Preek nieuwjaarsdag 2016

Preek nieuwjaarsdag 2016
Psalm 25: 1-4

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Psalmen zijn bedoeld als voorbeeldgebeden.
Ze zijn bedoeld om ons mee te nemen in het gebed.
Door de psalmen hardop te lezen, bidden we al.
En door de psalmen steeds weer te bidden, worden onze gebeden gevormd.
Vanmorgen, aan het begin van het nieuwe jaar, laten we ons meenemen
door de 25e Psalm,
die ons aan het begin van het nieuwe jaar meeneemt in het gebed.
Zo met Psalm 25 beginnen we al biddend het nieuwe jaar
en brengen we gelijk al een beetje in praktijk van wat Paulus ons opdroeg:
Laat uw hele leven een gebed zijn.

De psalm begint met een beweging naar de Heere toe,
door Hem aan te spreken
en daardoor Hem weer op te zoeken: tot U, HEERE.
Dat is altijd het wonderlijke van het gebed,
dat we het contact kunnen zoeken met onze Schepper,
die aan ons het leven gegeven heeft
en ook nog steeds zorg voor ons draagt
Tot U, HEERE, die alle tijden in Uw hand houdt
en ons dit jaar gegeven heeft om daarmee uw trouw en zorg voor ons te tonen.    
Tot U komen wij
en we weten dat we niet afgewezen zullen worden.
Wij kijken vooruit naar het nieuwe jaar
en weten dat het net zo’n bewogen jaar zal kunnen worden als het afgelopen jaar.
Wat zich in de afgelopen maanden heeft afgespeeld,
zal in de komende weken niet voorbij zijn.
En daarom komen we tot U, Heere, onze God.
Dat komen tot God heeft iets van omhoog kijken, omhooggaan: Tot U.
Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.

Ik weet niet of u dat wel eens gedaan hebt: ik heb mijn ziel omhooggeheven.
Meestal is de ziel zwaar, zo geven de psalmen aan.
Gaat de ziel gebukt onder de angst van wat komen gaat
of gaat de ziel gebukt onder de spanning
die door de aanwezigheid van andere mensen wordt opgeroepen.
Mijn vijanden – zegt de psalm.
Vijanden – dat is een sterk woord voor de mensen
die je niet kunnen zien zoals je bent,
die altijd een venijnige opmerking moeten maken
– om je naar beneden te halen.
En toch – wat mij ook kan neerdrukken.

Ik kom tot U – en ik hef mijn ziel op tot U, mijn God.
Er is een uitdrukking: Het hoofd opheffen.
In die uitdrukking klinkt iets van vrijheid door: Ik buig mij niet voor anderen.
Ik sta overeind en alle boeien die mij ketenen en naar beneden trekken,
zijn van mij afgevallen.
Wanneer wij onze ziel tot God opheffen, heeft dat ook iets van een vrijheid,
Waarin alles wat ons kan ketenen van ons afvalt.
Wanneer wij onze ziel opheffen tot God komen we op een terrein
waarop we onbereikbaar zijn voor de macht van de duivel,
waarop we vrij zijn van de stemmen om ons heen en in onszelf
die ons naar beneden halen
of stemmen die ons op een verkeerde, heilloze weg brengen.
Want als we onze ziel opheffen, betreden we een andere dimensie,
een andere wereld: de wereld van God en zijn we bij Hem.
Zo beginnen we dit jaar, door bij Hem te zijn,
niet voor even, maar het hele jaar door.
Laten wij ons hart opwaarts heffen in de hemel,
daar waar Christus Jezus is
onze voorspraak bij de Hemelse Vader.

Tot U, mijn God.
De vrijheid die wij ontvangen in het bij God zijn,
heeft ermee te maken, dat de God die hemel en aarde geschapen heeft,
het begin en het einde van deze wereld en van ieder mensenleven bepaalt
mijn God wil zijn.
Dat is al iets om je een heel jaar over te verwonderen:
Dat de HEERE mijn God wil zijn,
naar Wie ik naar toe kan gaan,
die erbij is, bij alles wat ik meemaak in dit komende jaar.
Mijn God.
Die met me meegaat en me de weg wijst in het komende jaar,
mij ook helpt om ‘ mijn ziel naar Hem op te heffen.’
U bent mijn God.
Dat God mijn God is, kan ik ook in het komende jaar merken
in wat Hij aan Mij geeft:
Zijn aanwezigheid, Zijn bescherming en betrokkenheid.
Daarom kan ik op deze God, op U, mijn God, vertrouwen.
Ik kan mijn leven op U bouwen.
Bij een heftige gebeurtenis, waarbij mijn levenshuis schokt,
houdt U mij overeind en staande.
Wanneer het voor mij te moeilijk is om de weg te gaan, dan draagt U mij.

