Pastoraal preken

Pastoraal preken

In een mensenleven kan veel gebeuren. In gesprekken komt dat ook naar voren. Elk levensverhaal kent wel verdriet, zorgen, tegenslag en teleurstellingen. Als ik op de kansel sta, zie ik mensen voor mij zitten met zo’n levensverhaal. Bij de voorbereidingen merk ik vaak dat ik bepaalde zinnen schrap. Ik krijg die niet uit mijn mond, omdat er ik weet dat er veel mensen met pijn en verdriet in de kerk aanwezig zijn. Bij veel preken duurt het lang voordat ik eindelijk iets op papier krijg. Onlangs gaf het leesrooster, dat ik aanhoud, het verhaal op van de verlamde man die door het dak werd neergelaten. Het was niet gemakkelijk om hier een preek over te maken, met de herinnering aan de bezoeken van gemeenteleden die door een herseninfarct deels of helemaal verlamd waren geworden. Ook is het niet gemakkelijk om deze preek te houden met, als ik op de kansel sta, het zicht op iemand in een rolstoel.

Blokkade
Van Christian Möller heb ik geleerd dat deze blokkade bij het maken van de preek heilzaam is. Deze blokkade is in zijn ogen een ervaring van aanvechting, die mij de mond snoert als het gaat om mijn theologische principes. In de preek gaat het niet om mijn gedachten en principes, maar om het Woord van God dat gebracht moet worden. Aanvechting is noodzakelijk om mij het zwijgen op te leggen en ruimte te bieden voor Gods Woord. Vooral het Woord, dat God zelf spreekt, is troostend en heilzaam. Een pastorale preek is vooral een preek, die God zelf aan het woord laat en niet God voor de voeten loopt met onze meningen over een Bijbeltekst of een situatie, met onze ervaringen of gedachten. Om pastoraal te preken, gaat het er dus om dat ik zelf dat Woord van God verneem, dat ik door het lezen en overdenken van het Woord Christus ontmoet. Een pastorale preek is een preek, waarin God zelf doet wat Hem behaagt (Jesaja 55:10-11).

Ook al klinkt dat bekend in de oren, zo gemakkelijk is dat niet. Want lang niet altijd zie ik er zelf de vrucht niet van. Of heb ik als prediker belang bij een bepaalde uitleg van een gedeelte. Deze uitleg is dan namelijk een belangrijke pijler van mijn traditie en met deze uitleg kan ook een deel van mijn traditie verdwijnen. Als prediker kan ik de scherpe kantjes van het Woord afhalen, of juist de ruimhartigheid van het evangelie beperken. Ook als prediker ben ik nog niet los van het zondarenbestaan, dat Gods goede gaven wantrouwt, of dat zelf de grip wil houden op het effect van dat Woord.

Afwezigheid van God
Om pastoraal te kunnen preken, moeten al die blokkades uit de weg geruimd worden. Anders leg ik Gods eigen spreken het zwijgen op. Ik neem niet God in dienst, maar Hij neemt mij in dienst. In de exegese en in het overdenken van het Bijbelgedeelte gaat het dus om het vernemen van de stem van God. Ik merk dat ook in de exegese vaak uitkom bij het spreken of het handelen van God. In veel Bijbelgedeelten, zeker in de verhalen, is God vaak afwezig en wordt Hij in preken en meditaties ‘erin’ gelezen. In veel Bijbelverhalen is Hij afwezig, maar wordt in preken en meditaties gedaan alsof Hij aanwezig is, als Iemand die op de achtergrond de touwtjes in handen heeft. Maar daarmee wordt verondersteld dat Gods aanwezigheid vanzelfsprekend is. Pastorale prediking kan niet zonder nauwkeurige exegese die er nauwlettend op ziet of God aanwezig is of niet. En als God sprekend of handelend wordt ingevoerd, doet de exegese niet alsof dat vanzelfsprekend is, maar is er oog voor het onverwachte en verrassende van Gods interventie. De aandacht voor de afwezigheid van God of de onvanzelfsprekende aanwezigheid van God in Bijbelverhalen is pastoraal. Pastoraal preken veronderstelt dus een nauwkeurig lezen van de Schrift. Met een gevoeligheid voor Gods aanwezigheid en afwezigheid. Want gemeenteleden hebben vaak de ervaring dat God afwezig is. Het valt mij steeds weer op, dat gemeenteleden hun ervaringen en worstelingen niet kunnen terugvinden in de bijbel. Voor gemeenteleden is het een heilzame ervaring om te merken dat hun ervaringen, hun worstelingen en hun vreugden voor Gods aangezicht worden uitgesproken. Als de preek het levende Woord van God is, gaat het nog verder. In Gods spreken tegen ons (door de prediking) worden onze ervaringen opgenomen. Onze ervaringen zijn bij God bekend, want in zijn spreken verwoordt Hij onze ervaringen.

