Jongerentheologie

Jongerentheologie

Hoe denken jongeren over God? Zijn ze in staat om zelfstandig na te denken over God, geloof en godsdienst? Godsdienstpedagogen zoals Friedrich Schweitzer en Thomas Schlag vinden van wel. Zij voeren een pleidooi om jongeren serieus te nemen in hun nadenken over God, geloof en godsdienst. Omdat jongeren nadenken over deze thema’s zijn ze volgens hen heuse theologen. Jongerentheologie is een nieuwe invalshoek in de godsdienstpedagogiek en heeft direct veel weerklank gevonden.

Jongerentheologie is allereerst theologie van jongeren. Jongeren denken na over God en godsdienstige thema’s en hebben hun eigen gedachten over God. Daarvoor kunnen zij putten uit verschillende bronnen, zoals de Bijbel en hun geloofsopvoeding maar ook uit hun eigen ervaringen en wat zij tegenkomen in hun eigen leefwereld. Jongerentheologie gaat ervan uit dat jongeren die geen godsdienstige opvoeding hebben of hebben gehad ook in staat zijn om over God en godsdienstige thema’s nadenken. Jongerentheologie heeft iets provocatiefs: jongeren zijn niet alleen personen die te leren hebben hoe over God en geloof gedacht moet worden, maar kunnen reeds zelfstandig nadenken en het is van groot belang dat zelfstandig nadenken van jongeren binnen de kerk en in het godsdienstonderwijs serieus te nemen.

Janine (J), een 17jarige leerling van het gymnasium wordt gevraagd door een onderzoeker (O) gevraagd of zij in God gelooft:
O: Geloof je in God?
J: Ik denk dat ieder mens door een hogere macht begeleid wordt, door deze hogere macht beschermd wordt en ook in bepaalde dingen gestuurd.
O: Is dat de God van de Bijbel?
J: Ik zou niet willen zeggen dat er één God voor alle mensen is. Ik geloof dat iedereen zijn eigen God voor zichzelf moet definiëren. Maar als men dat gedaan heeft, weet ik niet of ik dat zo maar ‘God’ zou noemen. Iedereen heeft immers zijn eigen voorstelling. De gedachten over God kunnen zo verschillend uitpakken, dat ik niet denk dat één naam – of dat nu God is of Jahweh – daar nog recht aan doet. Ik geloof niet dat er één God is. Ik geloof niet in een God-in-het-algemeen, die de wereld en de mensen geschapen heeft en almachtig is, over iedereen waakt en voor iedereen gelijk is. Ik kan mij dat niet voorstellen. Wat ik niet goed vindt aan deze gedachte over God is dat er dan iemand is die mij leidt, die mij als een marionet in zijn hand heeft, mijn leven zo bepaalt dat ik er helemaal niets aan kan veranderen. Dat is een gedachte waar ik mij niet prettig bij voel.

Deze aandacht voor hoe jongeren denken past in de theologie van deze tijd. Er is veel aandacht voor geleefd geloof. Geleefd geloof houdt in: niet hoe de kerk of de officiële godsdienst voorschrijft hoe de mensen zouden moeten geloven, maar de praktijk hoe mensen werkelijk geloven en denken. Dit geleefde geloof kan nogal afwijken van de officiële leer. Om dat geleefde geloof van jongeren in beeld te krijgen, wordt er veel empirisch onderzoek gedaan, door onder andere gebruik van interviews, essays en klassengesprekken.
Jongerentheologie is niet alleen methode om te achterhalen hoe jongeren over God en godsdienstige thema’s denken. Het is ook een concept voor het godsdienstonderwijs en catechese. In het onderwijs dient het nadenken van de jongeren aan bod te komen. Jongerentheologie is ook een nadenken met jongeren. De docent of catecheet daagt hen uit om tot een zelfstandig oordeel te komen. Van groot belang is dat jongeren aan kunnen haken bij een thema. Wanneer een thema te hoog gegrepen is of geen aansluiting vindt bij de jongeren, zullen ze er niet over nadenken. Hier wordt aangesloten bij elementarisering,j een didactische werkwijze, die binnen de godsdienstpedagogiek al langer gehanteerd wordt en onder andere door Friedrich Schweitzer wordt gepleit. Elementarisering wil thema van de les en de leerling bij elkaar brengen.

Jongeren kunnen weliswaar zelfstandig nadenken, maar zijn niet altijd goed in staat om hun gedachten onder woorden te brengen. Bovendien is niet elke gedachte van jongeren zinvol. Jongeren kunnen destructieve gedachten krijgen. Juist in de jonge levensfase kun je de jonge generatie begeleiden in het ordenen van gedachten. Sommige jongeren kunnen namelijk, bijvoorbeeld, destructieve en sombere gedachten krijgen. Ze kunnen door na te denken ook een gevoel van zinloosheid opdoen. Daarom is jongerentheologie niet alleen een theologie van en met jongeren, maar ook een theologie voor jongeren. De docent heeft meer levenservaring en meer kennis dan jongeren en die kennis en levenservaring kan hij gebruiken om jongeren verder te leiden op hun weg en in hun nadenken. De docent kan antwoorden geven waar jongeren niet aan hadden gedacht. De docent kan vragen stellen waar jongeren niet op gekomen waren. De docent is hen vooruit en kan dat gebruiken om jongeren te stimuleren hun eigen weg te gaan.

Het pleidooi van Schlag en Schweitzer kan op veel instemming rekenen. Toch is er ook op dit concept kritiek gekomen, bijvoorbeeld van Berhand Dressler, een belangrijk godsdienstpedagoog in Duitsland. Hij bespeurt een bepaalde romantische verheerlijking van de gedachten van jongeren. Hij is van mening dat de gedachten van jongeren te gemakkelijk theologie worden genoemd. Volgens hem is nadenken over geloof nog geen theologie. Als het nadenken van jongeren centraal komt te staan dreigen volgens hem specifiek godsdienstige thema’s te verdwijnen, zoals het nadenken over de bijzondere rol van Christus voor het christelijk geloof. Jongerentheologie wordt daarmee eerder een vorm van filosofie dan theologie. Dat heeft een behoorlijke consequentie: in Duitsland staat het godsdienstonderwijs onder druk en is op veel scholen al vervangen door het algemenere vak levensbeschouwing.
Godsdienst bestaat uit meer dan nadenken. Godsdienst bestaat ook uit een geloofspraktijk met rituelen, gemeenschappen en traditie. Ook dat is een reden voor Dressler om kritisch te zijn op jongerentheologie. In het godsdienstonderwijs dient ook informatie over godsdiensten en hun gewoonten overgedragen te worden.

Thomas Schlag / Friedrich Schweitzer, Brauchen Jugendliche Theologie? Jugendtheologie als Herausforderung und didaktische Perspektive (Neukirchen-Vluyn, 2011)

Verschenen in het Friesch Dagblad
Bernhard Dressler, ‘Zur Kritik der “Kinder- und Jugendtheologie”’, Zeitschrift für Theologie und Kirche jaargang 111 (2014) 332-356.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s