Preek zondagmorgen 20 september 2015

Preek zondagmorgen 20 september 2015
Opening winterwerk – Delen in overvloed
Mattheüs 25:14-30

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een directeur van een groot bedrijf roept een van zijn werknemers bij zich in zijn kantoor.
Als de werknemer in het kantoor is aangenomen,
krijgt hij van de directeur een enkele pasjes in zijn handen gedrukt.
Verbaasd kijkt de werknemer naar zijn directeur:
Wat is hier de bedoeling van?
De directeur geeft hem een vriendschappelijk klopje op zijn schouder
en zegt tegen zijn werknemer: ‘Ik weet wat ik doe.’
Daarna kan de werknemer weer gaan.
Er wordt nog een werknemer geroepen.
Als deze man komt, krijgt hij twee pasjes.
Opnieuw zegt de directeur: ‘Ik weet wat ik doe.’
Dan roept de directeur een derde werknemer bij zich.
Deze derde werknemer is een heel precies man.
In al die jaren dat hij hier op dit bedrijf werkt, is hij nog nooit te laat gekomen.
Nooit heeft hij hoeven verzuimen door ziekte.
De man valt in het bedrijf eigenlijk niet op,
behalve dan dat hij altijd als eerste is
en in zijn lunchtijd op zijn plek blijft
en er niet aan denkt om eerder dan de werktijd naar huis te gaan.
Voor deze man is het een eer om voor dit bedrijf te werken.
Hij is alleen wel verbaasd dat hij door de directeur geroepen wordt,
want hij heeft nog nooit eerder gemerkt dat hij opviel in het bedrijf.
Deze man krijgt van de directeur één pasje.
Ook tegen deze man zegt de directeur: ‘Ik weet wat ik doe.’
De volgende man blijkt de directeur te zijn vertrokken.
Niemand weet waarheen.
Niemand weet waar hij naar toegegaan is.
Alleen zijn secretaresse weet iets te vertellen: hij is op reis naar het buitenland.
Maar zijn telefoon heeft hij niet meegenomen.
Hij is niet te bereiken en niemand kan hem vinden.
De drie mannen weten niet goed wat ze moeten doen.
Ieder van die mannen beseft van die pasjes te hebben gekregen
en ze zijn benieuwd waar dat pasje voor diende.
Als ze de pasjes controleren, blijkt dat op elk pasje 1 miljoen euro staat.
Deze mannen beseffen: wat we hebben aan pasjes, dat is de waarde van het hele bedrijf.
Wat moeten wij ermee?
Had de directeur maar uitleg gegeven.
De eerste man gaat naar zijn eigen kantoor.
Hij gaat achter zijn bureau zitten om te bedenken wat hij moet doen.
Veel tijd om na te denken heeft hij niet.
Er wordt op zijn deur geklopt en een medewerker van de financiële afdeling stapt binnen:
‘Er is dringend geld nodig!’
De man aarzelt. Wat moet hij doen?
Hij heeft 5 pasjes met elk een miljoen?
Wat had de directeur van hem verwacht?
Hij kan toch niet zomaar dat geld van het bedrijf uitgeven.
Maar de man van de financiële afdeling dringt aan:
‘Je moet het doen, anders gaat het met het bedrijf niet goed. Dit is belangrijk!’
De man zucht en denkt na. ‘Vooruit’, zegt hij, ‘de directeur zal wel hebben geweten wat hij bedoelde. Als ik niets doe, gaat het hele bedrijf eraan.
Zou de directeur dat gewild hebben?’
Hij voelt de verantwoordelijkheid
en het is alsof de directeur vanaf de foto hem aankijkt en iets wil zeggen. Maar wat?
Bij de tweede man met twee pasjes gaat hetzelfde er aan toe.
Bij de derde man anders.
Hij wordt nog voorzichtiger dan eerst.
Hij zorgt dat hij een eigen kamer krijgt in een afgelegen gang, waar niemand komt
en dus ook niemand op het idee komt om hem te storen.
Het pasje stopt hij diep weg, in een gat achter de muur en zet zijn bureau ervoor
zodat niemand op het idee komt om daar te zoeken naar het pasje.