In het leven gaat het belijden van Gods trouw en nabijheid steeds samen met gebed.
Heer, U bent bij mij, de grond waarop ik sta.
En toch, soms kan er zo aan je geschud worden
dat je het gevoel hebt dat je levenshuis zo in elkaar kan storten.
Was het gisteren nog veilig, onbezorgd,
vandaag kan er iets gebeuren en morgen kan er een uitslag komen dat het niet goed is.
Ik vertrouw op U, ook dan.
Maar laat mij dan ook niet vallen.
Je kunt niet dieper vallen dan louter in Gods hand (Arno Pötzsch).
Houd mij dan ook vast,
want als U mij niet vasthoudt, dan ben ik nergens.
Ik kan niet op eigen kracht en ik wil dat ook niet.
Ik wil alleen samen met U.
U bent mijn God.
Laat mij dan niet beschaamd worden.
Soms kan die gedachte je opeens overvallen,
of God er nog wel is,
en of Hij jou nog wel ziet.

Dan kan het angstig stil zijn en onzeker.
Als het erop aankomt, als het spant, Heere, laat mij dan niet in de steek.
Wees dan bij mij,
Laat dan juist zien dat U mijn God bent
en dat U een verbond hebt gesloten,
dat U voor mij mijn God – Vader, Zoon en Heilige Geest, zal zijn.
Want anders wrijven degenen die mij naar beneden halen in hun handen
of dat nu mensen zijn, of uw grote tegenstander de duivel
en ben ik overgeleverd aan hun spot
en voel ik mij weerloos en kwetsbaar
en zal het mij moeite kosten om mij weer tot U op te heffen.
Blijf bij mij – om mij dicht bij U te houden
en niemand anders de kans te geven
mij bij U weg te drijven
of Uw plek in mijn leven weg te drukken.

Want ik wil wandelen met U, mijn God,
van dag tot dag,
en ik wil dat heel mijn leven een gebed is tot U.
Het gaat niet om mij, in dit leven, ook niet in 2016,
maar om U.
Maak mij daarom Uw wegen bekend,
De weg waarvan u die wilt dat ik die in 2016 ga.
Maak mij vertrouwd met Uw wil.
Want als ik zelf de weg moet zoeken,
Dan vind ik Uw weg niet.
Ik heb wel geprobeerd om de weg zelf te zoeken,
in mijn jeugd, toen ik vol overmoed was,
toen ik dacht dat ik het zelf wel kon redden.
HEERE, als U mij niet verteld
Wat mijn weg is in het komende jaar
dan val ik weer terug in die oude fout
om zelf maar weer de weg uit te stippelen,
om die weg te kiezen die goed voelt voor mijzelf.
Dat vertrouwen is er, dat de Heere in het komende jaar
voor u, voor jou, voor mij duidelijk zal maken wat we moeten doen.
Hij zal ons niet in het ongewisse laten,
zodat we maar moeten gissen wat er moet gebeuren.

 

Heer, wijs mij uw weg

en leid mij als een kind

dat heel de levensweg

slechts in U richting vindt.

Als mij de wil ontbreekt

uw weg te gaan,

spreek door uw Woord en

Geest mijn hart en leven aan.

In dit gebed van Psalm 25 bidden we vooral dat de Bijbel voor ons open gaat
en dat we daarin, in de woorden die wij lezen,
zoals we nu doen met Psalm 25 de woorden naar ons toekomen
als woorden die de Heere zelf, persoonlijk tegen ons zegt
en waarin we horen dat de Heere met ons in gesprek is.
Wanneer God Zijn wil voor ons bekend maakt,
gebeurt dat vaak door de woorden die we in de Bijbel vinden
en die voor ons tot leven komen
en de levende stem van God worden.
We bidden ook, dat in de gebeurtenissen die in 2016 zullen plaatsvinden
dat we daarin op mogen merken wat de Heere van ons wil.
Hoe Hij ons wil aansporen en bemoedigen

of ons wil stil zetten en corrigeren, ons wellicht iets afneemt
maar ons zoiets moois ervoor teruggeeft: een leven met Hem.

Gemeente, hoe kunnen we anders dan zo biddend,
zoals Psalm 25 ons dat voordoet
het nieuwe jaar beginnen, samen met de Heere, onze God
door Hem te vragen erbij te zijn
en ons Zijn weg te leren.

Jezus, ga ons voor op het levensspoor
doe ons als getrouwe leden volgen U op al uw schreden
voer ons aan uw hand tot in ‘t Vaderland.

Richt ons leven lang, Jezus, onze gang;
voert Gij ons op ruwe wegen, geef ook daar uw hulp en zegen.
En aan ‘t eind der baan, laat ons binnengaan!
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s