Preek Eerste Kerstdag

Preek Eerste Kerstdag
Lukas 2:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen week was Rianne weg met de kinderen
en kon ik in alle rust aan de preken voor Kerst werken.
Omdat er nog wat speelgoed in de kamer lag,
besloot ik eerst alles op te ruimen.
Een opgeruimde kamer geeft immers een opgeruimd hoofd?
Ik dacht dat ik de kamer aardig had opgeruimd,
maar steeds kwam ik weer speelgoed tegen, vooral soldaatjes.
Verstopt in de kerststukjes, waar ze in hinderlaag lagen voor de vijand.
Nadat ik alles had opgeruimd pakte ik mijn boeken en begon aan de preekvoorbereiding.
Na enige tijd liep ik weer door de kamer
en opeens hoorde ik ‘krak’.
Een bekend geluid…
Ik stond bovenop een soldaatje dat ik over het hoofd had gezien.
Dwars door midden.
Het is niet de eerste keer dat een van zijn soldaatjes kapot ging.
Degene die hij beschouwde als de commandant raakte zijn hoofd kwijt.
Jelmer kwam bij me om te vragen of het hoofd er nog aan gelijmd kon worden.
Omdat dit soldaatje veel voor hem betekende heb ik nog speciale secondenlijm gekocht.
Helaas. Het hoofdje wilde er niet meer op.
Het soldaatje dat ik van de week door midden trapte
heb ik maar gelijk weggegooid.
Geen beginnen meer aan om die te maken.

Zo in deze laatste weken van het jaar zijn we allemaal aan het opruimen, denk ik,
van alles wat zich in het afgelopen jaar heeft opgestapeld
in uw hoofd, in uw hart.
Al de dingen die gebeurd zijn.
Tijdens dat opruimen kom je mooie dingen tegen, die in dit afgelopen jaar zijn gebeurd.
Je haalde je diploma, rondde een studie (eindelijk) af, een baan gevonden!
Je bent dit jaar getrouwd.
Je hebt samen een kind van de Heere ontvangen.
Dat zijn van die herinneringen die je neerlegt op een plek waar je ze zo weer oppakt
om er van te genieten.
Je komt gebeurtenissen die je zonder problemen kunt opbergen of kunt weggooien.
Er kunnen gebeurtenissen zijn, waar je
die nu juist in deze periode van kerst en afsluiting van het jaar aan moet denken:
Afgelopen jaar overleed je vader, was er die operatie, raakte je je baan kwijt,
of werd je relatie verbroken.
Je kunt deze herinneringen maar niet opruimen.
Of je komt een gebeurtenis tegen, zoals mij dat overkwam met het soldaatje,
iets dat kapot ging waar je zelf de hand in had en dat je niet meer kunt herstellen.
En dan zit je hier in de kerk.
Je bent toch nog gekomen.
Je had even geaarzeld. Moet ik wel gaan?
Al die blijde gezichten en al die gezinnen bij wie het er wel harmonieus aan toe gaat.
Toch gekomen, omdat je wat zoekt,
dat je verder helpt, erboven uit tilt misschien, herstel geeft. Naar God.

Zo zijn we vanmorgen bij elkaar,
De een met een overzichtelijk en opgeruimd leven,
de ander bij wie het maar niet op orde wilt raken wat je ook probeert.
Samen in één kerk, voor diezelfde Heer, die voor ons allemaal naar de aarde kwam,
mens werd, een klein baby’tje zelfs.
Goed nieuws voor allemaal, want de redder is geboren.
Het mooie van deze boodschap is dat Jezus niet geboren is voor een bepaalde groep.
Voor de mensen met een ongelukkig leven, een leven dat niet op orde wil komen.
Ook als je dankbaar bent en gelukkig, in feeststemming,
is Jezus voor je geboren – als redder, als Christus de Heer.
En omgekeerd: Jezus is niet alleen gekomen voor de mensen
die er in slagen om hun leven opgeruimd te hebben of te houden.
Want Jezus geeft iets, dat we allemaal nodig hebben,
hoe ons leven er ook uitziet en wat we van ons leven maken.
Hij kwam iets brengen, wat wij zelf niet voor elkaar krijgen.
Hij kwam iets helen, dat wij als mensen zelf niet kunnen helen.
Jezus kwam om de hemel en de aarde met elkaar te verbinden,
om mensen weer bij God te brengen.
Ook als er van je leven met God gebroken is,
zodat het soldaatje dat doormidden gebroken was,
zo kan ons leven met God ook verbroken zijn
en wij zijn met de brokken achtergebleven.
We kunnen ze zelf niet lijmen.
Niet door ons best te doen.
Jezus wordt door de engel Redder, Zaligmaker genoemd,
omdat Hij wel die brokken kan lijmen
en ons weer aan God kan verbinden.
Als de engel naar de aarde komt, is dat al een teken
dat God vanuit de hemel contact zoekt met de aarde
en het er niet bij laat dat wij als mensen dat contact verbreken.

