Preek zondagmorgen 15 februari 2015

Preek zondagmorgen 15 februari 2015
Markus 5:21-43

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er zijn momenten waarop we ons heel bewust zijn van ons lichaam.
Ik heb dat in ieder geval als ik in het ziekenhuis of in het verzorgingstehuis kom
Als ik zie hoe iemand pijn in het lichaam heeft
of als ik hoor hoe iemand net de boodschap heeft gekregen
dat er niets meer aan te doen is en de tijd nog maar kort is,
Dan gaat het altijd door mij heen:
hoe kan ik hem of haar troosten?
Dan kan ik geen woorden vinden en het enige dat ik dan kan doen
is op dat moment de hand van de ander vastpakken
om zo te laten voelen dat je wilt delen in het verdriet
en de pijn wel zou willen meedragen.
Zo’n gebaar kan heel intiem zijn en een gevoel geven heel dicht bij de ander te zijn,
maar door een hand vast te pakken kun je ook te dichtbij komen,
jezelf opdringen aan iemand die heel kwetsbaar is
of zonder dat je het weet
herinneringen oproepen van die keren
dat het aangeraakt worden niet zo fijn was.
Een aanraking kan werelden overbruggen,
maar kan juist ook, onder de oppervlakte en zonder dat iemand het ziet,
een verwijdering geven, juist vanbinnen
om jezelf tegen de ander te beschermen.

Een gebaar, een aanraking – het luistert nauw en vraagt behoedzaamheid, zorgvuldigheid.
Ik kan soms wel schrikken, hoe met hoe weinig respect er soms omgegaan wordt
met het lichaam van een ander,
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is
dat je aan het lichaam van een ander mag zitten,
bijvoorbeeld tijdens uitgaan,
omdat als je tijdens het uitgaan je meedoen in dat zogenaamde spel
waarbij je toestaat dat je aangeraakt wordt.
Bij het uitgaan houden de regels niet op, dat je respect moet hebben voor de ander
en voor het lichaam van de ander.
Soms gebeurt het ook onbewust,
Zoals bij een vrouw die zwanger is.
Ook dan gebeurt het wel eens, dat de zwangere buik door anderen wordt aangeraakt
alsof zo’n buik een publiek bezit is.
Een aanraking luistert nauw,
het kan een afstand overbruggen en een intieme band geven,
maar ook een verwijdering, misschien onzichtbaar,
omdat degene die aangeraakt wordt de afstand van binnen probeert te bewaren tegen de ander.

Als het in onze cultuur een aanraking al nauw luistert,
dan nog meer in de tijd van de Heere Jezus,
waarbij er vaak strikte regels waren rondom wie er wel en wie niet aangeraakt mochten worden.
We zien dat in de verhalen van Jaïrus en zijn zieke dochter
en van de vrouw die al twaalf jaar lang aan bloedverlies leidt,
2 verhalen die de evangelist Markus aan elkaar verbindt,
omdat deze twee verhalen laten zien dat de aanraking van Jezus heelt en heiligt,
de aanraking van Jezus heelt, geneest en zorgt dat dat deze twee vrouwen
weer worden opgenomen in de gemeenschap.
Hier wordt het evangelie zichtbaar in de gebaren van de Heere Jezus, in zijn aanrakingen.

