Preek zondagmorgen 28 juni 2015

Preek zondagmorgen 28 juni 2015
Efeze 5:1-15
Tekst: Wees dan navolgers van God (vers 1a)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Sinds enkele maanden behandelen we in de kerkdiensten de brief aan de Efeze.
Kort na Pasen zijn we hiermee begonnen.
Toen ik aan deze serie begonnen ben,
heb ik aangegeven dat de rode draad in deze brief van Paulus
de groei in geloof is – volwassen worden in het geloof.
Daarbij heb ik ook aangegeven dat Paulus dat op een speciale manier doet,
namelijk door met de gemeente daarover in gesprek te gaan,
door hen aan te spreken.

Dat thema van groeien in het geloof, groei naar een volwassen geloof
pakken we vanmorgen op,
omdat Paulus daar over schrijft:
Wees dan navolgers van God.
Neem God als voorbeeld voor hoe je je hebt te gedragen.
Paulus gebruikt hier een woord dat de betekenis heeft van  nabootsen, nadoen, kopiëren van gedrag.
Neem God als voorbeeld voor je gedrag en doe Hem na, geeft Paulus aan.
We kennen dat nadoen ook uit de ‘gewone opvoeding’.
Een gezin met meerdere kinderen zit aan tafel.
De jongste kinderen houden de oudste in de gaten.
Ze luisteren heel goed welke grappen hij maakt
en merken dat hij opmerkingen maakt die het goed doen.
Ze nemen dat in zich op en als die jongste kinderen in hun eigen vriendengroep zijn
gebruiken ze die opmerkingen ook
en laten daarmee zien dat ze doorhebben hoe het in het leven werkt:
hoe je je in een groep hebt te gedragen, hoe je de lachers op je hand krijgt.
Ze zien hoe hij met hun ouders omgaat, hoe hij over de leraren op school praat,
hoe hij met zijn vrienden omgaat en zijn huiswerk doet (of juist niet).
Ze nemen dat heel goed in zich op en passen dat weer toe als het hen uitkomt.

In een bepaalde leeftijdsfase kunnen dat ook de ouders zijn.
Als we wel eens bij familie vandaan kwamen, zei Rianne op de terugweg:
Heb je gezien hoe de neven op hun vader gericht zijn.
Voortdurend letten ze op hun vader, zijn ze op hem gericht
en je ziet gewoon dat ze het gedrag en de houding van hun vader overnemen.
Zo wil ik ook zijn en daarom let ik goed op wat hij doet.
Dan kan ik mijn vader nadoen.
Dát bedoelt Paulus: let goed op God, zodat je Hem kunt nadoen,
zodat je Gods houding en Gods daden kunt kopiëren.
Wees navolgers van God – doe wat Hij ook doet.
Neem het goed in je op wat God heeft gedaan en wat Hij nog steeds doet.
Hebt u dat wel eens gedaan?
Zo vol aandacht naar Gods daden gekeken
en daarbij gedacht: zo moet ik ook doen en zo moet ik ook zijn? Net als God!
Ik denk dat er maar heel weinig mensen zouden zijn,
die als ze gevraagd worden naar een voorbeeldfiguur in hun leven,
iemand die een voorbeeld voor hen is,
weinig mensen die zouden zeggen: ik zou willen zijn als God.
Dat is nogal hoog gegrepen, vind u niet?

Maar laten we niet te snel terugdeinzen
door te zeggen dat het voor ons te hoog gegrepen is.
Want Paulus zegt niet, dat er enkelen zouden moeten zijn,
voor wie het weggelegd zou zijn om God als voorbeeld te nemen,
die in hun gedrag de Heere kunnen nadoen, kunnen kopiëren.
Deze aansporing om God als voorbeeld te nemen is niet alleen voor de kerkenraad.
Als Paulus zegt: wees navolgers van God, kopieer het gedrag,
leef zoals God zou doen,
dan heeft Hij de gehele gemeente op het oog – niemand uitgezonderd!