Dat is het tweede: in de preek als het spreken van God worden mijn ervaringen verwoord. Een mooi voorbeeld vind ik een preek van Klaus-Peter Hertzsch, een Oost-Duitse hoogleraar Praktische theologie, over Lukas 5:1-11. Hij begint zijn preek met: ‘Succesvolle arbeid geeft uiteindelijk vreugde. Ook al is het hard werken geweest. Maar zinloos werk is zeer ontmoedigend. Juist als het hard werken is geweest.’ Met enkele zinnen roept Hertzsch een herkenbare ervaring op en in één zin legt hij de verbinding met het Bijbelgedeelte: Men kan aanvoelen hoe moedeloos en futloos de vissers na deze ervaring op de oever van het meer van Genesareth hun netten spoelen.

Uit dit begin van de preek spreekt verbeeldingskracht en invoelingsvermogen. Pastorale prediking kan niet zonder verbeeldingskracht en invoelingsvermogen. Deze verbeeldingskracht en dit invoelingsvermogen geldt voor zowel het Bijbelgedeelte als onze alledaagse leefwereld. Mij valt het op dat die verbeeldingskracht en dat invoelingsvermogen in veel kinderbijbels ontbreekt. Bij het lezen van de kinderbijbel aan tafel ben ik elke keer weer verbijsterd hoe glad de Bijbelverhalen worden verteld. Alsof het allemaal vanzelfsprekend is wat er zich in de Bijbel afspeelt. Alsof het vanzelfsprekend is dat Daniël uit de leeuwenkuil gered wordt. Alsof het niets met Jozef doet, dat hij in de put gegooid wordt. Ook dat vanzelfsprekende kan het spreken van God doen verstommen. Niets is in onze tijd fataler voor de kerk en de preek dan het vanzelfsprekende als het gaat om God, Zijn handelen en spreken. Met het vanzelfsprekende wordt een drempel opgeworpen, die de Bijbel zelf niet heeft. De Bijbel is een spannend boek, omdat het gaat over de God die verrassend in onze geschiedenis komt en Zich met mijn leven verbindt. En die komst van God doet iets met ons leven en met de situatie waarin wij ons bevinden. Het Woord van God komt van buiten, van God zelf. Wij hebben het niet bedacht, wij ontvangen het slechts.
Dat het Woord van God niet uit onszelf komt, is voor ieder gemeentelid van belang, maar voor degenen die te maken hebben met verdriet en depressiviteit des te meer. Zij kunnen zichzelf niet bevrijden uit de kooi waarin zij gevangen zijn. In die machteloosheid komt het Woord van God.Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. (Jesaja 9:1) Pastorale prediking laat Gods licht schijnen in onze wereld, over degenen die verdrietig zijn, die gevangen zijn in depressiviteit, die de weg naar God kwijt zijn.

Knap vind ik hoe Hertzsch het evangelie weet te verwoorden als een licht dat het duister dat ons gevangen houdt kan doorbreken: Ook onze geschiedenis is met de vergeefse nachtelijke arbeid niet afgelopen, gaat Hertzsch verder en knoopt aan bij het spreken van Jezus, waardoor de discipelen nogmaals het water op gaan: Maar op Uw woord. Deze vier woorden geven de samenvatting aan van wat pastoraal preken is: het spreken van God, het komen van Christus in ons leven en in onze werkelijkheid en dat een verandering teweeg brengt. We zouden kunnen spreken over het maar van God. Dat maar komt niet van ons uit, maar van God.

Daarom is het wezenlijk dat een preek volop ruimte biedt aan het spreken van God. Het is al heel pastoraal als onze ervaringen voor Gods aangezicht verwoord worden, het is nog pastoraler als Gods maar in onze werkelijkheid klinkt. ‘Ik heb als prediker niet alleen het vertrouwen dat ik in de Bijbeltekst mijn eigen leven herontdekt, maar tegelijk ook het vertrouwen dat het leven er geheel anders uitziet. Het vertrouwde wordt tegelijkertijd vreemd en het bekende verschijnt als nieuw.’ (Klaus-Peter Hertzsch)

Als prediker is het verkondigen van dat maar een hachelijke zaak. Klopt het wel wat ik zeg? Beloof ik niet teveel? Daarom kan dat maar niet zonder de aanvechting, die mij heilzaam doet verstommen. Doordat ik geen woorden meer kan vinden, krijgt God de ruimte om te spreken. Door mij heen. En dat Woord is Zijn scheppende kracht, die mij en de gemeente vanuit de dood tot leven wekt. Hij roept tot aanzijn, wat er nog niet was.

