Preek zondag 19 juli 2015

Preek zondag 19 juli 2015
Efeze 6:10-24

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Aan het einde van de brief aan de gemeente van Efeze
laat Paulus merken dat het hem ernst is,
alles wat hij in de brief geschreven heeft.
Hij doet een appèl op de gemeente om niet kwijt te raken
wat zij in Christus hebben ontvangen.
Hij gebruikt daarvoor krachtige beelden:
een wapenrusting die we moeten aandoen,
listige aanvallen van de duivel waar we als gelovige mee te maken hebben.
Daarmee wil Paulus aangeven:
het is kostbaar wat we van God hebben ontvangen,
wat Christus voor ons aan het kruis heeft gedaan
en wat we door de Heilige Geest hebben ontvangen,
dat moeten we allemaal niet kwijtraken.
Daar is het te kostbaar voor.
Het is de moeite waard om daarvoor te vechten.

Paulus waarschuwt: er is iemand die probeert om ons geloof af te nemen,
die steeds alert en scherp is
en ons zover wil brengen dat we ons geloof, dat we Christus kwijtraken:
de duivel, die dat op een listige manier probeert.
Op zo’n manier dat we er geen erg in hebben,
zodat we ons geen zorgen maken over hoe het er met ons geloof voorstaat
en als we niet ongerust zijn,
is hij met ons bezig om ons weer terug te veroveren,
zodat we Christus kwijtraken.
Dat kwijtraken van Christus kan soms op een heel abrupte manier gebeuren,
als iemand iets ingrijpends meemaakt,
zoals het overlijden van een geliefde,
waardoor iemand zegt: voor mij hoeft God niet meer.
Als Hij mijn geliefde niet heeft gered, terwijl Hij dat kon,
dan geloof ik niet meer dat Hij bestaat,
dan wil ik niets meer met Hem te maken hebben.
Paulus laat dat ook in dit gedeelte doorschemeren:
Trek de wapenrusting aan,
zodat je weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad.

De dag van het kwaad:
dat is de dag waarop je geloof zo onder druk komt te staan
waardoor je het niet meer ziet zitten met God.
De dag van het kwaad, dat konden de vervolgingen zijn
waarmee de christenen in die dagen mee te maken kregen
en waar gelovigen op veel plaatsen mee te maken krijgen,
bijvoorbeeld in het Midden-Oosten,
waar gelovigen de keuze hebben om hun geloof vaarwel te zeggen
of een van hun kinderen op een gruwelijke manier vermoord te zien worden.
De dag van het kwaad, dat is een forse, frontale aanval van de boze,
waarbij wat je lief en dierbaar is van je afgenomen kan worden
om je bij Christus vandaan te drijven.
Dat kan ook bij een gelovige een forse knauw in het vertrouwen op God geven,
een afstand tot God of zelfs helemaal een breuk met het geloof.
Geloof en hoop maken plaats voor teleurstelling en verbittering.

Lang niet altijd kiest de duivel de frontale aanval
om ons bij God vandaan te brengen.
Zijn methode kan ook heel listig zijn, geeft Paulus aan,
zodat we niet bedacht zijn
en niet klaar voor de verdediging.
Bekleed u met de wapenrusting van God, zegt Paulus.
Met dat beeld dat Paulus hier gebruikt, wil hij aangeven,
dat het geloof een strijd kent, waarbij het erop of eronder gaat,
waarbij het ook van groot belang dat elke strijder alle krachten in de strijd geeft.
Kent u daar iets van,
van zo’n strijd in het geloof, waarbij het erop of eronder gaat,
Waarbij het er om spant?
Als ik eerlijk ben voor mijzelf, ken ik die strijd niet.
Ik weet wel dat er gelovigen zijn die een bepaalde strijd kennen,
in het gezin bijvoorbeeld vanwege de kinderen die niet meer naar de kerk willen
of een man die geloof of kerk helemaal niet ziet zitten
en dat graag aan zijn vrouw overlaat.
Waarbij er een hele strijd kan zijn om toch op zondag naar de kerk te gaan als gezin.
Dan zit het hele gezin in de kerk,
maar kunnen ze in zichzelf denken: het is maar goed dat de mensen om ons heen
niet kunnen zien wat voor strijd en geruzie aan onze kerkgang vooraf is gegaan.

