Preek zondag 13 december 2015

Preek zondag 13 december 2015
Bediening Heilige Doop
Schriftlezing: Lukas 12:35-48

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Mijn vader was leraar op een middelbare school en later conrector/teamleider.
Hij vertelde eens het verhaal
dat hij samen met collega’s een nacht lang wacht heeft gelopen op zijn school.
De school had namelijk het gerucht opgevangen
dat de eindexamenkandidaten van dat jaar een stunt wilden uithalen op school
en dat ze van plan waren de boel binnen flink op stelten te zetten.
Om te voorkomen dat ze zouden kunnen toeslaan
werd er afgesproken dat leerkrachten zouden wachtlopen.
Iedereen wachtte af tot er iets zou gebeuren.
Er gebeurde weinig. Het bleef rustig.
Er kwam geen enkele scholier opdagen.
Toen de aandacht wat verslapte, was er een leraar die opeens zei:
‘Stil! Ik hoor wat!’
De aandacht was er gelijk weer volop bij.
Zouden de leerlingen dan nu komen
om het plan dat ze hadden bedacht tot uitvoer te brengen?
Maar aan de grijs op het gezicht van de leraar was te zien,
dat hij niets had opgemerkt,
maar zin in had in wat spanning bij zijn collega’s op te roepen.
De aandacht verslapte.
Na enige tijd zei hij weer:
‘Ik geloof dat ik wat zie.’
En weer was het loos alarm.
Zo ging de nacht voorbij. Uiteindelijk gebeurde er niets.
De enige spanning was die leraar die af en toe net deed of er iets ging gebeuren.

Zo waren ze die nacht paraat,
omdat ze hadden opgevangen dat er iets ging gebeuren.

Als christenen moeten we ook zo paraat zijn, net als de leerkrachten op school die nacht.
Sta klaar en wees alert,
houd er rekening mee dat Ik kom, zegt de Heere Jezus.
Houd je er rekening mee, dat de Heere Jezus kan komen?
En dan niet als er iets bijzonders gebeurt, maar elke dag.
Leeft u op zo’n manier?
Dat als de Heere Jezus terugkomt, Hij u niet overvalt,
maar dat u zegt: Welkom, Heer! Ik heb naar U uitgekeken.
Of vergaat het u net als de leerkrachten van die school,
dat ze alleen paraat staan en alert zijn
als ze vermoeden dat er iets bijzonders gebeurt?

Als er iets bijzonders gebeurt kun je wel wakker schrikken.
Door de aanslagen in Parijs bijvoorbeeld, of de enorme stroom van vluchtelingen
die vanuit het Midden-Oosten naar Europa toekomt.
Moeten we in die onverwachte, ingrijpende gebeurtenissen
de voetstappen van de Heere Jezus horen, die naderbij komt?
Hebben we daar ingrijpende gebeurtenissen in ons eigen leven voor nodig
om te beseffen dat we ook aan God moeten denken,
om te beseffen dat de Heere eens terugkomt,
vanuit de hemel op de aarde, bij de Wederkomst?
Zoals mijn vader en zijn collega’s die nacht paraat stonden,
omdat ze het vermoeden dat er wat stond te gebeuren,
zo kunnen wij ook opeens aan de Wederkomst denken door wat er om ons heen gebeurt.

Maar het zouden niet alleen die ingrijpende gebeurtenissen moeten zijn,
die ons het besef teruggeven dat God er ook nog is
en dat we zijn komst moeten verwachten.
Het zou niet zo moeten zijn,
dat je hier pas over na gaat denken als je in je familie te maken krijgt
met iemand die ziek wordt – iemand van wie je veel houdt
en die je helemaal nog niet kunt missen.
En dat je tot die tijd er helemaal nog niet over nadenkt
hoe het zal zijn als de Heere Jezus terugkomt.
Laat uw lenden omgord zijn en de lampen brandend.
Dat is een opdracht voor ons allemaal, voor u, voor jou,
ook als je het heel goed hebt en als je nog weinig meegemaakt hebt
en je nog onbevangen kunt dromen over later.