Wat heeft Paulus dan op het oog? Waarin kunnen we God dan nadoen?
Dat schrijft Paulus in het laatste vers van hoofdstuk 4:
Wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig
en vergeef elkaar, zoals God in Christus u vergeven heeft.
Zoals God met ons omgaat.
In de manier waarop de Heere met ons omgaat, kunnen we Zijn vriendelijkheid ervaren.
Vriendelijkheid is wel wat tam woord,
omdat we ook iemand die sullig is vriendelijk kunnen noemen.
Als we van God een vriendelijke God maken die een beetje sullig is,
hebben we Paulus niet begrepen.
Met het woord dat Paulus gebruikt, wil Paulus aangeven dat God in Zijn hart laat kijken.
In de manier waarop God met ons omgaat, wordt Gods hart, Gods karakter zichtbaar.
Zo is Hij en niet anders.
In plaats van vriendelijk zouden we ook kunnen zeggen: vol goedheid, genereus,
Hij gunt Zijn schepselen het beste, zelfs diegenen die van Hem niets meer willen weten.
Ook het tweede woord, barmhartig, heeft te maken met Gods hart
en ook daarin, in de manier waarop God met ons omgaat, kijken we God in het hart.
Barmhartig betekent: wat er met ons hier op aarde gebeurt,
dat raakt God diep in het hart.
God is in de hemel niet onbewogen, maar wordt diep geraakt door wat ons overkomt.
Ook in de vergeving, waar Paulus over spreekt, wordt het hart van God zichtbaar
zichtbaar in wat Hij doet.
Vergeving is bij God een royaal gebaar, waarbij Hij mensen uitnodigt
die bij Hem zijn weggegaan,
uitnodigt om weer in Zijn gemeenschap te leven, een royaal gebaar van genade.
Die goedheid van de Heere, Zijn barmhartigheid, Zijn royale uitnodiging
wordt het meest zichtbaar in het kruis op Golgotha, dat is het gebaar van God.
Hebt u dat ook ervaren?
Die vriendelijkheid van God, dat wil zeggen: Zijn goedheid, Zijn gulheid?
Hebt u dat ook ervaren, dat wat u bezighoudt God diep van binnen raakt?
Hebt u ook ervaren dat God u royaal uitnodigt
om bij Hem weer thuis te komen, terwijl we dat niet hebben verdiend?
Onverdiende genade – en dat is nu het hart van God.
Dat moet toch wel?
Dan hebt u ook Gods karakter leren kennen: zo is God!

Wees navolgers van God.
Neem die houding van God als voorbeeld, de manier waarop Hij met ons omgaat.
Neem die vriendelijkheid van God goed in je op,
want zo heb je ook te leven: zo vol vriendelijkheid,
niet met die bijbetekenis dat je een sullig persoon bent,
maar dat de mensen om je heen iets van je karakter ervaren,
dat je het goede met hen voor hebt, dat je bereid bent iets van jezelf te geven.
Neem het goed in je op dat God barmhartig is.
Dat je naar Hem toe kunt gaan met wat je bezig houdt
en dat je dan ook weet en gelooft dat het God tot diep in Zijn hart raakt.
We hebben de uitdrukking dat we ergens mee in de maag zitten,
we lopen ermee rond, we moeten daar steeds aan denken.
Dat is het woord barmhartigheid dat Paulus gebruikt.
Het raakt God wezenlijk, tot diep van binnen.
Met dat verschil dat God niet machteloos is, maar er iets aan kan doen.

