Preken in beelden – deel 1

Preken in beelden – deel 1

De preekvoorbereiding levert een ‘mooie rotzooi’ op: informatie uit de exegese, overwegingen uit de Bijbelse en systematische theologie, gedachten over wat er in de gemeente en in de maatschappij leeft. Hoe kan een predikant van die ‘mooie rotzooi’ een goed opgebouwd, verantwoord en artistiek uitdagende preek maken?

Het verzamelen van informatie kan hard werken zijn, maar kan wel volgens een methodisch gestructureerde werkwijze. Doordat de opbouw en de uitwerking van de preek een beroep doet op de creatieve kant van de predikant kan hij tijdens deze fase van de preekvoorbereiding veel minder methodisch werken.

Er zijn wel pogingen gedaan in de homiletische discussie om hier wat structuur en methodische werkwijze aan te bieden. Er wordt voorgesteld om voor de opbouw en uitwerking een boodschap (theme sentence, focus) en een doel (goal statement, function) te verwoorden.

beeld of scène
Volgens Peter Jonker, predikant van de LaGrave Avenue Christian Reformed Church, prikkelen deze opgestelde boodschap en  doel zelden de creativiteit, die een predikant nodig heeft bij de opbouw en uitwerking van de preek. Een predikant wordt zelden zelf geïnspireerd door zijn geformuleerde boodschap en doel. In zijn boek Preaching in Pictures stelt hij daarom voor om naast de boodschap en het doel ook een evocatief beeld of een evocatieve  scène te bedenken, die bepalend is in de preek. Dit beeld of deze scène prikkelt een predikant om aan zijn preek te werken.
In zijn boek Preaching in Pictures wil hij enkele handvatten aanreiken, waardoor de predikant tijdens het proces van preekvoorbereiding methodisch en gestructureerd kan werken gedurende de creatieve fase.

 

preaching-in-pictures
Script van de preek: de 4 pagina’s
Jonker werkt met de 4 pagina’s van de preek, zoals die door Paul Scott Wilson zijn geformuleerd. Deze 4 pagina’s bevatten het script van de preek, zoals een film ook een script bevat. Aan de hand van dit script dient de predikant de preek voor zich te zien als een film die voor zijn ogen afspeelt. De eerste pagina verbeeldt de trouble (nood, zonde, gemis) in de Schrift. Op de tweede pagina wordt verbeeld hoe die trouble overeenkomt met trouble in onze eigen tijd. Tijdens deze twee eerste pagina’s wordt het menselijk handelen (of zo nodig tekortschieten) verbeeldt. Op de laatste twee pagina’s is de aandacht voor wat God doet. Allereerst Gods handelen in het Bijbelgedeelte (pagina 3) en vervolgens analoog daaraan Gods handelen in het heden (pagina 4). Deze pagina’s vormen gelijk de opbouw van de preek, waarbij de predikant zonodig kan variëren met de volgorde van de pagina’s.

Om de predikant te helpen geconcentreerd te blijven tijdens de preekvoorbereiding en de uitwerking van de preek geeft Wilson een focus:

  • Eén tekst (Text)
  • Eén boodschap van de preek (Theme Sentence)
  • Eén dogmatische locus (Doctrine)
  • Eén zorg of vraag in de gemeente (Need)
  • Eén beeld dat in de preek op alle pagina’s kan terugkomen (Image)
  • Eén concrete aanwijzing voor het handelen (Mission)

    Met als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.


Een bepalend beeld of een bepalende scène kan op alle pagina’s terugkomen.

In de leer bij poëten
De predikant is niet de enige die op een creatieve manier met beelden en verbeelding werkt. Schrijvers en dichters werken vaak heel nauwkeurig met beelden en verbeelding. Een predikant kan veel van hen leren als het gaat om de creatieve verwerking van beelden in een tekst. Ook schrijvers en dichters verzamelen een ‘mooie rotzooi’ voordat zij aan het daadwerkelijke schrijven gaan. Dat verzamelen van de informatie is een wezenlijk onderdeel van het schrijfproces.

Waar begint een dichter? Het is een reis, zoals dichter Robert Frost verwoordde, van  verrukking naar wijsheid. Hij begint allereerst bij de observatie. Vaak van alledaagse voorwerpen of gebeurtenissen. Zij observeren die gebeurtenissen of voorwerpen tot zij er een diepere betekenis in zien. Nauwkeurig bestuderen en analyseren zij die gebeurtenis of voorwerp, totdat ze meegenomen worden in een soort verrukking waardoor het hen opvalt wat dat voorwerp of die gebeurtenis aan diepere waarheid wil laten zien. Daarbij waken zij zich ervoor, dat ze abstract gaan formuleren. ‘Go in fear of abstractions’, gaf Ezra Pound als regel mee.

De predikant kan hiervan leren, dat hij steeds blijft bedenken dat abstracte theologische begrippen concreet, beeldend en met oog voor detail verwoord moeten worden.

In de leer bij beeldend kunstenaars
Schrijvers en dichters zijn niet de enige kunstenaars die met beelden werken. Vandaag de dag zijn er grote meesters van het creatieve, evocerende beeld actief in de wereld van reclame, mode en de film. Voor een predikant zijn deze meesters van het creatieve beeld misschien ongebruikelijke compagnons. Toch is het zinvol om hun werkwijze nauwkeurig te observeren:
(1) Het kan helpen om door te krijgen hoe kijkers met beelden gemanipuleerd kunnen worden.
(2) Het kan helpen om te bedenken hoe de predikant beelden die op consumptie gericht zijn kan tegenspreken met aantrekkelijke beelden.

