Preek zondagavond 19 april 2015

Preek zondagavond 19 april 2015
Efeze 2:1-10

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Is het wel goed om het verleden steeds op te rakelen?
Er zijn toch momenten waarop je het boek met een slecht verleden moet dichtdoen
en weer vooruit moet kijken naar de toekomst?
Geldt dat ook niet voor het leven van vóór de bekering?
Moeten we daarvan – ook binnen de kerk – niet eens zeggen:
dat ligt voorgoed achter ons en we moeten ons richten op het leven nu,
op de taken die er voor ons als gelovige in het heden zijn,
of moeten we ons niet richten op de groei in geloof die mogelijk is door de Geest
of moeten we ons niet meer bezig houden met de toekomst
die ons wacht in Gods heerlijkheid?
Moeten we dat spreken over de zonde niet eens achter ons laten,
want dat is toch niet een boodschap die ons veel vreugde brengt?
En moeten we het spreken over het oordeel van God nu niet eens laten rusten?
Want spreken over het oordeel van God maakt de mensen alleen maar bang,
terwijl het in het christelijk geloof toch over de liefde van God zou moeten gaan?

Het is goed om te kijken naar de reden waarom Paulus in zijn brief aan de gemeente van Efeze
opeens begint met de herinnering aan het verleden van de gemeenteleden,
het verleden van vóór de tijd dat de Efeziërs, aan wie Paulus deze brief schreef, tot geloof kwamen in de Heere Jezus en braken met hun oude leven.
Tot dan toe sprak Paulus over mooie dingen:
over de liefde die God tot de gemeente heeft gehad
en dat de liefde van God ook naar Efeze kwam
en dat God daar in Efeze ook een gemeente bij elkaar bracht
en nadat ze tot geloof kwamen ook bij het geloof hield door in hen te werken.
Vanaf het moment dat ze tot geloof kwamen, zijn de mensen in Efeze heel innig verbonden
met de Heere Jezus in de hemel.
Hoewel ze nog op aarde leven, hebben ze al hun plek in de hemel,
daar waar Christus Jezus is, de Voorspraak bij de hemelse Vader
(zoals dat klinkt in de woorden bij het Heilig Avondmaal).
Vanuit de hemel werkt de kracht van God in de gemeente,
om de gemeenteleden op de reis door het aardse leven te bewaren bij Christus
en hen naar de heerlijkheid te brengen,
de heerlijkheid die hen wacht en waar Christus nu al is.

Dan begint Paulus in vers 1 met het ophalen van het verleden van de gemeente
en blijkt dat verleden een inktzwarte bladzijde te zijn
en een groter contrast kan er niet gegeven worden:
eerst nog de beschrijving van de heerlijkheid in de hemel en de overweldigende macht
en de overweldigende liefde en genade van God
en dan het verleden van de gemeenteleden in Efeze.
Paulus heeft er maar één woord voor nodig en dat woord zegt alles: dood.
U was dood, schrijft Paulus.
We moeten daarbij bedenken, dat de gemeenteleden in Efeze herkenden, wat Paulus schreef.
Ze zullen bij het lezen van de brief hebben gedacht:
ja, Paulus, wat je daar schrijft, dat klopt, dat is waar.
Dat waren we ook – dood.
En ze hoeven weinig moeite te doen om die herinnering terug te halen.
Daarvoor hoefden ze helemaal niet diep te graven.
Ja, Paulus, dat is het juiste woord voor wat wij toen waren: dood.
Ze kunnen alleen maar met pijn aan dat verleden denken,
beseffend hoe leeg hun leven toen uiteindelijk was en hoe zinloos,
omdat ze zonder God leefden.
Niet dat ze zich in die tijd dood voelden, of dat ze merkten dat er iets aan de hand was.
Wanneer je toen, in de periode voor hun bekering had gevraagd of ze zich dood voelden,
hadden ze je waarschijnlijk vreemd aangekeken:
Wat bedoel je? Wat is dat voor een gekke vraag? Dood? We zijn springlevend.
We hebben alles wat we willen: onze rijkdom, een goed leven, onze goden die voor ons zorgen.
Pas toen Christus in hun leven kwam,
Toen Zijn stem in hun leven kwam en hen wegroep uit dat leven,
toen gingen hun ogen open voor het leven dat ze leidden en ze schrokken ervan.
Ze waren dood, omdat ze zonder God leefden.

Dat is ook wat de vader in de gelijkenis van de verloren zoon zei,
toen zijn zoon terugkwam tegen zijn andere zoon, de oudste zoon:
Wij zouden dan vrolijk en blij moeten zijn, want deze broer van jou was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden.
Dat leven zonder God, schrijft Paulus, aan de gemeente van Efeze
en zullen niet tegen Paulus hebben geprotesteerd,
maar hebben gezegd: Ja, Paulus zo was het
en we zijn dankbaar dat die periode achter ons ligt
en dat wij weer levend geworden zijn.

