Preek zondagmorgen 27 september 2015

Preek zondagmorgen 27 september 2015
1 Samuël 22.
Tekst: (…)  totdat ik weet wat God met mij doen zal. (vers 3)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen week kreeg ik de vraag of ik in deze dienst wilde ingaan
op de verklaring die door de Wezepse predikanten is gegeven
over een mogelijk AZC dat hier in Wezep zou komen.
Aan zo’n verzoek kan ik niet voorbijgaan,
omdat de discussie over of er wel of niet een AZC moet komen in Wezep flink is gevoerd.
Ik doe dat wel met de nodige aarzeling,
want ik ben geen predikant in Wezep.
Al kunnen wij in Oldebroek wellicht te maken krijgen met de gevolgen
van een AZC dat er in Wezep zou kunnen komen,
het is toch anders of je er van nabij mee te maken krijgt of wat verder weg.

Daarnaast heb ik geen idee wat het is om te moeten vertrekken uit je eigen land
naar een heel ander land, dat je niet kent, hooguit van naam.
Als gezin zijn we wel 2x verhuisd naar een heel nieuwe omgeving,
waarbij we de plaatselijke bevolking moesten leren kennen,
de gewoonten, de gebruiken, wat wel en niet kan,
wat de pijnpunten zijn en waar de mensen enthousiast van worden.
Eerst kwamen we in Noord-Holland terecht, waar ik zelf erg moest wennen
aan hoe de mensen met elkaar omgaan, hoe ze zijn
en bij de verhuizing naar Oldebroek moest vooral onze oudste dochter erg wennen.
Ik heb zelf ervaren hoe intensief het kan zijn om naar een andere omgeving te gaan,
maar dat is nog niets bij die vele duizenden mensen
die vanuit Syrië, Eritrea, Afghanistan of welk land ook maar ons land binnenkomen.
Ik kan hooguit vanuit de ervaring die ik zelf heb, proberen er iets van voor te stellen.
Wat het is om te moeten vluchten en opnieuw te moeten beginnen,
ken ik alleen maar vanuit de verhalen.
Van een Iraakse Koerd – een vluchteling – met wie wij rond 2000 in aanraking kwamen.
Hij was vanuit Irak gevlucht, waarschijnlijk omdat zijn vader in ongenade gevallen was.
In Irak was hij een arts die in de bergen de verschillende dorpen langs ging.
In Nederland gekomen telde zijn diploma’s niet
en moest van vooraf aan beginnen, na een procedure van jaren
mocht hij in de opleiding beginnen om hbo-arts te worden.
Tijdens zijn studie kwam de inval van  VS in Irak waarbij Saddam Hoessein verdreven werd.
In die periode zagen we hoe de spanning hem parten speelde
over wat er in zijn land gebeurde, hoe het met zijn familie zou aflopen.
Wanneer hij in de metro of de bus instapte, checkte hij altijd heel snel
of er geen andere Irakezen waren, want dat konden dan best
geheime agenten van Saddam zijn die hem hier nog te grazen zouden nemen.
Hij leefde voortdurend in angst en spanning.
Wat een makkelijk leven hebben wij toch, zei ik tegen hem.
Wees daar blij mee en dankbaar voor, want je gunt niemand om zo op te groeien.
Hier in Oldebroek kom ik de mensen van elders minder tegen.
Hoewel, onlangs vroeg ik hoe aan onze glazenwasser – een gelukszoeker –
hoe het met hem ging.
Hij vertelde dat hij uit Turkije kwam. Hij was een Koerd uit Noort-Turkije tegen Armenië.
Hij was nauwelijks naar school geweest,
omdat de Turkse regering het de Koerden niet gunde om een beter leven te krijgen.
Hij vertelde over de treiteringen waarmee hij en zijn familie te maken had,
hoe zijn vader onverwachts was opgepakt en voor maanden verdween
alleen omdat hij een Koerd was.
Toen zijn vader terugkwam, wilde hij met geen woord vertellen wat er was gebeurd.
