Preek kinderdienst 15 november 2015

Preek kinderdienst 15 november 2015
Johannes 4:4-15
Thema: Levend water

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Heer, uw licht en uw liefde schijnen,
waar U bent zal de nacht verdwijnen.
Dat lied zullen jullie allemaal wel kennen
en je zult het vast ook af en toe zingen – in de kerk, op club of op school.
Waar de Heere Jezus komt zal de nacht verdwijnen.
Waar Hij komt zal het goed zijn.
Daarom ben je ook hier gekomen, omdat je verwacht dat je hier de Heere Jezus tegenkomt
en je hoopt dat het ook voor jou geldt:
Waar U bent zal de nacht verdwijnen.
Ook mijn nacht zal verdwijnen, als U, Heere Jezus in mijn leven komt.

Als de Heere Jezus bij de put in Sichar komt, lijkt dat er eerst helemaal niet op,
dat waar Hij komt de nacht gaat verdwijnen.
Want het is midden op de dag, 12 uur, als de zon hoog aan de hemel staat.
En de Heere Jezus lijkt ook niet in staat om de nacht te verdrijven,
omdat Hij zelf hulp nodig heeft,
vermoeid als Hij is van het lopen in de brandende zon.
Zoals je zelf na een warme dag spelen in de speeltuin
of voetballen op een warme zomermiddag heel erg dorst kunt hebben
en dat je geen energie meer hebt om zelf water uit de kraan te pakken,
dat je op een stoel neerploft en tegen je ouders zegt: ‘Drinken!’
Of wat beleefder: ‘Mag ik wat drinken? Ik heb dorst!’
Zo ploft de Heere Jezus neer naast de put waar diep onderin heerlijk koel water is.
Hij pakt er zelf niets van, maar wacht tot er een vrouw komt om water te putten
en aan haar vraagt Hij: ‘Geef Mij te drinken.’
Is dit de Heere Jezus, van Wie Johannes de Doper zegt:
Hij is groter dan ik, want Hij was er al voordat ik geboren werd,
ja, voor dat de wereld geschapen was, was Christus al in de hemel.
Hij kwam vanuit de hemel en woonde onder ons op aarde
En toen we Hem zagen, zegt Johannes, hebben wij Zijn heerlijkheid gezien,
dat wil zeggen: de indrukwekkende glans die God in de hemel heeft, zagen we bij Hem.
Daar valt hier niet veel van te zien.
Moet je Hem zien, een man die te moe is om water te putten daar vlak bij hem.
Mij dorst.

Terwijl de Heere Jezus daar bij de bron met dat heerlijke koele water,
Waar Hij nog niets van genomen heeft – komt er een vrouw bij de bron.
Het is een vreemd tijdstip: midden op de dag als het al aardig heet begint te worden.
Dan ga je toch niet met een zware kruik sjouwen
– of je moet echt dringend water nodig hebben.
En waarom bij deze put? Er zijn in de buurt van Sichar putten die dichterbij zijn.
Heb je wel eens een emmer vol met water gesjouwd op een warme dag?
Daar moet je behoorlijk voor tillen.
Zo’n kruik met water moet voor deze vrouw heel zwaar zijn geweest.
Waarom gaat zij midden op de dag en zover weg van haar dorp water putten?
Zal er wat met haar aan de hand zijn?
Zal ze hier komen, om de mensen uit haar eigen dorp te ontlopen.
De mensen die zo makkelijk een mening over haar hebben.
Een mening die ze hard op kunnen zeggen:
‘Jij hebt het maar makkelijk, want je hoeft nu alleen nog maar voor jezelf water te halen.’
Of die ze in de ogen van de andere mensen bij de put zou lezen:
“Wat doe je hier? Hoe durf je hier te komen terwijl wij er ook zijn.
Je weet toch dat wij je niet willen zien?’
Zou er wat zijn?
Eigenlijk weten we vaak maar heel weinig over elkaar.
Zelfs als je bij elkaar op het dorp woont en elkaar geregeld tegenkomen,
weet je vaak maar weinig van elkaar.
Je denkt iemand te kennen, omdat je bepaalde dingen ziet van een ander.
Of je vult het in: ‘Ze zal wel hier boodschappen doen,
omdat ze de mensen uit Hoge Hexel of Wierden niet onder ogen durft te komen.’

Als ze bij de put komt, is de Heere Jezus er al.
Dat is de moeite waard om over na te denken,
Dat de Heere Jezus ergens aangekomen is, als wij er nog moeten komen.
Dat Hij hier al in de kerk was, toen je binnen kwam.
Dat Hij al op school was, terwijl de bel nog niet gegaan is.
Dat Hij al in het ziekenhuis was, toen je werd opgenomen.
Dat Hij er al was, in het gemeentehuis en de kerk toen je trouwde,
toen je kind, toen jij geboren werd.
Waar zal die vrouw al die tijd onderweg aan hebben gedacht?
Want zo gaat dat toch, als je naar toe moet lopen,
Dat er allerlei gedachten door je heen gaan,
Dat je aan allerlei dingen moet denken?
Aan de ruzie die je vanmorgen had met je man,
aan de vervelende opmerking die iemand uit de klas tegen je zei,
als iemand boos op je is, zonder dat je precies weet wat er mis is gegaan.
Misschien mopperde ze in zichzelf wel op die mannen die haar om een pleziertje opzoeken
maar te beroerd zijn om iets voor haar te doen.
Of zou het verdriet zijn die bij haar bovenkomt, omdat ze moet denken aan de mannen
die voor haar moesten zorgen, maar die alle 5 reeds overleden zijn.
Of zou ze inwendig woest zijn op de 6e, met wie ze zou moeten trouwen
maar die daar te bang voor is, omdat hij denkt dat hij dan ook zal sterven?
Wat weten we vaak maar weinig van anderen
en wat kunnen ze zo heel veel invullen als we anderen zien.
Ze zullen wel dit, of ze zullen dat.
De Bijbel zegt daar heel weinig over.
Alleen maar dat ze daar bij de put bij de Heere Jezus komt.