De man is nog vroeger dan anders
en gedurende de dag houdt hij zich nog meer afzijdig dan anders.
Hij wordt nog stipter en houdt de eer van het bedrijf zoveel mogelijk omhoog.
Want stel je voor, de directeur, dat is geen makkelijke man.
Stel je voor, dat het bedrag weg zou zijn, dan zou de directeur laaiend zijn geweest,
Want zuinig dat de directeur is.
Nooit kreeg hij een beloning voor zijn stipte werkwijze,
ook al kostte het hem extra uren aan werk die hij niet kon declareren als overwerk.
Hij ging slechter slapen en ging zich zorgen maken.
Ging het met het bedrijf wel goed?
Ja, hij had een deel van de financiële reserve onder zijn hoede,
maar mooi niet dat hij er iets van uit gaf.
Zo gaat het heel lang door en ondertussen wordt er niets van de directeur vernomen.
Totdat … na lange tijd, als iedereen er zo ongeveer aan gewend is geraakt
dat de kamer van de directeur leeg is … de directeur weer terugkomt op het bedrijf
en zijn 3 werknemers bijeen roept.
De eerste man is blij de directeur te zien.
Enthousiast vertelt hij van de winst die het bedrijf heeft gemaakt.
De tweede man is ook enthousiast zijn baas te zien.
Met twinkeling in zijn ogen vertelt hij hoe het bedrijf een goede naam heeft opgebouwd.
Beiden hebben het bedrag dat de directeur hen gaf weten te verdubbelen.
‘Jullie hebben het goed gedaan. Ik gaf je een klein beetje,
maar daarmee zijn jullie op een grootse manier mee omgegaan.
Dan kan ik jullie nog veel meer toevertrouwen.’
Dan de derde man.
De man is gespannen, maar ook wel trots.
Hij heeft het geld weten te bewaren. Alles is er nog.
Dat was toch wat de directeur wilde?
Hij heeft het pasje tevoorschijn gehaald en afgestoft.
Het pasje werkt nog en het volledige bedrag staat erop.
Hij is er netjes vanaf gebleven.
Tot zijn verbazing ontploft de directeur van woede:
‘Jij luilak! Besef je wel wat je hebt gedaan?’
Langzaamaan dringt het tot de man door
dat hij iets verkeerds heeft gedaan,
maar hij is te verbijsterd om zich te kunnen bedenken op welke manier hij fout is geweest.
De directeur roept de bewaking en zegt: ‘Gooi deze man eruit.’

Zo gaat het in het Koninkrijk van God, zegt Jezus,
het koninkrijk van God – dat is Gods nieuwe wereld die er door de Heere Jezus gekomen is,
Doordat Hij stierf aan het kruis
en Gods nieuwe wereld die komt, als de Heere Jezus terugkomt.
Begrijp je wat Jezus bedoelt met dit verhaal?
Als je er iets van begrijpt, dan heb je ontdekt
hoe God werkt en wat dat koninkrijk van God voor jou betekent.
Wat zou Jezus ermee bedoelen?
Het is een verhaal over een directeur die voor langere tijd naar het buitenland gaat
en dan het bedrijf overlaat aan enkele ondergeschikten.
Waar zou dat over gaan?
Zou de Heere Jezus bedoelen dat Hijzelf voor langere tijd weggaat
en dat Hij iets op aarde achter laat, waar anderen voor moeten zorgen?
Wat zou de Heere Jezus achterlaten, als Hij naar de hemel gaat?
Zou dat niet de kerk zijn? De mensen die in Hem geloven,
de mensen die vroeger in de Heere Jezus hebben geloofd en ook nu,
zoals jij en ik, de mensen hier in de kerk.
En wie zijn dan degenen die voor de kerk moeten zorgen,
die de Heere Jezus achterlaat?
Zouden dat predikanten, ouderlingen zijn, de clubleiding,
de voorzitster van de vrouwenvereniging,
Bijbelkringleiders, degenen die catechisatie geven of AlphaCursus?
Zij allen zouden wel eens willen dat de Heere Jezus er is
om zelf aanwijzingen te geven.
