Preek zondagmiddag 29 november 2015

Preek zondagmiddag 29 november 2015
Dankzegging Heilig Avondmaal
Lukas 14:15-24

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

 

Een vroegere vriend van mij zei toen zijn bruiloft er aan zat te komen.
Het bijzondere van een bruiloft is dat alle mensen die iets met jou hebben
allemaal op een en dezelfde dag bij elkaar zijn.
Dat geldt wel voor meer bijzondere momenten:
Ook voor een huwelijksjubileum, als je een lintje krijgt voor bijzondere inspanningen,
bij een afscheid van een bedrijf waar je jarenlang hebt gewerkt.
Dat doe je met alle mensen die op dat moment bij jou horen, met wie je wat hebt.
Al die mensen die op dat feest aanwezig moeten zijn,
worden van tevoren uitgenodigd, zodat ze er kunnen zijn.
Zo’n feest laat ook zien tot welke gemeenschap iemand behoort.
Ik ga daarom ook graag naar een receptie van een bruiloft
of een receptie ter gelegenheid van een huwelijksjubileum.
Omdat ik dan als predikant kan zien wie de ouders van de bruid en bruidegom zijn,
de kinderen van het jubilerende echtpaar (als de Heere die geschonken heeft).
Altijd weer ontdek ik tijdens zulke recepties weer nieuwe familiebanden
of ontdek ik met wie een bruidspaar of het jubilerende echtpaar is bevriend.
Wil je iemand leren kennen, dan moet je een feest geven,
waarbij iedereen die belangrijk is wordt uitgenodigd.

Als we dat toepassen op het feest dat de Heere geeft:
Wat zeggen de genodigden, die tot het feest komen, over de Heere?
Wat laat de gemeenschap, die de Heere laat delen in de feestvreugde, over onze God zien?
Allereerst dat de oorspronkelijke genodigden niet willen komen.
Degenen die zijn uitgenodigd, willen niet komen, omdat er andere prioriteiten worden gesteld.
God kan wel van tevoren zich verheugen op het feest dat Hij wil geven,
het feest van de verloste zondaars, van degenen die door Hem zijn uitverkoren
om bij dat feest aanwezig te mogen zijn.
De eer, die bij het genodigd zijn hoort, omdat je behoort tot de inner circle,
De kern om God heen,
de voor God belangrijke mensen.
Maar zij komen niet.
Aan dat feest van God is geen behoefte.
Geen behoefte omdat God de Gastheer is.
Als het aan de oorspronkelijke genodigden ligt, degenen die de uitnodiging als eersten ontvingen, die van zichzelf mogen zeggen: Ik hoor bij God,
Natuurlijk hoor ik bij God! Ik behoor toch tot dat verbond met God?
En toch, ondanks die vanzelfsprekendheid toch geen gehoor geven aan de uitnodiging.
Was dat niet al bij de geboorte van Christus zo?
Er was voor Hem geen plek in de herberg?
God kan een feest geven. God kan nodigen. Maar er is geen behoefte.
Dat feest kan worden gecanceld, afgeblazen.
Dat feest moet een fiasco worden.

De sfeer tijdens het feest, waar Jezus voor uitgenodigd was, zal gelijk verstoord worden
als de andere aanwezigen beseffen dat Jezus hen op het oog had.
De Heere Jezus was trouwens goed in het verstoren van feestjes.
Eerder al liet hij tijdens een maaltijd waarvoor Hij was uitgenodigd
een vrouw met een bedenkelijke reputatie binnenkomen.
Wanneer onze feestjes een teveel ons soort mensen worden,
teveel een kliek waarbij anderen geen plek hebben,
omdat ze niet gezien worden of minder zijn,
dan kan Jezus onze feestjes verstoren.
Ook dit feest waar Hij genodigd is, verstoort Hij de plezierige sfeer die er hangt
van een diepgaand gesprek van mensen die elkaar goed kennen.
En als iemand met een vrome opmerking reageert,
schiet Jezus die opmerking gelijk uit de lucht.
Zalig wie brood eet in het Koninkrijk van God.
Ja, dat kun je wel zeggen,
maar als je van jezelf denkt dat jij daar komt en als jij jezelf al helemaal ziet zitten
in dat Koninkrijk van God om dat hemelse brood te eten,
dan moet je eens luisteren naar dat verhaal
van mensen die de uitnodiging hebben gekregen, maar niet komen opdagen.
Zit jij daar straks wel in dat Koninkrijk van God om dat brood te eten?
Het zijn geen wildvreemden die het feest van deze man boycotten
om het tot een fiasco te maken.
Het zijn de eigen mensen, soortgenoten, gelijken die hem laten barsten.
Jij ziet jezelf daar in het Koninkrijk van God zitten in de feestvreugde van God?
Als het aan jou ligt, zal de hemel leeg zijn.
Niet omdat God zo krenterig en zuinig is, maar omdat niemand van jullie wil.
Ze zullen dat tijdens dat feest wel gevoeld hebben,
dat Jezus dat oordeel over hen uitspreekt in de gelijkenis die hij verteld.