Laat uw lenden omgord zijn en de lampen brandend.
Wees bij alles wat je doet, ervoor klaar om mij te ontvangen.
Daar begonnen wij deze dienst ook mee: Hoe zal ik U ontvangen.
Dat is niet alleen een vraag voor in de Adventstijd.
Maar dat is een vraag die ons elke dag bezig moet houden:
Als de Heere Jezus terugkomt, ben ik dan klaar om Hem te ontmoeten?
Staat u dan gereed? Ben jij dan blij, omdat Hij dan eindelijk gekomen is?
En jullie, doopouders, hebt beloofd om je kind een christelijke opvoeding te geven.
Dat houdt ook in, dat je je kind leert
om met die verwachting te leven
en dat die verwachting niet iets is dat je alleen maar met woorden doorgeeft,
maar dat is ook je eigen levenshouding is,
die je kind, zonder dat je het er steeds over hebt,
van je overneemt,
omdat het merkt, hoe belangrijk die verwachting voor jou is
en daarmee geef je die levenshouding ook door: Ik sta klaar om de Heer te ontmoeten.
Ik denk dat je nu al bepaalde ideeën hebt over de opvoeding
over wat je aan Lotte, aan Noa (en Mirte) wilt meegeven.
Ik hoop dat je hen ook leert leven met de verwachting dat de Heere Jezus terugkomt.
Maar hoe dan?
Want juist als je net vader of moeder geworden bent,
ga je je hechten aan het leven hier op aarde
en wil je dat je nog een heel leven lang van je kind kunt genieten:
van de eerste lachjes tot het omrollen en gaan kruipen, de eerste stapjes en woordjes.
Je wilt nog zo veel meemaken samen.
Herkenbaar toch?
Bij een overlijden kan het verlangen naar de Wederkomst heel sterk opkomen,
maar na een geboorte kan de gedachte zijn: laat nog maar even zitten.

Is dat verkeerd?
En betekent het uitzien naar de Wederkomst
dat je helemaal niet meer aan aardse dingen mag denken?
Dat je vanaf nu alleen nog maar met geloof bezig moet zijn
en al het andere er niet meer toe doet?
Hoe bedoelt de Heere Jezus dat klaar staan?

De Heere Jezus vertelt een kort verhaal
en met dat verhaal wil de Heere Jezus laten zien
hoe wij hier nu op aarde ons bezig moeten houden met Zijn Wederkomst.
Het gaat om belangrijk iemand, die knechten in dienst heeft.
Deze man krijgt een uitnodiging voor een feestmaaltijd en hij gaat erop af.
Zijn knechten gaan niet mee, maar blijven thuis.
De knechten gaan niet naar bed.
Nee, in plaats van de pyjama aan te trekken, trekken ze hun werkkleren aan:
een schort voor om eten te koken, of een oude broek om de vloer te kunnen dweilen.
Ze zetten de verwarming juist nog een beetje hoger, gooien nog wat hout op het haardvuur.
Zorgen dat de lampen genoeg olie hebben.
Terwijl het eigenlijk tijd is om naar bed te gaan, zijn ze aan het werk.
Ze zijn aan het werk voor hun baas, die straks terugkomt.
Ze zijn niet met zichzelf bezig, maar uit alles wat ze doen blijkt:
Straks zal het moment zijn, waarop onze baas terugkomt.
En al is dat midden in de nacht, we wachten hem op,
zodat hij niet in een koud en donker huis thuiskomt,
maar in een warm, verlicht huis, zodat hij weet dat er op hem wordt gewacht.
Je ziet ze bezig.
Af en toe kijken ze door het raam, of ze in het donker niet iets zien aankomen.
Hoewel ze hem het feest gunnen, zullen ze blij zijn dat hij weer thuis is.
Midden in de nacht zijn ze nog aan het werk en kijken ze uit naar Zijn komst.
Terwijl heel veel anderen zouden gaan slapen, zijn zij wakker.
Ze waken.
Slapen heeft de betekenis, niet willen zien wat God doet
En er ook geen rekening mee houden dat Hij nog eens terugkomt.
Dit leven is dit leven en dat is het.
Je staat op, je doet je dingen die je moet doen, voor jezelf, voor je baas, voor je gezin.
Je hoeft er niet lui voor te zijn.
Sterker nog, je kunt hard werken, om het hier goed te krijgen, voor jezelf, je gezin.
Alleen je houdt er geen rekening mee, dat het hier voorbij is.
Of je drukt dat weg.
Deze knechten zijn midden in de nacht wakker,
daarmee bedoelt de Heere Jezus: terwijl iedereen om je heen slaapt,
niet meer aan God denkt, ben jij wakker,
omdat je weet: op elk moment kan mijn Heer en Heiland terugkomen.
Je leven is dan één gebed.
Niet dat je je ogen steeds dicht hebt en je handen gevouwen.
Ook als je aan het werk bent, als je je kinderen aan het opvoeden bent,
als je bezig bent voor de kerk, voor jezelf, voor anderen,
kan je leven één gebed zijn: je doet het voor God en je houdt rekening met Hem,
dat Hij er is en dat Hij komt.
Je luistert of je Hem al hoort komen, je geregeld voor het raam: Komt Hij nog.
In je zijn de woorden: Heer, hoe lang nog?
Je hebt het er met elkaar over: Kijk jij ook naar Hem uit?
Of ben je alleen nog maar op het leven hier gericht?
Die collega van mijn vader deed het voor de grap, om zijn collega’s op te jutten.
En toch zit er iets belangrijks in:
Dat we geregeld tegen elkaar zeggen: ‘Hoor jij dat ook? Volgens mij komt Hij.’
Niet om angst te zaaien, maar om de verwachting aan te wakkeren,
om je wakker te maken.
Daarom is het zo jammer, dat het vinden van ambtsdragers de laatste tijd zo moeizaam gaat, want het is belangrijk werk: om de gemeenteleden wakker te schudden.

