Preek zondag 7 juni 2015

Preek zondag 7 juni 2015
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Efeze 4:17-32

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een jonge vrouw van eind twintig wordt door vrienden meegenomen naar de kerk.
Na een paar weken vraagt ze een gesprek aan met de predikant van deze gemeente.
Ze geeft te kennen dat ze christen wil worden.
Ze weet zo goed als niets van het christelijk geloof en ze heeft geen enkel benul van wat christen worden inhoudt.
Na het gesprek gaf ze aan dat ze er klaar voor was:
Ze wilde Jezus gaan volgen en gaf aan dat ze gedoopt wilde worden.
Ze wist echter niet zoveel van het geloof.
Ze was nooit naar de kerk geweest, had nooit in de Bijbel gelezen
en was helemaal gestempeld door de omgeving waarin ze opgegroeid was.
Ze deed wat haar vrienden allemaal deden.
Ze vroeg om meer gesprekken.
Er worden gesprekken gepland en om de 2 à 3 weken kwamen ze bij elkaar,
spraken ze met elkaar en bad de predikant voor haar.
In die gesprekken gingen ze samen na wat het nieuwe leven als christen
voor haar zou betekenen.
Het was allemaal fris en nieuw: een innerlijk, geestelijk leven dat ze nooit had gekend,
een gemeenschap waarvan ze niet wist dat die bestond.
Ze was een moderne heiden.
Deze jonge vrouw nam alles in zich op, met vreugde.
Er was alleen één ding wat de predikant in dat contact bezighield.
Ze had steeds kortdurende relaties en woonde dan samen.
Dat samenwonen hield ze vaak maar een half jaar vol.
Ze was niet in een huwelijk geïnteresseerd.
Dat vertelde ze zonder zich te verontschuldigen, het was zoals zij het beleefde.
De predikant vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij hier niets van zou zeggen.
Zeker, ze wist dat de christelijke manier van leven ook consequenties heeft voor haar relaties, want ze kwam elke zondag in de kerk en begon zich thuis te voelen
en werd onderdeel van deze gemeenschap.
De predikant wachtte af of zij er zelf mee zou komen.
Na 7 maanden van gesprekken zei de predikant impulsief:
‘We zijn nu al 7 maanden met deze gesprekken bezig. Zou je iets voor mij willen doen?’
‘Natuurlijk! Wat dan?’
‘Zou je een half jaar celibatair willen leven? 6 maanden zonder seks.’
Ze keek hem verrast aan: ‘Waarom zou ik dat doen?’
‘Omdat ik het je vraag. Vertrouw maar op mij. Ik geloof dat het heel belangrijk voor je is.’
De jongen met wie ze samenwoonde ging al na een week bij haar weg.
Dat vertelde ze niet de eerste keer, maar pas na enkele maanden.
toen vertelde ze: ‘Toen je me vroeg om een half jaar celibatair te leven
had ik geen enkel idee wat je met me van plan was.
Je vroeg me jou te vertrouwen en dat deed ik.
Nu na 2 maanden begin ik te begrijpen wat je aan het doen bent.
Ik voel me vrij. Zo vrij en zo ‘mijzelf’ heb ik mij nog nooit gevoeld.
Totdat je me die opdracht gaf dacht ik: iedereen doet het zoals ik het doe,..
Nu ontdek ik zoveel andere kanten aan de relaties die ik heb met anderen.
Ze zijn meer zuiver en meer authentiek.
Echt ontspannen.
En weet je wat ik nu denk? Dat ik op een zekere dag ga trouwen.
Bedankt voor je opdracht!

Een moderne heiden, was deze jonge vrouw.
Ze had geen kennis van God, van de Bijbel,
of van de manier waarop zij als christen zou moeten leven
en ze liet haar leiden in haar doen en laten leiden door wat de anderen om haar heen deden.
Wat iedereen doet, zo doe je dat ook en je denkt er dan niet te diep over na
of deze manier van leven wel goed voor je is, je echt gelukkig maakt,
of dat deze manier iets kostbaars van je afneemt.
Bij het verhaal van deze jonge vrouw moest ik denken aan de schilderijen van Ans Markus.
Ans Markus schildert vaak vrouwen die ingewikkeld zijn in doeken, in windsels zijn ingepakt.
Niet alleen het lichaam, maar ook de gezichten.
Daar zit een verhaal achter, van een moeilijk huwelijk met veel geweld.
De doeken voor de ogen geven aan de ene kant een gevangenschap aan,
maar aan de andere kant een veilige wereld, een eigen wereld onbereikbaar voor anderen,
ook voor degenen die je pijn doen.
Aan deze schilderijen moest ik denken bij het verhaal van de jonge vrouw:
voor de buitenwereld en voor zichzelf had ze een normaal leven
en had ze een leven zoals iedereen in haar omgeving
en zonder dat ze het wist was ze ingewikkeld, in windsels ingepakt,
Veel minder vrij dan ze zichzelf had gerealiseerd.
En pas vanaf toen ze gevraagd werd om afstand te doen van haar manier van leven
en een half jaar op een heel andere manier te leven
ontdekte ze hoezeer ze gebonden was en ontdekte een bepaalde vrijheid,
vrij om zichzelf te zijn.

