Preek zondagmiddag 1 november

Preek zondagmiddag 1 november
Mattheüs 20:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als het kerkelijk centrum moet worden verbouwd,
is er een bepaalde groep vrijwilligers al vanaf het moment dat het plan er is
bezig met de verbouwing:
eerst lopen ze met elkaar door dat kerkelijk centrum
en bekijken ze wat er allemaal moet gebeuren.
Daarna komen ze een aantal keer bij elkaar om een bouwtekening te maken,
om de kosten te berekenen, om te bedenken wie er allemaal ingeschakeld kunnen worden.
Bij de verbouwing zijn ze ook betrokken.
Er gaat geen dag voorbij, of ze zijn er. Om te kijken of het goed gaat.

Nadat de werkzaamheden vorderen, springen er steeds meer gemeenteleden bij.
Tot slot komen er ook gemeenteleden kijken, hoe het er voorstaat,
ze drinken koffie mee en helpen met wat kleine dingen in de afwerking
en het schoonmaken van het gebouw.
Als de verbouwing helemaal klaar is, organiseren de kerkrentmeesters
een bijeenkomst voor heel de gemeente.
Tijdens die bijeenkomst krijgt elk gemeentelid van de kerkrentmeesters
een aantal VVV-cadeaubonnen.
Als de gemeenteleden die envelop openmaken,
blijkt iedereen hetzelfde bedrag te hebben gekregen.
De mannen die vanaf het allereerste uur van de voorbereidingen betrokken zijn,
hebben evenveel gekregen als de gemeenteleden die op het einde even kwamen kijken
en als enige werkzaamheid wat ramen hadden schoongemaakt.
Een van de mannen die bij het allereerste moment betrokken was, krijgt dat door
en loopt diep beledigd naar huis
en wil niet alleen niets meer van het kerkelijk centrum weten,
maar bedankt ook voor de kerk.
Ze hadden niets hoeven te geven,
maar nu ze wel iets geven en dat iedereen hetzelfde krijgt,
ook degenen die alleen maar een kopje koffie kwamen drinken,
heeft hij een wrang gevoel bij al zijn werk.
Is hij daarvoor al die dagen en al die avonden in sjouw geweest voor de kerk?
Nu pas voelt hij hoe moe hij is en hoe hij zijn rug en zijn spieren heeft belast
bij dit vrijwilligerswerk.

Want zo is het koninkrijk der hemelen, zegt Jezus in de gelijkenis,
en vertelt daarin dat degenen die van de hele dag zwoegen
evenveel krijgen als degenen die alleen maar het laatste uurtje komen werken.
Want zo is het Koninkrijk der hemelen.
Wat bedoelt de Heere Jezus daarmee? Wat is het koninkrijk der hemelen?
Het Koninkrijk der hemelen, of het Koninkrijk van God,
daarover hebben we gezongen in Psalm 24:
Al d’ aard’ en alles wat zij geeft,

Met al wat zich beweegt en leeft,

Zijn ’t wettig eigendom des Heeren.
De aarde, dat is Oldebroek, dat is Zeist en De Bilt,
dat is Syrië en Irak, Centraal-Afrika en Sudan,
waar bloedig gevochten wordt en vele mensen omkomen of moeten vluchten voor hun leven.
De aarde, dat zijn de Griekse eilanden, waar de vluchtelingen op aankomen,
de zeeën om die eilanden heen waarover de bootjes komen
en waarin een deel van de vluchtelingen verdrinkt.
De aarde is het wettig eigendom, omdat de Heere deze aarde geschapen heeft.
De wereld is van Hem
en omdat de wereld van Hem is, wordt iedereen op deze wereld,
hier in Oldebroek, in Zeist, De Bilt, maar ook in Syrië en Irak,
op alle gebieden die op de wereld zijn,
in de grote steden op de wereld, op het platteland, in de vluchtelingenkampen,
in de gevangenissen, de martelkamers
wordt iedereen opgeroepen de Heere als koning van deze wereld te erkennen.
Het koninkrijk der hemelen, het koninkrijk van God houdt in
dat het niet alleen een oproep is aan de wereld, van eenvoudige burger tot staatshoofd,
Van gevangene tot beul, van bewoner in een rustig land tot soldaat in oorlogsgebied.
Het koninkrijk van God is niet alleen een oproep,
het is er, het gebeurt, het is werkelijkheid,
Dat God koning over deze wereld is en dat iedereen op deze wereld
Zijn macht erkent en zich voor Hem neerbuigt en aanbidt: U bent mijn Heer, mijn God,
Koning van heel het universum en over mij.
Dat is het koninkrijk van God, de heerschappij van God die zich over heel de wereld doorzet.
Ook in mijn leven, waarbij ook ik erken, dat de Heere God is en Koning over alles.