De theoloog James K.A. Smith ging bijvoorbeeld na hoe reclamemakers werken. Zijn stelling is: De kerk is bezig om de nieuwe generatie een bepaald wereldbeeld aan te leren door leerstellige waarheden over te dragen en raakt daarbij het hoofd, terwijl de rest die de jongeren wil overhalen door middel van beelden hun harten te veroveren. Een voorbeeld dat hij daarbij geeft is de lingeriereclame van Victoria’s Secret, die 12jarigen aan de lingerie wil hebben.

Voorheen wierf de reclame door voor te houden dat het leven werd verbeterd als er een bepaald product werd aangeschaft. Tegenwoordig zijn alle producten zo goed als aangeschaft en suggereren de reclamemakers in de reclame een nieuw leven of een nieuwe wereld. In de reclame wordt aangestuurd op identificatie. Omdat voor elkaar te krijgen creëren reclamemakers in de reclame beelden en verhalen die aan een bepaald merk gekoppeld worden. In de reclame gaat het beeld aan het verhaal vooraf en roepen die beelden reeds impliciet een verhaal op.
In de preek vertellen predikanten vaak eerst de uitleg en geven daarna een illustratie. Peter Jonker daagt uit om de volgorde om te draaien:

  • Mits ze niet teveel voor de hand liggen, doen verhalen een beroep op de verbeelding.
  • Uitleg vooraf stuurt reeds de verbeelding.
  • Wanneer het affectieve vooraf gaat aan het cognitieve wordt het beter onthouden.


Een goed beeld of een goede scène dient wel in een geloofwaardig kader te worden geplaatst.

Hoe kan een bepalend beeld worden gevonden?
Een methode om een bepalend beeld te vinden is de methode van de lectio divina:
(1) Voorbereiding: stil worden, stilte opzoeken.
(2) Aandachtig lezen van een korte perikoop.
(3) Meditatie van die perikoop.
(4) Contemplatie van die perikoop.

Een andere methode is de werkwijze van dichters overnemen. Linda Gregg geeft haar leerlingen de opdracht om 6 dingen elke dag nauwkeurig te observeren. Toegepast op de preekvoorbereiding: schrijf alle voorwerpen of gebeurtenissen in een verhaal op en analyseer deze voorwerpen of gebeurtenissen over verschillende dagen nauwkeurig. Liefst in het echt, maar als dat niet kan via de verbeelding.
Werkwijze:
(1) Beschrijf op welke manier dit beeld of deze scène je zintuigen raakt.
(2) Beschrijf op welke manier het beeld of deze scène zich presenteert aan de gevoelens en emoties.
(3) Beschrijf op welke manier je met je verstand nadenkt en reflecteert op dat beeld of op die scène. Hoe denk je over wat je registreerde met je zintuigen? Hoe denk je over wat je voelde met je gevoelens en emoties?

Verbeeld een luisteraar
Daarnaast is het goed om het Bijbelgedeelte, de voorwerpen en de scènes vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Neem in je gedachten een van de kerkgangers en verbeeld hoe die reageert met zijn of haar zintuigen, emoties en gevoelens en verstand op de beelden en de scènes. Kies daarbij niet direct voor de hand liggende kerkgangers.

Een mooi voorbeeld hiervan is het boek Psalm 23 van Tim Ladwig, waarbij hij de regels van de Psalm verbeeldt aan de hand van ervaringen van enkele kinderen uit een Afro-Amerikaans gezin uit een voorstad in de VS.

Een ander mooi voorbeeld is een vrouw die in de dankdienst voor haar leven Psalm 16 wilde. De echtgenoot van deze vrouw was predikant. De man overleed jong en zij bleef achter met 3 jonge kinderen. Zij hertrouwde nooit, maar koos voor de opvoeding van de 3 kinderen. Dat kost niet veel moeite om dat te verbeelden: Een alleenstaande moeder, krap bij kas, die elke minuut van haar leven besteedde aan werk of aan de opvoeding van de kinderen, ligt alleen in het tweepersoonsbed. Ze kan niet slapen, maar ligt wakker en ze denkt aan de regels uit Psalm 16: De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen (vers 6); Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven, zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren (vers 7).

[Het laatste hoofdstuk gaat over beamergebruik in de eredienst. Dat is een ander chapiter en dat zal in een aparte blog aan de orde worden gesteld.]

N.a.v. Peter Jonker, Preaching in Pictures. Using Images That Connect. The Artistry of Preaching Series 3 (Nashville: Abingdon Press, 2015).

Separerende prediking

Separerende prediking

Vanuit de zorg dat binnen de gereformeerde gezindte de separerende prediking dreigt te verdwijnen, heeft ds. A. Moerkerken een boekje uitgegeven waarin hij het belang van de separerende prediking benadrukt.

Separerende prediking gaat ervan uit dat er in de kerkelijke gemeente twee soorten mensen zijn: degenen die bekeerd zijn en degenen die onbekeerd zijn. Separerende prediking is prediking die rekening houdt met deze tweedeling in de gemeente. Degenen die tot Gods volk behoren, de bekeerden, worden in de preek onderwezen, gesticht en vermaand. Degenen die nog onbekeerd zijn worden ontdekt aan hun doodse leven zonder God, worden gewaarschuwd en genodigd.

Staat en stand
In de gemeente is er dus een tweedeling tussen bekeerden en onbekeerden. De bekeerden zijn de levend en de onbekeerden zijn de dood. Dit is het onderscheid naar staat. Binnen de beide groepen, staten, zijn er verschillende onderverdelingen en nuanceringen mogelijk. Dat zijn de standen.

