Preek zondagmorgen 18 oktober 2015

Preek zondagmorgen 18 oktober 2015
1 Samuël 25:2-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In het zuiden van Israël aan de grens, het niemandsland waar zelfs de soldaten van de koning niet durven komen zo gevaarlijk is het er, woont een man op wie je jaloers zou kunnen worden, omdat hij in het gebied waar alleen de sterkste het uithoudt een enorm groot bedrijf heeft, een bedrijf waar zelfs de zwaarste criminelen geen vinger naar uit durven steken. Ik stel me voor dat alles wat deze man heeft, bedoeld is om indruk te maken op degenen met wie hij omgaat: zijn landgoed, de manier waarop hij zijn bedrijf voert, zijn omgangsvormen is bedoeld om te imponeren, zodat je – als je al bij hem in de buurt durft te komen – tegen hem opkijkt. Als je zijn huis zou mogen betreden, zou je haast geen durven verzetten, uit angst dat je het peperdure parket dat op de vloer ligt zou beschadigen. Het is een man die precies weet hoe het er met zijn bedrijf voorstaat, exact weet hoeveel schapen hij heeft. Een man bij wie je niet zou moeten proberen om te vertellen dat er een van de schapen is kwijtgeraakt, omdat er tijdens een moment van onoplettendheid een roofdier of een schapendief kan toeslaan. Je zou deze man in staat achten om na een feest te laten uitrekenen wat iedereen tijdens het feest aan eten en drinken heeft genuttigd, de koekjes na het koffiedrinken natelt om zo de mensen met wie hij omgaat, zijn vrienden, zijn handelspartners in de gaten te houden. Een man die schuilgaat achter zijn bezit, achter zijn onderneming. Zijn bedrijf is in de gehele regio bekend, het vermogen op miljoenen geschat,
maar wie hij zelf is, dat is de grote vraag.Een grote onbekende. Hij is wat hij bezit, zijn bedrijf dat is zijn identiteit. Hij treedt alleen onder de mensen als er flink te verdienen valt of als hij de mensen die hem loyaal zijn weer wil paaien om ze te vriend te houden.
Dan pas klinkt zijn naam, een naam waarvan je je afvraagt of dat een naam is door de mensen in de regio hem gegeven, een naam die ze alleen onderling gebruiken om hem te bespotten. Of dat het toch zijn echte naam is: Nabal – als de mensen uit de regio, degenen hem niet mochten, maar die niet tegen hem opgewassen waren, deze naam gebruikten moest er wel een spottende glimlach om de mond komen.

Echt zo’n man om jaloers te worden, zoals Psalm 73 aangeeft, omdat het een man is die God niet nodig heeft. Gods zegen heeft hij niet nodig, omdat hij het zelf wel voor elkaar krijgt. Gods bescherming niet nodig heeft, omdat hij zijn eigen veiligheid heeft gewaarborgd, zodat niemand het lef heeft om een vinger naar hem of naar zijn schapen uit te steken. Een man om jaloers op te worden omdat hij het zich ook kan permitteren om zonder God te leven. Want jaloers was ik, omdat ik de vrede zag van de goddelozen. (Psalm 73:2)
Hard en slecht in zijn optreden, zo wordt zijn karakter in enkele woorden getypeerd (HSV), hard en meedogenloos (NBV). Geloven is in een God is voor hem alleen maar lastig, omdat hij dan ook een geweten moet hebben.

Hun mond tast zelfs den hemel aan;

Gods albestuur schijnt hun een waan; (Psalm 73:5 OB).

Het bestaan van mensen als Nabal, het roept niet alleen intense jaloezie op, omdat je zelf ook iets, al is het maar een klein beetje van dat immense bezit zou willen hebben, terwijl je zelf zo moet zwoegen, elke dag weer opnieuw, met de hondenbaan die je hebt. Zo’n man hoeft alleen maar hoeft te komen kijken als zijn vermogen nog meer toeneemt. Niet alleen jaloezie, maar je kunt er net als Asaf in Psalm 73 met God overhoop liggen,  omdat God zulke mensen laat begaan. Als je met zo’n man te maken hebt, als zo’n man op je weg komt, ga je wel afvragen of er wel een God is, omdat Hij het wrede en onrechtvaardige laat bestaan.