Zou de duivel in onze tijd niet veel meer voor een hele subtiele aanval kiezen?
Door een listige verleiding,
waarbij je zelf niet door hebt dat je daardoor op een verkeerde weg terecht komt,
begint aan een weg die je bij God vandaag voert.
In de 2e brief aan de gemeente van Korinthe geeft Paulus aan,
dat de duivel zich kan voordoen als een engel van het licht.
De duivel kan zich vermommen en je een keuze voorhouden,
die een hele goede keuze lijkt, waarbij je God denkt te dienen,
maar ondertussen trap je in zijn val
en leidt hij je, zonder dat je het doorhebt, van God vandaan.
Op die frontale aanval, waarbij de duivel ons onder druk zet,
daar moeten we op letten,
maar ook op die subtiele verleiding, waarbij hij ons weglokt bij God vandaan.
Voor mij als predikant is zo’n verleiding om mij te storten op alle werkzaamheden die er zijn,
werkzaamheden die allemaal ook belangrijk zijn,
zoals het bezoeken van gemeenteleden, het meewerken aan een beleidsplan,
deelnemen aan vergaderingen – een agenda is zo volgeboekt.
Waarbij de tijd om goed te luisteren,
naar wat de Heere in Zijn woord ons te zeggen heeft, erbij kan inschieten,
en er geen rust is om te bidden en het contact te zoeken en te onderhouden met onze Heer
door de onrust die er in mij is, om alles wat nog gedaan moet worden
en wat ik allemaal niet mag vergeten.
Daar heeft bijna iedereen wel mee te maken,
met die drukte van alle werkzaamheden,
die ons alle tijd afneemt
en ons ook innerlijk te onrustig maakt om het echte gesprek,
het werkelijke luisteren naar God te hebben.
De duivel kan in zijn vuistje lachen.
Hij hoeft er alleen maar voor te zorgen, dat we druk zijn met de kerk,
zo druk dat we ons eigen geestelijk leven verwaarlozen
om alle aandacht te geven aan iets anders dat ook van belang is,
maar schadelijk voor ons is als we daarbij ons geloof verwaarlozen en achteruit laten gaan.

De duivel kan ons afleiden met alles wat er op internet te vinden is.
Dat hoeft echt geen rotzooi te zijn.
Dan kunnen websites met christelijk nieuws zijn, opbouwende of soms kritische blogs,
en social media waarbij je medechristenen volgt,
je bent van alles op de hoogte en je leeft met iedereen mee,
maar ondertussen heb je vergeten om het contact met God te zoeken,
zo dicht bij hem te leven als je met je facebook-vrienden doet.
Je reageert eerder op het signaaltje dat je mobiel geeft
en je pakt eerder je iPhone dan de Bijbel.
Daardoor mis je de rust en ook de signalen die God naar je stuurt.
Alles zoeken we op internet op:
van de aanbieding tot de route die we met de vakantie moeten rijden,
maar we kunnen zomaar de weg die God ons wijst over het hoofd zien.
Het is allemaal niet verkeerd – het kan ook allemaal goed voor ons zijn
en voor ons geloof,
maar door verkeerd gebruik kunnen we door al dat goede dat er is
op de verkeerde weg raken en God uit het oog verliezen,
terwijl we denken dat we met Hem bezig zijn.
Ons lichaam geeft signalen af als we moe zijn.
Onze telefoon geeft een signaal af als de batterij bijna op is en opgeladen moet worden.
De auto geeft een signaal als we de lichten aan laten staan,
om te voorkomen dat de accu van de auto leegraakt.
Zo moet u erop letten welke signalen uw geloof geeft,
u moet uzelf en uw geloof kennen, zodat u weet welke signalen het zijn
en u moet uzelf trainen dat u die signalen ook kent.

