in overvloed, in vrede, bij Hem – een paradijs.
Maar wij als mensen hebben de neiging om die goede plek die wij van God ontvangen
voor onszelf te houden en God te gaan buitensluiten.
We maken een wereld voor onszelf, waarin we God niet meer nodig hebben.
Zo ook met Israël en Juda.
Zo beleefden ze zelf echter niet – want de dienst aan God ging gewoon door,
maar als een vanzelfsprekendheid, waarbij het hart niet geraakt werd.
Dan, zegt Van Ruler, komt God om er een chaos van te maken.
God chaotiseert onze wereld waarin we God buiten gesloten hebben,
om onze wereld open te breken, op te ruimen,
zodat er plaats komt voor Hem.
Dat afbreken en vernielen is om ruimte te maken voor Hem.
Dat maakt de afbreek niet minder pijnlijk
en de crisis niet minder heftig.
Dat laat wel een kant zien van God,
dat Hij zich tegen Zijn volk keert – om het volk te dienen,
dat Hij Zijn volk loslaat, om weer in hun midden te zijn.

Ik zal mijn verbond vernieuwen – is de boodschap die Jeremia moet brengen
aan het volk dat midden in de afbraak zit.
Dat ervaart hoe het is weggerukt en afgebroken en zich afvraagt
of het ooit nog wel herbouwd zal worden
of het ooit nog wel in Gods gedachten een plek heeft
of God ooit nog zich bekommert om Zijn volk.
Ja, zegt Jeremia.
Al kun je je daar nu niets van voorstellen
en doordat je bent afgebroken en beroofd van je toekomst
niet eens in de toekomst kan kijken.
Geloof me, zegt de Heere, er komt een andere tijd,
waarin iedereen zal merken dat Ik weer in jullie midden ben,
dat Ik laat zien dat Ik jullie God ben
dat Ik weer met je bezig ben.
De mensen die je dan bezoeken, zullen dat zien
en ze zullen dat zeggen: We zien dat de Heere Zijn volk zegent
en dat gunnen we dat volk ook weer.
Wij zegenen Jeruzalem, de stad waar God woont,
waar recht gesproken wordt door de Heere zelf,
de berg die vol zal zijn van Gods heiligheid.
En je zult dat ook zelf merken: in jezelf, in je hart,
en dat niet alleen bij jezelf, maar bij iedereen:
iedereen zal Mij kennen.
Je hebt geen catechisatie meer nodig,
want iedereen kent mij dan.
Er is dan geen belijdenis meer nodig,
Want het is voor iedereen duidelijk, dat je Mij dient en voor Mij uitkomt.
Je belijdt mij niet omdat anderen dat van je verwachten,
maar omdat er bij jezelf iets is gebeurd
door de Geest in je hart en ook bij de anderen om je heen,
je deelt er met zijn allen in:
mijn wet zal in je hart zijn,
je zult er uit leven,
je zult niet meer hoeven te gissen naar wat ik wil
dat je doet,
want dat weet je.
Dat is Pinksteren – dat is het werk van de Heilige Geest.

In de afgelopen week hoorde ik een trainer vertellen
over zijn eigen voetbalcarrière.
Hij kreeg een contract aangeboden,
omdat hij als voetballer het verlengstuk van de coach was op het veld.
Tijdens het spel kon hij de spelers aansturen
op een manier zoals de coach dat wilde.
Jeremia kondigt aan dat er een dag komt,
dat we als gelovigen niet meer zo’n persoon nodig hebben die ons aanstuurt,
omdat we dan aanvoelen, begrijpen wat ons te doen staat
en dat ook doen, uit onszelf – of: door de kracht van de Geest.
Zijn die dagen er al geweest? Of komen ze nog?
Het is allereerst een belofte aan Israël
en we moeten daarom Israël niet zomaar buiten sluiten van dit verbond
en van deze vernieuwing
en doen alsof deze vernieuwing alleen maar ons als christenen betreft
omdat we Christus kennen en dienen.
Want ook voor ons is deze belofte nog niet helemaal werkelijkheid geworden.
Ook wij hebben dat onderwijs nog nodig
en voelen niet altijd aan wat de Heere wil
en handelen niet alleen uit onszelf.
En toch, is het niet alleen toekomstmuziek, deze belofte.
Gedeeltelijk is deze belofte al in vervulling gegaan
als we merken dat we God kennen,
en dat onze kennis van Hem verdiept. Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s