In separerende prediking verdedigt ds. Moerkerken de prediking en de leer van de Gereformeerde Gemeenten. Tussen de regels door is te merken dat er op zowel de prediking en de leer geregeld kritiek geleverd wordt. Daarom geeft ds. Moerkerken in het eerste deel een kort overzicht van de preekvoorbereiding. Daarmee geeft hij inzicht aan degenen die geïnteresseerd zijn of kritisch zijn. Tegelijk geeft hij collega’s tips met betrekking tot de voorbereiding en de opbouw van de preek. In het tweede deel wil hij de separerende verdediging vanuit de Schrift, de belijdenisgeschriften en de kerkgeschiedenis verdedigen.

Uitwerking
Over separerend preken wordt in het homiletische debat nauwelijks meer nagedacht. Daarom is het van belang de waarschuwende stem op te merken. Alleen de manier waarop hij de separerende prediking uitwerkt ben ik niet gelukkig.

Allereerst is het meer een pamflet dan een onderbouwde studie, meer een noodkreet dan een boek waarin je kunt vinden hoe een separerende preek wordt voorbereid en gehouden. Helemaal helder is het niet tegen wie hij zich richt. Karikaturen over de separerende prediking en over de prediking in de Gereformeerde Gemeenten wil hij weerleggen, maar houdt karikaturen over andere kerken levend. Wanneer hij bij zijn ‘echte punt’ komt, schakelt hij over op tale Kanaäns en verwijst hij door naar een boekje van prof. Wisse.

Hoe
Moerkerken baseert zijn boekje naast aanwijzingen uit de Nadere Reformatie ook op homileten als T. Hoekstra en K. Dijk. Hij laat hen uitgebreid aan het woord, terwijl hij op andere plaatsen in het boek de manier van preken in deze kerken bekritiseerd. Hoekstra en Dijk zijn de meest recente homileten die in dit boekje aan de orde komen. Moerkerken heeft de ontwikkelingen in de afgelopen halve eeuw niet verwerkt. Ik bedoel dat niet als verwijt, maar als gemiste kans. Want aan de ene kant zullen die ontwikkelingen er toe hebben bijgedragen dat de separerende prediking geen aandacht meer kreeg. Aan de andere kant kunnen die ontwikkelingen helpen om het hoe van de separerende prediking uit te werken:

Aandacht voor de hoorder
* Neem de aandacht voor de hoorder, die er vanaf de jaren’-60 is. De preek is niet gericht op mensen die in een dogmatische categorie zijn in te delen, maar op mensen van vlees en bloed. Dat wil niet zeggen dat een onderverdeling in standen onzinnig is. Bij het lezen van dit boekje bedacht ik dat zo’n onderverdeling in standen in de missionaire doordenking wel eens heel zinnig zou kunnen zijn. Waar het mij om gaat is dat in de preekvoorbereiding en het voordragen van de preek de predikant is gericht op de mensen, zoals die voor hem zitten en zijn preek aanhoren en verwerken.

De prediker als persoon
* Er is aandacht gekomen voor de prediker als persoon. De predikant is de eerste hoorder. Elke separerende preek heeft de prediker eerst op zichzelf toegepast. Slaat de prediker deze stap te snel over dan stelt de prediker zich boven de gemeente en wordt hij hoogmoedig. Alsof hij zonder enige zonde is. Wanneer de predikant zich echt laat aanspreken door Gods woord wordt de preek en de predikant authentieker.

Dynamischere preekvorm
* Er is aandacht gekomen voor  een andere preekvorm die veel dynamischer is. Veel gemeenteleden leven in een tijd waarin er veel geschakeld moet worden en waarin voorspelbaarheid al snel als saai wordt ervaren. In de New Homiletic zijn er dynamischer modellen gekomen, waarbij de gemeente meegenomen kan worden op een reis. Wie wil onderscheiden naar standen, zou zijn licht eens kunnen opsteken bij verschillende aanhangers van de New Homiletic.

Gevoeligheid voor taal
* Er is gevoeligheid gekomen voor taal. Woorden kunnen onbewust uitsluiten. Typeringen kunnen onbewust beschadigen. Woorden en uitdrukkingen dienen wel begrepen te worden. Separerende prediking zal vaak scherp zijn. Dat vraagt om een zorgvuldige analyse in de preekvoorbereiding of de gebruikte woorden en beelden wel door de beugel kunnen. Wat ik nogal eens terughoor, is dat preken niet begrepen worden of als heel scherp ervaren werden zonder dat er concrete aanleiding toe was.

Recht in de ogen
* Een predikant is niet alleen prediker, maar ook pastor. Wat de predikant in de preek aangeeft, moet hij in een gesprek één-op-één kunnen volhouden. De predikant dient de aangesprokene, de gewaarschuwde na afloop recht in de ogen te kunnen kijken, waarbij hij de ander blijft zien als een mens voor Gods aangezicht.
De praktijk van preken dient ook vanuit de pastorale gesprekken gevoerd te worden, waarbij de predikant oog en oor krijgt voor de verschillende nuances waarmee mensen hun verhaal, hun worstelingen en hun ‘standen’ vertellen.

Onderscheid der geesten
* Om separerend te kunnen preken is het van groot belang om onderscheid te kunnen maken tussen de geesten. In de preek gaat het niet om mijn waarheid, om mijn theologie, om mijn kerkvorm.  Steeds dient onderscheid gemaakt te worden mijn waarheid, mijn theologie, mijn uitleg en mijn kerkvorm weleens behoorlijk van de Bijbel kunnen afvallen. Kritiek vraagt dan niet allereerst om zelfverdediging, maar om zelfonderzoek.
Daarnaast is het van groot belang om geestelijk leven scherp te onderscheiden van psychische processen. Mijn ervaring is dat veel mensen deze thematieken nogal eens verwisselen. Ze vertellen over hun geestelijke ervaringen, terwijl het meer iets psychisch is. Dat psychische werkt dan wel door in de relatie met de HEERE, maar het is zaak om niet te snel met geestelijke verklaringen te komen.