Paulus spreekt over de wapenrusting om aan te geven dat het menens is,
een verschil tussen het geloof behouden of het geloof verliezen.
Trek daarom de wapenrusting aan, die God geeft,
zodat je een onderscheid kunt maken tussen wat wel goed voor je is en wat niet.
Zodat je weet wat je geloof voedt en versterkt en wat je geloof schade berokkent.
De hele wapenrusting, zegt Paulus,
wanneer je maar één onderdeel neemt en die aantrekt, dan ben je nog zwak en kwetsbaar.

Het is een bijzondere wapenuitrusting die Paulus geeft.
Want bij echte wapens vergeleken valt deze wapenuitrusting van Paulus in het niet.
Vergeleken met echte Romeinse zwaarden en schilden,
vergeleken met hedendaagse wapens zoals tanks, bazooka’s, mitrailleurs
valt op hoe kwetsbaar deze wapenuitrusting van Paulus is.
Met deze wapens houd je geen tanks of kanonnen tegen,
met deze wapens kun je niet op tegen aan marcherend leger dat je aanvalt.
Deze wapens, die Paulus ons aanreikt, vallen in het niet
bij wat er in deze wereld aan verdediging en zekerheid te vinden is.
Als we zekerheid en houvast in het leven zoeken,
dan grijpen we niet zo snel naar de gordel van de waarheid,
het borstharnas van de gerechtigheid, de sandalen van bereidheid het evangelie te brengen,
de helm van de zaligheid,
de schild van het geloof,
terwijl we daarmee toch veilig zijn voor de pijlen die de duivel op ons afvuurt.
Het zwaard van de Geest gebruiken we niet. snel.
Of kunt u momenten bedenken waarop u deze wapens hebt gebruikt
om u en uzelf te beschermen tegen de aanvallen van de duivel?

Het probleem met de wapenuitrusting die Paulus ons aanreikt
is dat we het resultaat er niet snel van zien.
Het gaat om stabiliteit, blijven staan, weerstand bieden.
We boeken geen vooruitgang, het zijn ook nauwelijks aanvalswapens die Paulus ons geeft,
vooral wapens om ons te verdedigen
om op de plek te kunnen staan, waar God ons heeft geroepen.
Het zijn daarom wapens die om geduld vragen en vertrouwen,
dat als we ze gebruiken ze voor God en voor onszelf waardevol zijn,
ook al zien we niet direct resultaat.
Hoe verschillend ze ook zijn, die wapens, ze hebben alles te maken met bidden en bijbellezen.
Bijbel lezen is meer dan lezen in een boek:
Het is het opvangen van het gesprek dat God met ons voert.
Hij spreekt tot ons, Hij spreekt ons aan,
Hij is met ons in de weer, op ons gericht
en wil dat wij Zijn woorden horen én gehoorzamen.
Woorden die we niet alleen maar stil in een boek moeten lezen,
maar hardop, voor onszelf, maar ook door anderen voor ons gelezen,
zodat we een stem horen die ons aanspreekt
en weten dat God ons aanspreekt, om ons de weg te wijzen,
om ons geloof te sterken, te laten groeien.
En bidden is meer dan alleen de handen vouwen en de ogen dicht
en onze gedachten richten op God.
Bidden is een totale openheid voor God en totaal op God gericht zijn,
in ons bidden, als we onze handen gevouwen hebben,
maar ook in ons dagelijks bestaan,
als we bezigzijn met de dingen die voor ons niet zo met bidden te maken hebben.
De wapenrusting loopt uit op het gebed.
Bidden is heel dicht bij God blijven, bij alles wat je doet
en je van de Heere afhankelijk weten en Hem ook opzoeken.
Zo strijden we het beste,
omdat bidden gedragen wordt door het geloof, dat God zelf zal strijden.
Door te bidden stellen we ons open voor wat God ons wil zeggen,
door onze ogen te sluiten leren we zien wat God voor heeft met deze wereld
en welke weg Hij voor ons heeft uitgestippeld.
Die afhankelijkheid en het besef kwetsbaar te zijn in het geloof,
dat is de basis om deze wapens te gebruiken.
Zo begint Paulus: word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
De kracht hebben wij niet van onszelf, maar krijgen we van de Heere.
De sterkte – dat is de kracht die God heeft, waarmee Hij de overwinning behaalt,
waarmee Hij zijn wil op aarde doorvoert en die ook zichtbaar kan worden.
Macht – dat is de kracht die God als eigenschap bezit.
Beide, zoals zijn sterkte als zijn macht deelt God uit,
zodat we die kunnen gebruiken.
Het wordt niet onze kracht,
maar we gebruiken Zijn kracht, de kracht die God ons geeft,
om staande te kunnen blijven.
Je moet die kracht wel gebruiken, zegt Paulus, God geeft die niet voor niets.
Maar het blijft wel Zijn kracht, wat Hij doet.
Geen prestatie van onszelf, maar wel Zijn kracht waar we steeds op mogen terugvallen.
Vandaar het belang om te bidden, zodat we steeds op God zijn aangesloten en ontvangen.
De wapens die Paulus aanreikt, die ons beschermen, zijn karaktereigenschappen van God:
waarheid en gerechtigheid – we mogen schuilen achter Gods bescherming,
zoals we ook schuilen achter het schild van het geloof dat God ons geeft.
Hij zal u beschutten met Zijn vlerken
en onder Zijn vleugels zult u een toevlucht nemen
Zijn trouw is een schild en een pantser (Psalm 91:4)
Zo schuilen we achter God. In het gebed.

