Preek zondagmorgen 20 maart

Preek zondagmorgen 20 maart
Afsluiting winterwerk
Lukas 23:1-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Kun je blij zijn om Jezus te mogen zien?
Koning Herodes is dat wel.
Hij is in de evangeliën een van de weinigen over wie er verteld wordt
dat ze blij zijn om Jezus te kunnen zien.
De leiders van het volk zijn niet blij met Jezus.
Zij zijn wel blij met Judas, die bereid is om zijn Meester te verraden.
Daarom is de blijdschap die Herodes heeft,
omdat hij nu eindelijk de gelegenheid heeft om Jezus te zien, verrassend.
Soms kun je van mensen die niet geloven
of op een andere manier geloven heel veel leren.
Want ik denk dat wij niet altijd blij zijn
als we over de Heere Jezus horen.
Als je naar de kerk moet, verzucht je misschien:
Moet ik al weer?

Er is een reden waarom Jezus bij Herodes komt.
Pilatus, bij wie de Heere Jezus werd gebracht,
ontdekte dat de Heere Jezus uit Galilea kwam.
Galilea, dat is niet zijn gebied.
Daar heeft hij geen zeggenschap over.
Als er iets in Galilea aan de hand is, moeten ze daarvoor bij Herodes zijn.
Het komt Pilatus wel goed uit
dat die Jezus uit Galilea komt
en dat Hij vooral daar heeft rondgetrokken en bezig was.
Pilatus mag die Herodes niet zo.
Dat gedoe met die Jezus mag die Herodes mooi opknappen.
Want hij, Pilatus, zal het toch nooit goed doen.
Als hij Jezus laat lopen, heeft hij de leiders van het volk kwaad

en dat kan hij in deze drukke dagen, met al die honderdduizenden extra mensen in de stad,
niet gebruiken.
Hij kan zich ook niet indenken dat die Jezus ook echt gevaarlijk is.
Het zal wel een ruzie onder dat Joodse volk zijn
waar Jezus de dupe van wordt.
Mooi klusje voor Herodes.
Eens kijken hoe die zich hier uit redt.

 

Eerst is Herodes blij om Jezus te zien.
Hij heeft al zoveel over Hem gehoord.
Over wat Jezus allemaal doet.
Nu kan hij met eigen ogen zien

waartoe Jezus allemaal in staat is.
Hij zou ook wel eens zo’n wonder willen zien.
Als Herodes blij met Jezus is, is dat niet omdat hij in Christus gelooft,
maar omdat hij Jezus als een soort hofnar ziet,
een clown, die hem, koning Herodes, kan vermaken.
Ik ben bereid om Jezus serieus te nemen, geeft Herodes aan,
maar die Jezus zal zich eerst moeten bewijzen.
Hij zal eerst zijn goddelijke kracht moeten tonen,
laten zien wat Hij kan en door Wie Hij gezonden is.

Dat verlangen heb jij misschien ook wel:
Ik zou wel willen dat de Heere Jezus nu ook nog wonderen doet,
want ik bid voor mijn zieke opa,
ik bid ervoor dat het huwelijk van mijn ouders weer goed wordt
zodat ze niet uit elkaar zullen gaan.
Of je denkt bij jezelf:
Als de Heere Jezus nou eens een wonder deed,
Dan wist ik zeker dat Hij bestaat
en dan zou ik voor altijd in Hem geloven.

Het klinkt heel mooi,
die blijdschap van Herodes om Jezus.
En toch.
Verlangen naar een wonder, is niet altijd positief.
Toen de Heere Jezus nog vrij rond liep, zei Hij:
De mensen die nu leven, deze generatie,
Ze willen maar één ding: Ze willen een wonder zien,
een teken van het bewijs dat ik namens God kom.
Er zal maar één teken zijn.
Dat is niet een teken dat Ik zal doen voor hun ogen,
maar iets dat in de boeken van ons geloof staat:
Het verhaal van Jona,
een verhaal dat je wellicht in de afgelopen maanden eens hebt gehoord.
Jona, die in Ninevé moest preken.
En jullie kennen vast wel de boodschap, die Jona vertelde:
Bekeer je, want de stad Ninevé zal worden omgekeerd.
En weet je wat Jona meemaakte?
Hij had dat nooit verwacht: de stad Ninevé bekeerde zich.
Ze zeiden: We hebben God in de steek gelaten
En waren Hem vergeten
we hebben tegen Hem gezondigd.
We moeten verdriet hebben over onze zonden, over wat we verkeerd hebben gedaan.
Berouw.
Beste mensen, bedoelde Jezus, de bekering van Ninevé
daar moeten jullie het mee doen.
Jullie moeten je ook bekeren.
Moet je eens kijken wat Jezus doet, daar bij Herodes.
Hij zwijgt.
Jezus doet niets.
Hij reageert niet.
Niet als Herodes vraagt om een teken.
Niet als Jezus wordt bespot en geslagen.
Jezus zwijgt.
Wat zou dat te betekenen hebben,
dat Jezus voor Herodes zwijgt en helemaal niet reageert?