Ik denk dat zij zich allemaal wel eens in een situatie bevinden zoals die eerste werknemer.
Dat er iets dringend gedaan moet worden,
maar je weet eigenlijk niet waar je goed aan doet.
Iedereen die als ouderling wordt verkozen herkent de verbazing,
de verbijstering wellicht van die knechten die ontdekten hoe groot het bedrag was
dat op dat pasje stond: moet ik daarvoor zorgdragen?
Kan de Heer dat zelf niet? Waarom ging Hij dan van ons heen?
Het is als een zware last die opeens op je schouders wordt gelegd,
zonder dat je weet hoe je hiermee om moet gaan.
Zou de Heere Jezus dan die gelijkenis vertellen door te zeggen:
begin er maar aan, wees niet te bang
Al ervaar je het als een te grote verantwoordelijkheid.
Begin er maar aan en Ik zal er voor zorgen
dat je inzet wordt verdubbeld, dat er groei komt.
Neem je verantwoordelijkheid.
Maar wat is die verantwoordelijkheid dan?
Zorg dragen voor de gemeente. Zorgen dat de gemeente goed wordt beheerd.
Doet die derde knecht dat ook niet?
Wat is dat dan, goed zorg dragen voor de gemeente?
Is dat zorgen dat alles bij het oude blijft
of is dat een investering doen in de hoop dat er meer bijkomt
maar wel met het risico van de investering – namelijk dat je het ook kwijt kunt raken?
Wat is goed zorgdragen voor de gemeente?
Is dat overstappen op zoveel mogelijk makkelijk zingbare liederen
omdat de mensen die niet zo vaak in de kerk komen dan vaker komen?
Er zijn goede argumenten te bedenken voor de Psalmen:
want die zijn tot eer van God, dat zijn liederen uit de Bijbel.
Of houden we vast aan wat we altijd gewend zijn,
want zo zijn we opgevoed en dan is het vast tot eer van God?
Wat is goed zorgdragen voor de gemeente?
Is dat streng zijn voor degenen die samenwonen, want dat kan toch niet?
De Bijbel leert toch iets anders,
namelijk dat echte liefde en trouw door het huwelijk gewaarborgd worden ?
Of zijn we dan net als die derde knecht
die het maar bij het oude houdt en daardoor degenen belemmert die samenwonen
om een stap verder naar de Heere en naar de gemeente te doen,
Waardoor de gemeente niet wordt uitgebreid?
Ik heb hier geen antwoord op, ik wil hier ook geen keuze maken of opdringen,
maar als ik luister naar wat de Heere Jezus ons met deze gelijkenis wil zeggen,
proef ik een spanning – een spanning tussen Gods heiligheid en Gods barmhartigheid
een spanning die wij niet zomaar mogen oplossen,
maar door deze gelijkenis te vertellen houdt de Heere wel voor:
Maak je de goede keuze?

Wellicht zijn het voor u vragen waarop u niet bedacht bent
en die je bij deze gelijkenis niet had verwacht,
want in deze gelijkenis gaat het om de talenten die je hebt
die je goed moet gebruiken?
en is het thema niet: delen in overvloed,
De gaven die je van de Heere gekregen hebt die je moet en mag delen
en die dan door de Heere gezegend worden?
Ja, daar heeft het inderdaad mee te maken,
maar dan vooral met het delen van het evangelie,
van de genade van de Heere Jezus, het mogen horen bij Zijn gemeenschap,
het binnengaan in Zijn koninkrijk.
Dat is de rijkdom, dat zijn de gaven die wij als gemeente,
die u, die jij als individu hebt ontvangen en mag uitdelen.
Maar aan wie? Wie mogen erbij horen?
Mag iedereen zomaar in dat koninkrijk komen?
Horen daar niet allerlei eisen bij?
Je bent toch niet zomaar kind van God?
Dat is in ieder geval de houding van de derde knecht.
Die knecht ziet in zijn heer iemand die niet zomaar akkoord is met wij als mensen doen.
Hij heeft richtlijnen gegeven – wetten en daar hebben we ons aan te houden.
Want stel je voor dat je je niet aan die wet houdt en je dan voor God komt.
