Houd de principes van het preken maken bij!

Houd de principes van het preken maken bij!

Preken maken kan vergeleken worden met sporten. Net als bij een sport heeft het preken maken ook regels waaraan je je moet houden. En een predikant moet net als een sporter blijven trainen op onderdelen.
In 2013 publiceerde Daniel Overdorf het boek One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills. Predikanten kunnen hun preken verbeteren door elke week een oefening uit dit boek te doen. Een oefening kost een predikant ongeveer 1 à 2 uur werk. De 4e oefening gaat over 5 fundamentele principes van het preken maken.

(1) Bestudeer de tekst
Bestudeer de tekst waarover je wilt preken voordat je besloten hebt wat je in de preek wil zeggen. Ga de context van het gedeelte na: hoe past het gedeelte dat je gekozen hebt in de originele context? Gebruik hiervoor commentaren en andere hulpmiddelen om de culturele en historische context te achterhalen. Gebruik de grondtalen (wanneer je ze beheerst).
Vaak is er reeds een boodschap gekozen voordat de Bijbeltekst is bestudeerd. Draai dit om en laat de Bijbeltekst je gedachten en de boodschap van de preek bepalen.

(2) Formuleer de boodschap van de preek
Effectieve preken hebben een enkel idee als basis. Deze boodschap is dan herkenbaar en makkelijk te onthouden geformuleerd. Om dit idee te formuleren gebruik je de vorige stap (bestudering van de tekst). Formuleer dan een tijdloze waarheid die uit het Bijbelgedeelte opkomt en formuleer dat als een duidelijke stelling. Weersta de verleiding om alleen een vage omschrijving of een breed thema te formuleren.

(3) Kies een vorm
De preek is dan gebaseerd op een enkel idee, dit idee moet wel worden uitgewerkt in een preek. Er zijn over het algemeen twee manieren om een preek uit te werken:
– In een deductieve vorm plaatst de predikant de stelling (de boodschap van de preek) aan het begin van de preek, liefst in de introductie. De stelling wordt in de preek uitgewerkt.
– In een inductieve vorm is de boodschap van de preek (de stelling) de climax van de preek. De preek werkt naar de boodschap toe en de boodschap wordt aan het slot, in de climax meegegeven.
Ga voor jezelf na welke vorm het beste past bij de boodschap. Stel jezelf de vraag: is het voor de luisteraar beter om de boodschap aan het begin van de preek reeds mee te geven of is het beter om naar die boodschap toe te werken?

Opbouw
Deductief:
(1) Introductie: stelling
(2) romp: punten die ontleend zijn aan de tekst om de stelling uit te leggen, te onderbouwen of toe te passen
(3) Conclusie: herhaling van de stelling en de punten
Geef na de stelling in de introductie kort weer welke stappen je onderneemt om de stelling uit te werken.

Inductief
(1) Introductie: probleemstelling
(2) Romp: bewegingen vanuit de tekst, stappen ontleend aan de tekst om deze probleemstelling te beantwoorden
(3) Conclusie: uiteindelijke beantwoording of oplossing.
Maak duidelijk dat de bewegingen en de stappen de luisteraars leiden naar een manier die voor hen duidelijk is en hen verder helpt om de probleemstelling te beantwoorden.

(4) Ontwikkel voorbeelden en toepassingen
Voorbeelden helpen de luisteraars om de waarheid te begrijpen. Toepassingen helpen de luisteraar om te zien welk effect deze waarheid op hun leven heeft.
Ga, nadat je je boodschap en structuur hebt uitgekozen, na welke verhalen, quotes, statistieken, suggesties of scenario’s-uit-het-leven-gegrepen de luisteraar kan helpen om de boodschap te begrijpen en toe te passen.

(5) Bereid het begin en het slot zorgvuldig voor
Als de preek is uitgewerkt, bereid je zorgvuldig voor hoe je de preek wilt beginnen en afsluiten.

De introductie zou (1) de aandacht moeten vangen door een verhaal, quote, of misschien een vraag.
De introductie zou (2) op basis van de Bijbeltekst een zorg of verlangen moeten formuleren met betrekking tot onze onvolmaaktheid of worsteling met de boodschap van de tekst.
De introductie zou (3) de luisteraar het idee moeten geven welke kant de preek opgaat – zie punt 3 over de vorm van de preek.

Het slot zou (1) de stelling moeten belichten. In een deductief opgebouwde preek zou het slot de stelling uit de introductie moeten herformuleren in het licht van wat er in de preek aan de orde is geweest.  In een inductief opgebouwde preek formuleert en benadrukt het slot de stelling voor de eerste keer, waarmee het de preek tot een climax brengt.
Het slot zou (2) aan de luisteraar een duidelijk beeld kunnen geven door een voorbeeld bij de stelling te geven.
Het slot zou (3) de luisteraars moeten uitdagen om de in de preek onderwezen waarheid in praktijk te brengen.

Overdorf geeft enkele leestips:

  • Donald R. Sunukjian, Invitation to Biblical Preaching: Proclaiming Truth With clarity and Relevance (Kregel, 2007)
  • Calvin Miller, Preaching: The Art of Narrative Exposure (Baker, 2006).

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills(Kregel, 2013) 33-38

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s