Dat belijden van de Heere als koning over alles, dat gaat zo makkelijk nog niet,
omdat ik er vanuit mijzelf niet aan wil.
Erkennen en neerknielen voor de Heere, dat is een hele stap.
Er zijn mensen die dat al heel vroeg in hun leven hebben geleerd.
Omdat ze gedoopt zijn en vanaf het allereerste begin het teken van Gods trouw
hebben ontvangen, ouders die hen vertelden, juffrouws en meesters op school.
Zij zijn altijd bij de Heere gebleven, zijn niet afgedwaald, maar zijn altijd naar de kerk gegaan.
Zij behoorden al vroeg tot dat Koninkrijk van God.
In hun leven was de Heere God en koning.
Je zou toch verwachten dat de Heere dankbaar is met diegenen
en dat Hij hen tot een voorbeeld maakt:
zie je, het kan wel, je hele leven lang christen zijn, bij de Heere horen.
Volg hun voorbeeld na – zou je denken.
Maar Christus zegt: Vele eersten zullen de laatsten zijn.
Dat is toch wat: Als je heel je leven je best doet, met vallen en opstaan,
christen te zijn, trouw te blijven aan de Heere,
dat je er al vroeg bij was en dat je toch achteraan moet sluiten, de laatste plaats.
Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.
Zoals dat gebeurt bij die eigenaar van de wijngaard.
‘s Morgens vroeg gaat hij er al op uit, om mannen te halen
die op die dag in zijn wijngaard willen werken om de druiven te plukken.
Er wordt onderhandeld, want zowel de eigenaar van de wijngaard
als de mannen die dat zware werk moeten doen hebben er belang bij:
de eigenaar dat hij goede werkkrachten heeft en de werkers dat ze een eerlijk loon krijgen.
Ze worden het eens over het loon:
ze krijgen het volle bedrag wat ze op zo’n dag kunnen verdienen.
Ze kunnen ermee thuis komen, een eerlijk loon waar ze hard voor hebben gewerkt.
De mannen die aan de slag gaan, ze hebben het maar getroffen.
Ze zijn voor deze dag zeker van een goed loon.

Wie heeft de Heere Jezus op het oog?
Wie zijn diegenen die als eerste in de wijngaard werken?
Dat zijn degenen die vanaf het begin betrokken zijn bij Gods verbond.
Dat bent u, als u gedoopt bent en vanaf kinds af aan door uw ouders bent meegenomen
naar de kerk, naar zondagsschool of club, een christelijke school, catechisatie,
als u naar de kerk bent blijven gaan en belijdenis hebt gedaan.
Dan bent u bevoorrecht, want dan mag u al heel uw leven delen in het verbond
en ook in de zekerheid die bij het verbond hoort, die de Heere geeft door de doop
en door het werk van de Heilige Geest in u:
de zekerheid dat God als Vader voor u zorgt,
dat Hij als Zoon uw zonden heeft vergeven en voor u is gestorven,
dat Hij als Heilige Geest ervoor zorgt dat u gaat geloven,
Dat jij bij de Heere Jezus hoort.
Dat is een voorrecht, omdat je je hele leven lang zeker bent van Gods trouw en liefde.
Je hoeft dan niet te twijfelen, zoals dat meisje dat nooit is gedoopt
En al een aantal jaren twijfelt of ze wel bij God mag horen.
Wanneer is zij goed genoeg om bij de Heere Jezus te horen?
Je bent dan bevoorrecht, omdat de Heere je vanaf het allereerste begin van je leven
jou heeft zien staan en met je bezig is geweest.

