Preek Tweede Paasdag

Preek Tweede Paasdag
Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Dominee, gelooft u dat nou echt, dat van die opstanding?’
De vraag wordt mij gesteld voordat hij mij vraagt of ik koffie wil
en voor ik een antwoord kan geven, is hij mij voor:
‘Ach, laat maar,
u hebt natuurlijk op uw opleiding geleerd dat de opstanding wáár is.’
De man had ook kunnen zeggen:
‘De kerkenraad verwacht van u natuurlijk
dat u de opstanding als waargebeurd beschouwd
en dat u ook gelooft dat iedereen eens zal opstaan.’
Deze man kon dat niet meer geloven;
het zat hem ook hoog – dat geloof in de opstanding,
want hij viel direct bij de deur in huis.
Op de kerkenraad was zijn naam gevallen
toen ik in mijn eerste gemeente vroeg wie ik zou kunnen bezoeken
en er werd erbij gezegd
dat hij een van de laatste vrijzinningen van onze gemeente was,
opgegroeid in de tijd dat de predikanten van onze gemeente vrijzinnig waren.

Deze man, die ik ontmoette in mijn eerste gemeente,
Was op weg naar Emmaüs.
Hij was lid van de gemeente en kwam elke zondag trouw in de kerk
maar dan vooral om geamuseerd te kijken wat er gebeurde.
Innerlijk was hij afgehaakt,
Zoals die twee mannen
het gebeuren in Jeruzalem niet meer kunnen meemaken
Als er enthousiast verteld wordt dat Jezus is opgestaan uit de dood.
Juist dan gaan deze mannen naar huis. Ze kunnen het niet meer opbrengen
om aanwezig te zijn bij degenen die weer opnieuw geloof gevonden hebben
in Jezus, maar dan in een Jezus die leeft, uit de dood opgestaan.
Dat kunnen ze niet hebben.

Dat was ook bij die man zo.
Hoe ik geantwoord heb, weet ik niet meer.
Ik herinner me nog wel zijn levensverhaal.
Hoe zijn vrouw enkele jaren geleden gestorven was,
na een ingrijpende ziekte,
Waarbij hij moest toezien hoe zijn vrouw steeds meer werd afgebroken.
Terwijl zijn vrouw zich steeds meer overgaf aan Christus
en steun vond bij haar Heer – in deze weg,
leed bij hem het geloof schipbreuk en kon hij er weinig meer mee aanvangen.
Tenminste, zo gaf hij dat ook aan.

Ik denk dat er in Oldebroek ook heel wat zijn
die de weg naar Emmaüs zijn gegaan,
die het niet meer kunnen geloven
en het ook niet meer kunnen opbrengen om naar de kerk te gaan
om daar tussen al die mensen te zitten
die nog wel kunnen geloven
terwijl voor hen het geloof gebroken is, afgeknapt
op de kerk, op God, op wat er in hun leven is gebeurd.
Mensen om ons heen die de feestvreugde en het geloof niet meer kunnen hebben
en daarom zich afzijdig houden, of weggaan.
Net als Kleopas en zijn metgezel.
Weg uit Jeruzalem.
Deze mensen raken vaak uit beeld bij de kerk.
Misschien nog een enkele keer dat ze worden opgezocht door een ouderling,
of zijn ze onderwerp van gesprek op een bijbelkring:
‘Weet je nog van die en die? Die ging vroeger ook altijd naar de kerk.
Ik heb hem al tijden niet meer gezien in de kerk.’
En vaak laten we het er dan maar bij,
alsof we accepteren dat het eenmaal nu zo gaat.

Jezus is de goede herder,
Jezus, Hij is overal,
zingen we vaak met Elly en Rikkert.
Hier zien we waarom Hij een herder is, de goede herder,
omdat Hij deze mensen opzoekt op hun weg naar Emmaüs.
Hij vergezelt hen op de weg naar Emmaüs.
Jezus vergezelt hen op de weg van teleurstelling en verbittering,
de weg van vervlogen hoop, de weg waarop ze langzaamaan afhaken.
Als het aan Kleopas en zijn reisgenoot ligt
komen ze voorlopig niet meer in Jeruzalem, of misschien helemaal wel niet meer.
Jezus geeft deze mensen niet op.
Hij laat ze niet zomaar gaan.
Ook dat is logica van de opstanding:

