Preek zondagmiddag 15 februari 2015

Preek zondagmiddag 15 februari 2015
Markus 6:1-13

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voor mij gaat de uitspraak die de Heere Jezus doet niet op,
de uitspraak dat een profeet niet geëerd wordt in zijn vaderland.
Elk jaar wordt ik gevraagd om voor te gaan in kerkdiensten in Veenendaal.
Ook in Oldebroek worden predikanten die hier geboren zijn gevraagd om een dienst te leiden.
Daar kan naar worden uitgekeken:
iemand die hier is opgegroeid of heeft gewoond,
die de gemeenschap hier kent
en vanuit hier voor predikant heeft gestudeerd.
Dat geeft toch een bepaalde band
en ook een dankbaarheid in de gemeente:
iemand die vanuit hier zich geroepen voelt om het evangelie te brengen.
Dat kan er voor zorgen, dat je als luisteraar in de kerk die predikant ook beter kan volgen
omdat je hem als persoon kent
en welke weg hij is gegaan.
Iemand die van hier komt, is vertrouwd en het is ook ontroerend om diegene te horen preken.

Wat de Heere Jezus doormaakt, is daarom bijzonder en onverwacht.
Je zou verwachten dat de mensen in Nazareth blij zijn
dat de Heere Jezus naar hen toekomt
en dat ze vol verwachting zijn over wat Hij zal zeggen, over wat Hij zal doen,
dat ze hebben uitgezien naar Zijn komst:
Eindelijk nu komt Jezus naar ons toe!
We kunnen ons nog goed herinneren hoe Hij was.
Het zal bijzonder zijn als Hij bij ons Zijn verhaal komt houden en Zijn wonderen zal verrichten.
Het is voor te stellen dat het in de synagoge drukker is dan anders,
misschien wel afgeladen vol, omdat iedereen vol spanning uitkijkt naar het optreden van Jezus.
Tijdens de dienst in de synagoge gaat het mis.
En dan geen gedraai van iemand die het saai begint te vinden
en nu wel weet wat de boodschap van Jezus weet
en bij zichzelf denk: lieve jongen, die Jezus, ik heb zijn ouders gekend
en het is bijzonder dat hij dit doet, ik zou het hem niet nadoen,
maar als je het mij vraagt moet hij nog veel leren.
Nee, het is geschuifel van mensen, die ongerust beginnen te worden
over de woorden de gesproken worden,
met stijgende verbazing luisteren en denken: ‘Dit kun je niet maken, Jezus.’
En als Jezus doorgaat, willen opstaan, tegen Hem willen roepen:
‘Jezus, hou op, dit gaat te ver! Vergeet niet wie je bent! Hoe kun je dat nu zeggen.’
Er komt een spanning in de synagoge van mensen die willen opstaan,
die willen gaan rennen, of naar buiten,
of naar de kansel waarachter Jezus  staat om Hem tot zwijgen te brengen
omdat ze niet kunnen aanhoren wat Hij zegt.
Als ze de dienst al helemaal uitzitten, lopen vol frustratie en irritatie uit de synagoge weg.
En wat Jezus op het laatst zegt,
maakt hun stemming er niet beter op:
‘Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn eigen vaderland, onder zijn familie en bekenden.’
Dan ligt het ook nog eens aan hen.
Wat zijn ze afgeknapt op die Jezus. Zijn ze hiervoor gekomen?
De sfeer is omgeslagen,
er is weerzin tegen Jezus.
En het heeft ook effect op wat Jezus doet
en dat is nog schokkender dan het ongeloof van de mensen uit Nazareth
dat de sfeer van ongeloof,
de weerzin tegen de boodschap van Jezus en tegen Jezus zelf
Jezus machteloos lijkt te maken.
Markus vertelt het – en het roept de vraag op:
is het ongeloof sterker dan Jezus?
Kan het ongeloof, kan de weerzin tegen Jezus Hem machteloos maken,
zodat Hij niet veel kan doen?