Als we ons hart uitstorten voor God, dan luistert God daar aandachtig naar
en met bewogenheid.
Ik maak dat geregeld mee dat gemeenteleden hun hart uitstorten.
Ik kan er wel een boek over schrijven, zeggen ze dan.
Of soms voelen ze zich beschaamd dat ze zo bezig zijn met wat er in hun hart leeft
en dan zeggen ze: ik heb het wel veel over mijzelf,
moeten we het niet ergens anders over hebben.
Nee, zeg ik dan, u stort uw hart uit.
U kent toch het verhaal van Hanna, die door Eli weggestuurd wordt?
Dan zegt zij tegen Eli: Ik heb mijn ziel voor het aangezicht van de Heere uitgestort.
De ziel is dan als een emmer die helemaal vol is van verdriet of zorg
en met die ziel die helemaal vol is, komen we bij God
en in onze radeloosheid en onmacht kiepen we onze ziel uit voor de Heere.
Heere, ik weet niet meer wat ik er mee aan moet, ik hoop dat U er wat mee kunt.
Tegen die gemeenteleden zeg ik dan: U hebt ook uw ziel uitgestort voor God.
Hebt u dat wel eens ervaren, dat u met uw zorg en verdriet bij de Heere terecht kon?
Wees dan navolgers van God.
Laat de zorg en het verdriet van de mensen om u heen u dan ook raken,
tot diep van binnen.
Kijk niet te snel de andere kant op, want dat God ook niet bij u, bij jou.
Onverschilligheid is geen christelijke deugd.
Heb niet te snel een oordeel over anderen klaar,
waarin doorklinkt dat u het toch wel beter gedaan zou hebben
en kijk ook niet op anderen neer, want God kijkt ook u op niet neer.
Wees navolgers van God.
Als u reageert, neem dan God als voorbeeld voor hoe het zou moeten.
Laat u dan niet leiden door uw emoties of driften,
door wat er bij u, bij jou boven komt.
Laat u niet door wrok of boosheid leiden.
Ook niet als je met elkaar overhoop ligt en elkaar niet kunt uitstaan.
Ook niet als de ander je diep gekwetst heeft.
Laat je ook niet leiden door je eigen driften.
Je kunt verliefd worden op een andere man of vrouw,
maar dat wil nog niet zeggen dat je eraan moet toegeven.
Je kunt nog zoveel seksuele spanning in je opbouwen,
maar dat wil nog niet zeggen dat je die moet ontladen.
Je kunt nog zoveel willen hebben,
maar dat moet je niet gaan beheersen, zodat je daar dag en nacht mee bezig bent.

Wees navolgers van God – in Zijn barmhartigheid en in Zijn heiligheid.

Paulus zegt daar ook iets bij: wees navolgers van God als geliefde kinderen.
Wat we in Gods houding naar ons toe ervaren is liefde.
Als we in Gods hart kijken, zien we liefde.
Liefde die ons zondaren weer tot Zijn kind maakt.
We hebben het vanmorgen veel over de betekenis van woorden,
ook dit woordt kind heeft een bijzondere betekenis.
Het is een heel intiem woord, van een relatie tussen een vader en een kind.
Een vader die vol bewogenheid en vol liefde spreekt over zijn kind.
Hier de hemelse Vader die Zijn liefde tot voor Zijn kinderen,
kinderen die het heel bont gemaakt hadden
en zelf de band met die Vader hadden verbroken
en waarvan de hemelse Vader zei: en toch blijf je Mijn kind.
Ik doe er alles aan om je weer Mijn kind te maken.
Niet als een dwangmatige vader, want die zijn er
die hun kinderen niet los kunnen laten en met wie de band heel beknellend is,
maar als Vader in de hemel die ziet dat ze zonder Hem
diep ongelukkig en zelfs nog meer: voor eeuwig verloren zijn.
Maar dat niet over Zijn hart kan laten verkrijgen.
Onze verlorenheid raakt Hem tot diep in Zijn hart.
En daarom dat gebaar op Golgotha, een royaal gebaar van God
waarmee Hij zegt: het is vergeven.
Nee, geen goedkope vergeving; dure vergeving: het kostte Hem Zijn eigen Zoon
en die Zoon ging – gedreven door diezelfde liefde als Zijn hemelse Vader.