Oecumene
* In de laatste decennia is er veel contact tussen de kerken onderling. De polemiek tussen kerken heeft steeds meer plaatsgemaakt voor het gesprek, een gesprek van hart tot hart voor Gods aangezicht. Daarbij komt naar voren dat de tegenstellingen vaak niet zo scherp zijn als men op basis van de leer zou vermoeden. In een preek mag een prediker niet meer zelf conclusies trekken uit de theologische visie van een ander. Want die ander kan wel eens een heel andere uitwerking geven dan verwacht. Concreet toegepast: waarschuwing tegen verbondsprediking of evangelicalisering kan alleen als men echt op de hoogte is van wat er zich in die kringen afspeelt. Kritiek op basis van vooroordelen mogen in de gemeente van Christus niet gehandhaafd blijven. (Zie de ontkenning op p. 81 waarbij Moerkerken van bepaalde Christus-prediking ontkent dat het Christus-prediking kan zijn. En ook p. 86 in zijn kritiek op Woelderink.)

Dialoog
* In de laatste decennia is er ook oog voor het gesprek met de gemeente. Hoewel de democratisering daar vaak de achterliggende gedachte is, is dit gesprek nog niet verkeerd. Want de ambten zijn dienstbaar aan de gemeente. In de Lutherse traditie is het ambt van Woord en sacrament aan de gehele gemeente opgedragen. Dit gesprek is niet bedoeld als eenrichtingsverkeer naar de predikant toe, waarbij de predikant wordt bekritiseerd of wordt voorgeschreven hoe hij dient te preken. Het is een gesprek waarbij de predikant kan luisteren hoe de gemeente leeft bij het Woord en meedenkt hoe dat Woord ingang in de gemeente vindt. Deze dialoog in de voorbereiding helpt de dialoog van de predikant tijdens de verkondiging.

Vooroordeel
Kan Moerkerken het volhouden dat er in andere kerken niet separerend wordt gepreekt? En zo ja, waar baseert hij dat dan op? Zelf kan ik nauwelijks de prediking van mijn directe collega’s bij houden. Laat staan dat ik kan volgen hoe er in andere kerken wordt gepreekt. In de kerk waar ik vandaan kom, de Christelijke Gereformeerde Kerken, werd er net zoals in het boekje van Moerkerken gestreefd naar een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Hoewel er van 3 verbonden uitgegaan, werd er wel degelijk gesepareerd. Het lijkt mij stug dat binnen de hervormd-gereformeerde kring, die meer verbondsmatig dachten over de gemeente, de waarschuwende prediking verdwenen is.
Doordat hij niet echt op de praktijk van vandaag de dag ingaat, wekt hij de indruk dat hij zich door vooroordelen laat leiden. Zo zou hij het zelf niet willen zien, vermoed ik. Daarom is het jammer dat hij niet helderder is over de praktijk. Separerende prediking schiet weinig op met omfloerst taalgebruik.

Wat ik vermoed is dat de context van de gemeente anders is en de verwoording van de boodschap is anders. Maar daarmee is de zaak nog niet verdwenen. Daar moet het gesprek verder over gaan: Wat is in deze tijd separerende prediking? Hoe bereid je als predikant die voor, waarbij er niet een bepaalde theologie wordt gediend, maar de Heer van de kerk en daarmee Zijn gemeente. Wat betekent dat voor het pastoraat en de houding van de predikant. Ds. Moerkerken legt een belangrijke zaak op tafel. Het gesprek daarover moet nog wel verder gaan.

N.a.v. ds. A. Moerkerken, Separerende prediking. Gedachten over de verkondiging van het Woord (Houten: Uitgeverij Den Hertog, 2015)

Preek zondagmorgen 10 januari 2016

Preek zondagmorgen 10 januari 2016
Bevestiging ambtsdragers
Lukas 10:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vanmorgen worden broeders bevestigd of herbevestigd als ambtsdragers. Mannen die in enige tijd geleden gevraagd zijn
en verschillende afwegingen gemaakt hebben
of ze het wel konden of moesten doen
en toch de stem van de Heere gehoord hebben,
de Heere die hen geroepen heeft om hier in de gemeente van Oldebroek werkzaam te zijn.
We nemen afscheid van 6 broeders die meerdere perioden gediend hebben als ambtsdrager.

God maakt gebruik van mensen
en eigenlijk is dat best bijzonder
dat de grote en heilige God mensen gebruikt om Zijn gemeente te dienen,
om voor Zijn kinderen van betekenis te zijn.
De mannen die bevestigd worden zijn net als u.
Goed, ze hebben niet allemaal uw karakter
en er zullen bij zijn die meer bijbelkennis hebben dan u
en voor wie een gesprek vanuit de Bijbel gemakkelijker af gaat.
Maar toch, ze lijken veel op u:
Ze hebben ook hun momenten van twijfel,
hun momenten waarop ze het gedoe in de kerk zat zijn,
tijden waarop het leven met de Heere op een laag pitje kan staan
en het bidden zo moeilijk gaat.
Ze zijn ook niet gekozen als supergelovigen, die alles beter doen dan wij.
Ze zijn juist gekozen, omdat ze uw geloof kunnen versterken
omdat ze uw worstelingen herkennen
en er zelf er ook tegen aanlopen dat je als gelovige kunnen verslappen.
Ze zullen worden (her)bevestigd om uw als gelovige alert te laten zijn,
u aanspreken, zodat uw geloof een levend geloof blijft, een vast vertrouwen.
Ze zullen met jou in gesprek gaan,
zodat je gestimuleerd wordt om verder om de weg van Christus te gaan.