Meer dan troosten
Pastoraal preken is niet alleen troosten. Pastoraat is afgeleid van herder en wijst heen naar Christus die de goede herder is. Deze goede herder heeft zijn leven gegeven voor de zijnen om hen te brengen in zijn gemeenschap. Pastoraal preken is meer dan troosten. Want uiteindelijk gaat het om het bewaren van de gemeenteleden in de gemeenschap van Christus. Pastoraat is niets anders dan gemeenteleden behouden en bewaren binnen deze gemeenschap. Het Nieuwe Testament gebruikt hier het woord parakaleoo voor, een woord dat een scala aan betekenissen heeft: vermanen, troosten, bemoedigen, aansporen, corrigeren, opbeuren.

In de verkondiging gaat het er niet om dat de gemeenteleden tot mijn club of mijn kerk worden teruggeroepen, maar tot de gemeenschap met Christus. Het gaat er daarom ook om, dat Christus zelf spreekt in de verkondiging en de gemeente aanspreekt. Alleen dan is het pastoraal. Een blokkade voor pastoraal preken is als ik mijn mening aan de gemeente voorhoudt of opdring. Een orthodoxe (of Schriftuurlijk-bevindelijke) preek is niet bij voorbaat pastoraal, omdat deze preek orthodox is. Ook als ik een orthodoxe preek houd, kan ik God het zwijgen opleggen. In het overdenken van de Schrift en in het voorbereiden van de preek moet ik zelfs bereid zijn om mijn eigen traditie dogmatiek achterlaten. Overigens niet als verzet tegen deze traditie of verzet tegen deze dogmatiek. Maar omdat een traditie of een dogmatiek mij ook kan afschermen van het Woord van God dat mij aanspreekt. Omdat dogmatiek en traditie de verleiding in zich bergen om Gods Woord te willen beheersen. Dogmatiek en traditie mogen alleen een rol spelen in de preekvoorbereiding voor zover zij mij Gods Woord doet verstaan als Gods Woord.
Een preekvoorbereiding is altijd weer een spannend en een existentieel gebeuren, omdat ik zelf gedaagd wordt om voor Gods aangezicht te verschijnen. Voor God, de Heilige, de Rechter. Wie kan voor Zijn aangezicht bestaan? Wie kan Zijn woorden in de mond nemen? Wie ben ik als mens, dat ik namens deze heilige God, de gemeente aanspreek met Zijn oordeel? Wie ben ik als mens dat ik de gemeente mag vertellen over Gods grote daden? Wie ben ik als mens dat ik de gemeente mag nodigen vanwege Gods ruime barmhartigheid.
De almachtige God is tegelijkertijd de God van het onooglijke Israël, de God die de machtigen van de tronen stoot, de verlamden doet lopen, voor de verdrukten opkomt, gevangenen bevrijd, wees en weduwe opneemt in Zijn gemeenschap. Pastoraal preken betekent de vermoeiden, belasten en beladenen te nodigen tot de gemeenschap met Christus en hen desnoods te dwingen in te gaan, te brengen voor Christus’ voeten.

Pastoraal preken kan heel ernstig en bewogen zijn. Tegelijkertijd zijn ernstige preken niet per definitie pastoraal te zijn. Ook ernst kan een verleiding zijn. Net als verdriet heeft ernst de neiging om machteloos te maken. Wanneer die machteloosheid heenwijst naar Gods handelen gaat het goed. Want dan komt er ook weer zicht op dat maar, dat God zelf brengt. Dat maar dat als een zonlicht onze duisternis verbreekt. Lange tijd heb ik Okke Jager niet begrepen, toen hij dichtte O God geef ons theologen die geabonneerd zijn op de zon. Totdat ik bij Luther ontdekte dat zwaarmoedigheid de grootste vijand is van het geloof. De zwaarmoedigheid van mij kan vaak alleen maar van buitenaf doorbroken worden. Zoals het licht dat van God komt soms op speelse wijze de nacht verdrijft, is kan Gods komst op een speelse en verrassende wijze zijn – om mijn ongeloof en kleingeloof te beschamen. Dat licht dat van God komt en aan onze dag, onze week en ons leven structuur biedt, een heenwijzing ook naar de opstanding van Christus. Zoals Van der Graft ooit een gedicht plaatste aan het einde van een bundel over eenzaamheid, rouw, onmacht en geloofstwijfel:

Hoe nauw luistert het licht!
In het duistere huis, het
verduisterde huis

treedt het omzichtig binnen,
zelfs achterdochtige hoeken

glimlachen. Hoe het gebeuren kan
weet ik niet, maar het gebeurt.

Een mooiere omschrijving van pastoraal preken is er niet te geven.

Verder lezen:
Christian Möller, Seelsorglich predigen. Die parakletische Dimension von Predigt, Seelsogre und Gemeinde (Göttingen, 1992).
– Kirche, die bei Trost ist. Plädoyer für eine seelsorgliche Kirche (Göttingen, 2005).
– Die homiletische Hintertreppe. Zwölf biographisch-theologische Begegnungen (Göttingen, 2007).

Eerder verschenen in IZB Areopagus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s