Bidden doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen.
Zoals Paulus eerder in deze brief aangaf, dat hij steeds voor de gemeente dankt en bidt,
zo vraagt hij aan de gemeente dat de gemeente voor hem bidt.
Daarin zit iets moois:
je deelt de gemeente je kwetsbaarheid mee en je afhankelijkheid van God
en je maakt je broeders en zusters van de gemeente mede verantwoordelijk
voor jouw staande blijven,
een gemeenschap die samen strijdt, in het gebed voor elkaar, om elkaar daarin te steunen.
Om elkaar overeind te houden,
in het vertrouwen, dat Gods sterkte en Zijn macht ook eens zichtbaar zullen worden
en alle knie zich voor Hem zal buigen.
Ook al zien wij in ons leven hier op aarde die kracht niet altijd
en hebben we het er soms moeilijk mee om staande te blijven,
we worden opgeroepen
om ons te laten versterken door God
om ons vertrouwen op Hem te stellen
om Zijn weg te gaan
om alert te blijven op wat ons bij Hem wegleidt

en ons geloof schade berokkent.
Omdat de uiteindelijke overwinning van God komt.
En als we toch bezwijken, onderuitgaan, moeten we niet aan God twijfelen
of bij Hem weggaan, maar Hem opnieuw opzoeken
om ons weer door HEm te laten sterken.
Hoe sterk de duivel zich ook hier toont,
God overwint en de wapens die God geeft zullen ons helpen
om overeind te blijven als we aangevallen worden.
Ook als de duivel toch te sterk lijkt te zijn
en er een dag van het kwaad komt
waarbij een groot deel van de kerk lijkt weggevaagd te worden,
mogen we geloven, dat de uiteindelijke overwinnaar God is,
die niet in de hemel stil toekijkt met de armen over elkaar,
maar voorop in de strijd gaat, voor ons strijdt en ons beschermt
en de macht van de boze eens voorgoed zal laten verdwijnen.
In dat geloof strijden wij, vanuit de kracht door God ontvangen.
Amen

Met deze preek sluit ik de serie over de Efezebrief af, die ik begon op de zondag na Pasen. Een voor mij verrijkende ervaring om de brief grondig door te gaan en door te ‘preken’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s