Preek zondag 31 mei 2015

Preek zondag 31 mei 2015

Efeze 4:1-16
Tekst: totdat wij allen komen (…)  tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (vers 13)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de afgelopen week las ik een verhaal van een echtpaar.
Deze man en vrouw waren verhuisd naar een nieuwe plaats.
Om thuis te raken in hun nieuwe woonplaats gingen ze elke dag een stuk wandelen.
Tijdens een van de wandelingen namen ze de omgeving in zich op,
de buurt zoals die eruit ziet en namen ze de vogels en de planten in zich op.
Tijdens een van die wandelingen hadden ze een ontmoeting:
Een man fietste hen voorbij, maar stopte even later, stapte af en wachtte hen op.
Hij stelde hen zonder een reden te geven een onverwachte vraag:
‘Hoe lang zijn jullie getrouwd?’
Ze waren overvallen door deze vraag en een beetje perplex gaven ze het antwoord: 33 jaar.
‘Ik wist het wel,’ zei de man, ‘realiseren jullie je dat je in een perfecte stap naast elkaar loopt? Ik bedoel absoluut synchroon perfect.
Mijn vrouw en ik zijn 5 jaar getrouwd, maar hebben deze stap nog niet te pakken.
Soms zijn we er vlakbij, maar we hebben die stap nog niet.’
Na die opmerking fietste de man weer weg.

Ik kwam dit verhaal tegen bij Efeze 4.
In vers 15 staat dat we toegroeien naar Christus.
Zoals het echtpaar volgens de langsfietsende man een perfecte stap had:
absoluut synchroon perfect – zo vaak samen opgetrokken dat ze in hetzelfde ritme lopen,
op elkaar afgestemd zijn, zonder dat ze het zelf door hebben.

Het verhaal gaat nog verder,
want nadat de man is weggefietst blijft dit echtpaar verrast achter.
Ze worden op iets gewezen waar ze zich helemaal niet bewust van waren,
namelijk dat ze zo lang samen optrekken, dat ze helemaal op elkaar zijn afgestemd.
Zelf hebben ze het niet door, maar door een buitenstaander wordt het opgemerkt.
Verrast waren ze door wat hun samenzijn uitstraalde
en dat het een voorbijganger liet stoppen.
Alleen toen ze samen verder gingen, lukte dat samenlopen niet meer.
Ze gingen het toen proberen om de absolute synchrone perfectie te behalen,
maar juist toen ze daarmee bezig waren, waren ze het ritme van hun stap kwijt.
Alleen als het hun doel niet was om die perfecte stap te verkrijgen, lukte het hen samen,
maar als ze op hun stap gefocust waren, liepen ze niet perfect samen op.

Toegepast op het toegroeien naar de Heere Jezus.
Zozeer zelfs, dat Paulus in vers 13 aangeeft
dat we in dat toegroeien naar de Heere Jezus toe
de maat zouden hebben van de grootte van Christus (HSV).
In dat toegroeien naar de Heere Jezus toe,
krijgt de gelovige de maat die Christus in Zijn volheid heeft.
Het gaat hier om het verkrijgen van een bepaalde leeftijd, waarop je van iemand mag verwachten dat hij of zij voldoende geestelijke bagage heeft om beslissingen te nemen.
Een leeftijd waarop iemand geestelijk rijp en geestelijk voluit volwassen is.
Het gaat ook om een bepaald voorkomen dat iemand heeft, statuur:
Iemand aan wie je ziet en afleest, dat hij of zij geestelijk volwassen is,
een stevige persoonlijkheid is, innemend en toch ook standvastig, betrouwbaar en wijs.
De maat die Christus heeft – daar moeten we naar toegroeien.
De NBV spreekt dan ook over de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
Zozeer gegroeid dat men de maat, het model van Christus heeft bereikt.
Geestelijk volwassen.