Die houding van de knechten van waakzaamheid, van uitzien en verwachten,
kan al op een eenvoudige manier.
Bijvoorbeeld door te beseffen dat wat je krijgt een zegen is.
Dat je in wat je krijgt, heel dankbaar bent.
Voor jullie, doopouders, overheerst de dankbaarheid.
Jullie hebben ervaren dat het krijgen van een kind niet iets vanzelfsprekends is,
niet iets is dat je zelf maar even plant.
Voor heel veel is dat niet zo.
Die dankbaarheid voor de geboorte van je kind is een vorm van wakker zijn,
oog hebben voor wat God je geeft:
Ja, Hij zorgt nog steeds. Wat is God goed!
Maar het voelt ook wel dubbel naar diegenen die nog zonder kinderen zijn.
Of naar de ouders die zorgen om hun kind hebben.
Hun kind werd geboren, maar al snel moest het naar het ziekenhuis,
voor een operatie of zelfs een chemokuur.
Of ze hebben andere zorgen om hun kind,
hun kind dat ze hier ten doop hebben gehouden
en waar ze zo van willen houden en van houden,
maar door de stoornis die hij of zij heeft
zijn of haar ouders ook heel erg pijn kan doen.
Dan besef je dat je het leven niet in eigen hand hebt.
En zelfs het ontvangen van een kind, kan inhouden
dat je een leven lang een kruis te dragen hebt.
Ook het besef dat je je leven niet in eigen hand hebt,
kan een vorm van waken zijn, alert zijn op Gods komst,
als het je bij God brengt.

Dat gaat niet zomaar en daar hebben we ook elkaar voor nodig.
Zoals die knechten ook elkaar nodig hadden om wakker te blijven.
Ze zullen dat vast wel tegen elkaar gezegd hebben,
toen er één in slaap dreigde te vallen, omdat de nacht al bijna voorbij was.
Wakker blijven, onze heer kan elk moment komen.
Je zegt tegen je kind: Het leven hier op aarde kan soms heel mooi zijn,
maar wanneer de Heere Jezus komt
en daarmee Zijn koninkrijk, dan zal het nog veel mooier zijn,
zo mooi dat we het ons hier niet kunnen voorstellen.
Je trekt met enkele jongeren op, via TOV, de mentorcatechese, het Tienerhonk,
om hen iets van de Heere Jezus te kunnen meegeven.
Je leeft met ze mee, samen onderneem je veel
en ondertussen vertel je hen hoe zij in hun eigen leven iets kunnen waarnemen
van het werk van God, zodat ook zij gaan zien, gaan leren uitzien.
Je hebt contact, wellicht als oudere werknemer,
met een jongere die net bij jullie in het bedrijf komt werken.
Je werkt hem in
maar vertelt hem niet alleen hoe je je voor 100% kunt inzetten voor het werk,
maar hoe je dat ook combineert met het uitzien naar de Wederkomst.
Hoe je je werk met heel je hart doet
en toch ook dat je hart toch ergens anders is:
bij Christus in de hemel en je kijkt er naar uit dat Hij komt.
Want toen niemand op Hem rekende en iedereen sliep,
was jij wakker en wachtte jij op Hem.

Als dat je levenshouding is, dan ben je gelukkig.
En dan zegt Hij er iets bijzonders achteraan.
Dan doet de Heer Zijn schort om en stroopt Hij Zijn mouwen op.
Je hebt om Hem gewacht en dat in alles laten blijken.
En dat Hij jou dienen – diakonien.
Dan wordt Christus jouw diaken.
Hij overlaadt ons dag aan dag met Zijn gunstbewijzen.
Hij diende jou door naar de aarde te komen (Kerst).
Hij diende jou door aan het kruis te sterven (Goede Vrijdag).
Hij dient jou en je kind door de doop.
Hij bedient jij, u aan het avondmaal
en zal bij het feestmaal in de hemel u ook dienen.
Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s