Onze glazenwasser vertelde dat hij liever terug ging naar Turkije
want dat was zijn land, maar het onderwijs was zo slecht
dat er voor zijn zoon geen mogelijkheid was om naar school te gaan.
De enige school was op 3 dagen lopen afstand.
Zelf zou hij psychologie willen studeren, maar dat was te duur
en hij moest een gezin onderhouden.
Zulke ontmoetingen en gesprekken maken mij voorzichtig en bescheiden
over de komst van mensen uit een ander land, met een andere achtergrond.
Want wat zij hebben meegemaakt, dat kan ik mij niet voorstellen.
Toch is er een manier om iets te ervaren van wat het is  om vluchteling te zijn:
door de Bijbel te lezen.
In pastorale gesprekken lees ik vaak uit de psalmen, omdat dat gebeden zijn.
Vaak valt het me op, dat slechts een deel van de psalm van toepassing is,
omdat er ook regels zijn waarin David of een ander verwoordt
op de vlucht te zijn, zich opgejaagd te voelen, zoals een hert dat aan de jacht is ontkomen,
als een vogel die in een net gevangen is,
als iemand voor wie een kuil gegraven is.

We zien het ook in het gedeelte dat we met elkaar hebben gelezen,
over David die op de vlucht is.
David die zijn familie in veiligheid moet brengen, in een ander land, Moab,
een land nog niet zo lang geleden de strijd met Saul was aangegaan.
David brengt zijn ouders onder bij de vijanden van Israël.
David merkt, wat zo veel vluchtelingen vandaag de dag nog merken,
Dat wat hij doet gevolgen heeft, voor zijn familie.
Zijn familie kan worden gestraft, omdat hij zelf in ongenade is gevallen.
De mensen met wie hij in aanraking komt, zijn hun leven niet zeker.
Zoals de priesters van Nob, die worden gedood,  alleen maar omdat David bij hen was.
Door naar Nob te gaan, heeft hij het leven van de priesters op het spel gezet.
De priesters in Nob worden gedood en het heiligdom blijft desolaat en verlaten achter,
alleen maar omdat David er is geweest,
en daardoor bij Saul de suggestie heeft opgeroepen dat hij daar is geweest
om dat heiligdom aan zijn kant te krijgen.

Er gebeurt nog iets, voordat David naar Moab gaat.
David krijgt gezelschap: van zijn broers en andere familieleden,
maar ook van andere mensen: een verzameling van vluchtelingen en gelukszoekers,
mensen die het thuis niet meer uithouden
omdat de schuldeiser elk moment langs kan komen
om hun gezin mee te nemen om als slaaf te verkopen,
mensen waarmee wat aan de hand is en die je eigenlijk niet bij je in de buurt wilt hebben.
David trekt allemaal mensen aan.
Hier is ook een parallel te trekken met een mogelijke komst van het AZC:
Deze mannen waren geen lieverdjes, de mensen in Israël  zullen bang geweest zijn.

Wat moet David wel niet hebben gedacht, toen ze naar hem toekwamen:
mensen zonder geld, mensen die diep gekwetst zijn en zich zonder toekomst weten,
verbitterde mensen, boos op de regering van Saul, op de leiders van het dorp
en misschien ook wel boos op God,
want wat is er van Zijn leiding in hun leven te vinden?
Dat vraagt David zich ook af.
Hij zegt het tegen de koning van Moab – als hij zijn ouders komt brengen:
Ik weet niet welke bedoeling God hiermee heeft.
De weg die God met mij gaat, is voor mij op dit moment een raadsel.
Is hij tot koning gezalfd om de leider te zijn van dit rotzooitje?
Waar is dat mooie moment gebleven toen ik gezalfd werd en vol was van de Geest?
Als het leven tegenzit, kunnen die vragen zomaar boven komen.
Ook als je zelf dicht bij de Heere wilt leven.
Maar toch, bij David is het geen vraag dat God een plan met hem heeft.
Hij ziet de weg niet, maar ook als hij er niets van ziet, blijft hij op de Heere vertrouwen.
In de afgelopen week overleed een vrouw van begin 60 in Oldebroek.