Ze is er op weg naar de put niet op bedacht
Dat daar bij de put haar leven helemaal anders zou zijn,
door de ontmoeting die ze daar bij de put heeft.
Zo zijn we er vaak toch ook niet op bedacht
als we een ontmoeting hebben met de Heere Jezus?
Dat gebeurt vaak heel onverwacht, als je er niet op gerekend hebt.
En dan, als je Hem tegenkomt, blijkt Hij je te kennen
en weet Hij wat je nodig hebt,
terwijl je daar zelf helemaal niet op bedacht was.
De vrouw ging naar de put, omdat ze water nodig had,
zonder water zou ze dorstig worden.
Water, dat was wat ze nodig had.

Zo kunnen wij ook van alles nodig hebben.
Als ik nou het politiebureau van LEGO voor mijn verjaardag krijg, kan ik er lang mee spelen.
Als ik nou eens facebook mag, dan kan ik met de andere kinderen in de klas meedoen.
Als ik nou eens net zo goed in taal en rekenen was, dan mag ik ook naar de plusklas.
Als ik nou eens net zulke grappige opmerkingen weet te maken,
dan vond iedereen in mijn klas mij de leukste.
Als ik nu eens de pijn van vroeger zou kunnen kwijtraken, dan zou ik helemaal gelukkig zijn.
Als ik weer helemaal gezond zou worden, geen pijn meer,
Als mijn huwelijk weer goed kon worden.
Als we iets nodig hebben, als we ergens naar verlangen,
zijn we nog niet direct verwende kinderen.
Vaak kunnen we echt ook iets nodig hebben,
maar kunnen we dat niet voor elkaar krijgen
en zijn we afhankelijk van een ander, van God!

Bij de put zit de Heere Jezus, vermoeid en dorstig.
Is Hij wel in staat om te geven wat die vrouw nodig heeft?
Moet Hij niet eerst zelf geholpen worden?
Geef mij te drinken, vraagt Hij aan de vrouw
die bij de put komt om voor haarzelf water te halen.
Waarom eigenlijk? Hij hoeft toch geen dorst te leiden?
Daar is de Heere Jezus toch te groot en te machtig voor?
Toch is dat niet zomaar.
Want daar bij de put wil de Heere Jezus aan de vrouw, maar ook aan ons, aan u, aan jou
iets laten zien.
Hij wil laten zien wat die vrouw echt nodig heeft.
En dat Hij daarvoor gekomen is.
Hij moest daar komen. De Heere Jezus kon niet anders.
Daar was de dorst ook voor nodig.
Want Hij zit daar niet bij de bron voor Zijn eigen dorst,
maar voor wat de vrouw nodig heeft.
Daarom moest Hij bij de bron komen.
Zoals de Heere Jezus uit de hemel op aarde moest komen,
zo moest Hij bij de put komen.
De Heere Jezus daalde vanuit de hemel af, om bij jou te komen,

om aan jou te geven wat je nodig hebt.
Daarvoor was Hij bereid om uit de hemel naar de aarde te komen
en daarvoor was Hij bereid om die zware tocht in de zon te maken
tot Hij dorstig bij de put zou zitten.
Want over die vrouw weten we niet zoveel,
maar over de Heere Jezus weten we genoeg:
Hij is alles wat ik nodig heb.
Als Hij bij ons komt – in ons leven
– nee, Hij is er al en wij komen ergens waar Hij al is.
Hier ben Ik – je hebt Mij nodig.

Na de vakantie kwam een groep jongeren op catechisatie,
nog vol van de verhalen van de vakantie.
‘Dominee, we hebben echt een fantastische vakantie gehad.’
‘Nou?’
‘We hebben er op los geleefd, gefeest. We hebben alles gedaan wat we niet mochten!’
‘Nou.’
‘Nou dominee, met meisjes en zo en drank, met pilletjes.’
De dominee was even stil en keek ze een voor een aan:
‘Je bent op zoek geweest naar leven, he?
Heb je dat ook gevonden?’

Dat vraagt de Heere Jezus ook de vrouw die bij de put komt, alleen maar om water te halen.
Je bent op zoek naar leven. Heb je dat ook gevonden?
OF eigenlijk zegt Hij tegen haar: Ik ben het leven, je hoeft niet te zoeken, want hier ben Ik.

Je hebt Mij nodig, zegt de Heere Jezus, de Zoon van God,
die voor jou naar deze aarde kwam.
Hier ben Ik – alles wat je nodig hebt.
Als je eens wist, wat God aan jou kon geven,
als je eens wist Wie met je in gesprek was.
Heb je dat dan niet gemerkt, dat Ik, de Heere Jezus, met jou bezig ben
en dat Ik je kan helpen.
Waar Ik ben zal jouw nacht verdwijnen,
omdat Ik in jouw nacht ben geweest op Golgotha
en hoeft het nooit meer donker in je leven te zijn,
omdat Ik, Christus voor jou het licht ben,
Ik zal je dorst lessen naar alles wat je nodig hebt, omdat Ik op Golgotha het heb uitgeroepen:
Mij dorst.
En hoef je nooit meer op zoek te gaan naar God,
omdat Ik, de Heere Jezus ervoor zorgde, dat je weer terug kwam bij Hem.
Ik ben alles wat je nodig hebt, zegt Jezus tegen jou. Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s