Preek zondagavond 5 juli 2015

Preek zondagavond 5 juli 2015

Efeze 5:21-33

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Groeien in het geloof – het thema van de Efezebrief –
heeft te maken met het allergrootste wat er is,
met God en Zijn plan om de mensen in Christus te redden van de verlorenheid.
Tegelijkertijd heeft groei te maken met onze eigen kleine wereld:
met de relatie van man en vrouw in het huwelijk,
met de relatie tussen ouders en kinderen
en tussen werkgever en werknemer, baas en knecht.
Groei in geloof naar een volwassen geloof eindigt niet in grootse plannen
die wij als mensen moeten opstellen om anderen te redden
of in grootse visioenen van wat de Geest nog allemaal gaat doen in ons land.
Groei in geloof krijgt gestalte in het gewone alledaagse leven
huis-tuin-en-keuken.
Groei in geloof krijgt gestalte in onze omgang met anderen:
met onze man of vrouw,
met onze ouders en – als de Heere die ons gegeven heeft – kinderen,
op ons werk.
En groei in geloof krijgt in die relaties een vorm
die wij in onze maatschappij niet graag hebben:
Wees elkaar onderdanig.
Daarin wordt het werk van de Geest zichtbaar
en onze groei naar een volwassen geloof zichtbaar
in het onderdanig worden aan elkaar.
Een vraag aan de echtparen: bent u aan elkaar onderdanig?
Is de omgang in jullie huwelijk, zoals Paulus dat voorschrijft?
Of is de manier waarop jullie als man en vrouw met elkaar omgaat in het huwelijk
niet bepaald door wat de Bijbel daarover zegt?
Waardoor dan wel?
Of heb je in de verkeringstijd of in de jaren van je huwelijk
hier nog nooit over gehad op welke manier jullie omgang met elkaar
te maken heeft met wat de Bijbel erover zegt?

Nu is dat niet zo eenvoudig om op dit punt bij de Bijbel in de leer te gaan.
Want we leven in een tijd die juist probeert af te rekenen met onderdanigheid.
Vrouwen moeten zelfstandig zijn
en zelf in hun eigen inkomen moeten voorzien.
Een vrouw moet niet afhankelijk zijn van haar man en onderdanig al helemaal niet.
In onze tijd kan deze Bijbeltekst dan als hopeloos ouderwets,
een patroon in een huwelijk of in een relatie die we niet meer willen.
De nadruk op de zelfstandigheid van de vrouw
en het idee dat deze tekst uit een heel andere tijd afkomstig is
en voor nu niet meer geldt,
maakt het niet makkelijk om te luisteren wat de Heere ons te zeggen heeft
over het huwelijk.

Willen we het onderwijs over het huwelijk begrijpen en in praktijk kunnen brengen,
moeten we bij het begin beginnen
en niet zomaar een tekst over de vrouw die onderdanig moet zijn eruit halen.
Want dan kunnen we een heel andere boodschap krijgen dan Paulus bedoelde.
We moeten beginnen bij vers 21, waar Paulus schrijft:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
De Herziene Statenvertaling maakt een ongelukkige keuze
door ná vers 21 een nieuw gedeelte te laten beginnen,
waarbij je gemakkelijk vergeet vers 21 te betrekken op de omgang in het huwelijk.
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Allereerst: wees elkaar onderdanig.
Dat is het uitgangspunt van alles: voor alle relaties die er in de gemeente zijn.
Wees aan elkaar onderdanig schrijft Paulus.
Het is niet de één onderwerpt zich aan het gezag van de ander.
Er is in de gemeente niet het patroon waarbij de één heel dominant is
en zijn of haar mening weet door te drijven ten koste van de anderen.
Nee, in de gemeente van Christus is er niet één de leider
aan wie iedereen moet gehoorzamen en onderdanig moet zijn.
Omdat Christus die leider is: Christus is het hoofd.
Daarom kan het niet zo zijn dat er één de toon aangeeft en overheersend is.
Wees daarom elkaar onderdanig.
Ook vers 21 is niet helemaal het begin.
We kunnen nog verder terug, naar vers 18, waar Paulus spreekt:
wordt vervuld met de Heilige Geest.
Het onderdanig worden aan elkaar is een gevolg van de de Heilige Geest
die intrek in ons neemt en ons vormt naar het beeld van Christus.
De oorsprong van de onderdanigheid is dus het werk van de Geest in ons.
We zijn niet aan elkaar onderdanig,
omdat we tegen iemand opzien of vol ontzag zijn voor een ander,
omdat we tegen iemand niet op durven of kunnen,
maar omdat de Geest ons vormt naar het beeld van Christus,
Christus die ook kwam om ons te dienen
en onderdanig te zijn aan ons.
Dat onderdanig worden is aan de ene kant een opdracht: wees onderdanig,
maar aan de andere kant een gebeuren vol belofte en evangelie:
als we onderdanig worden aan elkaar, mogen we zien dat de Geest werkt in de gemeente.

