Preek zondag 12 juli 2015

Preek zondag 12 juli 2015

Efeze 6:1-10

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
beste doopouders,

Van harte gefeliciteerd met de doop van je kind en Gods zegen bij de opvoeding!

Met de opvoeding van je kind ben je wellicht nog helemaal niet bezig.
Je bent in deze maanden vast vooral bezig met het genieten van je kind,
met wennen aan de verandering die er gekomen is,
nu je echt een gezin vormt: niet meer met z’n tweeën, maar nu met een kind erbij.
Ik hoop dat het je leven heeft verrijkt en dat je ook gelukkig bent.
Je moet vast ook wennen aan de verantwoordelijkheid die je hebt gekregen
nu zijn klein en hulpeloos mensje aan je is toevertrouwd.
Je hebt er vast naar uitgekeken in de afgelopen maanden, naar de geboorte van je kind.
Nu ben je samen vader en moeder.
Ook al zijn er oma’s en misschien ook wel opa’s die graag je kind overnemen,
de fles willen geven, mee uit wandelen willen gaan, op schoot willen houden,
de eerste zorg ligt bij jullie.
Straks zul je gaan merken dat jij je kind het beste kent.
Dat je weet wat hij of zij nodig heeft aan zorg.

Vandaag belooft God aan je kind, dat Hij als de hemelse Vader voor hen zal zorgen.
Dat heeft Hij ook al beloofd bij de geboorte en zelfs voor ze geboren werd.
Vandaag wordt die belofte van Zijn zorg nog eens bevestigd in de doop die je kind ontvangt.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Sterker nog, de allereerste verantwoordelijkheid ligt ook bij de Heere.
Zoals Hij voor jullie zorgt, nog steeds, ook al kun je heel goed voor jezelf zorgen,
zo zal Hij ook voor je kind zorgen.
Je zult ook wel geregeld met je kind in je armen staan,
waarbij je naar je kind kijkt en dan een gebed in je op voelt komen:
‘Heere God, zorgt u alstublieft voor mijn kind.
Ik kan het niet alleen!’
Of een gebed voor jezelf: ‘Geef mij de kracht en de wijsheid om een goede ouder te zijn.’
Vandaag heb je beloofd om een goede ouder te zijn voor je kind,
aan je kind, aan de gemeente en vooral aan God.
Dat wil je ook graag, een goede ouder zijn, voor je kind dat je nu al zo dierbaar is.
Je zou niet meer zonder je kind kunnen.
Ze horen er helemaal bij.
Voor je kind wil je een goede ouder zijn
en daarom heb je ook vol overtuiging, met heel je hart “ja!” gezegd op de laatste doopvraag,
de vraag of je je kind een christelijke opvoeding wil geven.

Wat is dat dan: een christelijke opvoeding?
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.
Of – in een andere vertaling (Bijbel in Gewone taal):
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.

Dat is dus een korte samenvatting van wat een christelijke opvoeding is:
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.
Of in de wat plechtigere taal die we gelezen hebben:
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Dat kun je je nu vast nog niet voorstellen, vaders,
nu je kind nog zo klein en zo afhankelijk van je is
en zoveel tederheid bij je oproept,
dat er ooit een moment komt, dat je kind hard zou willen aanpakken,
zo hard dat het woedend op je is, niet zomaar een boosheid.
Ik hoop ook niet, dat zo’n moment in de opvoeding ook komt,
dat je je kind hardhandig zou moeten opvoeden.
Dan is er toch echt is mis!
Een hardhandige manier van opvoeden is een teken van onmacht
en laat zien dat je het niet aankan: dat je je kind niet aan kan en ook de opvoeding niet.

Waarom mag dat eigenlijk niet, een hardhandige opvoeding?
Omdat je als ouder ook iets van God laat zien:
als vader en als moeder representeer je iets van God, straal je iets van God uit.
Net als met je werk: als werknemer heb je de naam van je bedrijf hoog te houden.
Al zit je in Oostenrijk en zou er niemand van het bedrijf zien wat je doet,
toch heb je ook daar de naam van het bedrijf hoog te houden.
Net als met je naam, de naam van de familie.
Je hebt niet alleen de naam van je bedrijf en van je familie hoog te houden,
ook de naam van God.
Naar je kind toe straal je iets van de Heere uit.
Daarom mag je geen hardhandige opvoeding geven,
waarbij een kind het gevoel krijgt: ik mag er niet zijn.
Want dan gaat een kind door de opvoeding denken, dat er bij God ook geen plaats is.
Ik kom ze geregeld tegen, die een hardhandige opvoeding hadden.
Je ziet vaak een levenslange worsteling om liefde te ontvangen,
van God van mensen om zich heen
omdat ze van hun vader of moeder geen liefde hebben gekregen
en soms hebben ze ook een boosheid of diepe teleurstelling naar hun vader of moeder.
Van vaders wordt geen macht gevraagd,
maar ontzag vol liefde voor God,
dat ook doorwerkt in hoe je met je kinderen omgaat.

