Preek zondag 22 maart 2015

Preek 22 maart 2015
Markus 14:1-11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is bijna feest in Jeruzalem!
Nog maar 2 dagen en dan zal het grote feest zijn.
Van overal vandaan zijn de mensen gekomen
om bij dit feest in Jeruzalem te komen.
Ze zijn uit Israël zelf gekomen, maar ook van verder vandaan.
Ze zijn gekomen om daar in Jeruzalem het feest mee te maken.
Het is daarom druk in de stad:
honderdduizenden mensen zijn er extra gekomen
en in de stad is er geen slaapplek meer over,
zodat de pelgrims, de mensen die het feest willen bijwonen,
in de dorpen om Jeruzalem heen een slaapplek moeten zoeken.

Het is niet zomaar een feest dat wordt gevierd.
Het is een heel belangrijk feest: het is het Pascha.
Het volk Israël viert hoe het eeuwen geleden door de Heere werd bevrijd.
Heel lang waren ze slaaf geweest in Egypte
en hadden ze tot de Heere geroepen of Hij hen wilde bevrijden.
De Heere gebruikte Mozes om het volk uit Egypte te brengen,
door de woestijn heen naar het Beloofde Land.
De mensen kwamen in Jeruzalem bijeen om de Heere te danken voor die bevrijding
en ze kwamen bidden of Hij hen opnieuw wilde bevrijden van de vijanden.
Want die God die Israël toen uit Egypte bevrijdde, is dezelfde God.
Het volk was niet vrij.
Tussen alle pelgrims in Jeruzalem liepen ook de Romeinse soldaten.
Het waren er extra veel, want met al die drukte kon het onrustig zijn in de stad
en zeker in de tijd van Pascha moesten de soldaten goed opletten,
want er zou zomaar een opstand kunnen beginnen
als de bij elkaar gekomen Joden dachten dat de Heere hen
tijdens dit Pascha weer opnieuw zou bevrijden.

In de stad was de spanning voor het komende feest goed te merken.
Mensen die vanwege het naderende feest de stad binnenkwamen.
Ook in de huizen van de mensen die in Jeruzalem woonden was een drukte van belang.
Vaders en moeders waren bezig om hun huis schoon te maken.
Het huis moest van top tot teen worden gereinigd,
zodat de families in een rein huis het feest van de bevrijding door God konden vieren.
Ook was men al druk om zich innerlijk voor te bereiden op dat feest.
Want dat gebeurt toch met een belangrijk feest?
Van tevoren ben je al druk bezig met inkopen.
Je zorgt dat je eten in huis hebt.
Zo zorgde men dat men het eten voor de Pesachmaaltijd in huis had.
Men was bezig om het lam, dat geslacht zou worden in de tempel, uit te zoeken.
Al die voorbereidingen moesten helpen om het volk klaar te maken,
klaar voor de ontmoeting met de Heere, hun Redder en Bevrijder.
Het Pascha werd dan wel als familie gevierd en het mocht er best gezellig zijn,
maar het voornaamste was dat God ook aanwezig was
en dat men zich daar innerlijk op voorbereidde.
Dat men er klaar voor was om Hem in hun huis te ontmoeten.

