Preek zondag 1 maart 2015

Preek zondag 1 maart 2015
Markus 7:1-23
Tekst: vers 20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als we zo in de kerk zijn, hebben we al heel wat conclusies getrokken
op basis van wat we hebben gezien.
Als u vroeg in de kerk was, hebt u verschillende mensen zien binnenkomen.
Kerkgangers die u altijd ziet en op hun vaste plaatsen gaan zitten.
Gemeenteleden die voor het eerst na lange tijd weer aanwezig waren in de kerk.
Bij wat we zien, trekken we vaak onze conclusies.
Als iemand lang niet is geweest, kunnen we denken:
‘Fijn dat hij er ook is.’ Of: ‘Het was tijd dat hij weer kwam, want hij is al lang niet meer geweest.’
We kijken niet alleen, maar verbinden er ook een mening, een commentaar, een conclusie aan vast.
Als u voor uzelf nagaat, hoeveel conclusies u al getrokken hebt
op basis van wat u gezien hebt, kunnen dat er al heel wat zijn.

De Heere Jezus zal het de Farizeeën voorhouden:
Kijken doe je met je ogen; je neemt de wereld om je heen waar, je ziet van alles.
In het hart wordt de mening gevormd over wat je ziet.
Een commentaar, een conclusie komt uit het hart.
Met onze ogen zien we dat iemand de kerk in komen
en met onze ogen hebben we de vorige keer gezien dat hij er niet was.
Vanuit ons hart komt er een commentaar bij, een conclusie:
‘Fijn dat hij er weer is.’
‘Het werd tijd dat hij weer eens kwam.’
Het commentaar dat wij bij onszelf geven, laat zien hoe ons hart is.
De Heere Jezus wijst erop hoe belangrijk ons hart is voor ons kijken naar anderen,
naar de wereld waarin wij leven, in de mening die wij hebben, het commentaar dat we geven.
Ons hart, dat is de bron van alles wat we doen.
Als wij zeggen dat iets uit ons hart komt, bedoelen wij dat positief.
Als wij zeggen: Hij spreekt recht uit zijn hart, dan bedoelen we dat iemand oprecht is,
authentiek, zichzelf.
Als de Heere Jezus op ons hart wijst, zegt Hij juist: het hart is het probleem,
daar gaat het mis.
Van buiten kun je heel vroom zijn, heel gelovig, maar in je hart kun je heel anders zijn.
Er is niemand die dat ziet, want niemand kan zoals de Heere Jezus in je hart kijken.
Daar in ons hart gaat het is en dat komt naar buiten,
soms zichtbaar in verkeerd en zondig gedrag,
soms meer verborgen in hoe wij anderen beoordelen en becommentariëren,
of als we ons eigen leven vergelijken met dat van een ander.
Ons hart is onbetrouwbaar, als het gaat om het commentaar op wat we zien,
maar ook in onze omgang met God.
Dan kunnen we heel veel regels bedenken, elkaar manieren aanleren
om naar God toe te gaan, maar als ons hart niet gereinigd is,
camoufleren wij onszelf naar God toe,
houden wij de schijn op voor God, voor de mensen om ons heen en ook voor onszelf.
We kunnen aan de buitenkant, voor het oog van anderen heel gelovig zijn,
maar van binnen, in ons hart, kan het mis zijn.
Dat is geen menselijk inzicht, wat we zelf ontdekken,
maar verkondiging die de Heere Jezus voorhoudt.