Paulus geeft een kleine opsomming van wat de Geest doet.
De Geest werkt in ons, doordat we elkaar aanspreken en bemoedigen
met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen,
waardoor we elkaar verder helpen en God loven.
Het onderdanig worden aan elkaar staat daarmee op één lijn.
Het is niet opeens heel anders,
maar geeft aan dat we er in de gemeente voor elkaar zijn
en niet voor onszelf.
Elkaar – voor Paulus een heel belangrijk woord
en geeft wederkerigheid aan.
Als gelovige ben je niet in je eentje, maar onderdeel van een gemeenschap.
Je leeft niet voor jezelf, maar voor Christus en daarmee ook voor de andere gelovigen.
Je bent ook niet op je eentje, maar je hebt anderen om je heen,
die je aanspreken en bemoedigen, verder helpen
of als het moet in liefde corrigeren en vermanen.

En de ander is er ook om jou te dienen en daarmee te helpen
in je dagelijks leven en in je weg met de Heere.
En zo ben je er ook om anderen te helpen en te dienen.

Wie allemaal?
Er is een verhaal van Charles Dickens:
Esther Summerson samen met een neef en een nicht op kamers bij ene Mrs. Jellyby.
Als ze bij het huis van die Mrs. Jellyby aankomen, is zij er niet.
De kinderen doen open en Esther en haar familieleden komen in een huis binnen,
waarin het heel rommelig en heel smerig is.
De kinderen zijn al enige tijd niet gewassen en hun kleren zijn smoezelig.
Na enige tijd komt er een vrouw binnen,
een aardige mevrouw, maar haar ogen zijn gericht in de verte
alsof ze niets kan zien dat dichterbij is dan Afrika.
Want dat is haar passie: begaan met het lot van een stam in West-Afrika.
Ze stelt zichzelf voor: ‘Je zult me vast heel druk vinden, maar ik hoop dat je het begrijpt.
Het Afrika-Project slokt mij helemaal op.
Ik heb daarvoor met heel veel en heel belangrijke mensen contact.
het vraagt al mijn aandacht en energie.
Maar het geeft me ook veel voldoening, omdat ik elke dag de resultaten zie.’
De maaltijd is een goede maaltijd:
mooi stukje vlees, groente en een pudding,
ware het niet dat alles rauw was en ongekookt.
De schrijver Charles Dickens gaf dit verhaal de titel: telescopische filantropie.
Met andere woorden: liefdadigheid die alleen maar oog heeft voor wat ver weg is.

Paulus beschrijft juist een mensenliefde voor degenen om ons heen.
Het is niet moeilijk om begaan te zijn met een hele stam in Afrika.
Je ziet hun slechte kanten niet en zij zijn jouw slechte kanten niet.
Juist degenen die heel dicht bij ons zijn, die ons ook zien
als we ons niet mooier kunnen voordoen dan we zijn,
die onze zwakten kennen, omdat ze elke dag hun leven met de onze delen,
juist voor hen geldt dat dienen, die mensenliefde:
Wees elkaar onderdanig.
Wees je eigen man onderdanig.
Niet elke willekeurige man, niet alle mannen in de gemeente,
maar je eigen man die je door de Heere werd gegeven als echtgenoot.

Die onderdanigheid is geen slaafse onderdanigheid
en het is ook niet de bedoeling dat ik de ander in alles naar de zin maak
of naar de pijpen van de ander dans en zijn of haar wil opvolg.
Het is een keuze om de ander op de eerste plaats te stellen,
uit respect, niet alleen voor de ander, maar ook uit respect voor Christus.
Omdat Christus ons kwam dienen
én omdat in de ander iets zichtbaar wordt van Christus,
door de Geest gevormd naar het beeld van Christus.
Hebt u zo wel eens gekeken naar de mensen om u heen,
in uw gezin, in de familie, om u heen in de kerk de mensen die voor u zitten
of die met je op dezelfde Bijbelkring zitten:
dat ze al iets hebben van het beeld van Christus,
omdat de Geest met hen bezig is hen te vormen?

We doen het ook voor de Heere:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
In de vreze Gods, de vreze des Heeren,
zoals daar in het Oude Testament over gesproken wordt,
waarbij de vrees geen angst is,
maar diep ontzag voor God,
diep ontzag voor Zijn heiligheid
diep ontzag voor de manier waarop Hij met mensen omgaat
door hun wegen te leiden, hen te beschermen, hen wijsheid te geven,
ontzag die bij de gelovige ook gepaard gaat met een diepe liefde
en verlangen om deze God te dienen en met Hem te leven.
Vreze des Heren: heilig ontzag en diepe liefde voor de Heere.
Vanuit dat ontzag en vanuit die liefde dienen we elkaar.
In de gemeente,
in ons gezin
in ons huwelijk, als man en vrouw.
In je man, zegt Paulus, zie je iets van Christus.
Mooi als je dat binnen je huwelijk mag beleven.
Dat je daarom je man dient, omdat je in hem iets van je Heer ziet,
omdat je in je dienen niet alleen iets aan je man geeft,
maar ook aan Christus.
Onderdanig zijn is een bewuste keuze,
het is niet afgedwongen, niet omdat de vrouw minder is,
want in Christus is er geen verschil meer in waarde tussen man en vrouw,
omdat Christus van ons de nieuwe mens wil maken.
We mogen dit dienen van Christus niet losmaken van de vernieuwing door de Heilige Geest.