Zou u dat van uzelf of van deze gemeente kunnen zeggen
dat die geestelijke volwassenheid is bereikt?
Dat u zo gegroeid bent?
Groei – daar kunnen we wellicht over spreken in ons eigen leven,
als we terugkijken op de afgelopen tijd, laten we het ruim nemen: de afgelopen jaren.
Kunt u van uzelf aangeven of u in de afgelopen jaren op geestelijk gebied gegroeid bent?
Gegroeid in uw relatie tot de Heere?
Ik denk dat we dankbaar zijn als we kunnen spreken van groei
en dan zullen we het eerder een vorm van voorzichtige groei noemen
dan het bereiken van de geestelijke volwassenheid.
Het zal eerder zijn zoals die man dat zei:
Ik ben 5 jaar getrouwd en het lukt mijn vrouw en mij nog steeds niet
om die perfecte stap naast elkaar te hebben.
Ik leef al zo lang met de Heere Jezus en ik doe mijn best om te doen wat Christus wil,
maar geestelijk volwassen?
Want wie kan dat van zichzelf zeggen? Kunt u dat van uzelf zeggen of van uw gemeente?
Dat schrikt toch af als iemand dat van zichzelf zou zeggen:
Ik ben geestelijk volwassen.
Ik heb de maat bereikt, het model dat Christus ons voorhoudt.
Is dat dan geen arrogantie – en daarmee een vorm van geestelijke onvolwassenheid?
En toch is dat waar de Heere mee bezig is, om ons zover te krijgen
en dan zonder een vorm van arrogantie,
maar met een diep gevoel van dankbaarheid dat Christus in ons woont en werkt
en ons vormt naar Zijn beeld.
Daarom kwam Zijn stem tot u, merkte u dat er iets in u werd gewekt van geloof
dat voorzichtig begon te groeien en daarna sterker werd
waardoor u zover kwam dat u zei: U bent mijn Heer!
Ik kan niet meer zonder U! Mijn leven is van U, mijn Heer, mijn Redder.
Ik moet wel naar Zijn stem luisteren,
want Hij riep mij en ik kon niet anders dan Hem gehoorzamen.
Als ik zijn stem niet gehoorzaamde, ben ik verloren en ga ik verloren.
Dat is toch ook gebeurd in uw leven?
Als dat niet zo is, heeft u dan nooit gemerkt dat Christus u riep?
Heb je nog nooit gemerkt dat de Heilige Geest je onrustig maakte
om je duidelijk te maken dat je zo niet verder kunt als je Christus niet hebt?
Daar stopt Christus niet.
Hij zegt niet: nu ben je van mij en dat is genoeg, daar laat Ik het er maar bij.
Nee, Hij wil ons verder laten groeien totdat we Zijn maat hebben,
de maat van Zijn rijpheid, Zijn volkomenheid.
We kunnen wel zeggen dat we die rijpheid, die maat van Christus nooit zullen bereiken
en dat is waar – dat is geestelijke volwassenheid om dat te erkennen –
maar dat wil niet zeggen dat Christus het er daarom maar bij laat.
Van mensen die eerder zonder God leefden en zelfs vijanden waren,
totaal anders dan God bedoelde, van God afgekeerd.
Waar het als het om groei gaat meer om jezelf gaat, jezelf ontwikkelen naar een hoger doel,
promotie maken, verder komen, meer hebben. Dat is groei in onze maatschappij.
En toen heeft God geroepen, heeft Hij u geroepen om naar Hem toe te komen.
Ik ben altijd geraakt door de manier waarop God mensen geroepen heeft.
Soms gebeurt dat op een heel bijzondere manier,
maar vaker op een heel gewone manier, niet door een bijzondere ervaring,
maar doordat je iemand tegenkomt die Christus op een heel intieme wijze kent,
zoals een vader of een moeder je iets laat merken van dat kostbare geheimenis.
Of je komt iemand tegen met wie je verbonden raakt, vriendschap hebt of een relatie,
die met Christus leeft, die al geroepen is
en op die manier wordt jezelf er ook in meegenomen
en achteraf merk je dat Christus met je bezig was om je naar Hem te leiden.
Daar begint de groei naar geestelijke volwassenheid: dat je je laat meenemen,
dat je gaat gehoorzamen, tot je eigen verrassing wellicht,
dat je stappen in het geloof zet, stappen waarbij je jezelf verrast.
Als dat in je leven gebeurt, dan merk je dat God in je leven bezig is