Daar wijst de Heere Jezus op in het gesprek met de Farizeeën
die helemaal uit Jeruzalem zijn gekomen.
Ze zijn gekomen omdat ze in Jeruzalem hebben gehoord over Jezus
en wat kun je beter doen dan zelf poolshoogte te nemen
en met je eigen ogen te kijken wat er gebeurt?
Hun komst vanuit Jeruzalem naar Galilea laat zien
dat ze betrokken zijn op de dienst van God, bewogen met het volk Israël.
Farizeeën zijn mensen die een passie hebben voor God,
voor de heiligheid van God.
Het is hun verlangen dat iedereen van het volk Israël leeft met het besef
dat God een heilig God is.
Vroom waren ze, serieus en eerbiedig.
Bij elke stap die ze zetten, waren ze zich ervan bewust dat God er is
en dat ze zo moesten leven dat ze God elk moment konden ontmoeten.
Ze wisten dat ze de Heere niet zomaar onder ogen konden komen, zondige mensen als ze zijn.
Voordat ze in gebed gingen, voordat ze naar de tempel of de synagoge gingen,
voordat ze lazen uit de heilige rollen met de woorden van God,
reinigden ze zichzelf, vanuit het besef dat veel in deze wereld onheilig is.
In deze onheilige, zondige wereld had God één volk uitgekozen om anders te leven,
en dat anderszijn van het volk Israël had te maken met het dienen van de Heere.
Heel het volk moest heilig leven en dat niet alleen op één dag, de sabbat, maar op elke dag.
Het wassen liet dat zien: Wie zichzelf waste, liet zien
heilig te willen leven, niet alleen voor een enkele dag, maar voor elke dag,
met elke stap en met elke beweging God willen dienen, totale overgave.

Het kan zijn dat de Farizeeën in Jeruzalem hebben gehoord
dat Jezus heel anders is, veel gemakzuchtiger
en dat Jezus zijn discipelen geleerd heeft dat ze niet zo heilig hoeven te leven,
dat het niet uitmaakt, dat je de Heere halfslachtig dient.
Het heeft iets moois dat de Farizeeën komen,
want dat laat zien dat ze bewogen zijn, in ieder geval met het volk Israël.
Jezus zet zijn volk toch niet op het verkeerde been?
Jezus is toch geen verleider die het volk Israël door mooie verhaaltjes bij God vandaan leidt.
Ze moeten het zelf zien.
Ze zeggen niet: het kan ons niet schelen, het is onze zaak niet wat Jezus doet.

Ze komen kijken, met hun eigen ogen.
Ze zien dan iets bij de discipelen wat hen zorgen baart.
Ze zien dat discipelen, voordat ze eten, geen handen wassen.
Dat is wat hun ogen zien
en in hun hart volgt het commentaar, wordt de conclusie getrokken:
die paar leerlingen van Jezus gedragen zich als heidenen.
Weet Jezus wel wat Zijn discipelen doen?
Weet Jezus dat Zijn leerlingen leven alsof God er niet toe doet?
De buitenkant van de discipelen, in de handelingen die zij verrichten
laten de discipelen heel duidelijk zien dat ze met hun hart
de Heere, de heilige God niet willen dienen.
Daar moet toch wat van worden gezegd?
Dat zou toch een vorm van onverschilligheid zijn als je daar je mond over houdt?

Als ze bij Jezus komen, is het antwoord van Christus heel scherp:
Jullie dienen God zelf niet,
ja wel aan de buitenkant, maar in jullie hart is het goed mis.
Jullie hart is zo hard, dat er geen plek is voor God.
Ja, je camoufleert dat door een schijn op te houden van een vroom leven,
maar achter de buitenkant, is er een binnenkant, je hart die waar iets goed mis mee is.
Jullie lippen spreken wel vrome woorden die aan God gericht zijn,
maar ze komen niet uit je hart.
Jullie nemen een houding van gebed aan, maar je opent je hart niet voor God.
Je zoekt God in het gebed, maar niet om je oren te openen om te horen
wat God van jullie vraagt.
Bij alles wat je doet, houd je jezelf en je hart achter.
Scherpe woorden uit de profetie van Jesaja,
en Jezus zegt: ze gelden nog steeds voor jullie.
Ondanks alle vroomheid die je aan de dag legt, is jullie dienen van God tevergeefs.
Jezus gebruikt een woord dat wij ook in onze taal kennen en dat alles zegt: hypocrieten.
Een hypocriet is eigenlijk iemand die toneelspeelt.
Je bent het zelf niet, je speelt een rol.
Onder elkaar kunnen we heel goed een rol spelen
en dat kunnen we lang volhouden.
Iemand kan voor het oog een heel gelukkig leven leiden, aan de buitenkant,
maar diep van binnen ongelukkig zijn, in zijn of haar huwelijk.
Omdat er niemand is om over te praten, of je wilt of de kunt de problemen.
Je kunt dan heel lang toneelspelen, ook omdat er geen andere keuze is.
Ook in ons wat betreft ons geloof kunnen we toneelspelen.
We kunnen doen alsof we heel vroom zijn, alsof we elke dag bezig zijn met God
en heel ons leven in Zijn dienst willen zijn
en toch kan het toneel spelen zijn, omdat we onszelf niet zijn,
onszelf verbergen, camoufleren voor God.
Misschien doe jij dat wel, uit angst, omdat je bang bent voor de heiligheid van God
en bang iets verkeerds te doen waardoor God toornig op je wordt.
Of je doet het omdat je vindt dat het zo hoort.
Je hebt het op deze manier van je ouders geleerd, het is een traditie in de familie
en alles wat daar van af wijkt, wordt met kritische ogen bekeken:
Kan dat wel dienen van God zijn?