Een sfeer van weerzin tegen Jezus, zeg niet te snel
dat het vandaag niet meer kan en dat het alleen maar in Nazareth gebeurde.
Ook bij ons kan het zo zijn, dat we Jezus al te goed kennen
en dat als het over Jezus gaat
je eigenlijk al niet meer luistert en er een weerzin in je voelt,
Een stem van verzet: nee, he, niet weer Jezus.
Ik merk dat op catechisatie,
dat als er uit de Bijbel gelezen wordt er gezucht wordt: moet dat echt?
En dat zal heus niet van vandaag zijn,
maar ook in de tijd toen u, jij catechisatie volgde.
U kunt dat nu wel hebben, dat als u al aan de Bijbel denkt
u geen behoefte heeft om de Bijbel te pakken om er voor uzelf in te lezen,
maar eerder naar iets anders grijpt,
De computer aanzet, de iPhone pakt, naar de krant grijpt,
of misschien iets stichtelijkers: de EO-visie
Maar dat we met de Bijbel zelf zo weinig doen.
Wel op internet een filmpje, graag een getuigenis horen of lezen,
maar dat als er in de Bijbel gelezen zou moeten worden,
eerst de berg aan weerzin opgeruimd moet worden.
Terwijl dat de stem van Jezus zelf is, die ons wil aanspreken.
We kunnen wel naar anderen kijken, die op het oog minder met geloof bezig zijn dan wij,
maar kan het in ons eigen leven ook zo zijn,
dat Jezus machteloos is,
omdat er in ons leven zo’n sfeer van weerzin is,
om met Hem bezig te zijn en ons leven aan Hem te verliezen?
Soms kan een hele kerk opgetuigd worden
met een voltallige kerkenraad, goedlopende Bijbelkringen, drukbezochte ouderenmiddagen
en toch een leegte in het midden, een wegblijven van de zegen,
omdat er niet echt naar Jezus geluisterd wordt,
maar dat we druk zijn met ons eigen gevoel, onze eigen verlangens en verwachtingen
en Jezus maar roepen en roepen.

Zou voor onze omgeving ook gelden dat het stof van de voeten geveegd moet worden?
De Heere Jezus geeft dat mee als opdracht aan de discipelen als Hij hen uitzendt.
Joden deden dat als ze terugkwamen uit heidens land,
dat ze stof van de voeten moesten afvegen.
Want met dat heidense stof aan de voeten kunnen ze God niet onder ogen komen.
Waar ze waren geweest, in dat heidense land, konden ze God niet naar behoren dienen
omdat er zo weinig mensen waren die zich met Hem bezig hielden.
Zou dat ook voor onze omgeving gelden?
Want zouden wij beter zijn dan de Joodse dorpen waar de discipelen kwamen?
We doen dat liever bij anderen, dat we de stof van de voeten afvegen
door te zeggen: Hier wordt God niet gediend, hier in dit huis, in dit gezin is Hij niet.
Zou het ook over ons gezegd kunnen worden?
En met ons, daarbij bedoel ik dat ik mijzelf insluit,
Want niets is gevaarlijker dan dat ik net doe alsof mijn geestelijk leven meer op orde is
en mijn bereidheid om naar Jezus te luisteren intenser is dan de uwe.
Voor mijzelf is dit een gedeelte dat mij net zo goed de spiegel voor houdt
en aan mij vraagt of ik Jezus echt wel toelaat in mijn leven.
Is Jezus machteloos bij ons?

Je zou het denken
en je zou denken dat als je dit leest,
dit een gedeelte is zonder evangelie, zonder blijde boodschap
en dat je na dit gedeelte alleen maar pessimistisch kunt zijn
over de bereidheid van jezelf en anderen om Jezus naar behoren te ontvangen.
Maar het evangelie is er wel degelijk:
Niet alleen in de naam van Jezus – dat is op zichzelf al evangelie.
En al kan Jezus geen wonderen doen die heenwijzen
naar het koninkrijk van God dat in Hem gekomen is,
Hij is er wel in Nazareth.
Hij gaat Nazareth niet uit de weg. Hij gaat het ongeloof niet uit de weg.
Al lijkt het ongeloof zo sterk dat de macht van Jezus belemmerd wordt
En dat Hij weinig kan doen, het ongeloof kan Hem niet tegenhouden
om te komen in Nazareth.
Jezus houdt het ongeloof van zijn broers en zussen, van zijn dorpsgenoten uit.
Als Jezus voor ons ergens tot een voorbeeld is,
Dan is dat wel hier.
Om niet te snel het stof van onze voeten te vegen
en een oordeel over het leven van anderen te geven
door te zeggen: Hier is Jezus niet, hier kan Hij niet zien en daarom kan ik hier niet blijven.
Nee, Jezus gaat het ongeloof niet uit de weg.
Voor het oog lijkt het uithouden van het ongeloof en de weerzin van anderen tegen Jezus
geen daad van macht, die het koninkrijk van God dichterbij brengt.
Maar dat zijn menselijke maatstaven,
want het Koninkrijk van God breekt niet door in opzienbarende daden,
maar juist in het opzoeken van het ongeloof, in het uithouden van het ongeloof,
in het dragen van het oordeel over het ongeloof,
zoals dat door Jezus gebeurde aan het kruis.
Daar, in het uithouden in Nazareth en in het dragen van het oordeel aan het kruis,
ook van het oordeel over het ongeloof van Nazareth.