Dat leven zonder God, schrijft Paulus verder, dat gebeurde niet uit onwetendheid.
U was dood door de overtredingen en zonden.
De woorden die Paulus gebruikt, geven aan:
ze waren met volle verstand tegen de heilige God ingegaan.
Het was hun eigen keuze om niet tot de bestemming te komen waarvoor God hen had bedoeld:
namelijk een leven in dienst van de Heere, om Hem te dienen en te loven,
Hem lief te hebben met heel hun bestaan, God als Heer over hun leven.

Het was geen onwetendheid om zonder God te leven,
maar een bewust verzet tegen de levende God, de enige God die er is.
Het was de lucht die ze inademden,
maar ze aarzelden niet om mee te doen: ze lieten hun leven erdoor bepalen.
Ze wandelden erin.
Die wereld zonder God en die tegen God inging, dat was hun levenselement.
Daar hadden ze een zinvol leven, ze waren gelukkig en tevreden,
meer hadden ze niet nodig,
totdat er een andere Geest in hun leven kwam: de Heilige Geest
en hen onrustig maakte en hen liet zien
dat er veel mis was met hun leven, omdat ze tegen God ingingen,
een leeg en dood leven hadden.

Onlangs sprak ik iemand, die vertelde dat leven leven, dat dode leven te hebben meegemaakt.
Hij had economie gestudeerd en kreeg daarna een goede baan aangeboden.
Die baan lag hem goed en het kantoor waar hij werkte,
zag in hem een veelbelovende werknemer en hij maakte dat vertrouwen ook waar.
Na verloop van tijd kreeg hij steeds complexere zaken te verwerken.
Op een gegeven moment kreeg hij alle moeilijke dossiers naar zich toegeschoven.
Op jonge leeftijd klom hij snel op in het bedrijf
en al na enkele jaren na zijn studie kon hij een topfunctie in dat bedrijf krijgen.
Volgens de normen van deze wereld had hij een geslaagd leven:
een goede baan met een uitstekend salaris,
de erkenning en het vertrouwen van het bedrijf waarin hij werkte,
het uitzicht om nog verder naar de top te groeien.
Maar er gebeurde van binnen iets:
hij voelde zich leeg worden en met zijn geloof ging het hard achteruit.
Hij begon tegen bidden op te zien,
omdat hij voelde dat zijn gebed niet meer echt was
en begon daarom het bidden maar helemaal op te geven.
Het leven gevonden in deze wereld maar in het leven met Christus op een dood spoor gekomen.
Het moest anders.
We hebben het niet over Efeze 2 gehad,
maar ik denk dat hij zou beamen, dat wat Paulus over de gemeente van Efeze schreef
ook voor hem gold en dat als hij met gemeenteleden uit Efeze zou spreken,
dat hij ervaringen zou kunnen uitwisselen over die doodlopende weg.
De jongen deed het ook anders en zegde zijn baan op.
Geen makkelijke keus, omdat hij veel zekerheid opgaf, maar hij kreeg van de Heerde
de bevestiging dat hij op de goede weg was.
Niet iedereen zal die stap kunnen zetten of hoeven zetten,
maar ik denk dat die doodlopende weg niet alleen iets is uit de tijd van Paulus.
Misschien heb je zelf ook wel die ervaring dat je in een doodlopende weg zit.
Naar aardse maatstaven, volgende de normen die er in Efeze zouden gelden
en de normen die hier in Nederland, in Oldebroek gelden, doe je het goed
en je merkt misschien wel om je heen de jaloezie van anderen

die jouw positie, of jouw salaris ook wel zouden willen.
Maar je merkt, dat je positie of je salaris innerlijk geen voldoening brengen,
omdat je weggroeit bij Christus vandaan.
In deze brief benoemt Paulus een spanning, die er is tussen het leven met Christus
en het leven hier op aarde.
We zijn hier op de wereld, maar we zijn niet van de wereld.
We zijn hier wel op deze plek, maar we mogen ons niet meer laten leiden
door de normen die hier gelden in Oldebroek, in Nederland, in Europa
als die normen ons wegdrijven van Christus en ze ervoor zorgen
dat we niet meer in Hem zijn.

Daarom herinnert Paulus aan dat oude leven:
Want wie van Christus wegdrijft, komt weer in dat oude leven terecht, valt terug.
Valt terug in de dood, valt terug onder het oordeel van God.
Die donkere periode moeten we blijven herinneren – als een waarschuwing:
denk erom, we zijn nog niet in de hemel bij Christus.
Als we niet oppassen, raken we alles kwijt.
Raken we de bevrijding  kwijt uit de macht van de dood.
Raken we het echte leven kwijt dat we in Christus hadden gevonden.
Daarom dat verleden herinneren: als een waarschuwing. Dat is het eerste:
als een vermaning: een aansporing om bij Christus te blijven
en niet bij Hem vandaan te gaan.

In de afgelopen week was het 70 jaar geleden dat Oldebroek en Oosterwolde werden bevrijd.
Van gemeenteleden heb ik de verhalen gehoord, die zich nog dat konden herinneren
hoe de tanks van de geallieerden door de straten van Oldebroek en Oosterwolde kwamen.
Na een moeilijke tijd, 5 jaar oorlog, 5 weggegooide jaren
en in de maanden voor het einde van de oorlog ingrijpende gebeurtenissen

als de razzia in Oosterwolde, de beschietingen die er door de vliegtuigen waren,
de mensen uit het westen die vanwege de honger daar hier eten kwamen halen.
En dan de bevrijding: wat een opluchting moet dat zijn geweest.
We zouden protesteren als die bevrijding niet werd herdacht.
Hoewel, bepaalde onderdelen van de oorlogstijd zijn lang vergeten.
Pas in deze tijd is er volop aandacht voor de hongerwinter
die er in het westen was.

