Weeksluiting De Hullen

Weeksluiting De Hullen
Ik wil beginnen met een voorbeeld van een predikant die in een kinderziekenhuis werkte:

Lisa was 5 jaar toen Herbst haar voor het eerst ontmoette.
Lisa zei bij die ontmoeting:
‘God houdt niet van mij.
Hij wil niet dat ik gezond wordt.’
Zij was in het ziekenhuis, omdat een hersentumor operatief verwijderd moest worden.
Na de operatie bleef zij nog enige tijd om te herstellen van de operatie.
In die tijd bezocht Herbst haar elke avond en las haar voor.
Lisa’s houding veranderde voortdurend:
dan was ze moedeloos, dan opgewekt,
soms ook niet aanspreekbaar, vaak lief en aandoenlijk.
Bij het vaste afscheidsritueel hoorde de vraag van Lisa:
‘Wanneer komt u weer?’

Op een avond las Herbst het verhaal voor
van de storm op het meer, die door Jezus werd gestild.
Tijdens het voorlezen viel Lisa in slaap.
Hij dekte haar toe en verliet met een onbevredigend gevoel de kamer uit.
De volgende morgen kwam hij de moeder van Lisa tegen:
‘Moet u eens horen wat Lisa vanmorgen vertelde.
Lisa vertelde hoe de dominee was gekomen en een verhaal had verteld.
En Lisa zei: ‘Mama, moet je voorstellen, ik ben bij Jezus in de boot in slaap gevallen.’’

Ik ben bij Jezus in de boot in slaap gevallen.
Bijzonder als je je zo vol vertrouwen kunt overgeven aan de Heere Jezus,
dat je kunt slapen en dat je weet dat de zorgen even van je afgenomen zijn.

Dat iemand ‘s nachts wakker kan liggen, wist ik wel.
In een bepaalde tijd was ik zelf een slechte slaper.
Dat was altijd in de nacht van zondag op maandag.
Omdat we op zondag 2x naar de kerk waren geweest,
hoefde ik op zondagavond nooit voor het slapen gaan in mijn Bijbeltje te lezen.
Toen ik een jaar of 10 was,
kon ik juist in die nacht niet goed slapen
en was ik midden in de nacht, rond 3.00 uur, 4.00 uur vaak wakker.
Voor mijn idee had dat altijd te maken met het overslaan van een stukje Bijbellezen.
Ik lag dan lang wakker en vooral als het helemaal donker was
kon ik niet goed in slaap komen.
Ik hoopte dan dat iemand de lichten op de overloop zou laten branden,
zodat er een lichtstraal in mijn kamer viel.
Omdat niet zo goed in slaap kon komen, ging ik voor mijzelf maar een psalm herhalen.
Uiteindelijk werd dat de Psalm: Maar de Heer zal uitkomst geven.
Die psalm zong ik dan een aantal keer stil in mijzelf, totdat ik uiteindelijk in slaap viel.
Niet dat ik bij Jezus in de boot in slaap viel, maar wel onder Gods vleugels.
Het kon wel een tijd duren voor ik weer in slaap was.
Dat het in slaap komen niet vanzelfsprekend is,
herinner ik me vooral door een preek over Psalm 3.
De inhoud van de preek ben ik helemaal vergeten,
op de eerste zin na: Slaapt u wel goed?
Het zijn immers de stormen, waar de discipelen mee te maken hebben,
die je zo uit slaap kunnen houden.
En als je niet kunt slapen, ga je malen
en als je maar gaat malen en piekeren kun je weer niet goed in slaap komen.
Als je wel goed kunt slapen, is dat een zegen
En dat merk je pas als je niet goed in slaap kan komen.

Waarom kan David wel goed slapen?
Omdat de HEERE voor hem een schild is.
Hij beseft het dat het een zegen is
dat hij zo goed kan slapen.
Het is ook een dankzegging naar de HEERE toe:
U echter bent een schild voor mij.
Daarom kan hij zich neerleggen en slapen.
Eigenlijk tot zijn eigen verrassing,
want het leven is voor hem vol spanning,
spanning vanwege zijn eigen zoon die hem van de troon wil stoten.
Spanning in het gezin kan de slaap wegnemen
en David kan er over meepraten
en toch is er iets dat hem die rust geeft
Waardoor hij zich kan overgeven aan de slaap.
Het is geen trucje van hemzelf, geen tovermiddeltje om in slaap te komen,
Geen slaapmutsje,
Het is vertrouwen, overgave aan God,
zoals dat kleine meisje kon slapen, omdat ze wist: Ik ben bij Jezus in de boot.

Psalm 3 is een mooie psalm,
maar er zit ook iets in wat als een steen op de maag kan liggen.
Want David vraagt ook iets aan God
wat wij niet zo snel aan de Heere zouden vragen:
Sta op, Heere, verlos mij, mijn God
want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen.
David roept hier het beeld op van een schoolplein,
Waarbij iemand in een kring staat en door iedereen wordt belaagd.
Als hij dan het onderspit dreigt te delven, komt er hulp
van iemand die groter is en sterker en voor hem de strijd aangaat.
Het is het beeld van de strijd, waarbij God vecht voor David
en de vijanden van David verslaat.
Kunnen wij dat zomaar bidden?
Moeten wij onze vijanden niet liefhebben en voor hen bidden
En schrijft Paulus ons niet voor dat we de wraak aan God over moeten laten:
Wreek uzelf niet geliefden, maar laat plaats voor de toorn,
want ik zal het vergelden, spreekt de Heere, mij komt de wrake toe.
David vraagt of God hem wil wreken.
Een voor ons gevoel onmogelijke vraag.
Maar God zegt niet dat Hij deze vraag van David overneemt.
Hij legt het in Gods handen.

Wat dat betekent, ontdekte ik in een voorbeeld dat ik tegenkwam
van iemand die werkte bij een telefonische hulpdienst.
Een vrouw was als vrijwilliger werkzaam bij een telefonische hulpdienst.
Ze was kerkelijk opgevoed, maar deed er niet veel aan.
Op een avond waarbij ze dienst had, belde iemand in paniek op.
Het was een vrouw die ontdekte dat haar man bij een andere vrouw was
En ze vertelde dat ze met een bijl in haar hand stond
om naar haar man en die vrouw te gaan om hen te doden.
De vrouw van de hulpdienst wist niet goed hoe ze moest reageren
totdat ze – tot haar eigen verbazing – een bijbeltekst door de telefoon zei.
De tekst ontglipte haar.
mij komt de wrake toe, spreekt de Heere.
De vrouw valt stil en zegt na een tijd: Dank u, dit heb ik nodig.
Ik hoef het niet zelf te doen.

David hoeft zichzelf niet te wreken, want God komt voor hem op.
God strijdt, de Heer zal opstaan tot de strijd,
Hij zal Zijn haters wijd en zijd, verjaagd, verstrooid doen zuchten.
Maar dit is niet de enige manier van de Heere
om de tegenstanders van David terug te dringen.
God is koning over alles,
over Davids tegenstanders, over David zelf
God is er niet aan gehouden de wens van David te vervullen
De Heere bepaalt zelf wat Hij zal doen.
Ondertussen is Hij wel de schild voor David
zodat de woede en de aanvallen van Absalom hem niet raken.
Een schild.

Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
Want slapend kom ik bij U thuis
Alleen bij U ben ik geborgen
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig thuis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s