Afgelopen week zag ik een bericht voorbijkomen op Facebook,
een vriendin die een foto plaatste met haar en een vriendin,
genomen tijdens de vakantie, samen genietend van het mooie weer.
Kom terug! – schreef ze – toen was je nog gelukkig.
We willen weten wat er van je geworden is.
En je moet eens zien hoe je kinderen, die je achtergelaten hebt, het doen.
Wil je hen niet meer zien?
Een bericht vol machteloosheid, omdat degene die het bericht plaatste,
niet weet waar haar vriendin is en hoe ze haar kan bereiken
en kan bewegen om naar huis te komen.
God weet ons wel te vinden.
Dat laat de engel zien, die naar de herders komt met de mooie boodschap.
God weet hoe Hij u moet vinden.
Je bent nooit te ver weg voor Hem.
Hij plaatst geen wanhopige oproep op facebook, waar de onmacht in doorklinkt.
Hij stuurt een engel.
En die engel, die met zijn komst al laat zien,
dat God vanuit de hemel de verbinding met de aarde weer herstelt,
bevestigt dat nog eens in de woorden:
Hij is voor u geboren, Hij is uw redder en is niemand minder dan de HEER zelf.
Hij is naar de aarde gekomen om ons te zoeken, u, jou en mij.

Hij brengt samen tot een geheel wat wij niet meer kunnen lijmen:
Hemel én aarde, God én mens, een nieuw, heilig leven en ú.
Het Kind in de kribbe laat dat nog eens zien.
Zo bijzonder is dat kind voor het oog niet:
in doeken gewikkeld – in onze tijd een baby met een rompertje aan.
Ziet elke baby er niet zo uit?
Alleen op een bijzondere plaats: een kribbe.
Daaraan kunnen we God herkennen, omdat Hij op een bijzondere plaats komt.
Maar wel als mens.

Onlangs was ik samen met Rianne naar de nieuwe James Bond geweest.
Een film waarin allerlei spectaculaire dingen gebeuren,
waarbij James Bond als geheim agent de wereld redt van een kwaad,
dat door mensen niet wordt herkend:
iemand die allerlei terroristische aanslagen laat plegen,
zodat alle wereldleiders op zijn anti-terroristensysteem overgaat,
waarmee hij direct ook de macht over de gehele wereld krijgt.
Een duivel als het ware die zich presenteeert als een engel van het licht.
Na afloop van de film zeiden we tegen elkaar:
Hij was geen echt persoon, die James Bond.
Alleen, zonder familie, zonder relatie, haast zonder verleden
en nauwelijks een besef dat wat hij doet verkeerd kan zijn, pas op het eind
als hij zijn vijand spaart, komt er een besef.
Een redder die geen echt mens is, geen mens van vlees en bloed, zoals wij.
Een kind in de kribbe, in doeken gewikkeld,
God met een rompertje aan – Hij komt om gewoon mens te zijn, van vlees en bloed.
Geen supermens, maar een mens met een moeder en een familiegeschiedenis,
met broers en zussen,
die weet wat het is om onderdeel van een familie te zijn,
De mooie kanten, maar ook de moeilijke kanten van familiezijn.
Om te worden – net zoals wij.
Alleen zo, door te delen in onze sores en vreugde, door alles mee te maken,
wat wij meemaken, kan Hij onze redder zijn.
God zelf die heelmaakt wat gebroken is, onverdiend samenbrengt
en het toch maar doet.
Die hemel en aarde verenigt te saam.
Het engelenkoor geeft al een blik in de toekomst:
Ere zij God – niet alleen gebracht door de engelen, maar ook door de mensen.
En vrede op aarde.
De verbinding – verzoening.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s