Het verwijt van Jezus dat de Farizeeën toneel spelen, heeft hier te maken
met hoe de Farizeeën omgaan met Gods geboden.
Ze hebben een heel bouwwerk aan regels en geboden opgetuigd
om de indruk te wekken dat ze God willen dienen met heel het bestaan.
Het is positief bedoeld: hun liefde, hun ontzag voor God staat boven alles.
Hij heeft recht op heel hun leven, heel hun bestaan, alles wat ze hebben
en toch is het hypocriet – toneel  – voor de Bühne.
Want juist door het ontzag voor God op zo’n hoog niveau te plaatsen,
halen ze juist een door God gegeven gebod onderuit.
De Farizeeën hadden de mogelijkheid geschapen dat iemand al zijn bezit zou geven aan God.
Als teken dat hij heel zijn bestaan aan God wijdde.
De man die al zijn bezit en al zijn geld had afgestaan voor de dienst van God
was niet meer in staat om voor zijn ouders te zorgen.
Dat was niet mooi, maar het dienen van God was het belangrijkste.
Geloven is nu eenmaal keuzes maken met soms verstrekkende gevolgen.
Soms tegen de ouders in.
Daarover zegt Jezus: Dan doe je zelf alsof God er niet toe doet
en ben je, hoe gelovig aan de buitenkant, ook een heiden,
hoe vroom en toegewijd je levensstijl ook is.
Het gaat om de vraag wat een heilig leven, en wat het van mensen mag kosten
om toegewijd te zijn aan God.
Hoe heilig moet je leven?
Jezus stelt die heiligheid niet ter discussie
en het is Hem er ook niet om te doen om alle regels af te schaffen,
want regels, rituelen kunnen juist ook helpen om met God te leven
en in het dagelijks leven iets van God te ervaren.
In onze tijd juist te veel regels, rituelen afgeschaft.