Voor de overpriesters en de Schriftgeleerden was er in deze dagen een bijzondere taak.
De priesters moesten dienst doen in de tempel.
Alles moest in gereedheid worden gebracht om de lammeren te slachten
die een onderdeel waren van het Pascha.
Zeker de overpriesters hadden de leiding over het gebeuren in de tempel.
Want over enkele dagen moest het feest goed verlopen
met al die honderdduizenden extra mensen.
De Schriftgeleerden moesten de mensen helpen bij de lezingen uit de Bijbel.
Zij gaven onderwijs en moesten de mensen helpen
met wat er op dit feest gebruikelijk was
zodat de gewone gelovigen ook echt de ontmoeting met de Heere, hun Bevrijder hadden.
Dan horen we de evangelist vertellen
dat zij tijdens al die drukke voorbereidingen met heel iets anders bezig zijn.
Ze bereiden zich niet voor op het feest.
Zij zijn niet bezig om alles in goede banen te leiden.
Ze zijn druk bezig in vergadering.
Tussen al die honderdduizenden mensen die de stad Jeruzalem extra bezoeken
zijn ze alleen maar bezig met die ene man,
die ook de stad is ingekomen en die in de afgelopen dagen
de boel op stelten heeft gezet, chaos in de stad heeft veroorzaakt.
Als een koning kwam Hij de stad binnenrijden.
Als een profeet joeg Hij alle handelaren uit de tempel
en gaf Hij onderwijs in de tempel en vertelde wat God allemaal ging doen.
Hij vertelde zelfs dat die indrukwekkende tempel,
het sieraad voor de stad, dé plaats waar God troont, verwoest zal worden.
De heiligste plaats van het land zal een ruïne worden en de stad verlaten.
Er zal er niets meer van overblijven.
Ze zijn druk bezig, want deze man – deze Jezus – moet dood!
Deze eerbiedwaardige mannen, met een heilige taak om God te dienen,
de mooiste en hoogste taak die een mens kan hebben,
ze verlagen zich om Jezus te doden
en dan ook nog op een listige manier.
Hun hart zou vol van God moeten zijn,
vol vreugde om de redding die de Heere heeft gebracht,
vol dankbaarheid, vol lofzang.
Maar hun hart is vol kwaadaardigheid
– zoals de Heere Jezus het al eerder aangaf:
Je kunt je nog van buiten helemaal reinigen en je stipt houden
aan alle reinigingsvoorschriften, maar het echte kwaad zit van binnen in ons hart
en wat daaruit voortkomt, ook het bedrog en de listigheid om iemand te doden
zonder dat iemand het merkt.
Het maakt ons onrein. Met zo’n hart kunnen wij niet voor God bestaan.
En dat niet tegen zomaar een mens, maar tegen Gods eigen Zoon.
Juist Hij, Jezus, die de vervulling van het Pascha is,
die gekomen is om Zijn ziel te geven tot losprijs van velen,
het Paaslam bij uitstek.
De leiders willen niet dat Jezus tijdens het feest gedood wordt,
maar onbedoeld werken zij er juist aan mee,
dat Jezus de vervulling van het Pascha wordt, het ware paaslam.

De evangeliën wijzen ons niet alleen op het verzet tegen Jezus,
maar ze willen ons ook laten zien
dat de lijdensweg van de Heere Jezus,
Zijn verraden worden, Zijn dood aan het kruis
gezien moet worden tegen de achtergrond van het Pascha.
De Heere Jezus is de vervulling van het Pascha, het ware Paaslam.
En als we over Zijn lijdensweg en dood nadenken,
moeten we ons blijven herinneren dat Jezus dé Bevrijder is.

