Preken in beelden – deel 1

Preken in beelden – deel 1

De preekvoorbereiding levert een ‘mooie rotzooi’ op: informatie uit de exegese, overwegingen uit de Bijbelse en systematische theologie, gedachten over wat er in de gemeente en in de maatschappij leeft. Hoe kan een predikant van die ‘mooie rotzooi’ een goed opgebouwd, verantwoord en artistiek uitdagende preek maken?

Het verzamelen van informatie kan hard werken zijn, maar kan wel volgens een methodisch gestructureerde werkwijze. Doordat de opbouw en de uitwerking van de preek een beroep doet op de creatieve kant van de predikant kan hij tijdens deze fase van de preekvoorbereiding veel minder methodisch werken.

Er zijn wel pogingen gedaan in de homiletische discussie om hier wat structuur en methodische werkwijze aan te bieden. Er wordt voorgesteld om voor de opbouw en uitwerking een boodschap (theme sentence, focus) en een doel (goal statement, function) te verwoorden.

beeld of scène
Volgens Peter Jonker, predikant van de LaGrave Avenue Christian Reformed Church, prikkelen deze opgestelde boodschap en  doel zelden de creativiteit, die een predikant nodig heeft bij de opbouw en uitwerking van de preek. Een predikant wordt zelden zelf geïnspireerd door zijn geformuleerde boodschap en doel. In zijn boek Preaching in Pictures stelt hij daarom voor om naast de boodschap en het doel ook een evocatief beeld of een evocatieve  scène te bedenken, die bepalend is in de preek. Dit beeld of deze scène prikkelt een predikant om aan zijn preek te werken.
In zijn boek Preaching in Pictures wil hij enkele handvatten aanreiken, waardoor de predikant tijdens het proces van preekvoorbereiding methodisch en gestructureerd kan werken gedurende de creatieve fase.

 

preaching-in-pictures
Script van de preek: de 4 pagina’s
Jonker werkt met de 4 pagina’s van de preek, zoals die door Paul Scott Wilson zijn geformuleerd. Deze 4 pagina’s bevatten het script van de preek, zoals een film ook een script bevat. Aan de hand van dit script dient de predikant de preek voor zich te zien als een film die voor zijn ogen afspeelt. De eerste pagina verbeeldt de trouble (nood, zonde, gemis) in de Schrift. Op de tweede pagina wordt verbeeld hoe die trouble overeenkomt met trouble in onze eigen tijd. Tijdens deze twee eerste pagina’s wordt het menselijk handelen (of zo nodig tekortschieten) verbeeldt. Op de laatste twee pagina’s is de aandacht voor wat God doet. Allereerst Gods handelen in het Bijbelgedeelte (pagina 3) en vervolgens analoog daaraan Gods handelen in het heden (pagina 4). Deze pagina’s vormen gelijk de opbouw van de preek, waarbij de predikant zonodig kan variëren met de volgorde van de pagina’s.

Om de predikant te helpen geconcentreerd te blijven tijdens de preekvoorbereiding en de uitwerking van de preek geeft Wilson een focus:

  • Eén tekst (Text)
  • Eén boodschap van de preek (Theme Sentence)
  • Eén dogmatische locus (Doctrine)
  • Eén zorg of vraag in de gemeente (Need)
  • Eén beeld dat in de preek op alle pagina’s kan terugkomen (Image)
  • Eén concrete aanwijzing voor het handelen (Mission)

    Met als ezelsbruggetje: The Tiny Dog Now Is Mine.


Een bepalend beeld of een bepalende scène kan op alle pagina’s terugkomen.

In de leer bij poëten
De predikant is niet de enige die op een creatieve manier met beelden en verbeelding werkt. Schrijvers en dichters werken vaak heel nauwkeurig met beelden en verbeelding. Een predikant kan veel van hen leren als het gaat om de creatieve verwerking van beelden in een tekst. Ook schrijvers en dichters verzamelen een ‘mooie rotzooi’ voordat zij aan het daadwerkelijke schrijven gaan. Dat verzamelen van de informatie is een wezenlijk onderdeel van het schrijfproces.

Waar begint een dichter? Het is een reis, zoals dichter Robert Frost verwoordde, van  verrukking naar wijsheid. Hij begint allereerst bij de observatie. Vaak van alledaagse voorwerpen of gebeurtenissen. Zij observeren die gebeurtenissen of voorwerpen tot zij er een diepere betekenis in zien. Nauwkeurig bestuderen en analyseren zij die gebeurtenis of voorwerp, totdat ze meegenomen worden in een soort verrukking waardoor het hen opvalt wat dat voorwerp of die gebeurtenis aan diepere waarheid wil laten zien. Daarbij waken zij zich ervoor, dat ze abstract gaan formuleren. ‘Go in fear of abstractions’, gaf Ezra Pound als regel mee.

De predikant kan hiervan leren, dat hij steeds blijft bedenken dat abstracte theologische begrippen concreet, beeldend en met oog voor detail verwoord moeten worden.