Hun taak is net als de 72 mensen die door de Heere Jezus op pad gestuurd werden.
Zij gingen voor de Heere Jezus uit
om ervoor te zorgen dat de Heere Jezus welkom is,
zodat de steden en de dorpen waar de Heere Jezus doorheen zal gaan trekken
voorbereid zullen zijn op Zijn komst.
Zo worden deze 16 ook door de Heere Jezus uitgezonden.
Ze komen om in jouw hart en in uw huis ruimte te maken voor de Heere Jezus.
Dat is hun voornaamste taak.
Ze komen niet voor zichzelf, maar als mensen mogen zijn hun Heer vertegenwoordigen.
Jezus zendt de 72 voor Zijn aangezicht uit.
Dat wil zeggen, dat Hij persoonlijk zal volgen.
Als een van de ambtsdragers op bezoek komt,
mag u geloven dat zij de Heere Jezus meebrengen.
Niet omdat zij het veel beter doen in het geloof dan u,
maar omdat de Heere Jezus hen naar u stuurt.
Of de andere ambtsdragers dat ervaren weet ik niet, ik hoop van wel,
maar ik heb geregeld tijdens gesprekken de indruk
dat degene bij wie ik op bezoek ben
niet alleen maar met mij in gesprek is,
maar eigenlijk ook met de Heere Jezus.
Omdat er een ambtsdrager is, of dat nu een predikant of een ouderling is,
die de Heere Jezus vertegenwoordigt

is het meer dan een gesprek tussen mensen,
maar is de Heer die stuurt zelf aanwezig tijdens het gesprek.
En dat geldt niet alleen voor ambtsdragers,
maar dat kan ook gelden voor de bezoekbroeders en bezoekzusters,
voor degene die namens de kerk een bloemetje komt geven
of een verjaardagskaart langs komt brengen.

Door de Heere Jezus gestuurd worden geeft verwondering:
Kunt u mij gebruiken?
Het is ook iets moois en eervols.
Je mag iets voor de Heere doen
en je mag zoveel van Zijn werk in het leven van andere mensen zien.
Je geloof loopt niet alleen kleerscheuren op,
maar ook een verdieping die je anders niet snel had gekregen,
omdat je betrokken bent in het werk van de Heere in deze gemeente
en daar getuige van mag zijn en mag leren.
De oogst is groot.
Ook in onze eigen gemeente.
Soms kan er best wel kritiek zijn op de gemeente:
Nog steeds zijn er vacatures voor ouderling.
En soms is het zoeken naar clubleiding.
En toch, er is oogst.
In de vorige gemeente heb ik mij geregeld afgevraagd of er wel geloofd werd,
totdat ik een aantal ouderen bij mij thuis had
en we liederen uit de bundel zongen
en ik de overgave zag waarmee ze zongen,
een overgave die ik nooit eerder had gezien.
Dat heeft mij de ogen ervoor geopend, dat je op de goede manier moet kijken voor de oogst.
Ook hier.
Afgelopen week vroeg ik op de belijdeniscatechisatie:
Maar wat betekent Jezus voor jou persoonlijk?
En donderdag vroeg ik of ze zelf ook steeds leefden met de verwachting van de wederkomst.
De antwoorden kwamen niet op mijn vragen,
maar ze kwamen wel, op een andere manier.
Bijvoorbeeld in de liederen die gezongen worden.
Nu we 16 ambtsdragers bevestigen worden we ook opgeroepen om te bidden,
voor hen, maar ook voor nieuwe ambtsdragers.
Doet u dat ook?
En hebt u ook gebeden of uzelf geroepen mag worden
en of jij een rol mag hebben?
Want we kunnen wel bidden of er anderen gestuurd worden,
maar wie weet is de Heere Jezus allang bezig om jou, om u te roepen: Ga voor Mij uit!

 

Makkelijk is dat niet altijd.
Ga heen, ik zend u als lammeren onder de wolven.
Er was een ambtsdrager die mij eens zei, dat hij toen hij gevraagd werd
om ambtsdrager te worden gewaarschuwd werd:
Het zal moeilijk voor je geloof zijn.
Je geloof zal het heel wat te verduren krijgen.
En hij gaf aan dat het ook zo was,
dat hij in de tijd dat hij in de kerkenraad zat,
ook heel wat krassen en deuken in zijn geloof opgelopen had
door wat andere ambtsdragers deden.
Ik zend u als lammeren onder de wolven.
Dat is toch wat als u, broeders, op die manier erop uit gestuurd wordt
om in de gemeente te werken,
onder verscheurende wolven, terwijl u weerloos als een lam bent.
Maar als u dan zo weerloos komt,
is dat wel een nieuwe tijd die de Heere Jezus kwam brengen,
Waarbij de wolf en het lam samen verkeren.
Misschien denkt u bij uzelf niet direct aan een lammetje,
maar toch wordt u als een lam onder wolven gestuurd
om te ontdekken dat het mogelijk is dat een mens tot inkeer komt.
Er is een spreekwoord: De mens is voor de mens een wolf.
In de kerk geloven we dat er een tijd aanbreekt,
dat de wolf en het lam samen kunnen verkeren, in de gemeente, aan het avondmaal,
niet als toekomstmuziek, maar dat het nu gebeurt,
als een voorbode van Gods koninkrijk dat komt.