dat Jezus iedereen opzoekt, die vol teleurstelling is.
Zo voegt Hij zich ook bij deze twee mensen
die zich in een heftige discussie verwikkeld zijn.
Ze bevragen elkaar: begrijp jij het? Ik niet! Nee, ik ook niet!
Hoe kunnen ze daarmee komen?
En hoe kunnen ze die kletspraatjes geloven?
Van die vragen waarmee ze zoeken naar de betekenis, die zij er zelf niet inzien.
Wellicht zo’n gesprek waarbij je elkaar meeneemt in een negatieve stemming,
vol boosheid over de achtergeblevenen in Jeruzalem
die opeens die verhalen waarmee de vrouwen komen zijn gaan geloven
dat Jezus is opgestaan
en zijn ze er wellicht stilletjes tussen uitgeknepen zonder dat iemand hen miste.
Het gemeentelid waar ik het over had,
kwam weliswaar in de kerk,
maar hij was eigenlijk niet te bereiken voor het evangelie.
Wanneer ik dichtbij kwam, ontweek hij mij met een glimlach.
Hij liet het over zich heen komen, waarbij ik merkte dat ik hem niet kon raken.

Zouden deze twee mensen op weg naar Emmaüs, weg van Jeruzalem,
weg van de gemeente,
ook onbereikbaar zijn geworden,
omdat ze te cynisch geworden zijn, te vol van verbittering?
Jezus zoekt hen speciaal op en loopt met hen mee.
En daarmee wordt, zonder dat ze het doorhebben, alles anders.
Ik zal wandelen voor het aangezicht van de Heere in het land van de levenden
Ze wandelen nu met de Levende mee
en in plaats van dat ze Hem volgen op Zijn weg,
Waartoe Hij hen opgeroepen had
en waarop zij hadden geantwoord door in gehoorzaamheid met Hem mee te gaan
gaat Hij nu hen mee, achter hen aan.
Als de goede herder die het verlorene zoekt
en net zo ver gaat tot Hij de verloren mens gevonden heeft.
Daarom is Hij, de goede herder, daar op de weg van de teleurstelling,
Van de ontnuchtering, de kater, de gebroken hoop.
Hij deelt in hun verdriet en wanhoop.
Hij gaat dat niet uit de weg, maar daalt daarin af
om dat te ondergaan en aan te horen.
Ook dat is Psalm 116:
Want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen
Hij neigt Zijn oor tot mij.
Neigen is voorover buigen – en dat doet Christus hier.
De levende.
Terwijl deze twee mensen nog bij een dode Jezus zijn
zoekt de Levende hen op.
De HEERE – Ik ben er bij in alle omstandigheden.
Hij is overal – ook op de weg van de wanhoop, het donker.
Die weg gaat Hij niet uit de weg,
maar zoekt Hij ons op en loopt met ons mee
ook als we dat niet doorhebben.
Hij is er dan.
Als ze met elkaar er niet uitkomen
en allerlei theorieën uitproberen, anderen verwijten maken,
zoeken naar de betekenis van dit alles, op zoek naar een antwoord op het waarom.
Dan zoekt Hij ze op en loopt met ze mee.
Hij komt bij hen. Dat heeft een diepe betekenis.
Wanneer je mensen opzoekt, geef je daarmee aan:
Ik heb jou op het oog.
Ik kom speciaal voor jou.
Dat is onze HEER:
Hij zoekt je op en loopt met je mee, samen op.
Samen – Hij deelt hun weg. Ze hoeven niet alleen.
Hij zoekt hen op, zodat ze nooit meer alleen hoeven te zijn,
maar voor altijd samen met Hem, de levende Heer.
SAMEN!
En Hij daagt ze uit om te vertellen wat hen dwars zit,
De steen die zwaar op hun hart ligt.
Vanuit die verbondenheid, die er voor de HEERE reeds is,
ook al wordt dat samen, die verbondenheid nog niet opgemerkt door de Emmaüsgangers.
Sommige vragen kunnen een gedachtengang onderbreken, je stilzetten:
Wat is er eigenlijk gebeurd?
En dat gebeurt er ook op die weg.
Waar de Herziene Statenvertaling vertaalt: ‘Waarom ziet u er zo bedroefd uit?’
kan ook een vertaling zijn: ze blijven treurig staan.
De vraag van de Heere Jezus stopt hun gang naar Emmaüs.
Vertel maar eens wat er is gebeurd.
En de mannen ze blijven staan.
Dat is een eerste keerpunt op hun weg:
Is dit het moment waarop ze teruggaan naar Jeruzalem?
Zullen ze de stem van de herder herkennen?
Hebben ze door dat ze op de verkeerde weg zijn
en hebben ze door dat ze geroepen worden om met de Levende weer terug te gaan?
Nee, hun weg gaat verder naar Emmaüs
en hun onbegrip over de gang van zaken blijft er
en klinkt als een verwijt naar de man die zich na Jeruzalem bij hen heeft gevoegd.
Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem?
Bent u zo wereldvreemd dat u niet weet wat er in deze nabije omgeving zich heeft afgespeeld?
Bent u zo in uw eigen wereldje geweest
dat er geen enkel bericht tot u is doorgedrongen?
Ze vragen nog net niet: heeft u de afgelopen dagen onder, achter een steen geleefd?
Heeft u niet de moeite genomen om u op de hoogte te laten brengen?
Heeft u niet de moeite genomen om uw engagement, uw betrokkenheid te laten zien?
Vragen die normaal in een worsteling met de Heere worden gesteld
Worden nu aan de Heere gesteld
zonder dat ze het door hebben dat ze met Hem in gesprek zijn.
Ik vind dat altijd een heel bijzonder moment uit het evangelie van Pasen
en dat bemoedigt mij ook als predikant
Want ik zie vaak mensen die zonder dat ze het doorhebben
met Jezus in gesprek zijn
en soms is daar een vreemde voor nodig
een ouderling, een predikant, iemand van de kerk
waarbij je je hart uitstort voor God – Want Hij hoort mijn stem,
ook al heb ik zelf niet door dat ik mij tot Hem richt.
Op het eerste keerpunt kunnen ze nog niet terug,
omdat eerst hun hart leeg moet,
Schoongemaakt worden.
Dat doet Hij door eerst te vragen
naar wat er met hen gebeurd is, wat er zich in hun leven heeft afgespeeld.
Vertel maar je teleurstelling, je boosheid.
Ik loop er niet voor weg, zegt Jezus.
Soms is pastoraat niet meer dan het luisteren naar de pijn en teleurstelling
echt horen
en die pijn en teleurstelling uithouden.
Die man die zo cynisch geworden was,
ik heb hem een keer emotioneel gezien na een preek.
Toen in een preek er ruimte was voor de aanvechting
en de worsteling met God
kon ik aan hem zien, toen hij mij bij de uitgang de hand gaf,
dat de preek hem geraakt had.
Die worsteling, het gevecht met God dat verwoord werd
had hem geraakt en wie weet ook wel troost gegeven.

