In memoriam Henk Vreekamp

In memoriam Henk Vreekamp
Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.

Deze woorden werden afgelopen zaterdag op een indrukwekkende wijze vertolkt door de sopraan Anne Wielink in de Grote Kerk te Epe. Aan het orgel zat Henk Vreekamp. De overige aanwezigen in de kerk konden via een scherm zijn verrichtingen achter het orgel zien. Hij was een van de initiatiefnemers van het domineesconcert, waarvoor hij mij ook had uitgenodigd. Niemand kon bevroeden dat deze woorden zo snel bewaarheid zouden worden.
Na afloop bij het weggaan zei hij: ‘We hebben elkaar nauwelijks gesproken.’ Ik gaf aan dat ik hem weer eens wilde interviewen, net als ik in 2011 had gedaan.
Nadat zijn boek Als Freyja zich laat zien was verschenen was ik gevraagd om het boek te bespreken. Enthousiast heb ik toegezegd. Het lezen viel me niet mee en halverwege ben ik afgehaakt. Nadat ik weer uitgenodigd was voor het domineesconcert, moest ik weer aan dat boek denken. Opeens besefte ik wat me bezighield bij het lezen van dat boek.  Het was een vraag die ik toen niet kon formuleren. Toen hij onlangs kritiek had op de gedachte aan een paasdatum realiseerde ik welke vraag mij bezighield bij het lezen van zijn boek: Hoe kan een theoloog die zo intensief bezig is met Israël en de vragen vanuit Joodse kant zo existentieel doorleeft, zo in de weer zijn met het Germaanse heidendom. Die Germaanse komaf hield hem, zoals bekend, heel nadrukkelijk bezig. Dat ontdekte ik niet alleen in zijn boeken, maar ook in het interview dat ik met hem hield.
De recensie is er niet gekomen, omdat mijn kijk soms teveel van zijn kijk afweek. In een recensie zou het boek niet tot zijn recht komen. Een interview was een beter middel. Helaas zal dat er niet meer van komen.

Het Jodendom is een godsdienst van vragen stellen. Henk Vreekamp was iemand die deze vragen niet uit de weg ging. Integendeel, hij liet zich door die vragen uitdagen. Een door Joodse vragen uitgedaagde heiden-christelijke theoloog. Een treffende beschrijving van zichzelf. Op die zoektocht naar antwoorden nam hij graag anderen mee. Het was niet altijd gemakkelijk om hem te volgen. Zeker niet als hij weer eens op zijn wandelpaden een afslag naar het heidendom nam. Als ik in Epe kwam zei hij altijd tegen omstanders dat ik over ‘de barg’ naar hem toegekomen was. Het verschillende inzicht was inderdaad soms een grote berg. Dat ik geen heiden wil zijn, kon er bij hem niet in.
Nu is het niet meer mogelijk om hem om nader uitleg te vragen. Wat rest is de erfenis. Een heel kostbare erfenis. Zeker als het gaat om het lezen van de Schrift. Bij het lezen van de Schrift geschiedt Gods epifanie. Zoals hij uitlegde:

‘Bij epifanie gaat het om een verschijning waardoor er iets in je leven verandert. Het duurt maar even, de verschijning is binnen enkele seconden weg. Je hebt het niet in je macht. De heiden in mij wil houvast, wil beslag op God leggen. Israël moet het doen met het heilige der heiligen dat leeg blijft. God is niet te zien. Mozes mocht slechts een afglans van Zijn heerlijkheid zien. God is in het Nieuwe Testament nog meer verborgen. Wie zou God in een mens zoeken? Hij ontglipt ons zodra wij er de hand op leggen. Zoals er bij de Emmaüsgangers staat (Luc. 24:31): ‘Hij geschiedde onzichtbaar’ (vertaling Dirk Monshouwer). Dit geeft ook troost: ik hoef het geheimenis niet te bewaken. Ik mag het loslaten.’

Deze epifanie werkt ook door in de verkondiging: ‘In het spellen van de Hebreeuwse en Griekse woorden licht God op. Soms in een enkel woord. Daar vindt de ontmoeting plaats. Die ontmoeting en dat oplichten mag ik met de gemeente delen. Het is voor mij telkens weer een verrassing dat het aloude verhaal zich werkelijk opnieuw opent. Dat Woord is een vreemd woord. Het stamt niet uit mijn traditie. Via Jezus en de apostelen is het hier gekomen. Misschien komen we niet verder dan met Ruth te zeggen: uw God is mijn God. Ook dat behoort tot de ergernis die het Woord van God voor een heiden is.

Als de betekenis van tevoren reeds vastligt, bijvoorbeeld door een dwingend dogmatisch raster, kan het nieuwe niet meer oplichten. Het gaat er niet om dat ik greep op de tekst krijgt, maar dat ik onder het beslag van het Woord kom. De predikant is dienaar van het Woord. De Schrift moet ook hardop voorgelezen worden, uitgeroepen worden. Vooral in de liturgie. De epifanie gebeurt daar van week tot week. Door de boekdrukkunst zijn we individueel gaan lezen. Is er dan nog wel een garantie dat God spreekt?’

Ik wens zijn vrouw en zijn gezin van harte de kracht en de troost van de Heere onze God toe.

Gustav Leonhardt speelt “V0r deinen Thron tret ich hiermet” – het koraalvoorspel dat J.S. Bach op zijn sterfbed componeerde. Henk Vreekamp speelde graag de muziek van Bach.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s