Die derde knecht is bang voor God, omdat Hij denkt God te kennen
als een veeleisend God
en daarom maar schermt met Gods wet, want dat is Gods wil.
Gods richtlijnen zijn duidelijk – ook als sommigen daar de dupe van zijn.
Liever een zuivere kerk dan een kerk waar alles kan,
want daar kan God niet wonen.
In de kerk kan niet alles, want de kerk is van de Heere en God is heilig.
Dat, gemeente, het geloof in Gods heiligheid
wordt niet onderuit gehaald,
want de knechten krijgen een heel groot bedrag toevertrouwd,
al zegt de Heer tegen zijn knechten bij zijn terugkomst dat het een schijntje was.
De gelijkenis wil wel aangeven: Wat is nu de waarde in de kerk,
wat is het hoogste goed: is dat de heiligheid van God, zijn dat Zijn richtlijnen
of is dat Zijn barmhartigheid,
die zich laat zien door ook de zondaar op te nemen in Zijn gemeenschap
en ook het koninkrijk openstelt voor degenen die hun leven hebben vergooid,
die het er niet naar hebben gemaakt?
Als er gekozen moet worden, is dan Gods heiligheid het voornaamste
of Gods barmhartigheid die ook de slechte mensen uitnodigt om Gods kinderen te zijn.
Hoe meer ik in de evangeliën lees en vooral de gelijkenissen
kom ik tot de overtuiging dat Gods barmhartigheid het hoogste is,
zijn diepste wens om de zondaar, degenen die hun leven hebben vergooid,
te nodigen, te roepen, te dwingen om in te gaan – uit de heggen en de steggen,
mensen die wij niet op onze feestjes uitnodigen, maar God wel.
In elke gelijkenis zit iets provocatiefs
om ons te provoceren om in die barmhartigheid te geloven
van God die oneindig barmhartiger is dan wij ons kunnen voorstellen
die zelf de reinheid, de zuiverheid in de hemel heeft verlaten
om vuile handen te krijgen door ons aan te raken,
zichzelf te laten vervuilen en besmetten door onze zonden op zich te nemen,
die zelf bereid was om vertrapt te worden door de mensen
Die niet op Hem zaten te wachten,
omdat ze dachten dat ze God al hadden.
Omdat ze God al dachten te dienen, met een heel mooie, een heel zuivere eredienst.
En als mensen die niet konden meemaken,
als ze te onrein waren, dan lag het aan hen.
In heel het evangelie van Mattheüs is die spanning tussen Gods heiligheid
en Zijn barmhartigheid de rode draad,
van de meeste gelijkenissen is die spanning de rode draad.
Waarbij de Heere Jezus ons allemaal voorhoudt:
denk maar niet te snel dat je handelt zoals die eerste knechten,
wij hebben allemaal misschien wel de neiging om ergens op de rem te trappen
omdat we denken dat dat niet past bij de Heere.
Daarbij denk ik niet, dat deze gelijkenis ons aanmoedigt
om alles maar over boord te gooien, want God is heilig
en Jezus vertelde in een cultuur waarin het beleven van Gods heiligheid anderen uitsloot.
Ik denk dat de Heere Jezus met die gelijkenis aan wilde geven
over die spanning na te denken
en wat in onze ogen de juiste keuze is, niet omdat het onze mening is,
maar omdat we weten wie God is, omdat we weten wie God echt is.
Zodat – als de Heere Jezus terugkomt, kunt zeggen: Ik heb gedaan
wat u van mij verlangde.
Dat is de kritische vraag vanuit de gelijkenis:
Ken je de Heere echt wel? Weet je echt wie Hij is
en kun je vanuit dat kennen van de Heere Hem dienen
en je plek in de gemeenschap innemen,
zodat je bij je komst de Heere aan de Heer mag laten zien
wat Hij je heeft toevertrouwd
en dat je mag zeggen: Heere, wat U mij gaf,
het is verdubbeld, ik heb begrepen waarom U het mij gaf.
In wat U aan mij gegeven heb, heb ik U leren kennen.
Heiliger dan wij maar ook barmhartiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s