Aanwijzingen voor een homiletische exegese

Aanwijzingen voor een homiletische exegese
Paul Scott Wilson, The Practice of Preaching. rev.ed. (2007) 18-25

1.) Lees en herlees de tekst aandachtig; gebruik je verbeelding; bid de tekst.
2.) Baken de tekst af; lees de perikopen ervoor en erna.
3.) Welke functie is/was er voor deze tekst beoogd?
4.) Wat doet God in/achter deze tekst?
5.) Wat zijn kernwoorden in deze tekst? Welke link is er met de boodschap van dit gedeelte? Zoek deze kernwoorden na in een concordantie of een (theologisch) woordenboek.
6.) Wat zijn de belangrijkste karakters?
7.) Wat gebeurt er? Wat is het plot? Welke gedachtengang wordt hier uiteen gezet?
8.) Wat gebeurt er voor en na de tekst? Maw: wat is de context?
9.) Wat is het conflict in de tekst?
10.) Welke oplossing biedt de tekst voor dat conflict?
11.) Wat is er bekend over de auteur, verteller of redacteur?
12.) Wie was het beoogde publiek? Aan wie was deze tekst oorspronkelijk geadresseerd?
13.) Met wie identificeer je je in de tekst?
14.) Hoe ziet de structuur van de tekst eruit als deze wordt uitgetekend?
15.) Wat zijn de krachtverhoudingen in deze tekst?
16.) Welk patroon zie je in deze tekst?
17.) Zijn er parallellen met andere teksten?
18.) Wat in de tekst zorgt voor hoofdbrekens? Welke vragen roept deze tekst op?
19.) Welk gevoel heb je bij deze tekst? Welke emotie(s) roept deze tekst op?
20.) Welke hoopvolle actie wordt door God in deze tekst ondernomen?
21.) Welke hoopvolle actie wordt door God achter te tekst genomen, in het groter verband van de gebeurtenissen (cq heilsgeschiedenis)?
22.) Wat is het oordeel van God (over mensen, over hun – gebrek aan – daden)?
23.) Welke verandering wordt er van de mens gevraagd?
24.) Welke bemoediging of verandering biedt God volgens deze tekst aan?
25.) Welke bemoediging of verandering biedt God volgens de grotere context van deze perikoop aan?
26.) Wat zegt deze tekst over ons? En over God?
27.) Wat zegt deze tekst over Gods liefde en/of genade?
28.) Wordt van ons iets gevraagd om te geloven of te vertrouwen?
29.) Wat wordt van ons gevraagd om te doen?
30.) Met welke werkwoorden worden de daden van God beschreven?
31.) Welke zin, waarbij God het handelend subject is, verwoordt het thema van deze tekst het beste?
32.) Welk geloofsonderwijs uit de traditie van de kerk of onderdeel uit de dogmatiek komt overeen met dat thema?
33. Wat zegt / impliceert / anticipeert / echoot deze tekst van het groter geheel van de Bijbelse verhalen?
34. Hoe zou je dit verbinden aan kruis / opstanding / hemelvaart / Pinksteren (dwz. de kern van het evangelie)?
35.) Op welke manier bevestigt of verandert het feit van Christus’ opstanding het belang van deze tekst?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s