Terwijl de mannen, die ingehuurd worden, aan de slag gaan,
gaat de eigenaar erop uit.
Dat is het voorrecht van een eigenaar,
dat je het zware werk niet zelf hoeft te doen, maar kunt overlaten aan anderen
en dat je erop uit kunt trekken.
Het zou kunnen zijn dat de man een wandelingetje maakt om zich te ontspannen,
op weg gaat om met vrienden te praten, want het werk gaat toch wel door.
Dat kan hij aan anderen overlaten.
Als hij door het dorp loopt, ziet hij een groepje mannen staan op de markt.
Hadden ze de eerste keer, toen hij bij de markt kwam, daar niet gestaan?
Want dan had hij ze ook mee laten gaan, aan de slag in zijn wijngaard.
Deze mannen, ze voeren niets uit.
Dan moeten we oppassen met een oordeel, want zo heel makkelijk kun je voor anderen invullen, terwijl je niet echt weet wat ze doen en waarom ze daar staan.
Het kan dat ze lui zijn, of te laat komen opdagen, zich verslapen,
omdat ze niet stipt genoeg zijn, maar wie zegt dat iemand hen niet heeft afgekeurd
op basis van wat hij van hen zag op de markt.
De man ziet ze staan, doelloos. Ledig, zegt de oude Statenvertaling.
Dat heeft twee kanten: dat kan luiheid zijn, leeg omdat er niets uit je handen komt,
maar het kan ook een leegheid zijn, omdat de mannen zich nutteloos voelen.
Er is niemand die hen kan gebruiken, niemand die hen nodig heeft of vraagt.
De eigenaar ziet hun leegheid.
Dat is een detail in het verhaal dat we niet zomaar moeten overslaan,
want de Heere Jezus hiermee iets van zichzelf zien.
Hoe hij onze leegheid ziet: onze luiheid wellicht,
maar ook de leegheid die we ervaren, die in ons is, omdat niemand ons kan gebruiken.
Omdat we voor niemand nuttig zijn
en ons daarom afvragen, wat we hier op aarde nog doen?
In zijn evangelie vertelt Mattheüs, die ons deze gelijkenis doorgeeft,
Dat de Heere Jezus op diezelfde manier door Galilea en Judea trekt,
er op uit trekt om onder de mensen te zijn,
om te zien wat hen bezighoudt, om hun lijden, hun nood te zien,
de blinden, de doven, de mensen die lijden onder bezetenheid.
Hij komt tussen hen lopen, zodat ze zich aan Hem kunnen vastklampen
om gered te worden.
Jezus ziet!
Ik hoor wel eens mensen vertellen: als ik binnenkom, dan weet mijn moeder al
hoe het met me gaat zonder dat ik iets heb gezegd.
Als ik de telefoon opneem, weet mijn man al dat er iets mis met me is
aan hoe ik door de telefoon klink.
Jezus ziet, zoals de eigenaar van de wijngaard die mannen daar ziet staan met hun leegheid,
hun dag zonder doel, zonder inhoud, wachten, ja wachten op wat?
Totdat de eigenaar komt, en hen naar zijn wijngaard stuurt:
‘Maak je niet druk om wat je krijgt, het zal eerlijk zijn, rechtvaardig!’

Hoe zullen degenen die vanaf het eerste begin in de wijngaard hebben gewerkt?
Zij zijn al meer ervaren, weten wat mag en wat niet mag.
Wanneer er pauze gehouden wordt, wat de gebruiken zijn.
Ze kunnen de anderen op weg helpen, inwerken, zich thuis laten voelen.
Misschien zijn ze ook wel blij voor diegenen die er wat later bij komen,
omdat ze zelf ook maar al te goed weten, die leegheid
en dat ze zelf ook dankbaar zijn dat de eigenaar van de wijngaard hen heeft gevraagd
en dat ze het fijn vinden dat de eigenaar hen gevonden heeft.
Zo gaat het in het geloof toch ook, dat je dankbaar bent als er iemand weer terug komt
in de kerk en het geloof weer oppakt, door de Heere Jezus is gezien en gevonden?
Ik ken er heel wat die dan dankbaar zijn en er veel voor over hebben
dat diegenen die er later bijkomen hun draai in de kerk kunnen vinden,
omdat ze zelf ook weten dat ze zonder God zo’n leegheid in hun leven ervaren.

Als de dag bijna voorbij is, gaat de eigenaar weer op pad?
Zou het weer een wandeling zijn om even te ontspannen?
Of zou het een gericht zoeken zijn, waarbij de eigenaar weet waar hij moet zijn?
Bij de cafés waar deze mannen de doelloosheid wegdrinken,
in de donkere stegen waar de mannen hun leegheid proberen te verdoven door drugs?
Op de parkeerplaatsen waar ze hun lichaam aanbieden voor geld
om toch nog iets van verdiensten mee naar huis te kunnen nemen,
ook al is hun waardigheid dan helemaal weg.
De eigenaar vindt hen en als de Heere Jezus daarmee
iets van Zijn eigen rondgang door de wereld laat zien,
is het geen toeval, maar weet Hij waar Hij moet zijn om de leegheid te vinden,
het leven zonder zin en doel.
Hij zoekt hen op en vindt hen.
Is Jezus niet de goede Herder die het verloren schaap zoekt, net zolang tot Hij vindt?
‘Waarom hang je hier maar rond?’ vraagt de eigenaar. ‘Wat is er met je aan de hand.’
Het antwoord klinkt moedeloos of bitter
en de woorden laten het horen, wat het betekent dat iemand nooit is gezien,
wat het betekent als mensen langs je heen lopen zonder je aan te zien als mens:
‘Niemand heeft ons gevraagd.’
We kregen de kans niet. Ze hadden geen vertrouwen in ons. Wij kunnen het niet.
Wij tellen niet mee. We horen er niet bij.
Hoe moeten  voor hen die woorden van de eigenaar geklonken hebben:
‘Gaan jullie ook maar naar mijn wijngaard.’
Er wordt niet eens over een beloning gesproken,
Dat ze worden aangesproken, dat ze een kans krijgen, dat ze mogen,
dat is voor hen al een wonder, een zegen.