Op de dinsdagavond voor de Schapenmarkt kreeg ze een ernstige hersenbloeding
en al snel bleek dat zij het niet zou halen.
Toch kon haar man het opbrengen om te zeggen:
God heeft er een bedoeling mee, alleen ik weet niet welke bedoeling.
Zo komen de woorden van David ook op mij over:
God heeft er een bedoeling mee, maar welke bedoeling dat is,
Waarom Hij mij deze weg laat gaan, dat is mij niet duidelijk.
Toen ik gevraagd was om aan te sluiten
bij de verklaring die de Wezepse predikanten afgaven
wist ik nog niet wat ik moest zeggen, ik weet het ook niet goed hoe het moet,
maar ik wist wel, dat het mijn taak is
om dat in ieder geval als vraag mee te geven aan u en aan mijzelf:
Welke bedoeling heeft God met de mensen die komen uit Syrië, Eritrea, Iran?
Als wij geloven dat God deze wereld leidt,
dan kan het toch niet zo zijn dat …
Nou, laten we er maar eerst bij stilstaan, bij die vraag:
of we dat nog geloven, dat God deze wereld bestuurt met zijn vaderlijke hand
als door zijn hand voortdurend instandhoudt en regeert, dat loof en gras,
regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren,
eten en drinken, gezondheid en ziekte niet bij toeval maar uit zijn vaderlijke hand komen.
Moeten we daar ook niet aan toevoegen: het komen en het wegblijven van mensen?
Ik zeg niet dat ik een antwoord weet, maar alleen
dat het onze taak als christen, als gelovige is om te zoeken naar wat God wil.
Om in alle tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar
en voor de toekomst een goed vertrouwen te hebben op onze God en Vader.
Dat lijkt me de juiste houding bij elke vraag die op ons afkomt:
geloven dat God weet wat Hij doet én dat Hij dat als onze Vader doet.
Een goed vertrouwen te hebben op God.
David zegt: ik weet niet welk plan.
We moeten ook niet doen, alsof wij zomaar even duidelijk hebben
welk plan God met ons heeft en met deze wereld.
In het hele hoofdstuk wordt niets gezegd over het plan van God,
niets gezegd over het handelen van God.
Er gebeuren allerlei dingen, waardoor je je juist gaat afvragen
of God überhaupt nog iets doet
en waarom Hij het allemaal op Zijn beloop laat:
Saul vol achterdocht is en niemand meer kan vertrouwen
en zelfs van zijn eigen clangenoten vermoedt dat ze zijn overgelopen naar David.
Doëg, de man uit Edom, die Saul boos kan krijgen
door te zinspelen op de speciale band die David met de Heere heeft:
David heeft God om raad gevraagd.
Doëg  die zelf in dat heiligdom in Nob was om zich aan de Heere te wijden.
David die zegt: ik weet niet wat God heeft.
Doëg die doet alsof je Gods weg zomaar even kunt kennen.
en David die zegt: wat God wil dat moet nog duidelijk worden en toch vertrouw ik op Hem.
Doëg die denkt de geschiedenis een handje te helpen
door alle priesters te doden, omdat ze mogelijk aan de kant van David kunnen staan.
David die afwacht, tot duidelijk wordt wat God van hem vraagt.
Al wordt dat raadsel eerst nog groter als Abjathar komt vertellen
dat al de priesters zijn uitgemoord, zijn hele dorp en heel de veestapel
vanwege het wantrouwen van de regeringsleider, de wispelturigheid van Saul.
Maar toch, als Abjathar komt, als enige, een vluchteling die zijn leven niet zeker is,
omdat ook zijn familie in ongenade gevallen is,
in dat donkere moment waarop de vraag naar Gods leiding het sterkst is,
De roep, de klacht tot God omhoog zou klinken: hoe lang nog Heere, laat u het begaan?
Op dat moment wordt er iets zichtbaar van wat God wil:
over hoe God Zijn koninkrijk bouwt:
met de komst van Abjathar komt er een priester bij de koning en een profeet is er al.
Zo wordt dat zootje ongeregeld het begin van Gods nieuwe volk
en tekent daar bij die groep van opgejaagden, van vluchtelingen en gelukzoekers
het begin van het nieuwe Israël, zoals God ze bij elkaar brengt.