Je kunt je afvragen wat het David heeft bezield om deze man te helpen. Doet hij dat om in een eventuele strijd om de opvolging van Saul zich te verzekeren van de steun een van de meest aanzienlijke mensen uit zijn land, iemand om wie andere invloedrijke mensen niet heen kunnen? Doet hij dat om te bewijzen dat hij een goede koning zou zijn door in een niemandsland waar alleen de sterkste crimineel overeind blijft orde en rust te brengen met zijn manschappen? Naar mijn idee moet het wel te maken hebben met zijn toekomstige koningschap, omdat al die hoofdstukken te maken hebben met Davids weg naar het koningschap over Israël en ook omdat David diep beledigd is doordat Nabal afschildert rebel, een terrorist. Nabal die David wel degelijk blijkt te kennen: de zoon van Isaï. Hij moet  ook wel ebben geweten dat in de tijd dat David in zijn gebied rondhing hij geen enkele schaap heeft gemist. Nabal, zijn naam betekent dwaas – in de zin dat hij niet om God geeft. Zulke dwazen zijn niet dom en ook Nabal is iemand met een sluwe mensenkennis, die David weet te raken in zijn zwakke plek. David die in de woestijn alles op alles zette om te laten zien  dat hij op geen enkele manier zijn loyaliteit aan Saul, aan Gods gezalfde wil verbreken. Nabal geeft aan: moet ik iemand die geen gezag boven zich duldt, een weggelopen slaaf, een rebel, een terrorist iets geven? Wat denkt hij wel? Heel de uitstraling van Nabal is dat David niet opgewassen is tegen de invloed van Nabal.

Dan blijkt dat de dwaasheid van Nabal besmettelijk is. Driftig geworden door de denigrerende opmerkingen verliest David zijn waardigheid en verlaagt zich tot hetzelfde niveau als Nabal, net zo grof in de mond als Nabal en net zo dwaas, omdat hij in zijn beledigd-zijn niet met meer aan God denkt, van Wie hij nog maar net in de confrontatie met Saul heeft beleden  dat zijn leven in Gods handen is, dat zijn zaak behartigd zal worden door God als rechter en dat de Heere het onrecht dat hem, David is aangedaan, zal wreken. Op het ogenblik dat de mannen van David terugkomen met Nabals nee en belediging raakt David dat besef, dat vertrouwen in de Heere helemaal kwijt. David die in de confrontatie met Saul nog vol van God was en in Saul, die op hem jaagde, nog de gezalfde van God zag, die hij moet laten leven, omdat God hem zal wreken, raakt in de confrontatie met Nabal vol van zichzelf en zijn eigen wraakgevoelens. David verliest zijn schoonheid en wordt net zo lelijk als Nabal.
Kan ons dat allemaal overkomen, wat er met David gebeurt, dat hij in een kort moment alles kwijt dreigt te raken, omdat zijn hart volstroomt met zijn eigen boosheid en zijn eigen behoefte iemand die hem niet wil helpen uit de weg wil ruimen? Wat er met David gebeurt, laat zien dat het gebed, waarmee we antwoord geven op de preek voor ons allemaal van belang is: Leid ons in geen verzoeking ooit (Gezang E). Want het is geen garantie dat wij zelf in zo’n confrontatie wel overeind blijven en wijs blijven, omdat we vertrouwen dat de Heere ons zal wreken en dat we het dus niet zelf moeten doen. Heere, behoed ons ervoor dat wij ooit in zo’n situatie komen, net als David, waarbij we in de verleiding komen om onszelf te moeten wreken. Doe ons, juist wanneer het er om spant en de boosheid en de drift ons aanvliegt, de kalmte bewaren en het vertrouwen dat ons leven in Uw hand ligt en dat wat er ons overkomt ook door U gezien wordt  en dat u daar niet onverschillig aan voorbij gaat.

Hoe belangrijk het geloof en vertrouwen is dat de Heere onze rechter is en het wreken alleen Hem toe behoort, kwam ik ooit in een voorbeeld tegen. Een voorbeeld van iemand die vrijwilliger was bij een telefonische hulpdienst:
Op een avond werd zij opgebeld door een vrouw in paniek. De vrouw die opbelde vertelde dat zij met een bijl in de hand stond en dat ze op het punt stond naar haar man te gaan, die nu bij een andere vrouw was. Ze zou er heen gaan om haar man en de vrouw bij wie hij was te vermoorden om zich op hen beiden te wreken. De vrijwilligster bij de hulpdienst wist niet hoe ze moest antwoorden en viel stil tot haar – tot haar eigen verrassing een tekst binnenviel –  die ze hardop denkend ook door de telefoon zei: Mij komt de wrake toe zegt de Heere. Ik zal het vergelden. De vrouw aan de andere kant van de lijn kwam onverwacht tot rust, ze kalmeerde. Dankuwel, zei ze tegen de vrijwilligster van de hulpdienst, dit is wat ik nodig heb.