Die eerste paar verzen herinneren ons eraan
dat we het lijdensevangelie met dubbele betekenis moeten lezen.
Aan de ene kant het kwaad dat uit de harten
van de mannen die God zouden moeten dienen komt
en aan de andere kant het Pascha.
Terwijl de donkere wolken boven Jezus samenpakken,
is er even nog een tijd van rust en vrede:
een feestmaaltijd in het huis van Simon de Melaatse.
Een feestmaal misschien vanwege het komende Pascha
of een feestmaal om de komst van Jezus in het huis van deze Simon te vieren.
Terwijl het lijden heel dichtbij gekomen is, het zal de volgende dagen beginnen,
is Jezus op een feest aanwezig.
Tijdens dat feest gebeurt er iets bijzonders.
Er komt een vrouw de feestzaal binnen
en ze heeft maar één doel: Jezus.
Ze heeft iets kostbaars meegenomen.
Het is een kruik met kostbare zalf, het is een heel jaarsalaris wat ze heeft.
Zulke flesjes met van die kostbare zalf werden bewaard
als een financiële reserve, een investering om in geval van nood
te kunnen omzetten in geld, een familiekapitaal voor als er schuldeisers komen.
Wat ze heeft is van pure kwaliteit, kostbaar en zuiver.
De zalf is helemaal vanuit India geïmporteerd en heeft een grote waarde.
Ze breekt de hals van het flesje af,
want ze wil die dure, zuivere zalf over het hoofd van Jezus gooien.
Heel haar familiekapitaal,
alles wat zij heeft, ze gooit het in één gebaar over het hoofd van Jezus heen:
een gebaar van liefde, waarmee ze zegt:
Alles wat ik heb, is van U, mijn God en Heer.
Het is geen adorering van iemand die de gelegenheid krijgt
om iets te doen met een bekend persoon,
maar het is aanbidding van Jezus als haar Heer en Koning.

Enkele dagen eerder was de Heere Jezus met Zijn discipelen in de tempel.
Ze keken toe hoe de mensen die in de tempel kwamen, hun geld gaven voor de tempeldienst.
Veel rijken die een aanzienlijk bedrag gaven
maar ook een vrouw die slechts twee kleine muntjes had.
Van haar zei de Heere Jezus dat zij het meeste gegeven had:
Want ze gaf haar hele levensonderhoud.
Dat is ook wat deze vrouw doet.
Haar levensonderhoud, het is niet meer voor haar en voor haar gezin,
het is voor haar Heer.
De dichter Jaap Zijlstra heeft het mooi verwoord.
Eerst vertelt hij van harde mannenstemmen, stemmen die zich ook nog eens verharden,
verstenen: Pilatus, Judas, in dat rumoer
is er een ander geluid: het breken van een kruik,
het geluid van een hart dat breekt.

Weet ze welke weg Hem te wachten staat?
Er wordt niet verteld met welke intentie zij dat doet.
Ze is hier als het ware een profetes.
Profeten konden ook wel eens iets vreemds, iets opvallends doen.
Jesaja liep lang naakt door de stad, Jeremia met een ijzeren juk,
Ezechiël mocht niet rouwen na de dood van zijn vrouw.
Ze moesten dat doen om met hun daad bij het volk een boodschap over te brengen.
Daden spreken.
Zo spreekt deze daad van deze vrouw ook.
Door de kruik te breken, laat ze horen, laat ze zien hoe haar hart breekt voor Jezus
en ze gooit heel die zalf over Hem heen.
De omstanders, ze hebben hun mening al direct klaar.
Ze hoeven niet te weten, waarom die vrouw dat deed.
Ze hoeven niet te weten hoe de Heere Jezus daar op reageert.
Verkwisting. Ze kijken niet naar het gebaar, naar het hart van deze vrouw,
ze kijken alleen maar naar het spul, het prijskaartje van alles.
Ze zien niet dat deze vrouw alles voor Jezus over heeft
en dat ook geeft, net als de discipelen gedaan hebben.
Alleen deze vrouw is verder in het geloof dan de discipelen.
Wat deze vrouw doet, zegt Jezus, is afscheid nemen.
Zij zalft Hem nu het nog kan, nu Hij nog onder de mensen is,
nu ze de gelegenheid nog heeft.
En het gebaar is van grote waarde, niet alleen financieel,
maar ook voor de weg die Jezus gaat.
Zij zalft Hem, vanaf nu gaat de Heere Jezus de weg als koning.
Als Jezus later wordt opgepakt en wordt verhoord,
zullen ze Hem ook behandelen, en bespotten, als de koning van de Joden.