Daarom is die derde vraag van belang bij de doop,
waarin je beloofd hebt om een christelijke opvoeding te geven:
als vader en als moeder ben je de eerst aangewezen persoon
om je eigen kind, dat je van de Heere hebt gekregen, over God te vertellen.
zodat je kind leert dat er een Vader in de hemel is,
die het leven van hen heeft gewild.
Die jullie als ouders heeft voorbestemd, waarin Hij Zijn zorg voor jullie kind laat zien.
God gebruikt je, je mag vader en moeder zijn, zodat je Gods zorg mag laten zien.
Zodat je kind leert over de Heere Jezus
en dat als het iets verkeerd heeft gedaan, vergeving mag ontvangen.
Zodat het leert, dat er een Heilige Geest is die helpt bij het geloven.
Daarom heb je te vertellen waarom je je kind hebt laten dopen.
Zodat ze begrijpen dat het niet zomaar was, niet een gewoonte,
maar een teken van Gods liefde dat aan hen is meegegeven.
Daarom vertel je de verhalen uit de Bijbel of lees ze je voor, leer je ze liederen
want juist daardoor gaan ze begrijpen wie God is en wat Hij doet.
Door je kind te leren bidden, heel klein al,
zodat het zich veilig en geborgen weet bij de Heere, als het gaat slapen,
zodat het weet dat ons eten en drinken van onze Hemelse Vader komt,
Dat kun je niet aan opa en oma overlaten,
de eerste verantwoordelijkheid heb je als ouders.
Ook niet aan school, of de zondagsschool.
Dat werkt niet, als je deze opvoeding als een verplichting ziet.
Het moet uit je hart komen.
Je kind merkt het snel genoeg of het uit je hart komt of niet
en je houdt het ook niet lang vol.

De oproep van Paulus is aan de vaders gericht.
In die tijd vanwege het gezag dat de vader had, het hoofd van het gezin
en had alle gezag over het gehele gezin, over het gehele huishouden.
Een vader in die tijd moest je niet tegenspreken,
je had je maar te voegen naar wat hij zei.  Zijn wil was wet.
Vandaag de dag kan de oproep van Paulus net zo goed naar vaders toegaan.
Wat doen jullie vaders? Wat brengen jullie je kind, je kinderen bij over de Heere?
Of besteed je de opvoeding uit aan je vrouw?
Zeg je: ‘Vraag maar aan je moeder!’
En wat straal je zelf uit van de Heere?
Als het thuis over de Bijbel gaat, over bidden, over God,
houd je je dan op de achtergrond?
Er ligt nog steeds een taak voor vaders. Juist voor vaders.
Vaders zijn belangrijk in de opvoeding.
Een vader geeft zijn kind vaak uitdagingen.
Waar moeders zeggen: ‘Doe maar niet!’ Of: ‘Pas op!’ ‘Ga daar weg!’
zegt een vader eerder: ‘Probeer het maar!’ Of: ‘Ik zal je uitleggen hoe dat moet!’
Waar moeders soms angsten uitstaan, kan een vader ervan genieten om iets te ondernemen.
Niet alleen in de gewone opvoeding is een vader belangrijk.
Ook in het vertellen over de Heere, over het voorleven van het geloof.