Het is een populaire gedachte dat religie, geloof tot geweld leidt. Geloof kan echter ook geweld stoppen en iemand vol woede en drift  tot bedaren brengen, zodat iemand eraan herinnerd wordt, dat je jezelf niet hoeft te wreken. Geloof als onderbreking, het doorbreken van geweld, van verkeerde patronen. Iemand tot de orde roepen door het vertrouwen op God weer te herstellen. Voed het oud vertrouwen weder (Psalm 42:3 OB) het vertrouwen dat er was, voor dat de drift toesloegen dat weer nodig is om de drift te beteugelen. Het is Abigaïl die op Davids weg komt, om het voor het kwade te behoeden. Ze doet dat op een kwetsbare manier, door geknield de weg voor David te blokkeren.
Wil David Nabal geweld aandoen en het hele bedrijf van Nabal treffen met een wrede strafexpeditie en uit de herinnering uitbannen, moet hij voorbij deze mooie vrouw, die daar kwetsbaar haar afhankelijkheid van David laat zien. Een vorm van afhankelijkheid die David ook een spiegel voorhoudt. Want het is niet zozeer een tactische handeling, het is een gestalte, een vorm van gebed, Abigaïl die knielend – niet alleen voor David, maar ook voor zijn, voor haar God, voor de God van Israël voorover ligt. Dat is haar schoonheid. Schoonheid is niet alleen maar iets van de buitenkant,  maar ook van de binnenkant. Abigaïl is een icoon las ik ergens – en daarmee werd bedoeld: Abigaïl laat de liefde van Christus door haar heen stralen  en houdt David een spiegel voor. Waar David op weg is voor de confrontatie met Nabal, stuit hij op zijn vrouw, die hem een andere houding laat zien. Niet de houding van wraak in eigen hand, zelf opkomen voor je eer, laten zien dat je de ander de baas bent, maar de spiegel van de liefde van Christus, waarbij David niet alleen in de ogen van Abigaïl kijkt, maar ook in de ogen van de Heere. David, Ik ben er ook nog. Weet je dat niet meer? Ben je dat vergeten? Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden. Ik de Heere, de rechter. Zei je onlangs niet tegen Saul dat Ik jou zal wreken?

Abigaïl, ze zal het moeilijk gehad hebben in haar huwelijk met Nabal. Nabal zal op haar gevallen zijn vanwege haar schoonheid, haar mooie uiterlijk, maar haar echte schoonheid, diep van binnen in haar band met de Heere, zal hij nooit opgemerkt hebben. Zijn ogen hebben de liefde van Christus in de ogen van zijn vrouw nooit willen zien en naar de woorden die door de Heere tegen hem gesproken zijn bij monde van zijn vrouw Abigaïl heeft hij nooit willen luisteren, want er is geen God, je moet ook geen God willen, dat is alleen maar lastig. Hier op deze weg is er iemand die wel naar haar luistert en in de spiegel kijkt. David. David is geen perfecte koning en heeft veel verkeerde dingen gedaan. David was geen onschuldige jongen. Als je de verhalen over David leest, vraag je je soms af waarom David de man naar Gods hart werd genoemd. Zo werd hij niet genoemd vanwege zijn daden. Naar mijn idee wordt hij zo genoemd, omdat hij zich steeds weer laat aanspreken door de woorden die God hem op zijn pad brengt en dat hij steeds weer kijkt in de spiegel die hem in Gods naam wordt voorgehouden.

De houding van Abigaïl laat enkele dingen zien, die ook voor ons van betekenis zijn:
* Abigaïl laat zien dat je als individu soms zin heeft om een ander standpunt in te nemen.
Om niet mee te gaan met de massa die zich laat ophitsen.  Dat juist de kwetsbaarheid, de afhankelijkheid van de Heere, in het gebed meer invloed heeft dan we soms kunnen vermoeden.
* Abigaïl laat zien dat het iemand door een enkele uitspraak kan veranderen, omdat iemand – in dit geval David, maar ik heb ook hedendaagse voorbeelden gehoord, dat iemand door een enkele opmerking tot verandering kwam omdat in die opmerking de stem van de Heere werd gehoord die aandrong op een verandering, een bekering, een omwending.
* Abigaïl laat zien dat in tijden waarin de Heere gemist wordt, waarin hij afwezig lijkt, op een verborgen manier handelt, Waarbij Hij mensen, zoals Abigaïl inschakelt. Onze structuur van de kerk, met ambtsdragers die verkozen worden is daar ook op gebaseerd, dat in de verkiezing Gods stem op een gemeentelid afkomt en dat in wat een ambtsdrager doet in de gemeente Gods handelen zichtbaar wordt.
* Denk niet te snel dat de Heere er niet is. Hij werkt, op een verborgen manier, door mensen terug te roepen van een verkeerde weg. Een weg waarbij ze niet alleen zichzelf verliezen maar ook de Heere.
Amen

  • Het voorbeeld van de vrouw die contact opnam met de telefonische hulpdienst is afkomstig van Manfred Josuttis. Ik heb het voorbeeld enigszins aangepast.
  • Bij deze preek heb ik mij laten inspireren door de biografieën over Poetin van Wierd Duk en Peter d’Hamecourt.
  • Abigaïl als icoon heb ik ontleend aan Eugene H. Peterson, David en God.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s