Preek zondagmorgen 6 september 2015

Preek zondagmorgen 6 september 2015

1 Samuël 16:1-13
Tekst: vers 4-5
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ja, dat zingen we wel dat we blij zijn met de komst van God…
maar wat als God echt verschijnt,
hier voor ons
en wij voor de Heere komen te staan?

Je kunt best oprecht met God leven
en in je manier van doen rekening met Hem houden,
zoals elke dag in het gebed naar Hem toegaan,
elke zondag naar de kerk
en deze zondag om je voor te bereiden op de viering van het heilig avondmaal.
Maar het kan gebeuren, dat je opeens beseft,
Dat God er is, dat Hij verschijnt
en dat alles niet meer gewoon is,
maar dat je een spanning voelt: wat gaat er gebeuren?
Wat gaat er met mij gebeuren?
Wat komt Hij doen?

We zien het bij de oudsten van Bethlehem, als Samuël op bezoek komt,
dat er ook een heel andere reactie kan zijn.
De oudsten komen Samuël bevend tegemoet.
Ongerust – zegt de Nieuwe Bijbelvertaling.
In het Hebreeuws wordt hier een werkwoord gebruikt
dat de reactie van iemand aangeeft op het komen van God,
een reactie, die vaak gepaard gaat met schrik, ontzetting:
Wat komt de Heere doen?
Waarom verschijnt Hij hier, hier bij mij?
Wat gaat er gebeuren? Wat heeft dat voor mij te betekenen?
Als Samuël in het dorp Bethlehem aankomt,
beseffen de oudsten van dat dorp dus dat Samuël niet zomaar komt,
maar komt met een boodschap van God,
en ze zijn er niet gerust op dat het voor hen een gunstige boodschap is.
Ze zien in de komst van Samuël een komst van God zelf.
Alles wat ze tot dan toe hebben gedaan,
hun gewone, alledaagse leventje, hun dienen van God
komt in een ander licht te staan, nu God zelf naar hen komt.
Er ontstaat een spanning die zij niet kunnen oplossen.
Hun lot ligt in de hand van de Heere.
En dat hebben ze misschien wel altijd beleden,
dat ze in eigen kracht niets kunnen en dat hun leven in Gods hand is,
maar nu is het ernst, omdat er reactie van God zelf komt.

Die ernst, die schrik is niet alleen iets van vroeger.
We zingen graag over de liefde van God die ons aanneemt
en terecht
en toch kan het ook zijn dat we door vaak over die liefde zingen
die ernst, die vrees die de oudsten van Bethlehem overvalt
proberen te verdringen.
Door het maar steeds over de liefde van God te zingen
en te zeggen dat God je aanneemt,
kun je ook de vrees die er diep van binnen kan leven wegduwen
door te zeggen: met mij komt het wel goed.
Maar is dat wel zo?
Kunnen wij dat van onszelf zeggen, dat het goed komt tussen God en ons?
Kunnen wij de week van voorbereiding ingaan
door onszelf voor te houden dat het wel goed komt,
want Christus is toch voor onze zonden gestorven?
Of nemen we dan een voorschot op Gods oordeel over ons leven?
Alleen God kan ons die geruststelling toch geven?
Alleen als de Heere het zegt: ‘het is weer goed!’ dan is het ook goed.
Dan is het vrede, zoals Samuël dat tegen de oudsten in Bethlehem zegt,
de oudsten die geschrokken zijn: het is vrede, het is weer goed.
Alleen als de Heere het zegt, dat het goed is
en het ook laat zien dat het goed is, dan is het vrede.
Dan kan de schrik van ons afvallen.

Dan kunnen we ook zingen, zoals we deden met Psalm 98,
dat we verheugd zijn over Zijn komst,
dan geeft de ontmoeting met God ons een intense, diepe vreugde.
Dan kun je deze week ook vreugde toeleven
naar het heilig avondmaal,
omdat God het heeft laten weten: het is goed, er is echte vrede voor jou, voor u.

Hoe komt die vrede er dan? – de vrede met God,
de bevestiging dat het goed zit met de Heere.
Misschien is dat een vraag die u al heel lang bezig houdt,
omdat u die schrik, die de oudsten van Bethlehem hadden,
omdat u die schrik zo herkent
en u durft het niet eigen te maken, dat die vrede voor u is.
Daarom kun je de ontmoeting uit de weg gaan,
omdat je God niet onder ogen durft te komen.
Is uw komst met vrede?
Deze vraag is voor de oudsten van Bethlehem geen beleefdheid,
maar een wezenlijke vraag,
een vraag die je kan beklemmen
en ook je gang naar God toe zo kan belemmeren.
Hoe komt die vrede er?
Voor Bethlehem komt die vrede er doordat Samuël komt,
met een jonge koe – om die te offeren.
Je leest er bijna overheen, alle aandacht gaat uit
naar dat moment dat de broers van David voorbij zullen komen,
die sterke broers, die zelfs op de profeet Samuël indruk maken.
De aandacht gaat al snel uit naar David die bij de schapen vandaan gehaald wordt.