Als vader kun je je kind leren om te gaan met teleurstellingen
en ook hoe je die in geloof kunt opvangen en verwerken.
Als vader kun je aan je kind leren hoe je met een (drukke) baan
toch tijd weet te vinden om over God na te denken, om te lezen in de Bijbel, om te bidden.
De vaders hier in Oldebroek zijn vaak niet van die lezers,
maar doen liever iets met hun handen, zijn liever bezig.
Doen liever iets dan dat ze praten.
Ze vinden het makkelijker om een huis op te bouwen dan het leven van hun kind.
Ze zouden hun kind eerder mee de vrachtwagen op nemen,
dan een gesprek over hoe je God kunt dienen.
Als vader ben je belangrijk, ook voor je kind om God te dienen.
Laat zien waar je je kracht vandaan haalt: bij God.
Laat zien waar je voor leeft, niet alleen voor je werk,
maar ook voor je gezin, voor God, met het oog op de eeuwigheid.
Neem ook de tijd om te horen wat je kind wil vertellen,
welke vragen er in je kind leven
en laat zien hoe je zelf op de vragen van het leven of de vragen over God nadenkt.
Oprechte tonen in je kind,
omdat God oprechte interesse in ons toont, in onze kinderen.
Bereid om een verhaal aan te horen, omdat wij ook bij God ons hart uit kunnen storten
en als wij naar onze kinderen luisteren,
durven ze ook hun verhaal aan God te vertellen
omdat ze dan ontdekken dat er geluisterd wordt en dat God zou kunnen luisteren.
Soms moet je daarvoor je bezigheden ook even laten rusten
en niet weglopen of wegkijken als er aan tafel over begonnen wordt.

Als je echte interesse hebt voor je kind, voor wat er in hem of haar omgaat,
als je bereid bent om te luisteren en mee te denken,
als je er voor hen bent,
dan kun je hen ook de regels uitleggen die bij het geloof horen.
Dan kun je hen ook waarschuwen voor wegen die verkeerd zijn.
Dan heb je de basis voor een goed gezinsleven,
waarin je samenleeft met elkaar en met God.

Als vader, ook als moeder, heb je de christelijke regels uit te leggen, zegt Paulus.
Allereerst dat ze gehoorzaam zijn aan God, dat God nummer 1 in hun leven is.
Dat alles wat ze bij God weghoudt, voor hen verkeerd is.
Ook dat heb je als vader, als moeder voor te leven met hen daarover te vertellen.
En waarom het erg is als ze een verkeerde weg kiezen,
omdat ze dan God kwijtraken en hun relatie met God op het spel zetten.
Spreek daarom je kind ook aan, ook als vader.
Leg je kind uit welke verleidingen er in het leven zijn
en hoe je kind hier het beste tegen kan strijden.
Leer je kind ook dat er bepaalde dingen niet mogen,
omdat ze andere mensen of God pijn doen: vloeken, pesten, schelden, stelen.
Leer ze ook om om niet alleen aan zichzelf te denken,
maar ook de minste te worden als het moet, om elkaar in liefde te dienen.
Jullie als ouders in de eerste plaats, omdat je iets van God laat zien:
Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders.
Maar dat dienen is wederzijds: je dient ook je kind.
Niet door het in alles naar de zin te maken,
maar door het wegwijs te maken in het leven, door het een opvoeding te geven,
door hen over God te vertellen en het geloof voor te leven,
ook als het je tijd kost.

Toen jullie trouwden, hebben jullie aan elkaar beloofd
om voor elkaar te zorgen in alle dingen,
die tot het tijdelijke en het eeuwige behoren.
Ook voor je kind heb je dat nu beloofd,
Om je kind een weg door het leven te vinden,
zodat het een weg gaat met God
en later, we hopen dat het nog een hele tijd zal duren,
dit leven met de troost mag verlaten omdat je kind weet: ik ben van Christus,
omdat Hij voor mij gestorven is, is er bij Hem een plaats voor mij.

Als ouders straal je iets uit van hoe God is.
Een hele verantwoordelijkheid!
Tegelijkertijd ook iets moois:
als je zelf dicht bij de Heere leeft, elke dag in afhankelijkheid van Hem,
als je zelf de Heere dient, zullen je kinderen dat ook oppikken,
ook al heb je het er met hen niet over.
Je hoeft het niet in eigen kracht te doen, maar de Heilige Geest wil je bijstaan.
Zo voed je je kind het beste op:
in afhankelijkheid, waarin je beseft: ik red het ook alleen niet.
Ik ben niet alleen mijn man of vrouw nodig in de opvoeding,
maar vooral God.
Zo draag je de afhankelijkheid van God over aan je kind, misschien wel onbewust,
en leer je samen als gezin, die weg te gaan.
In vertrouwen op God zegen!
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s