Er zit genoeg evangelie in.
Maar dat is nog niet alles.
Het evangelie zit in dit gebeuren in wat Jezus niet doet.
In de stilte van Jezus’ kant,
die volgt na Zijn harde uitspraak en na zijn verbijstering over het ongeloof in Nazareth.
Jezus doet iets niet, terwijl we dat wel zouden verwachten
als we het gedeelte erna zouden lezen.
Jezus schudt het stof niet van de voeten.
Hij verklaart Zijn geboortegrond niet tot heidens gebied, van God los,
ook al hebben ze Hem verlaten.
Er is verbijstering, maar er is ook stilte.
Een adembenemende stilte, omdat Jezus zich inhoudt
En als Jezus tot actie overgaat
is dat geen scherpe preek waarin alle frustratie naar boven komt
en het oordeel aangekondigd wordt.
Wat Jezus doet, misschien wel als antwoord op het ongeloof in Nazareth,
Markus vertelt het in ieder geval in een adem door,
is dat Jezus zijn discipelen bij zich roept met een opdracht
met een volmacht om onreine geesten uit te drijven,
om zo de bron van het ongeloof te bestrijden:
want de onreine geesten zijn machten die kapot maken
en die een ander niet wil toestaan in God te geloven.
Dat is de manier waarop Jezus het ongeloof bestrijdt,
niet een aanval op de symptomen, zoals de weerzin,
maar het bestrijden aan de bron: de onreine geesten.
Ook als de discipelen terugkomen is er trouwens de stilte,
De heilzame stilte die er ook was na de verbijstering van Jezus.
Ja, Markus vertelt wel dat de discipelen gehoor vinden,
maar hij meldt niet in hoeveel steden en dorpen de discipelen
het stof van hun voeten hebben geveegd.
Dat is niet de moeite van het melden waard,
Misschien was het niet eens nodig geweest.

Het evangelie zit in wat niet wordt gezegd en wat niet gebeurt.
Daarom moeten wij ook voorzichtig zijn met die tekst
en moeten wij niet te snel de stof van onze voeten afvegen
en degenen die niet kunnen geloven of niet meer geloven niet te snel afschrijven
maar hun ongeloof uithouden en er misschien wel in delen
omdat ook ons eigen geloof niet altijd even sterk is
en vaak geplaagd wordt door aanvechtingen.

Het gebaar van stof afvegen is een confronterend en onthullend gebaar
om het ongeloof van de anderen, misschien ook wel van onszelf te ontmaskeren,
maar zolang wij leven is het ook een gebaar van Gods lankmoedigheid, geduld
en van Zijn genade.
Zo lang er leven is, is er mogelijkheid tot bekering.
Daarom het uitzenden van de discipelen en het gebaar van afvegen van het stof
om degenen die niet geloven, die niet bereid zijn de discipelen op te nemen
alsnog tot inkeer te brengen.
Zolang het laatste en definitieve oordeel nog niet komen is
bevat elk oordeel van God hier op aarde ook nog genade,
omdat het wil leiden tot bekering.
Al lijkt Jezus machteloos door het ongeloof van Nazareth, van ons
Zijn werk gaat toch door, nu door middel van Zijn getuigen, Zijn leerlingen
die de volmacht hebben gekregen om in Zijn naam uit te gaan
de boze geesten uit te drijven en tot bekering op te roepen.
Gods werk is niet te keren, omdat Hij erover waakt.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s