Als ze weer verder gaan naar Emmaüs, de weg toch verder vervolgen
neemt Jezus het initiatief over
en geeft Hij uitleg:
Heb je niet geweten dat dit zou gebeuren?
Heb je dan nooit in de Bijbel gelezen?
Heb je dan Gods plan nooit gesnapt.
Dat zegt Hij niet direct,
maar pas nadat Hij hun vragen en hun boosheid heeft uitgehouden en verdragen.
Het valt me vaak op dat deze belangrijke stap vaak wordt overgeslagen
de stap van het aanhoren en er niet voor weglopen
maar het uithouden een meegaan, ondergaan
En dat de uitleg hoe het zit met Gods plan
ook kan worden gebruikt om je eigen machteloosheid te overschreeuwen
omdat je zelf geen raad weet met de woede en teleurstelling bij de ander
de woede en teleurstelling die ook over God kan gaan.
Over Jezus die voor jou zoveel betekent.
Pas als de Emmaüsgangers weten
Dat Jezus niet voor hun vragen en onbegrip op de loop gaat,
draait Hij het gesprek om en heeft Hij voor hen vragen.
Niet bij iedereen werkt deze aanpak,
maar Jezus weet dat deze leerlingen het kunnen hebben
om aangesproken te worden op hun leven met God,
op hun hart dat altijd vol van Jezus was
maar nu Jezus levend geworden is Hem niet meer kan zien
en Zijn stem niet kan vernemen.
Onverstandig – je bent niet in staat om Gods weg te zien.
Traag van hart – je volgt het niet, je hart is niet open.
Later zullen ze aangeven
dat vanaf dat moment er iets bij hen gebeurde.
Dat er een verlangen werd wakker geroepen
dat ze niet begrepen,
Dat in hen groeide,
dat er iets gebeurde, dat het begon te gloeien
dat de verbittering wegsmolt en dat er een nieuwsgierigheid kwam:
Hoe zit het dan – vertel ons meer
Zo wordt hun hart langzaam ingewonnen,
ook al hebben ze nog niet begrepen wat er met hen en in hen gebeurt.
Zo wordt de weg naar Emmaüs zonder dat ze het doorhebben
verandert in een weg waarop ze Jezus volgen
en ze volgen Hem zonder dat ze dat door hebben
en het verlangen naar Hem is het geloof in Hem vooruit.
Zo werkt God – zo dorst mijn ziel naar de Levende,
Wanneer kan ik opgaan om Hem te aanschouwen?
Het wonder van de opstanding is niet alleen
Dat Jezus uit het graf kwam,
maar dat wonder, die daad van God, gaat door in ons eigen leven.
Dat Jezus zich bij ons voegt,
ook al hebben wij dat niet door.
En dat wonder loopt weer uit op een ander wonder
dat onze weg naar Emmaüs, onze weg vol teleurstelling en verbittering
wordt veranderd in een weg waarop we met Jezus wandelen.
Hij wandelde met Jezus en zijn weg was er niet meer
want het was nu, ongemerkt de weg van Jezus geworden,
die jou meeneemt en uitleg geeft
en zo wint voor Hem.
Totdat uiteindelijk de ogen opengaan
Bij deze leerlingen is dat aan de maaltijd
als Jezus het brood breekt en daarmee een stille hint geeft over Zijn dood
dan begrijpen zij dat Hij het is.
Zo gaan onze ogen op heel verschillende tijdstippen open.
Daarna zien we onze levensweg heel anders
en zien we dat Hij er al die tijd toch is geweest.