Stel dat je aan tafel iets tegen je vader of moeder zegt,
en dat je vader of moeder niets zegt, wat zou dat te betekenen hebben?
Hebben ze het niet gehoord?
Willen ze je niet horen en reageren ze niet?
Zijn ze boos?
Zijn ze met hun gedachten ergens anders?
Of stel dat je iets tegen je broer of zus schreeuwt
en die zegt niets terug, wat is er dan aan de hand?
Durft je broer of zus dan niets terug te zeggen?
Kan dat zwijgen betekenen: Wacht maar, straks krijg ik je nog wel?
Of trots? Of een houding van: je kan me niets maken?

Jezus zegt niets.
Hij reageert niet op de vragen van Herodes.
Heb je dat wel eens geprobeerd om, als iemand je vragen stelt,
helemaal niets terug te zeggen?
Zal Herodes zich niet ongemakkelijk gevoeld hebben toen hij niets terug hoorde?
Jezus, heb jij je echt uitgegeven voor koning van de Joden?
Zwijgen.
Jezus, doe eens een wonder, dat kun je toch?
Geen woord.
Jezus, wat is jouw plan hier in Jeruzalem?
Geen reactie.
Hoor je dan niet, Jezus, wat ze allemaal over je zeggen?
Hij deed Zijn mond niet open.
Wat Herodes ook probeert: vragen, onder druk zetten, beschuldigen,
Jezus zegt niets.
Ook geen waarschuwing of oproep tot bekering.
Die tijd is geweest.
Toen van Hem geëist werd, werd Hij verdrukt,
maar Hij deed Zijn mond niet open (Jesaja 53:7a)

De Heere Jezus ondergaat het, zonder iets te zeggen.
Zonder iets te laten zien van de grootheid die Hij heeft,
zonder Zijn macht te laten zien.
Hij laat zich meenemen naar Herodes en van Herodes weer terug naar Pilatus.
Is dat nu de beloofde Koning naar wie iedereen heeft uitgekeken?
Ja, zegt Lukas.
Want door te zwijgen laat Hij zien, Wie Hij is
en waarom deze Koning gekomen is, wat Hij komt doen.
Om te lijden.
Te lijden als een lam, zoals Jesaja al zei.
Toen Jezus voor Herodes stond, was het bijna Pascha.
Misschien heb je in het afgelopen seizoen op de club of tijdens zondagsschool
dit verhaal wel gehoord,
over de uittocht uit Egypte:
Er moest een lam worden geslacht
en het bloed van het lam moest na het slachten aan de deurposten worden gesmeerd
en het lam werd gegeten in de nacht
dat Israël mocht wegtrekken uit Egypte.
Jezus is een Koning, de Koning die komt om te zegevieren, te overwinnen.
Maar dan wel op een bijzondere manier – als het paaslam.
Het paaslam in Egypte gaf aan: de deur van Egypte gaat open.
Jezus als paaslam geeft ook aan – de deur gaat open.
Niet van Egypte, maar van de hel, van de dood
om ons vrij te laten.
Israël trok na het eten van het paaslam naar het beloofde land.
Wie in Jezus als het Paaslam gelooft,
mag op weg  naar het land dat God belooft, niet een land op aarde,
maar het Kanaän dat in de hemel is.


Waarom bleef U zo stil
Toen ze U vroegen
Bent U de koning der Joden?

Waarom bleef U zo stil
Toen ze U sloegen
En aan een kruis wilden doden?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Waarom vocht U niet terug
Toen ze U vonden
En als een dief wilden vangen?

Waarom vocht U niet terug
Toen ze U bonden
En aan een hout wilden hangen?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Waarom zei U geen woord
Toen ze zo spuugden
En U bespotten en lachten?

Waarom zei U geen woord
Toen ze U duwden
En U naar Golgotha brachten?

Dacht U aan ons
En dat U de Vader zou zien
Dacht U aan ons
Misschien?

Dat kun je je wellicht niet voorstellen,
Dat Jezus toen al aan ons dacht.
Heeft de Heere Jezus toen echt al aan mij gedacht?
Ja, Hij was bereid om Zijn leven te geven.

Daarom deed Hij geen wonder.
Want dan zou Hij vrij komen
en werd Gods plan niet uitgevoerd en zou Christus het paaslam niet zijn.
Jezus ging. Toch.
Hij liet zich niet tegen houden door Pilatus, door Herodes, door de spot van zijn eigen mensen.

Op de clubs heb je over Jezus gehoord.
Niet om Jezus als een wonderdoener te zien,
maar zodat je Jezus zou zien als jouw Heer
en dat je Hem zelf gaat dienen,
omdat Hij – toen Hij zwijg – aan jou dacht:
Ik zal sterven, Ik moet sterven. Voor jou,
zodat er voor jou een nieuw leven, eeuwig leven mogelijk is.

Dit slaat mijn trots, al mijn verdienste neder,
’t verlaagt mij diep, maar o, ’t verhoogt mij weder!
’t Meldt mij mijn heil, die van Gods tegenstander
in vriend verander.

Daar G’ U voor mij hebt in de dood gegeven,
hoe zou ik dan naar mijne wil nog leven?
Zou ‘k U, o Heer, die voor mijn schuld woudt lijden,
mijn hart niet wijden?
Amen


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s