Zoals we de bevrijding van 1945 niet mogen vergeten en de bittere jaren van de oorlog,
het leed dat het Joodse volk in die jaren werd aangedaan (de Shoa)
ook niet mogen vergeten en steeds moeten blijven gedenken,
zo moeten we ook de bevrijding door God uit de macht van de zonde blijven gedenken.
Een bevrijding die nog radicaler was dan die uit 1945 (die al bijzonder was):
een bevrijding uit de dood, een opstanding uit de dood.
Toen Christus opstond uit de dood, stonden ook degenen die in Christus geloofden,
ook op uit de dood:
Ook wij die door onze overtredingen dood waren – zijn met Christus levend geworden.
Pasen gaat niet alleen over de opstanding van Jezus uit de dood,
maar gaat ook over ons: wie met Christus verbonden is, wie van Hem is,
die is ook reeds opgestaan,
heeft van God een nieuw leven ontvangen,
zoals de Heere in 1945 ook een leven in vrede en veiligheid gaf.
Hoewel daarna ook oorlog was, in Nederlands-Indië
en er geregeld er een angst was dat er een nieuwe wereldoorlog zou uitbreken – toch vrij!
In de kerk gedenken we ook die andere bevrijding:
doordat Christus de dood inging, het oordeel droeg en opstond uit de dood.
Hij deed dat voor ons
en Hij nam ons mee – het kruis op, het graf in en weer het graf uit:
met Christus levend geworden – het hadden de woorden van een lofzang kunnen zijn die Paulus opgeschreven had, een lofzang die in de gemeente gezongen werd
uit dankbaarheid.
Dat is de tweede reden om dat verleden niet te vergeten:
uit dankbaarheid voor de genade, voor de redding door Christus,
voor het nieuwe leven dat we dankzij Christus mogen ontvangen.

Er is nog een derde reden om dat verleden te blijven gedenken:
vers 10: Hij heeft ons geschapen in Christus – we zouden kunnen zeggen:
Herschapen: Hij heeft ons gemaakt tot wat we nu zijn
om de weg te gaan van de goede daden die God ons heeft voorbereid. (NBV)
Met Christus levend geworden – met Hem uit het graf,
dat is niet alleen een innerlijk gebeuren, waarbij er van binnen iets met ons gebeurde.
Wat er van binnen veranderde – ons hart, onze hele bestaan – dat werkt naar buiten toe:
God heeft door de opstanding van Christus zo in ons gewerkt,
dat we weer voor God bruikbaar kunnen zijn – heilig, schrijft Paulus in de aanhef
en daarmee bedoelt hij, dat diegenen die dood waren,
niet alleen tot leven gewekt worden,
maar daarna ook een nieuw leven en een nieuw bestaan ontvangen,
waarbij ze ook iets voor God kunnen betekenen.
Nadat Christus de gelovige heeft meegenomen uit het graf, laat Hij hen niet alleen,
maar ook in dat nieuwe leven werkt Hij in hen
– de kracht waarmee Hij werd opgewekt uit de dood door de Vader
dat is de kracht die ook in de gelovige werkt,
de kracht die wij beter kennen met de naam Heilige Geest.
Groeien in geloof, dat is mogelijk doordat Christus opstond uit de dood
en dat de Geest als die kracht ook in u kan werken en werkt.
Een radicale wending in het leven van de gelovige: van dood naar levend.
Jezus leeft en ik met Hem.
Hem behoor ik en zijn stem
roept ook mij straks tot het leven.

Die stem die ons tot leven roept, is er niet alleen bij de Wederkomst
als Christus’ stem iedereen zal roepen die bij Hem hoorde.
Maar Zijn stem roept ook nu tot leven,
om een nieuw leven te ontvangen,
geheiligd en in staat om tot eer van God te leven,
gereinigd en schoongemaakt om dienstbaar voor God te kunnen zijn,
oprechte toewijding.
Ook dat nieuwe leven en die toewijding, dat gereinigd worden en tot eer van God kunnen leven
is genade, dezelfde genade – het is allemaal aan Hem te danken.
Alle eer aan God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Nu al op deze aarde mogen wij leven met Hem en met Hem verbonden zijn.
Daarom als waarschuwing dat oude leven nog eens onder ogen te zien
om daar weer niet naar af te glijden.
Om dankbaar te zijn, van binnen in ons hart, maar ook met onze daden.
Een dankbaarheid die we in praktijk kunnen brengen,
omdat de gelovige ook een nieuw leven ontvangen heeft: geheiligd om toegewijd te zijn.

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft
ook toen wij dood waren door de overtredingen,  met Christus levend gemaakt –  uit genade bent u zalig geworden
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s