Soms kan iets heel gewoon zo bijzonder worden
Dat je opeens door hebt
Dat het de stem van Jezus is die nu met je in gesprek is.
Ik las daarover een verhaal van een vrouw.
Een gewaardeerd gemeentelid, die veel bezoekwerk deed in de gemeente.
Je kon met haar over alles praten:
Over gewone alledaagse dingen en over diepe geestelijke zaken.
Op een dag werd er bij haar borstkanker geconstateerd.
Er volgde een operatie
waarna men dacht dat ze schoon was.
Na verloop van tijd stak de ziekte toch weer op
en de dokters in het ziekenhuis moesten haar vertellen dat ze niet meer beter zou worden.
De vrouw bleef zoals ze was
opgewekt en voor anderen een steun.
Ze beurde eerder anderen op dan dat zij anderen moest opbeuren.
Die zomer ging ze met haar vriendin op vakantie.
Tijdens de vakantie bezocht ze met haar vriendin een kerk
en ging daar stil zitten
en liet de ruimte op zich inwerken.
Toen ze rondkeek zag ze ook het gebrandschilderde raam.
Doordat het licht door het raam naar binnen viel
was het raam helder en kon zij ook de tekst lezen
die er op was aangebracht:
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Toen ze die spreuk las, moest ze huilen.
Het was alsof ze alles wat ze in haar binnenste opgeborgen had
naar buiten kwam:
haar verdriet, haar vragen, haar ‘pijn van het sterven’.
Maar ze ervoer dat die tekst voor haar was geschreven/
Het gebeuren had is van: ‘Ze herkende Hem.’
Met dat beeld en die tekst ging zij naar huis
en in de maanden die haar nog gegeven waren
begeleidde deze tekst haar op haar weg
en kon zij met die tekst de mensen om zich heen troost en uitzicht geven.
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Dat is ook wat Jezus Kleopas en zijn metgezel wil leren
en dat leert Hij hen op de weg naar Emmaüs,
waarbij Hij hen dat leert op die weg
en terwijl Hij hen dat leert veranderd Hij hun weg
van een weg die een weggaan was in een weg naar het leven.
U hoort mijn stem, mijn smeken
en daarom neigt U uw oor tot mij – U zoekt mij op
en zo laat U mij wandelen in het land van de levenden, voor Uw aangezicht
en maakt mijn levensweg een weg met U
en naar U toe,
omdat U mij gevonden heeft op de weg naar Emmaüs.
Amen

Het voorbeeld aan het einde van de preek komt uit: HC vd Meulen, De pastor als reisgenoot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s