God bouwt Zijn koninkrijk – op Zijn eigen manier.
Vaak via wegen die wij niet zien – misschien niet kunnen zien of soms niet willen zien.
Het enige dat David tot dat moment wist, was dat hij de gezalfde was.
Hij leek zo dichtbij, bij het koningschap, toen hij aan het hof van Saul was,
de schoonzoon – zou hij Saul op die manier opvolgen, ipv Jonathan?
Maar nee, via een andere weg – Gods weg.
God heeft ons geen kalme reis beloofd – David niet, ook ons niet.
God kan ons leven opschrikken, om ons daar weer aan te herinneren,
dat we op reis zijn en dat Zijn koninkrijk er hier op aarde nog niet is.
Mogelijk dat God dat aan David wilde leren:
Dat het koningschap aan hem door God wordt gegeven – op Gods tijd.
En dat de tijd waarin hij werd voortgejaagd en moest zwerven, zijn leven niet zeker,
moest leren om ook dan op God te vertrouwen,
om te beseffen dat zijn leven ook dan in Gods hand is.
En dat het geen recht is om koning te worden – maar een geschenk van God.
Ook voor ons is het leven een reis.
Al hoop ik dat het voor u een veel kalmere reis is, zonder al te veel zwerftochten.
Het kan zijn, dat God ons vluchtelingen stuurt,
om ons daaraan weer te herinneren, dat we hier geen blijvende stad hebben,
dat ook wij moeten kunnen opbreken – nogmaals: ik ken Gods plan niet.
Dat het leven van David, met zijn rondtrekken ons een spiegel voorhoudt:
zit je niet teveel vast aan het leven hier?
Besef je dat Gods koninkrijk nog komt?
In de Vroege Kerk was er de vraag wat er moest gebeuren met iemand die rijk was
en die tot geloof kwam in de Heere Jezus:
moest zo iemand dan al zijn bezittingen verkopen en geld weggeven aan de armen?
Nee, was het antwoord, niet alles want dan zou hij zelf arm worden
en afhankelijk van de hulp van anderen.
Maar zijn rijkdom had hij van de Heere gekregen om te delen aan anderen,
niet om voor zichzelf te houden.
Wat we hebben is een geschenk, een gave door Gods genade,
uit Zijn goedheid, een geschenk dat wij niet verdienden.
Zoals de Iraakse Koerd het eens tegen mij zei: Wees maar dankbaar.
Waarom is ons leven anders dan dat van David?
Waarom hoeven wij niet op de vlucht?
Waarom hoeven wij niet te vrezen, dat we morgen opgehaald kunnen worden
om naar een strafkamp te worden gebracht zonder dat je weet
wanneer je daar weer uitkomt?
Waarom groeien mijn kinderen op, zonder dat de kogels hen om de oren vliegen,
Zonder dat ze zien hoe familieleden omkomen door bombardementen,
door gifgasaanvallen, door verdrinking?
David zegt: ik weet niet wat Gods plan is, maar wel dat God een plan heeft.
We geloven dat God Zijn koninkrijk bouwt
En dat Hij daar ons bij kan gebruiken
en dat als wij niets doen, Hij dat ook wel doet buiten ons om.
God bouwt Zijn koninkrijk in Syrië – ook al worden daar de kloosters opgeblazen
en vluchten de christenen daar massaal weg.
God bouwt Zijn koninkrijk – ook in het Midden-Oosten, ook in Nederland.
Vaak voor ons niet direct zichtbaar.
En wat moeten wij doen?
In ieder geval dat wat Doëg – spottend, verwijtend over David zegt:
Dat hij zijn raad zoekt bij de Heere
vanuit het besef dat ons leven niet alleen hier is,
maar dat we Gods koninkrijk ook verwachten, als Jezus terugkomt.
En door alle tijden heen – hoe donker die ook zijn
leidt God Zijn kerk naar dat doel
Amen

In uitgebreidere vorm gehouden op 27 sept in Wezep en op 4 okt in Oldebroek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s