Waarom de Heere Jezus deze gelijkenis vertelt, is niet alleen vanwege het wegblijven van de vrienden en bekenden, van de mensen die eigen zijn aan deze man.
Het bijzondere is ook wat de man vervolgens doet.
Als zijn eigen vrienden niet komen, als zijn eigen vrienden hem laten barsten
en daarmee het signaal geven dat ze hem niet zien zitten,
laat hij het er niet bij.
Dan maar een andere groep van genodigden.
Het is bijzonder wat deze man doet.
Hij nodigt beneden zijn stand uit.
Hij verlaagt zichzelf.
Zouden degenen die tijdens dat feest aanwezig waren ook beseft hebben dat Jezus met die gelijkenis ook iets over God zei?
Zouden ze weten dat God zichzelf heeft verlaagd?
God een treetje lager?
Dat God beneden zijn stand uitnodigt?
De Amsterdamse predikant Jan Koopmans heeft over de kerk gezegd:
De kerk is de plaats waar Jezus met zondaars wil samenwonen.
In de kerk daar heeft Jezus om zich heen een groep mensen
die eigenlijk beneden Zijn stand zijn.
In de kerk, hier vanmiddag, zijn geen volmaakte mensen aanwezig,
maar mensen met een zwak geloof, die dat van zichzelf weten,
maar niet altijd in staat zijn om die zwakheid te doorbreken.
Mensen die genodigd zijn en bij Christus willen horen,
maar morgen of vandaag al, weer kunnen vallen voor een verleiding
die hen aanzet om iets te doen dat niet bij een leven van een christen past.
Met zulke mensen woont Jezus samen.
Met zulke mensen deelt Hij zichzelf.
Hij stelt Zijn huis open voor zulke mensen met zo’n zwak geloof, gemakkelijk te verleiden.
Waar de duivel niet misschien niet eens zoveel werk mee heeft.
God woont samen met de mensen die Hem geen uitnodiging terug kunnen aanbieden,
omdat ze Hem niets voor kunnen zetten.
Degenen die geroepen worden, zijn de mensen waar wat aan mankeert.
Die niet de volmaaktheid hebben van de farizeeër: Heer, ik dank U dat ik niet zo ben.

Margriet van der Kooi (Column Friesch Dagblad – enige fragmenten weggelaten):
Een zeer oude dame had me via een verpleegkundige laten weten
dat ze bezoek van de dominee wilde.
Nadat ik me had voorgesteld en bij haar aan bed gezet
en we wat kennis gemaakt hadden, zei ze:
‘Zo, dat iemand nog bij zo’n oud mens wil komen. En dan nog wel van de kerk.
Ik kom al heel lang niet meer in de kerk.
Dat zult u wel verkeerd vinden, maar ik hoor er toch niet bij.
Al heel lang niet, eigenlijk nooit.
Ze was verdrietig en onrustig en begon te vertellen.
er was veel gebeurd in haar leven, begreep ik, en er was veel pijn geleden.
De herinnering eraan was genoeg om de pijn weer op te roepen.
In de weken die volgden hoorde ik stukje bij beetje haar levensverhaal.
Hoe echt arm ze het vroeger bij haar thuis hadden gehad.
Hoe belangrijk de krentenbol was die ze op het kerstfeest van de kerk kreeg.
En hoe ze altijd het gevoel gehad had er niet bij te horen,
niet in de buurt, niet op school, niet bij haar schoonfamilie, niet in de kerk.
Wie eenmaal dat gevoel meedraagt, voelt dat zomaar levenslang zo.
‘We waren de schoffies van de straat,’ zei ze
en die uitdrukking keerde terug in haar verhaal, alsof dat het motto was
waaronder zij haar leven geleefd had.
“En nu ik oud geworden ben, hoeven ze me nóg niet zo,’ zei ze.
Trouwens God zal ook wel geen belangstelling hebben voor zo’n wegblijver als ik.’
Ze had gevraagd om een dominee. Wat zou ik zeggen?
Dat God van mensen houdt, ongeacht wie ze zijn, oud of jong, sterk of broos
Geslaagd of aan de rand, vroom of hopeloos?
Dat zou klinken naar een gemakkelijke boodschap.
We zoeken naar een woord dat past en dat luistert nauw.
Zo’n Woord is er niet zomaar.
Maar haar eigen motto wees me de weg:
‘Ik was, ik ben een schoffie van de straat’, had ze steeds gezegd.
Zo kwam het dat ik een verhaal vertelde, navertelde, want ik heb heb ook maar gehoord:
“Een heer richtte een feestmaal aan, en hij vroeg zijn knecht zijn liefste vrienden uit te nodigen.
Goed op tijd, zodat ze wisten wanneer de aardappelen gaar zouden zijn.
Maar toen gezegd werd dat alle dingen gereed waren, gaven ze niet thuis.
Van al die vrienden had de een na de ander belangrijker dingen te doen.
Toen werd de heer teleurgesteld en boos, toornig zelfs.
Maar hij zag de gedekte tafels en zei tegen zijn knecht:
‘Ga ze maar halen, de schoffies van de straat.’
Ze was even stil en zei toen:
‘Ik denk dat ik je verhaal begrepen heb.
Ik kende het al, maar ik heb het nu begrepen.’