Maar er is een belangrijk moment, voordat Samuël aankomt bij de familie van Isaï:
namelijk de aankondiging van Samuël
dat hij in Bethlehem een offer komt brengen.
Het is een belangrijk moment en toch snel over het hoofd gezien,
in de afgelopen week kwam in de commentaren die ik gebruikte
ook geen uitleg tegen van dit moment,
maar juist in aanloop naar het heilig avondmaal kan het van grote waarde zijn
om stil te staan bij het offer dat Samuël brengt,
niet op eigen initiatief, maar in opdracht van de Heere.
Een offer is een serieuze zaak,
Want bij het offer sterft er een dier, in het geval van Samuël een jonge koe.
Die jonge koe die sterft op het altaar en aan de Heere wordt geofferd
houdt een spiegel voor:
een mens kan niet niet zomaar voor God komen.
God is te heilig voor ons mensen.
Wij als mensen kunnen het niet uithouden in de beurt van Gods heiligheid,
wij met – hoe zegt het avondmaalsformulier het:
wij die dagelijks de strijd hebben te voeren met onszelf, met ons ongeloof,
wij die dagelijks onze zwakten en tekorten in Gods dienst ervaren
die God niet met zo’n ijver dienen als we behoren te doen.
Als er niets aan ons gebeurt, kunnen wij niet voor God staan,
omdat wij vergeleken met Gods heiligheid helemaal niets hebben in te brengen.

God enkel licht,
voor wiens gezicht
niets zuiver wordt bevonden,
ziet ons bevlekt,
met schuld bedekt,
misvormd door duizend zonden.

Niemand kan God zien en leven – zegt de Heere tegen Mozes,
als Mozes vraagt om de Heere te mogen zien.
Dat laat die jonge koe op het altaar zien – dat is eigenlijk jouw plaats.
Die jonge koe, die door Samuël meegenomen wordt,
die neemt je plaats in, daar lig je – en toch weer niet,
want die koe ligt daar in jouw plaats.

Haar dood geeft jou het leven, haar sterven betekent dat je weer verder mag,
ook verder met God: er is vrede.

Hoe ernstig een offer ook is, het heeft ook een heel vrolijke kant,
namelijk dat er leven mogelijk is, leven met God,
omdat een ander stierf, een dier, een jonge koe stierf.
Het dode dier op het altaar – het is een zichtbaar teken,
Waarmee God laat zien dat het weer goed is, vrede,
vrede omdat er wat is gebeurd – omdat er gestorven is.

Dat is de stap naar het avondmaal.
Er is een offer gebracht, een offer waardoor er voor ons vrede mogelijk is: vrede met God.

Omdat er iemand stierf – in onze plaats, omdat de Heere Jezus,
omdat God zelf onze schuld op zich nam.
Voorbereiding op het heilig avondmaal is bedenken:
ik verdien het niet om verder te leven,
alleen als God er iets aan doet, als God Zijn vrede aanbiedt,
dan kan ik verder leven, dan kan ik Hem ontmoeten.

Heer, waar dan heen?
Tot U alleen!
Gij zult ons niet verstoten.
Uw eigen Zoon
heeft tot uw troon
de weg ons weer ontsloten.

Die weg kent u toch?
Een andere weg is er toch niet?
Die weg is weer open – dat liet in Bethlehem het offer van Samuël zien,
dat laat het offer op Golgotha zien.
Als we de week ingaan en onze tekorten naar God te onder ogen komen,
erkennen,
dan weten we dat God ons niet alleen laat met onze tekorten,
maar dat Hij ons niet alleen laat, met onze tekorten,
maar ons juist opzoekt en ons roept: Kom naar Mij,
breng Mij je zonden, daar moet je zijn, juist ook in deze week,
zodat je er volgende week kunt zijn,
gereed om in het brood en de wijn de tekenen van Gods genade te ontvangen,
de bevestiging, dat het vrede is, goed is,
Dat het weg is, omdat God een offer gaf, omdat Jezus kwam op Golgotha.

Ja, amen, ja, op Golgotha
stierf Hij voor onze zonden,
en door zijn bloed
wordt ons gemoed
gereinigd van de zonden.

Als God zo komt, met Zijn genade, terwijl vrees een gepaste reactie van ons zou zijn,
als God komt, met Zijn aanbod, met zijn offer, Zijn vrede.
Dan kan het niet bij het oude blijven.
Samuël zegt het tegen de mensen in Bethlehem: heilig u.
Doe alles weg, wat voor God niet kan bestaan,
doe alles weg, waardoor je niet voor God kunt komen.
Heiliging is jezelf voorbereiden op het grote moment,
Dat God zelf in je leven komt, en dan niet om het oordeel uit te spreken,
maar om aan u, aan jou Zijn leven en vrede te geven.
Heiligen is daarom niet alleen aandacht voor het negatieve, het wegdoen van de zonde,
dat is een belangrijke stap,
maar heiliging is ook je voorbereiden op het mooie moment
en van tevoren al vreugde beleven.
Zoals bij een verjaardag, een huwelijksjubileum of een andere hoogtijdag,
een huwelijk (er zijn 2 huwelijken deze week)
niet alleen op de dag zelf feest is, maar ook van tevoren als vreugde en plezier,
in het ophangen van de slingers, in het maken van een filmpje,
een vrijgezellenfeest, zelfs al bij het versturen van de uitnodigingen weken van tevoren.
Zo is heiliging niet alleen het wegdoen van de zonde,
niet alleen belijden dat wij het niet goed doen,
maar tegelijk – het gaat samen op de vreugde, dat God ons wil vervullen,
u wil geven: Zijn genade, zijn vrede.
Dan kunnen we inderdaad vol vreugde zingen over Zijn komst,
zoals we deden voor de preek: Zingt, zingt de Heere een nieuw gezang,
omdat Hij komt.
Zo is de week van de voorbereiding niet alleen een ernstige week,
vol gepieker en getob, vol met belijden van onze schuld naar God toe
om schoon schip te maken, maar ook een week van verheugen op Gods komst.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s