Wandel niet meer als de andere heidenen, schrijft Paulus,
want de manier van leven zoals de anderen om je heen doen,
lijkt een vrij leven, omdat het erop lijkt dat je kunt doen en laten wat je zelf wilt,
maar het is maar schijn, want je leeft niet volgens je eigen principes,
maar volgens de wetten en de regels van deze tijd, van onze cultuur
en die laten je helemaal niet vrij, maar binden je
en nemen je je vrijheid af zonder dat je het beseft.
Wandel niet meer als de andere heidenen – dat is geen opgeheven vingertje,
geen nieuwe druk die op je gelegd wordt om je aan te passen aan een nieuwe groep,
de gelovigen, de kerkmensen, om hun normen en waarden,
hun manier van doen over te nemen.
Het is een bezorgdheid van Paulus, om de mens te blijven zoals God die bedoelt had
toen Hij ons als mensen schiep,
De mens die niet met een doek voor de ogen gebonden of gevangen, maar vrij.
Bekering betekent dat die doeken die door onze maatschappij om ons heen gewikkeld zijn
steeds meer en meer worden afgewikkeld en dat daaronder de mens tevoorschijn komt,
zoals God ons geschapen heeft.
Daarom is Christus ook gestorven om ons weer mens te maken,
niet de mens zoals we in onze maatschappij zien,
voor het oog vrij, maar toch – misschien onzichtbaar – gebonden.
Voor de normen van onze eigen tijd, kunnen we ook een ander woord invullen: zonde.
We moeten daarbij niet doen alsof die normen van onze eigen tijd
alleen maar buiten  de kerk voorkomen.
Zonde is niet alleen wat we buiten de kerk tegen komen.
Want niet alleen in de wereld buiten de kerk laat men zich leiden door hun eigen opvattingen.
Gebeurt dat in de kerk ook niet?
Want we kunnen wel net doen dat mensen buiten de kerk heidenen zijn,
maar kunnen we dat in de kerk ook niet zijn?
En dan bedoel ik niet over de kennis van God en de Bijbel, de kerkgang,
maar dan bedoel ik in de keuzes die u maakt, in de gedachten die u hebt,
in wat u ervaart en meemaakt: heeft Christus daarin ook een betekenis?
Laat u zich daarin door Hem leiden?
Als u nadenkt over uw eigen relatie, kijkt u dan naar wat anderen om u heen doen?
Of leest u dan de Bijbel er op na om te zien hoe God uw relatie bedoelt?
Als u naar anderen kijkt en over hen oordeelt, speelt Christus daarin ook een rol?
Als u over anderen spreekt, heeft dat ook iets met uw geloof te maken?

Heiden-zijn houdt in dat we een scheiding maken, tussen ons geloof en leven.
In ons geloof hebben we een band met Christus,
maar in het dagelijks leven is daar niets van te merken,
dan wordt Hij erbuiten gehouden.
Ook voor degenen die geloven is dat een voortdurende verleiding
om Jezus, om God op bepaalde momenten in ons leven er maar buiten te laten.
Omdat we vinden dat Hij daar niets mee te maken heeft:
met onze manier van leven, met onze opvattingen over anderen, onze relaties,
wat we doen met ons lichaam, met drank, met seks.
Heidenen, zegt Paulus, die willen niet dat God daar iets mee te maken heeft
en ze sluiten zich af, op dat gebied voor God.
Maar, waarschuwt Paulus, ze hebben dan niet door, dat ze God overal buiten sluiten.
God neemt geen genoegen met een bijrol in ons leven.
Omdat kunnen God geen hoofdrol in hun leven geven, geeft Paulus aan,
omdat ze hun hart hebben afgesloten voor Hem.
Hun hart is hard geworden, er is daar in hun hart geen plaats meer voor God.
Dat heeft wel grote gevolgen, zegt Paulus:
Als je je hart afsluit voor God, dan is er nergens in je leven meer plek voor God.
In je denken niet. Dan kun je wel nadenken en beslissingen nemen,
maar in je verstand is het donker geworden, omdat het licht van God ontbreekt
en de Geest je geen wijsheid meer geeft.
God heeft zich teruggetrokken uit je verstand.
En dan is er in je gevoelsleven ook geen ruimte meer vor God.
Dan dringt niet alles meer tot je door, omdat je ingewikkeld bent,
De pijn die er is, laat je niet meer tot je doordringen,
je bent er ongevoelig voor geworden, dat je leven niet meer van jezelf is,
zoals die jonge vrouw in het begin, maar van al die mannen die in het leven even voorbij komen en die weer weggaan als ze teveel moeilijkheden ondervinden,
de jonge vrouw die pas als zij op een andere manier gaat leven
doorheeft hoeveel schade haar vorige leven bij haarzelf aanrichtte,
maar ze had het niet door.
Ongevoelig geworden, schrijft Paulus, als een zombie,
je bent niet meer jezelf, maar een omhulsel.
In de voorbereiding van komende week wordt u erop gewezen,
dat ook u, die met Christus leeft of zou moeten leven,
ook zo’n omhulsel kunt zijn waarin de pijn van een verkeerd leven niet meer doordringt,
waarin God afwezig is, hoewel u aan de buitenkant vroom bent.
Er wordt van u gevraagd dat u in de komende week uw zonden en vervloeking zult overdenken, dat houdt in: dat u inziet dat wanneer Christus geen plaats heeft in uw leven
u een leeg en afgestompt leven hebt, zonder gevoel en zonder doel.
Dat kan ik u wel voorhouden,
maar je moet het zelf zien, zodat die jonge vrouw dat zelf moest ervaren en ontdekken.
Dat is niet iets wat ons aangepraat kan worden.