om je naar Hem te laten groeien, misschien wel van heel veraf en toch naar Hem toe.
Toegroeien naar Hem, zodat we de maat van de volheid van de grootte van Christus hebben;
tot de volle wasdom van de volheid van Christus gekomen.
Dat is heel wat: een grotere stap kan er niet zijn. Zo radicaal als van dood naar levend.
Van verloren naar behouden, van onrein naar schoongewassen, gezuiverd,
van zondaar groeien naar het model van Christus.
Dat groeiproces naar Hem toe is een heel kwetsbaar gebeuren.
Dat vraagt alle betrokkenheid van God,
om Zijn Geest in ons te laten werken, zodat we verder groeien.
Dat vraagt van onszelf uiterste concentratie – niet op onszelf of wat wij doormaken,
maar op Christus.
Dat echtpaar kon alleen maar die perfecte stap samen op hebben
doordat ze op elkaar waren ingespeeld en op elkaar waren gericht,
doordat het opging in elkaar.
Op het moment dat het zich richtte op wat ze zelf moesten voelen,
of wat de volgende stap moest zijn, raakten ze dat gezamenlijke richting kwijt.
Die maat van Christus, de groei in geloof, bereiken we alleen als we opgaan
in het gesprek met Christus, als het om Hem draait – en niet om onszelf.
in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen
Doordat we Christus in ons opnemen, krijgt Christus gestalte in ons
en beginnen wij de vorm, de maat van Christus aan te nemen.
Al is dat voor ons op een bescheiden manier.
Maar de erkenning dat Christus slechts op een bescheiden manier in ons leven gestalte krijgt en de erkenning dat we er nog lang niet zijn en die geestelijke volwassenheid hier op aarde
wellicht nooit zullen bereiken,
mag er niet toe leiden, dat we er genoegen mee nemen met de middelmatigheid
met ons eigen onvermogen, om verder te groeien.
Dat wil Paulus ook niet.
De tweede helft van de brief van Efeze, vanaf hoofdstuk 4 voert Paulus een indringend gesprek om ons op die groei aan te spreken.
Weet je dan niet, dat je van de Heere een waardigheid hebt ontvangen,
toen Hij je tot zich riep?
Hij gaf je de waardigheid om weer Zijn kind te worden, zoals Paulus eerder in de brief toont
of later in zijn brief gebruikt Paulus zelfs het beeld van de geliefde, de bruid:
Christus die de gemeente liefheeft en daarom moet een man zijn vrouw liefhebben.
De enige manier, zegt Paulus, die recht doet aan die waardigheid,
waardoor we de door God gegeven waardigheid waardigheid niet op het spel zetten
is nederigheid en zachtmoedigheid, geduld, het dienen van elkaar door de liefde.
Juist de manier zoals we Christus hebben leren kennen,
die nederig was en zachtmoedig, die met ons geduld heeft keer op keer,
die ons aan het kruis stierf om ons in liefde te dienen.
Geestelijke groei is het afleren en het kwijtraken van onze arrogantie,
van ons ongeduld met anderen en onszelf
en we moeten inzien dat groeien naar volwassenheid een lang proces is,
met vele tussenpauzen, door frustraties en tegenslagen heen.
Waarbij we inzien dat veel discussies die we voeren,
veel zaken waar we ons druk voor maken ook in de kerk niet door die nederigheid,
niet door dat geduld dat Christus met ons heeft, door de vriendelijkheid of de bereidheid
om de ander te dienen worden gestempeld.
In de kerk gaat het om de eenheid – niet om de eenheid die draait om ons,
waarbij iedereen onze kant kiest in de discussie of ons gelijk geeft tav een standpunt
of bij conflicten onze pijn ziet en erkent,
maar de eenheid van God, de eenheid waarin zelfs ook wij worden opgenomen
in de ene gemeenschap die er rondom, die er met Christus is.
Geestelijke groei, groei naar volwassenheid, naar de maat van Christus
kan alleen als we één zijn met Christus
– Hij ons hoofd en wij het lichaam dat aan Hem verbonden is en door Hem groeit.