als een lam onder wolven – dat heeft wel iets kwetsbaars,
je kunt je zo verscheurd voelen onder de kritiek die tijdens een huisbezoek gegeven wordt
op de kerk of op uzelf – kom je nu pas? Ik had je al veel eerder verwacht.
U kunt als lam de wolf niet bekeren, maar het kan wel – door Gods Geest.
In afhankelijkheid van die Geest van Christus gaat u op pad
hier in de gemeente.
Daarom: geen beurs of reiszak mee.
We kunnen dat ons niet zomaar voorstellen,
Want wie gaat er tegenwoordig nog zonder portemonnee op zak,
en tegenwoordig nog veel meer, een telefoon, een tomtom of andere technische snufjes.
We zijn er haast afhankelijk van.
En juist daarom gaan de leerlingen van Jezus zonder geld en bagage op weg.
Ga in afhankelijkheid van de Heer van de oogst.
Hij zal u onderweg alles geven wat u nodig hebt.
Een discipel die erop uit gestuurd wordt en toch zijn reiszak meeneemt
en geld in zijn portemonnee
geeft aan dat hij het toch allemaal zelf moet doen en dat het van hem afhangt,

van zijn kunde, van zijn handigheid om met mensen om te gaan,
om gesprekken te kunnen voeren.
Nee, in afhankelijkheid en kwetsbaarheid,
met niet meer dan gevouwen handen, een Bijbel waarin Gods woorden staan.
Want zo stuurt God u en Hij weet wie Hij stuurt.

Maar dan, dat groeten onderweg.
Dat is toch een rare opdracht, vindt u niet.
Stel je voor dat je niemand in het dorp mag groeten als je bezig bent als ambtsdrager.
Zo zijn er, die op zondag als ze naar de kerk gaan
andere mensen niet groeten.
Zoals op weg gaan zonder geld of bagage staat voor totale afhankelijkheid,
staat het niet-groeten onderweg voor focus, gerichtheid.
Focus op uw taak om plek te maken voor de Heere Jezus als ouderling,
om als diaken iets van zijn liefde te laten zien,
Als kerkrentmeester financiën, de gebouwen, de mensen in de gaten te houden
zodat de dienst aan God hier op een goede manier verloopt.
Focus.
Je kunt je van die taak laten afleiden:
door allerlei kletspraatjes: Heb je het al gehoord?
Alledaagse praatjes: Gaat Louis van Gaal het redden?
Kunnen we nog schaatsen deze winter?
Stop onderweg op je missie voor Jezus niet voor die onbenullige praatjes.
Niet dat die alledaagse gesprekken altijd fout zijn,
maar er zijn omstandigheden waarop ze het wezenlijke gesprek in de weg zitten
omdat er ruimte gemaakt moet worden voor de Heere Jezus.
Daarbij kunnen gesprekken over gewone onderwerpen soms wel helpen,
over de sport, over het weer,
maar dan zijn ze een opstap om vertrouwen te winnen,
om bij iemand thuis te komen, in zijn of haar wereld.
Want daar gaat het om, dat is het doel waarom de Heere Jezus de 72 erop uit stuurt
en waarom u bevestigd wordt:
Om bij iemand in huis te komen, achter de voordeur,
Waar iemand normaal gesproken helemaal zichzelf kan zijn, zijn of haar eigen wereld,
thuis, om daar te komen
en om daar ruimte te maken voor de Heere Jezus.
Ik kom ook voor hemelse zaken, in naam van Christus, voor Zijn koninkrijk.


Dat vraagt overigens ook om een gerichtheid, niet alleen voor de zaak van het Koninkrijk,
maar ook voor de mens.
Mooi hoe de Heere Jezus zijn leerlingen de opdracht geeft om een huis binnen te treden!
Ik zie het al voor me, hoe u of ikzelf de huizen hier in Oldebroek, op ‘t Loo binnenga,
aan de voordeur, of achterom via de achterdeur:
Vrede! Shalom voor dit huis.
Ook al ken ik u niet, voor u de vrede van God.
Ook al weet ik niet welk verhaal u zult vertellen, wat u bezig houdt
en welke band u met de Heere heeft: allereerst Zijn vrede voor u.
Al worstelt u of bent u langdurig ziek, kunt u niet meer naar de kerk:
Ook voor u Gods vrede, Zijn shalom!
Als die vrede beantwoord wordt, ontvangen wordt, blijf er dan.
Wees dan een goede gast door onderdeel te worden van dat gezin.
Niet om met je eigen mening te komen hoe het zou moeten,
maar om te zien, hoe de vrede van Christus ontvangen wordt
en hoe de Heere zelf bezig is om te werken in dit gezin.

 

Moet u zien hoe de leerlingen terugkomen
en ik gun u ook dat u dat mag meemaken, vol enthousiaste verhalen,
dat u niet afknapt door het ambt, maar juist verrijkt wordt, gesterkt en bemoedigd.

 

Ik zag de satan uit de hemel vallen, zegt de Heere Jezus.
God gebruikt gewone mensen en dat werk heeft wel dat hoge doel:
dat de macht van de satan ingeperkt wordt.
Aan de ene kant gaat u als lam, maar aan de andere kant
heeft uw woord de kracht om de duivel te verslaan bij de mensen waar u komt.
Niet omdat uw woorden zo sterk zijn,
maar omdat u in naam van Christus komt, door Hem gezonden,
zodat Hij persoonlijk kan komen.

Tot slot, wees op Hem gericht en vergeet daarbij jezelf niet.
Je kunt overweldigd raken door wat je meemaakt.
Zelfs de duivel de macht ingeperkt.
Daar zullen heel wat mensen meer over willen horen.
Nee, zegt de Heere Jezus,
zoals je gefocust moet zijn op Gods koninkrijk
en niet moet blijven steken bij allerlei oppervlakkig gepraat,
zo moet je gericht blijven op Hem
en niet op het uitzonderlijke.
Wees eerder met jezelf bezig, bezorgd om je eigen ziel en zaligheid.
Vergeet bij de zorg voor de gemeente, voor Gods koninkrijk niet
dat je eigen geloof ook levend moet blijven, gevoed,
Dat je naam geschreven staat in het boek van het leven.
Zoals je dat anderen voorhoudt, moet je dat ook jezelf voorhouden.
Wat je tegen anderen zegt, geld ook voor jezelf.
Zo gaan jullie, gezonden door de Heer van de kerk, de Heer van de oogst.
Amen


een boven alles uitstijgend leven

een boven alles uitstijgend leven
Het leven van Jeremia als voorbeeld voor gewone gelovigen en predikanten

Het is een raadsel waarom zoveel mensen zo slecht leven. Niet slecht in de betekenis van verdorven, maar in de betekenis van zinloos. Niet in de zin van wreed, maar in de zin van dom. Er is zo weinig om te bewonderen en zo weinig om te imiteren in de mensen die in onze cultuur dominant zijn. We hebben beroemdheden maar geen heiligen.