En dan de man:
zoals Paulus het formuleert, lijkt het erop alsof er toch verschil is tussen man en vrouw.
Van de vrouw wordt onderdanigheid gevraagd en van de man liefde.
Toch verschillen die woorden niet zoveel.
Want liefde is bij Paulus meer dan een gevoel: een houding.
Een houding waarbij je jezelf wegcijfert
en de eer en de waardigheid van de ander op het oog hebt.
Je doet een stapje terug voor de ander.
Heb uw vrouw lief – betekent niet alleen dat je gevoelens voor je vrouw moet hebben of houden (al zal dat wel gewaardeerd worden als je dat laat zien).
Het liefhebben van de man vergelijkt Paulus met de liefde van Christus,
het offer dat Hij op Golgotha bracht.
Wat de man in liefde hoort te doen,
is alle aandacht aan zijn vrouw geven, zodat ze ook in de weg van Christus kan gaan,
heilig en onberispelijk kan leven
en in het oordeel van Christus onbevreesd kan verschijnen voor de rechterstoel van Christus.
Dat is de taak van de man ten opzichte van zijn vrouw.
Zoals Christus de hemel verliet en op aarde kwam,
zo dient de man een stap te maken bij zijn ouders weg naar zijn vrouw,
zoals Christus op aarde kwam wonen, ons leven deelde,
zo is de man geroepen om bij zijn vrouw te doen,
zijn leven met haar te delen en haar leven te delen.
Zodat – zegt Paulus – in het samenleven als man en vrouw
iets zichtbaar wordt
er iets van uitgaat, naar de kinderen, naar de familie, de buren en de vrienden,
zoals Christus met de gemeente omgaat.
Dat bijzondere gebeuren waarmee Christus naar de aarde kwam
om ons leven te delen, bij ons te zijn en Zijn leven te geven aan het kruis,
wordt zichtbaar in het huwelijksleven van man en vrouw.
Een hoge roeping daarom als man en vrouw.

In de kerk ‘kiezen’ we daarom voor het huwelijk.
Dan niet een huwelijk, zoals dat in films zichtbaar wordt
of volgens romantische voorstellingen die we kunnen hebben
of volgens de normen van onze maatschappij van wat een relatie of een huwelijk is.
Maar zoals de Bijbel dat voorhoudt.

En samenwonen dan? Dat kan tegenwoordig ook? Wat is daarmee mis?
De beste verwoording hoorde ik in een consistorie van een ouderling
wiens zoon ook samenwoonde:
Met samenwonen is het alsof je toch makkelijk van elkaar af wilt.
Alsof je niet voor 100% voor de ander gaat.
Als dat zo is, dan is het inderdaad mis.
Niet omdat het niet past bij wat we gewend zijn, niet omdat het niet hoort,
maar omdat het een verkeerd getuigenis van Christus afgeeft.
In de relatie die Christus aanging, in het samenwonen met ons,
koos Hij voor 100% en hield niet een soort deurtje open
om makkelijk uit die relatie met ons weg te komen.
De basis is de bereidheid om een ander te dienen.

En mensen die alleengaan?
Van hen wordt geen andere manier van leven verwacht
dan van degenen die getrouwd zijn.
Zij maken volop deel uit van de gemeente
(hoewel de kerk soms wel heel vaak de nadruk legt en aandacht heeft voor gehuwden)
en zijn geroepen om te dienen,
maar mogen ook verwachten van de gemeente
dat ook zij gediend worden.
Gehuwden hebben het dan gemakkelijker, omdat er dan altijd iemand is
die je kunt dienen en door wie je gediend wordt.
Degenen die alleen gaan mogen van de gemeente verwachten,
dat de gemeente extra best doet om juist hen te dienen
die anders wellicht gemakkelijker over het hoofd worden gezien.
Dienen door hen niet te vergeten,
dienen door niet alles in de kerk af te stemmen op gehuwden of gezinnen.
Dienen door voor hen te bidden, met het gebed dat ook zij
een leven mogen hebben tot zegen van velen.
zodat ze weten: we behoren volop tot de gemeente van Christus.

In de gemeente van Christus is het niet het belangrijkste of we getrouwd zijn.
De belangrijkste vraag is: kunnen wij elkaar dienen,
degenen die er in deze gemeente zijn, die vlak bij ons zijn,
als we getrouwd zijn onze wederhelft in het bijzonder op de manier zoals Paulus beschreef,
maar niet alleen in ons eigen kringetje.
Het moet het patroon zijn voor de gehele gemeente:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods
amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s