Dan krijgen ze als eerste uitbetaald en ze krijgen net zoveel als degenen
die als eerste in de wijngaard mochten werken,
die de hele dag hebben gewerkt met de zekerheid van loon,
de zekerheid dat ze gezien worden, dat wat ze kunnen zinvol is.
Als ik dat op catechisatie vertel,
bijvoorbeeld aan de hand van de verloren zoon,
die al het geld van zijn vader opeist, dat geld erdoor heen jaagt
en uiteindelijk thuiskomt en als zoon weer welkom geheten wordt,
is de reactie altijd: dat is niet eerlijk.
Dan kun je toch beter leven als die verloren zoon?
Dan kun je toch beter rondhangen, zoals die laatste groep mannen hebben gedaan,
totdat je ook gevonden wordt door de Heere Jezus?
De mannen die als eerste mochten beginnen, zijn vergeten dat zij de hele dag zekerheid hadden en de status van nuttig.
De zekerheid om te mogen behoren tot het verbond met Christus,
om al jong zeker te zijn van de genade en de liefde van de Heiland,
het is opeens weg, omdat opeens de last wordt gevoeld,
van wat je allemaal als christen niet mag,
de regeltjes waaronder je zuchtte,
de strijd om jezelf te beheersen, om verleidingen de baas te zijn.
Dan had ik mijzelf ook kunnen laten gaan, in uitspattingen, in onverschilligheid.
Geloven is dan ploeteren in de volle zon, de last van de hele dag werk.
Dan kijk je opeens anders aan tegen je leven met Christus

en voel je het kruis op je schouders, niet vanwege de verbondenheid met de Heere Jezus,
maar vanwege de last, het ongemak om christen te zijn.
Het is gemopper, het gemurmureer van de Israëlieten in de woestijn,
die niet doorhadden, dat ze de levende God bij zich hadden
en dat ze daarom bevoorrecht waren, omdat ze bij Hem mochten horen.
Maar dat zagen ze niet, dat de levende God in hun midden was en hen voorging,
ze zagen niet zijn zorg in het manna,
ze zagen alleen de woestijn waar geen einde aan was, de weg waarvan het begin nu in de woestijn een soort paradijs werd, waarbij het slavenbestaan in Egypte werd verdrongen,
hunkerend naar een ander leven.
Alles beter dan dit leven – dit leven met God.

Maar besef je dan niet, dat dat de echte leegheid is?
De leegheid die de anderen hebben gedragen, al die tijd dat ze niet bij de Heere waren?
Besef je dan niet, hoe bevoorrecht je bent, dat je bij God bent en van Christus bent?
Dat ik met lichaam en ziel het eigendom ben van mijn getrouwe Heiland, zaligmaker,
die mij met zijn bloed heeft vrijgekocht, van de zonde, van de duivel.
Als je dat besef niet meer hebt, maakt wordt de zelfverloochening een zwaar offer
en niet meer een vrolijk kruisdragen,
waar we bij de doop om bidden:
dat deze gedoopte kinderen hun kruis in de dagelijkse navolging vrolijk dragen mogen.
Op dat gemopper, dat gemurmureer, die opstand, heeft de eigenaar maar één antwoord:
Dan is er hier geen plaats in de wijngaard.
Het verbaast me, dat de scherpheid van de eigenaar zelden wordt opgemerkt.
Ga heen – je hebt hier niets te zoeken.
Je vergat de gunst, je vergat dat je bevoorrecht was, genade ontving,
je doet alsof het je toekomt, omdat je er voor gewerkt hebt.
Wij horen niet bij God, omdat we ervoor gewerkt hebben, omdat we laten zien wat we kunnen, omdat wijzelf ons leven zinvol maken.
ons geluk komt van God, die ons roept om bij Hem te zijn
en met Hem te leven.
Hoe eerder we geroepen worden, hoe groter de genade, het geluk,
omdat je dan minder de last hoeft te dragen van een vergooid, een schuldig leven.
Ook als we vroeg geroepen zijn en daar vroeg mochten beginnen
in Gods wijngaard, is het Gods goedheid.
De gelijkenis eindigt met een vraag, die open lijkt,
maar vraagt om ons antwoord een “ja” van onze kant op God,
een belijdenis, een neerknielen in dankbaarheid.
Is uw oog boos? Zie je alleen het slechte, kun je alleen het negatieve zien?
Zie je niet dat ik goed ben, voor alle mensen,
voor hen die mij al vroeg leerden kennen
en voor degenen die hun leven zich tegen mij verzetten?
Als jij, u Mijn goedheid ziet, ervaart, aanvaardt, dan wordt Mijn koninkrijk uitgebreid.
Amen



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s