3706

Zo begint Eugene H. Peterson zijn boek over Jeremia, dat hij schreef voor zijn zoon Eric. Zijn zoon volgde op het moment dat hij zijn boek schreef een studie theologie maar had nog niet besloten wat hij daarmee zou doen. Uiteindelijk werd Eric, net als zijn vader, predikant.

In dit boek maakt Peterson een contrast met onze oppervlakkige cultuur en het leven van Jeremia. Onze oppervlakkige cultuur: want Peterson schrijft weliswaar vanuit de Amerikaanse cultuur van begin jaren-’80, maar die cultuur wijkt net zoveel af van het leven van Jeremia als de cultuur waarin wij leven. Het contrast van het leven van Jeremia met de cultuur waarin hij leefde is – in de schets van Peterson – net zo groot.
In die oppervlakkige cultuur van het Jeruzalem van net voor de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap leidt Jeremia een leven dat indruk maakt, waarmee hij ons een voorbeeld geeft hoe wij kunnen leven in onze eigen oppervlakkige cultuur.

Meer nog dan zijn woorden heeft het leven van Jeremia een grootsheid, een grandeur. Niet dat hij daarmee een onmenselijke grootheid krijgt. Het leven dat Jeremia leidt zou door iedereen geleid kunnen worden, maar de meesten kiezen voor een oppervlakkig leven in plaats van een leven dat uitblinkt in excellentie.
Jeremia voelde ook de verleiding om te kiezen voor een oppervlakkig leven. In zijn leven als profeet was er een moment, waarop hij er de brui aan wilde geven en wilde kiezen voor een oppervlakkig leven. Door zijn roeping aan de HEER terug te geven. Daarom kreeg Jeremia van de HEER de vraag:

Zo, Jeremia, als je al in de hardloopwedstrijd met mensen uitgeput raakt,
hoe kom je dan op het idee dat je de race tegen paarden kunt winnen?
Als je je verstand niet kunt behouden in een rustige tijd,
wat gebeurt er dan als de nood komt die zal doorbreken als een watersnoodramp?
(Jerema 12:5)

running-horse

Daarop besluit Jeremia zijn leven vol te houden en zo met zijn manier van leven een stugge, volhardende verkondiging te zijn, een levende boodschap van de HEER.

Jeremia had er niet zelf voor gekozen. Tegen zijn wil in werd hij geroepen als profeet. Een roeping die al aan zijn geboorte vooraf ging. De HEER gaf daarbij aan, dat hij niet bang moest zijn voor de reacties van de mensen.

Ik zal je zo onneembaar als een vesting maken,
zo onbeweeglijk als een pilaar van staal,
zo solide als een massieve muur.
Je zult een eenmansverdediging zijn
tegen deze cultuur,
tegen Juda’s koningen en prinsen,
tegen priesters en lokale leiders.

Ondanks zijn geregelde worstelingen met God over zijn rol, gaf Jeremia gehoor aan die roeping. Met zijn manier van leven gaf Jeremia aan, dat hij zich liet leiden door de levende God. 23 jaar lang leefde hij dit geloof voor. Kritisch in een tijd waarin de reformatie van de godsdienst slechts een oppervlakkige omkeer was. Scherp in een tijd waarin zijn volk afscheid nam van het geloof in de levende HEER.
Een scherpe criticus ook van de populaire predikers, die door iedereen geliefd werden en door iedereen werd gesticht. Kritisch was hij, omdat deze predikers niet Gods boodschap brachten, maar slechts religieuze masseurs van de massa waren. Terwijl de massa niet door hadden dat deze predikers slechts met hun eigen ego bezig waren. Een van deze religieuze masseurs van de massa, Paschur, wordt door hem Overal-gevaar genoemd, een uitdrukking die door het volk weer als een spotnaam voor Jeremia wordt gebruikt. Kritisch was hij op het nationalisme, dat het volk ervan weerhield als volk van God te leven.

Jeremia was een dichter, die oog had voor Gods boodschap in de alledaagse gebeurtenissen: het dagelijkse werk van de pottenbakker bevatte een boodschap van God voor zijn volk. Hij koos zijn woorden zorgvuldig. Nooit werd hij abstract of algemeen. Geen profetisch boek kent zoveel namen als het boek van Jeremia. Zelfs de profetieën over de landen waar hij nooit is geweest, zijn gedetailleerd en onthullen dat hij zich verdiepte in zijn hoorders. Zijn optreden had vaak symbolische betekenis: een dure mantel, die door onzorgvuldigheid vergaan was, gaf de status aan van Gods volk. Een juk gaf aan wat er te wachten stond. Maar boven alles was Jeremia een man van gebed, die steeds gericht was op God. Hoe onbegrijpelijk de opdrachten van de HEER waren, hij voerde ze uit. Hoewel worstelend, toch zijn leven lang dezelfde: als een onbeweeglijke stalen pilaar.