Wees navolgers van God.
Niet in dat offer, dat kunnen wij niet nadoen.
Maar wel in die liefde, in die houding die God naar ons toe had,
dat is een voorbeeld voor hoe wij met elkaar moeten omgaan.
Gods liefde komt naar ons toe, maar blijft niet alleen bij ons.
De liefde en genade van God die naar ons toekomt, maar van ons geen egoïsten
die alleen maar kunnen denken aan wat zij zelf willen hebben
en als zij het zelf maar goed hebben.
Die ander zoekt het maar uit.
Nee, omdat God ons kind maakt, willen wij dat anderen ook kind van God worden.
Ook al kunnen we ze misschien niet uitstaan.
Maar we hopen het beste voor onze vijanden en bidden zelfs voor hen,
omdat we ook vijanden van God waren,
maar omdat God voor ons alles over had, hebben we dat ook voor anderen.
In ons spreken over anderen,
in onze houding naar anderen toe
laten we zien hoe onze hemelse Vader met ons omgaat.
Aan de ene kant zijn heiligheid.

Als kinderen die de liefde ervaren.
Liefde die meer is dan een gevoel,
maar ook de houding van God naar ons toe,
waarbij God bereid is het hoogste en het liefste dat Hij heeft op te offeren, af te staan
om ons te winnen en weer kind te maken.
Wandel in die liefde, zegt Paulus.
Dat wil zeggen: laat de liefde van God je ook veranderen
zodat Zijn liefde ook van je afstraalt naar anderen toe,
zodat ze aan Gods kinderen mogen zien, Wie God is,
in Zijn heiligheid en in Zijn barmhartigheid, in Zijn zorgvuldige en liefdevolle omgang.

Wie het kruis aanvaardt,
wie gelooft dat Jezus gestorven is voor onze zonden,
kan niet anders dan accepteren dat Christus, die voor ons stierf
ons ook verandert naar Zijn beeld.
Het is allebei: of we geloven én gaan de weg in het spoor van Jezus
ook de weg van liefde en dienen,
of we gaan die weg niet, maar dan missen we ook Jezus.
Of Jezus is in ons hart en dat werkt ook door in onze houding
Of ons hart is niet van Jezus, maar wordt aangedreven door een andere kracht.
In dat geval is het zorgelijk, want dan is het afgodendienst
en kunnen we het koninkrijk van God niet binnengaan.
Zo scherp ligt het, zegt Paulus.
Kijk daarom hoe God is, neem aandachtig waar hoe de Heere met ons omgaat
en neem dat als voorbeeld voor hoe wij hebben te doen.

Maar kunnen we dat wel? God als voorbeeld nemen? Is dat niet te hoog gegrepen?
Dat is een vraag die mij tijdens de voorbereiding steeds weer bezig hield.
Kunnen wij de weg van de liefde wel kiezen, in het spoor van Jezus?
Dat kunnen wij toch niet?
Nee, dat kunnen we niet,
maar dat mag ons er niet vanaf brengen om een andere weg te kiezen.
Want we kunnen het wel tegenhouden,
door niet uit die genade te leven,
en Gods houding alleen maar voor onszelf willen houden
en niet onze houding, ons karakter, ons gedrag laten aanpassen door Christus.
We hebben deze weg te gaan, waarbij anderen aan ons merken
dat in ons hart Christus leeft
en dat er niet een andere macht over ons heerst.
We kunnen niet zonder de Heilige Geest,
die in ons wil komen wonen en ons tot leden van Christus wil  (zal!) heiligen.
De Heilige Geest is de kracht die ons aandrijft,
die ervoor zorgt dat de Heere Jezus in ons hart is
en ervoor zorgt dat de Heere Jezus effect heeft op ons karakter, onze houding
en ons ook aan het werk zet met de opdracht: wandel die weg, in het spoor van Christus.
Hij volbracht het, daarom kunnen wij die weg gaan
maar dan moeten wij die weg ook gaan.
zodat we met de woorden van onze mond en de overleggingen van ons hart
God welgevallig zijn.

Als we die weg niet gaan,
dan is het goed dat we wakker gemaakt worden
Ontwaak gij die slaapt en staat op uit de dood
en laat Christus over u heersen, ook over uw karakter, over uw houding naar anderen toe,
over uw manier van praten over anderen.
Daarom spreekt Paulus ons aan, zodat we groeien in het geloof
en Christus hoe langer hoe meer gestalte in ons krijgt.
amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s