In de leer bij beeldend kunstenaars
Schrijvers en dichters zijn niet de enige kunstenaars die met beelden werken. Vandaag de dag zijn er grote meesters van het creatieve, evocerende beeld actief in de wereld van reclame, mode en de film. Voor een predikant zijn deze meesters van het creatieve beeld misschien ongebruikelijke compagnons. Toch is het zinvol om hun werkwijze nauwkeurig te observeren:
(1) Het kan helpen om door te krijgen hoe kijkers met beelden gemanipuleerd kunnen worden.
(2) Het kan helpen om te bedenken hoe de predikant beelden die op consumptie gericht zijn kan tegenspreken met aantrekkelijke beelden.

De theoloog James K.A. Smith ging bijvoorbeeld na hoe reclamemakers werken. Zijn stelling is: De kerk is bezig om de nieuwe generatie een bepaald wereldbeeld aan te leren door leerstellige waarheden over te dragen en raakt daarbij het hoofd, terwijl de rest die de jongeren wil overhalen door middel van beelden hun harten te veroveren. Een voorbeeld dat hij daarbij geeft is de lingeriereclame van Victoria’s Secret, die 12jarigen aan de lingerie wil hebben.

Voorheen wierf de reclame door voor te houden dat het leven werd verbeterd als er een bepaald product werd aangeschaft. Tegenwoordig zijn alle producten zo goed als aangeschaft en suggereren de reclamemakers in de reclame een nieuw leven of een nieuwe wereld. In de reclame wordt aangestuurd op identificatie. Omdat voor elkaar te krijgen creëren reclamemakers in de reclame beelden en verhalen die aan een bepaald merk gekoppeld worden. In de reclame gaat het beeld aan het verhaal vooraf en roepen die beelden reeds impliciet een verhaal op.
In de preek vertellen predikanten vaak eerst de uitleg en geven daarna een illustratie. Peter Jonker daagt uit om de volgorde om te draaien:

  • Mits ze niet teveel voor de hand liggen, doen verhalen een beroep op de verbeelding.
  • Uitleg vooraf stuurt reeds de verbeelding.
  • Wanneer het affectieve vooraf gaat aan het cognitieve wordt het beter onthouden.


Een goed beeld of een goede scène dient wel in een geloofwaardig kader te worden geplaatst.

Hoe kan een bepalend beeld worden gevonden?
Een methode om een bepalend beeld te vinden is de methode van de lectio divina:
(1) Voorbereiding: stil worden, stilte opzoeken.
(2) Aandachtig lezen van een korte perikoop.
(3) Meditatie van die perikoop.
(4) Contemplatie van die perikoop.

Een andere methode is de werkwijze van dichters overnemen. Linda Gregg geeft haar leerlingen de opdracht om 6 dingen elke dag nauwkeurig te observeren. Toegepast op de preekvoorbereiding: schrijf alle voorwerpen of gebeurtenissen in een verhaal op en analyseer deze voorwerpen of gebeurtenissen over verschillende dagen nauwkeurig. Liefst in het echt, maar als dat niet kan via de verbeelding.
Werkwijze:
(1) Beschrijf op welke manier dit beeld of deze scène je zintuigen raakt.
(2) Beschrijf op welke manier het beeld of deze scène zich presenteert aan de gevoelens en emoties.
(3) Beschrijf op welke manier je met je verstand nadenkt en reflecteert op dat beeld of op die scène. Hoe denk je over wat je registreerde met je zintuigen? Hoe denk je over wat je voelde met je gevoelens en emoties?

Verbeeld een luisteraar
Daarnaast is het goed om het Bijbelgedeelte, de voorwerpen en de scènes vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Neem in je gedachten een van de kerkgangers en verbeeld hoe die reageert met zijn of haar zintuigen, emoties en gevoelens en verstand op de beelden en de scènes. Kies daarbij niet direct voor de hand liggende kerkgangers.

Een mooi voorbeeld hiervan is het boek Psalm 23 van Tim Ladwig, waarbij hij de regels van de Psalm verbeeldt aan de hand van ervaringen van enkele kinderen uit een Afro-Amerikaans gezin uit een voorstad in de VS.

Een ander mooi voorbeeld is een vrouw die in de dankdienst voor haar leven Psalm 16 wilde. De echtgenoot van deze vrouw was predikant. De man overleed jong en zij bleef achter met 3 jonge kinderen. Zij hertrouwde nooit, maar koos voor de opvoeding van de 3 kinderen. Dat kost niet veel moeite om dat te verbeelden: Een alleenstaande moeder, krap bij kas, die elke minuut van haar leven besteedde aan werk of aan de opvoeding van de kinderen, ligt alleen in het tweepersoonsbed. Ze kan niet slapen, maar ligt wakker en ze denkt aan de regels uit Psalm 16: De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen (vers 6); Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven, zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren (vers 7).

[Het laatste hoofdstuk gaat over beamergebruik in de eredienst. Dat is een ander chapiter en dat zal in een aparte blog aan de orde worden gesteld.]

N.a.v. Peter Jonker, Preaching in Pictures. Using Images That Connect. The Artistry of Preaching Series 3 (Nashville: Abingdon Press, 2015).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s