Door de woorden van de Heere Jezus laten alles van een andere kant zien.
De Heere Jezus geeft in Zijn woorden aan,
hoe we op het werk van God moeten letten.
Door alle menselijke handelingen heen,
wat mensen ook doen, de overpriesters en de Schriftgeleerden,
de daad van deze vrouw,
is God aan het werk.
Nu is Jezus nog bij hen, maar de daad van deze vrouw
markeert een begin van Jezus’ weg als koning,
niet als koning, die voor Zijn aardse koninkrijk zal strijden,
die zal met geweld de macht zal grijpen of voor een land op aarde strijden zal.
Maar een koning die gaat lijden,
want alleen als Hij lijdt, als Hij Zijn ziel geeft als losprijs,
dan zal het werkelijk Pascha zijn, werkelijk bevrijding,
zal deze koning onderdanen hebben die werkelijk vrij zijn.
Hij zal begraven worden en de daad van deze vrouw,
het breken van dat kruikje en het uitgieten van die kostbare en pure zalf
geeft aan, dat Jezus op Zijn weg als koning de dood zal ingaan.
Ze heeft een goed werk gedaan, zegt de Heere Jezus over deze vrouw.
In Israël kende men goede werken: dat was het omzien naar de armen, hen bijstaan.
Dat was het begraven van de overledenen.
Wat deze vrouw gedaan heeft, is een goed werk, tot eer van God.
Een goede daad, vanuit een goed hart, gebroken voor Jezus.

Mooi is wat de Heere Jezus zegt:
Overal waar het evangelie verteld wordt, zal over haar gesproken hebben.
Nu, bijna 2000 jaar later hebben we het nog steeds over haar.
Al weten we haar naam niet, het gaat ook niet om haar als persoon,
maar in haar daad is zij voor ons een voorbeeld.
Om heel ons hart en heel ons bestaan over te geven aan deze Koning,
die voor ons Zijn leven gaf en een Paaslam werd om ons werkelijke bevrijding te geven.
In de verkondiging gaat het om Christus, alle aandacht voor Hem,
onze Heer en Heiland.
En toch, er mag ook aandacht zijn voor mensen,
die in Jezus geloven, die voor ons een voorbeeld zijn,
die ons helpen om op onze eigen manier ons hart aan Jezus te geven.

Ook het hart van Judas breekt,
alleen dan op de verkeerde manier.
We zouden kunnen zeggen: door wat er gebeurd is, knapt er iets in Judas.
Het begon donker, met een verkeerd hart,
het eindigt ook met een hart waarin het donker wordt.
Dit is niet de Jezus waar hij, Judas, alles voor over heeft gehad.
Voor hem, Judas, daalt Jezus in waarde.
De vrouw, ze had haar kapitaal, een jaarsalaris, haar appeltje voor de dorst of pensioen
over voor de Heere Jezus.
Judas gaat op weg om Jezus te verraden
Met 30 zilverlingen is hij al tevreden, het bedrag dat men over heeft voor een slaaf.
Jezus was zijn heer en koning,
het hoeft voor hem niet meer.
Aangrijpend.
Zo geeft de evangelist ons twee voorbeelden:
Het voorbeeld van de vrouw en het voorbeeld van de overpriesters, de Schriftgeleerden en Judas.
Welk voorbeeld volgt u?
Gaat u mee met die vrouw en geeft u uw hart aan Hem?
Of gaat u net als Judas, bij Hem vandaan?
Het is een belangrijk verschil, een verschil van leven en dood, behoud en verlorenheid.
Amen

Hierbij de psalmen en liederen voor komende zondagmorgen 09.30 uur Dorpskerk:
* Psalm 72: 2, 10
Stil gebed. Gebed
* Psalm 68:2, 10
Verootmoediging
* Op Toonhoogte 95
Gebed
Kindermoment
* Op Toonhoogte 350
Schriftlezing: Markus 14:1-11
Collecte
* Psalm 23: 2, 3
Verkondiging
* Gezang 32: 3, 4
Gebeden
* Psalm 35: 1, 13
Zegen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s