Wij het lichaam. Wij groeien niet alleen.
We worden niet in ons eentje volwassen, waarbij de anderen achterblijven.
De maat van Christus die we ontvangen, waar we naar toegroeien,
is niet zozeer een individueel gebeuren, maar een gezamenlijk gebeuren:
opdat wij allen tot die maat komen, tot de volheid van Christus.
Niet Paulus in zijn eentje, of een bepaalde ambtsdrager met een geestelijke status,
of een gelovige met een bijzondere getuigenis of belevenis.
Maar allemaal.
Gods zorg en Gods bemoeienis met is met ons ieder afzonderlijk,
zodat we met elkaar, allemaal bij elkaar, groeien naar die maat van Christus,
niemand uitgezonderd.
Niemand kan zeggen: ik word overgeslagen – want dan stop je je oren dicht,
terwijl de Heere je steeds roept en tot je komt.
Niemand kan zeggen: ik ben het niet waard – die waardigheid ontvangen we door Christus.

Met elkaar – we zijn niet alleen op reis, maar aan elkaar gegeven.
Dat we tot een kerk behoren, een gemeenschap van gelovigen om ons heen hebben,
is een zegen, geeft Paulus aan,
is de bijzondere zorg van de Heere voor Zijn kerk op aarde.
Om die gemeente in zijn geheel en ieder afzonderlijk te laten groeien
totdat de maat van Christus is bereikt, daarom geeft de Heere vanuit de hemel
anderen om ons heen, die ons helpen te groeien, die met ons in de weer zijn.
Apostelen – dat zijn degenen die ons in contact met de Heere Jezus brengen,
die met ons in gesprek zijn, zodat ook wij die intieme kennis hebben,
dat de Heere Jezus mijn Heer en Redder wil zijn.
Je hoort ze spreken, maar het zijn niet meer hun woorden,
maar het is de stem van de Heere Jezus zelf, die jou roept bij je naam om tot Hem te komen.
Er zijn profeten, die kunnen vertellen in welke tijd we leven
profeten die aangeven wat wel de stem van Christus is en wat juist een stem is
die ons doet afdwalen en onze band met Christus wil doen verbreken, een verleiding.
Herders geeft de Heere Jezus: mensen die anderen bij de Heere Jezus bewaren
en iets in hun persoonlijke leven laten zien van Christus als de goede Herder.
In de afgelopen week ben ik op reis geweest met ouderen uit onze gemeente,
een busreis naar Friesland.
Bij het instappen heb ik steeds in de bus de aanwezigen geteld,
zodat we er geeneen zouden vergeten en zouden achterlaten.
Herders en leraars – ze richten onze aandacht op de Heere Jezus
en misschien zeggen ze het wel tegen ons:
weet je wel dat je iets weerspiegelt van de zorg van de Heere,
van Zijn betrokkenheid en bewogenheid.
De Heere geeft zulke mensen in de gemeente – uit zorg,
zodat wij allemaal – u, jij en ik, groeien naar Christus toe,
Zijn maat gaan aannemen, met elkaar en niemand die daarin achterblijft.

Is het alleen maar een ideaalplaatje of kan het op aarde ook werkelijkheid hebben
dat we de maat hebben van Christus?
Dat we die waardigheid waar maken?
Ik las een keer over een reden waarom een predikant niet perfect kan en mag zijn.
Soms kun je daar tegen aanlopen als gemeente
dat je predikant zijn beperkingen heeft
of als predikant zelf onder je beperkingen lijden, vooral als je weet wat die beperkingen zijn.
Een predikant die perfect is, stoot af, staat op eenzame hoogte.
Een gelovige die geen enkele fout meer heeft, is niet meer menselijk
en zorgt ervoor dat anderen het erbij laten, want dat halen we toch niet, dat niveau.
Zo iemand vestigt de aandacht op zichzelf – iemand die de perfecte stap naast Christus zet.
Maar haalt de aandacht bij Christus weg.
Mensen zijn niet volmaakt en zijn hier op aarde altijd in de groei
en groei is vaak niet een stap dichter bij de volmaaktheid,
maar eerder een steeds meer erkennen van onze onvolmaaktheid
waardoor we steeds meer beseffen dat we niet zonder Christus kennen
en daardoor, juist door ons gemis, groeien we naar Hem toe.
Zodat we niet meer vol zijn van onszelf, maar Hij groeit in ons.
Misschien is het wel zo, dat anderen opmerken dat we dichter bij de Heere zijn
dan we zelf beseffen,
dat is dan een geschenk, dankbaarheid dat je er iets van mag uitstralen,
dat je in het samenzijn met onze Heere toch naar Hem kunt toegroeien.
Al is het op aarde geen absoluut synchroon perfecte stap,
maar wel een bemoediging voor anderen dat de groei naar Christus mogelijk is.
Ook zo, op die manier, door onbewust iets uit te stralen,
zijn we voor anderen een bemoediging.
Niet alleen door ons spreken of door onze bewuste daden,
maar zoals dat echtpaar in het begin vaker door dat waar we ons niet van bewust zijn
omdat we ons richten op Christus en van Hém vol willen zijn.
Amen

Het verhaal is afkomstig van Eugene H. Peterson, Practices Resurrection. De preek is deels gebaseerd wat Peterson daar schrijft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s