De kerk is de plaats waar God met zondaars wil wonen.
Met de armen, die met honger in hun maag komen, omdat ze nooit genoeg te eten hebben.
In de Latijnse vertaling: pauperes.
Die bang zijn dat ze nu een tegenuitnodiging moeten doen, maar ze kunnen dat niet,
Want ze hebben niets.
God kan niet onder hun dak komen, want ze hebben niets om Hem voor te zetten.
En naar Hem toe gaan, die illusie hebben ze niet,
dus kunnen ze maar ver van Hem vandaan blijven. Dat is voor hen niet weggelegd.
Ga ze halen, zegt de heer tegen zijn knecht.
Ga ze halen, zegt onze Heer tegen mij als predikant, tegen u als ambtsdragers,
Tegen degenen die verkozen zijn: Ga ze halen en neem ze mee,
Want Mijn huis moet vol zijn – juist met hen.
Armoede is niet wat alleen maar aan de buitenkant zit,
maar zit diep van binnen, door armoede kijk je anders naar jezelf
en kijk je tegen anderen op, die wel wat hebben.
De armen, dat zijn degenen die uit het beeld moeten verdwijnen als er een feest gehouden wordt. Bij wereldwijde evenementen, zoals een WK of de Olympische Spelen
worden de armen uit de stad verdreven en de sloppenwijken opgeruimd. Uit het zicht!
Ga ze halen, en breng ze bij Mij binnen!
De armen moet het evangelie worden verkondigd.

De verminkten, die getekend zijn voor hun leven.
Debiles (Vulgaat), debielen, een woord dat gelukkig niet zoveel meer wordt gebruikt,
die anders zijn door het litteken dat ze zichtbaar meedragen.
Zoals in Volendam veel jongeren ook zichtbaar getekend waren
door de cafébrand op de nieuwjaarsnacht.
Je hebt je neiging om je gezicht weg te draaien of te slikken,
je schrikt als je er de eerste keer mee in aanraking komt.
God zegt: ga ze halen, ze moeten komen, op Mijn feest.
Verlamden, die mensen met een lichamelijke beperking vaak genoeg een soort vernedering  zullen moeten ondergaan. Alsof je dan geestelijk niet in orde bent.
Als ze uit zichzelf niet kunnen komen, ga ze halen en breng ze bij Mij in.
Desnoods zoals de vrienden met een draagbaar hun verlamde vriend meenamen
om door het dak heen hun verlamde vriend bij Jezus te brengen.
De blinden. die op bepaalde momenten afhankelijk zijn van begeleiding,
niet de kleuren kunnen zien.

Metaforisch: de mensen die op afstand staan
Jezus wil bij zondaars wonen: dat is de kerk.
Gemeenschap van heiligen (dat ook) – heilig gemaakt door het bloed
Niet uit onszelf rechtvaardig.
Gemeenschap open – ook/zelfs voor de schoffies.
Zo is God.

Doen jullie net zo.
Als je uitnodigt, denk dan niet aan degenen die je een uitnodiging terug zullen geven.
(a) Om te laten zien wie God is -> uitstralen. KNECHT zijn
(b) Om wat je ontvangen hebt, door te geven.
Onze Vader – gelijk ook wij vergeven wie ons is schuldig zijn.
(c) Schat in de hemel => niet op deze aarde, maar in de hemel. LOON
Opstanding van de rechtvaardigen.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s