Het doel van dat overdenken is niet dat we een hekel aan onszelf krijgen.
Dat is een valkuil in de voorbereiding, dat je jezelf naar beneden haalt,
het jezelf aanrekent dat je weer in de fout gegaan bent.
Dat is zo, maar dat moet er niet toe leiden dat je alleen maar bezig bent
om jezelf verwijten te maken, waarbij je je terugtrekt in jezelf, in een hoek.
U moet bij Jezus uitkomen, met uw tekorten en uw lege leven,
opdat Hij u kan vervullen met Zijn genade en zegen.
Tegenover dat leven waarin de pijn niet meer wordt gevoeld,
de schade aan de ziel niet wordt opgemerkt,
het leven waarin de hulp van de Geest ontbreekt,
tegenover dat leven zet Paulus iets anders: het kennen van Christus.
Het kennen van Christus is een nieuw leven, waarin de verdoving weg is,
waarin de ziel kan herstellen van de schade die is aangericht.

U kent wellicht de plaat van de brede en de smalle weg.
Aan de linkerkant van de plaat een brede weg,
met daarop alles wat niet goed is voor een gelovige, wat ons bij Christus weghaalt.
wat ons tot zonde verleidt.
Je krijgt wel eens de indruk dat alle leuke dingen aan de linkerkant staan
en voor een christen niet zijn toegestaan.
Die brede weg is een waarschuwing: pas op, ga die weg niet.
Het is een hele fascinerende plaat, die duidelijkheid geeft:
dit hoort bij het leven van een christen, dit moet je vooral niet doen.
Ik vind het ook een gevaarlijke plaat.
Want als je naar die kaart kijkt, denk je al gauw in goed en fout.
Dat wel, dat niet.
Maar die twee wegen, die waarschuwing is er voor bedoeld,
dat u bij Christus komt en knielt aan Zijn kruis en de last van uw zonden bij Hem brengt
en bevrijdt van die last de weg van Hem verder kunt wandelen..
Ik vind het gevaarlijk, omdat er naar mijn idee heel veel aan het begin blijven staan,
nog voor de enge poort, omdat ze daar niet doorheen durven
en daarmee ook op een afstand van Christus blijven staan
en niet durven te knielen bij het kruis.
Hebt u dat ook, dat bij dat eerste, het overdenken van alles wat u verkeerd hebt gedaan,
stokt en niet verder durft te gaan,
omdat u niet gelooft dat het kruis van Christus ook voor u is opgericht?
Dat kruis dat op Golgotha stond, roept het u toe: het is ook voor u gebeurd.
De Heer die aan dat kruis hing, stierf ook voor u.
Wanneer u blijft steken bij alles wat u verkeerd hebt gedaan,
is uw voorbereiding niet af. U moet verder, naar Christus toe!

Volgende week als de tafel klaar staat,
Die tafel is nog eens een bewijs, dat God Zijn Zoon gaf, voor u!

Vlak voor zijn verjaardag zegt een vader tegen zijn kinderen:
ik hoef van jullie geen cadeau.
Ik weet dat jullie om mij geven.
Jullie studeren nog, je hebt nog maar pas werk, je kunt je geld goed gebruiken.
Ik heb bedacht om samen uit eten te gaan om op die manier de band die wij hebben

te vieren en te versterken. Ik betaal voor jullie.
Als er met een van de kinderen lang geen contact is geweest,
omdat hij of zij niet meer thuis wil komen, wat moet de vader dan doen?
Stel dat de zoon of dochter zegt: pa, ik kom deze keer ook.
Wat zal de vader dan zeggen: nee, je bent niet welkom, je hebt me te diep gekrenkt.
De Heere Jezus zegt: als jullie als mensen al je goede kant kunnen tonen,
hoeveel te meer de Vader die in de hemel is.
Het avondmaal is een feestmaal van de Vader, waarbij Hij Zijn kinderen uitnodigt
om hen te laten zien, te laten ervaren hoeveel Hij om hen geeft
en hoeveel Hij voor hen heeft over gehad.
Zodat ze Zijn liefde kennen, opdat u Zijn liefde kent.
Wie die liefde heeft gezien, ervaren in Christus, is welkom
en wordt geroepen om aan de tafel die herstelde band te vieren en te versterken.
Alleen bij Hem vinden we leven, werkelijk leven, zoals God ons heeft bedoeld.
Amen

Voorbeeld van de jonge vrouw komt uit: Eugene H. Peterson, Practice Ressurection.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s