Jezus is niet gekomen om die regels af te schaffen
en zeker niet de wetten van God,
maar is gekomen om de radicaliteit van Gods wetten aan te tonen.
die wetten gaan over ons en over ons hart, wat er diep van binnen in ons leeft.
Als wij regels hebben, waarbij we onszelf buiten schot houden
en doen alsof er met ons hart niets mis is, dan zijn we de hypocrieten waar Jezus over spreekt.
Spelen we toneel voor God, voor de mensen om ons heen.
Want vaak is ons hart het probleem waardoor we niet voor God kunnen verschijnen.
Want wat komt er allemaal uit ons hart naar voren?
De Heere Jezus zegt het later tegen de discipelen – als de Farizeeën weg zijn:
Wat uit de mens komt verontreinigt de mens, besmet ons
en juist wat uit ons hart komt, zorgt ervoor dat we niet voor God kunnen verschijnen.
We kunnen dat wel camoufleren naar anderen toe
en we kunnen van onszelf wegkijken en net doen of het er niet is in ons,
maar voor God kunnen we geen toneel spelen, geen schone schijn ophouden.
Alle mooie vormen om God te dienen, ze helpen ons niets
als er met ons hart niet gebeurt.
Als de bron verontreinigd blijft, is ook ons denken, ons handelen besmet,
het werkt daarin door.
We kunnen ons wel beschermen tegen verkeerde invloeden van buiten,
maar zegt Jezus: het echte kwaad zit binnen in ons, in ons hart,
daar gaat het mis, daar moet wat gebeuren.
Daar waar kwade overwegingen gebeuren, waar overspel en losbandigheid hun oorsprong vinden,
waar bedrog geboren wordt, waar afgunst en jaloezie ons vergiftigen en gek maken,
van waar roddel wordt doorgegeven, hoogmoed en dwaasheid ons overmeesteren.
Onze beste werken zijn met zonde bevlekt.
Zelfs in het werk voor God en de kerk, zelfs in ons gebed, in ons lezen van Gods woord
gaat het door.

Een vrouw in de kerk stoort zich aan de jongeren voor haar, die met hun telefoontjes bezig zijn.
Ze kucht een paar keer en vervolgens stoot ze hen aan en zegt:
Dat hoort niet in de kerk en bovendien, ik kan niet naar de preek luisteren.
Thuisgekomen, vertelt ze vol verontwaardiging wat ze meemaakte in de kerk
maar in één adem vertelt ze de nieuwste roddel door die zij heeft gehoord.
Een man is er op tegen dat er een andere Bijbelvertaling wordt gebruikt in de kerk,
omdat de nieuwe vertalingen afbreuk doen aan de heiligheid van God
en is bereid daar alles voor te geven,
maar is als ondernemer onbetrouwbaar.
Een ouderling vermaant tijdens huisbezoek een echtpaar dat niet meer naar de kerk komt,
maar thuis is hij te trots om van zijn vrouw te kunnen horen dat het niet goed gaat met hun relatie.
Met andere woorden: de heiligheid van God heeft ook consequenties voor ons dagelijks leven,
Voor hoe we met elkaar omgaan en vooral de intenties waarmee we het doen.
Wat er vanuit ons hart allemaal bedacht en becommentarieerd wordt
en ik kan wel van u gaan denken dat u het als gemeente niet goed doet,
maar laat ik ook zien wat er in mijn hart leef – dat ik mijzelf boven u als gemeente verhef.
Ik ben Jezus niet, die het u vertelt wat er in uw hart mis is.
Ik geef alleen Jezus’ woorden door en die gelden voor mij net zo goed.
Het ambt maakt het hart niet bij voorbaat zuiver.
Het ambt geeft alleen nog een extra reden om geen genoegen te nemen
met een onzuiver hart vol zonde.
Onreinheid, aantasting van Gods heiligheid komt van binnen uit
en daar kan een vrome houding, een heilig ritueel niets aan veranderen.
we dragen dat in ons mee.

Dan houdt Jezus op en verlaat het toneel naar heidens gebied: Syro-FeniciË.
Hij laat ons achter met de vraag: Wat moet er met ons hart gebeuren?
Zo kan het toch niet?
Wie maakt er schoon schip in ons hart?
Markus geeft geen antwoord en wijst erop dat Jezus het toneel verlaat.
Ik denk dat hij dat bewust aangeeft
om daarmee te laten zien dat de noodzaak van bekering, de zondekennis
niet aangepraat kan worden,
maar door onszelf wordt gerealiseerd
en dat we roepen om Jezus:

Heere Jezus, u wijst ons op ons hart.
Wij kunnen ons hart niet reinigen.
We kunnen het alleen maar zoeken buiten onszelf, zoals de doop laat zien.
We zoeken het bij u
Maak ons hart rein – door Uw bloed – van alle zonden.
Schenk ons een rein hart, zodat we tot u kunnen naderen
en ook in ons dagelijks leven leven met en voor U.
Tot eer van God en tot dienste van onze naaste.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s