Uniek? Dat zeker. Want er was niemand die het hem nadeed en slechts een enkeling die zich bij hem voegde. En toch: niet uniek in de zin dat het alleen voor religieuze hoogvliegers was weggelegd. Zo maken middelmatige mensen zich ervan af: dat het leven van een excellent gelovig leven niet is weggelegd voor de gewone man. Als Jeremia de opdracht krijgt om de Rechabieten wijn aan te bieden, ontdekt hij dat een leven naar Gods geboden voor iedereen is weggelegd. De Rechabieten houden zich onder alle omstandigheden aan de voorschriften van hun voorvader, die hen verboden had om wijn te drinken en om in huizen te wonen. Zelfs tijd van oorlog of kameraadschap kon hen niet op andere gedachten brengen. Zo kunnen gewone mensen ook een indrukwekkend leven leiden door zich naar Gods geboden te voegen. Hoezeer Jeremia’s kracht om zo stabiel te zijn van de HEER afkomstig is, hij is een voorbeeld voor gelovigen. En zeker voor predikanten en pastores.

Michelangelo_Buonarroti_027

Een heel leven lang was Jeremia een eenling. Eenzaam bekritiseerde hij het volk in de tijd van de reformatie van Josia. Zonder gehoor was hij toen hij waarschuwde voor de komst van de Babyloniërs. Als hij om de mening van de HEER gevraagd werd, was dat zelden zonder bijbedoeling. Gevangengenomen, geslagen en bespot, in de put gegooid en gevangen genomen. Maar toen aan het einde van zijn leven waardering kwam, ging hij er niet in mee. De waardering kwam van de Babyloniërs, die hem eerden als een profeet. Hij kon met hen mee, om als een gewaardeerd profeet in Babel verder te leven. En toch koos hij, om bij de armoedige achterblijvers, het uitschot dat niet waardig genoeg was om in ballingschap gevoerd te worden. Om zo tot uitdrukking te brengen dat na dit oordeel de HEER van deze armoedige bende weer zijn volk zal maken en het weer het oude luister zou teruggeven. Terwijl de glorie van het vaderland en de religie weg was, bleef God aanwezig.

Ook toen werd hij niet gehoord en tegen zijn zin meegevoerd naar Egypte. In Egypte, de plaats waar hij niet wilde zijn met mensen die hem slecht behandelden, bleef hij vastberaden geloofwaardig, magnifiek dapper en harteloos verworpen – een boven alles uitstijgend leven fenomenaal geleefd.

N.a.v. Eugene H. Peterson – Run With the Horses. The Quest for Life at Its Best (Downers Grove, Illinois: IVP Books, 20092).

Een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting

Een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting

In 1962 kwam Eugene Peterson naar Bel Air, een stadje in Maryland (VS) met de opdracht vanuit de Presbyteriaanse kerk (PCUSA) om daar een gemeente te stichten. Peterson was opgegroeid in een kleine pentecostale gemeenschap, studeerde theologie en werd docent Bijbelse talen aan een seminarie. In 1962 begon hij met vrijwel niet meer dan zijn eigen woonhuis aan de opbouw van een gemeente in het suburbane Bel Air. Tot 1991 bleef hij de predikant van deze gemeente.

Hij zag het als zijn roeping om het evangelie te laten doordringen in de levens van de mannen en vrouwen van Bel Air. De enige ‘methode’ daarvoor is Schrift en gebed, een eenheid van biddend Bijbellezen en al Bijbellezend bidden. De mensen in Bel Air zijn echter – net als Peterson zelf – volbloed Amerikaan, gepokt en gemazeld door de Amerikaanse cultuur. Het is dus geen gemakkelijke taak om die Amerikanen en zichzelf te laten vormen door het evangelie van Jezus Christus. Amerikanen zijn gewend dat alles wat zij willen direct voor handen hebben. Ze leven in een instantmaatschappij.

Ook zichzelf moest hij laten vormen in dat proces van biddend Bijbellezen en al Bijbellezend bidden. Hij kwam erachter dat het ook voor zichzelf een langdurige weg is, omdat er gehoorzaamheid gevraagd wordt op die weg. Hij ontdekte dat het waar is, wat Friedrich Nietzsche al spottend over de gelovige zei: ‘Het is een langdurige gehoorzaamheid in dezelfde richting.’ Peterson schrijft onder die titel (A Obedience in the Same Direction) een boek over de weg van discipelschap. Deze weg beschrijft hij aan de hand van de Psalmen van de Opgang (Psalm 120-134) en laat aan de hand van deze psalmen zien, wat het betekent om in deze instantmaatschappij gevormd te worden door het evangelie.

Hij ontdekte dat voor die vorming door Schrift en gebed een Bijbelvertaling is die door de Amerikanen begrijpelijk is. In dit boek geeft hij die vertaling, die in 1991 op verzoek zal uitgroeien tot een heuse Bijbelvertaling: The Message.

Het kostte Peterson aanzienlijk moeite om zijn boek te laten publiceren. Pas de 17e uitgever durfde het aan om deze visie van discipelschap, gevormd door een leven van Schrift en gebed en die (daarom?) haaks staat op de Amerikaanse instantmaatschappij, uit te geven. Daarmee werd A Obedience  in the Same Direction het begin van een belangrijk en omvangrijk oeuvre in spiriutele theologie.

Dit boek is in het Nederlands vertaald onder de titel: Een zaak van lange adem. Discipelschap in een snelle maatschappij. Die titel is in om twee redenen niet gelukkig gekozen: een zaak van lange adem kan de suggestie wekken dat discipelschap een menselijke prestatie is. Daarnaast is de kritiek op de Amerikaanse cultuur niet dat het een snelle maatschappij is, maar een maatschappij van snelle oplossingen waarbij alles snel voor handen is. In deze cultuur is het moeilijk om te wachten. Verder is het de moeite waard om dit boek – alleen of met een kring – door te nemen.