De Heere Jezus is op weg naar het huis van Jaïrus,
omdat Jaïrus hem erbij geroepen heeft:
Jezus moet bij zijn dochter de handen opleggen.
Zijn dochter is ernstig ziek, ligt voor de poorten van de dood,
de laatste minuten zijn ingegaan
en het enige wat deze wanhopige vader nog kan doen,
is redding zoeken bij iemand die zijn dochter in het leven kan behouden
en hij zoekt die redding bij een aanraking door Jezus:
Red mijn dochter door haar de handen op te leggen.
Red haar door uw aanraking, door uw hand!
Je zou verwachten dat met zo’n verzoek alles aan de kant wordt gezet:
Alle ruimte voor Jezus,
dat de mensen aan de kant gaan en Hij door niets en niemand gehinderd
naar het huis van Jaïrus kan snellen.
Maar er is oponthoud,
niet alleen de menigte die in de weg loopt,
maar een vrouw die Jezus aanraakt, een vrouw van wie wij wellicht zouden denken
dat die wel even had kunnen wachten
om genezen te worden, nadat het dochtertje van Jaïrus genezen zou zijn.
Want dat van dat dochtertje zou in onze ogen vele malen urgenter zijn
dan die oudere vrouw,
want Jaïrus’ dochtertje heeft nog een heel leven voor zich
en hoe ingrijpend de pijn van deze vrouw is,
het overlijden van een dochter is vele malen ingrijpender. Zouden wij denken.
In het Koninkrijk van God gaat het er echter anders aan toe,
Een andere prioriteit.
In de menigte is er een vrouw, die misschien wel onbedoeld
de aandacht op zichzelf vestigt,
een vrouw die als ze dit van tevoren had geweten
dat Jezus daardoor zoveel oponthoud zou hebben
en dat het meisje van 12 overleden zou zijn bij Jezus aankomst
er misschien ook niet aan begonnen was.
Het is een vrouw die zelf niet op de voorgrond wil treden
en in het heimelijke, verborgen, terwijl niemand het ziet Jezus wil aanraken
om zo bij Hem te vinden wat zij bij niemand anders kan vinden.
Het is een naamloze vrouw – later heeft ze de naam Bernice (Grieks) of Veronika (Latijn) gekregen.
Een vrouw die al 12 jaar lang aan bloedverlies leidt
en geen dokter die haar kan helpen.
De behandelingen die zij moet ondergaan en de medicijnen die zij moet gebruiken
helpen haar niet verder, maar ruïneren haar bestaan,
omdat ze al haar geld heeft uitgegeven om gezond te worden, zonder resultaat
en omdat haar lichaam steeds meer verzwakt.
Door haar kwaal, een menstruatie die nooit ophoud,
mag zij niet in contact met andere mensen komen,
is een relatie met een man onmogelijk, omdat zij afstand tot anderen moet bewaren
en mag zij ook de synagoge niet betreden.
Haar kwaal brengt haar in een isolement.

Voor ons vandaag de dag zijn die regels rondom het afstand bewaren niet meer zo vanzelfsprekend,
maar het kan ook vandaag nog voorkomen
dat iemand in het isolement raakt
door een kwaal waar iemand zich voor geneert en niet meer onder de mensen kan komen.
Dat kan een lichamelijke kwaal zijn
het kan soms ook een geestelijke kwetsuur zijn,
Waardoor iemand zichzelf het liefst afzondert,
aan de ene kant hunkert naar contact en aan de andere kant zich toch wil afsluiten.

Soms kan zo’n kwetsuur ook ontstaan zijn
omdat als kind er geen genegenheid was, geen liefde, geen arm om de schouder.
Ooit heb ik iemand wel eens horen vertellen
dat ze een hart had dat zou hard was als steen, ze kon geen liefde geven
en het ook niet kon hebben dat haar kinderen bij haar op schoot zaten.
Een aanraking luistert nauw,
het kan een afstand overbruggen en een intieme band geven, liefde doorgeven.

De vrouw die Jezus tegenkomt leeft al 12 jaar lang in een isolement,
een leven zonder aanraking, zonder tederheid.
Ze doet iets verrassends,
want wat ik hoor tijdens pastorale gespreken
is dat wanneer er een isolement is, bijvoorbeeld een wond die van binnen schrijnt
dat ook het gevoel is dat God op een afstand is
en dat als Hij Zijn liefde en aanwezigheid aanbiedt
iemand dat niet durft aan te nemen.
Daarom doet de vrouw, die al die 12 jaar geen baat heeft gehad bij dokters,
iets verrassends,
Ze klampt zich vast aan Jezus, wel met een heel subtiel gebaar,
alleen door Zijn mantel aan te raken.
Dat is voor haar genoeg.
Wat een geloof van deze vrouw,
Die steeds heeft meegemaakt dat het bij haar zoektocht,
niet alleen naar genezing maar ook naar een zoektocht naar een plek in de gemeenschap
het steeds zwaarder heeft gekregen.
Als ik alleen maar Zijn mantel aanraak,
dan ontvang ik iets dat ik bij anderen nooit heb kunnen krijgen.
Alleen Jezus kan mij, kan mijn kwetsuur genezen.

Zou de vrouw doorgehad hebben dat Jezus op weg was naar het dochtertje van Jaïrus?
Zou de vrouw getwijfeld hebben om Jezus aan te raken?
Zou ze niet gedacht hebben: het is veel belangrijker
dat dat meisje dat nog een heel leven voor zich heeft genezen wordt
dan dat ik mijn gezondheid terugkrijg en dat mijn isolement overwonnen wordt?
Markus geeft op deze vragen geen antwoord.
Hij laat alleen maar zien,
dat de aanraking van Jezus heelheid brengt,
genezing waarbij de vrouw niet alleen gezond wordt,
maar ook haar plek weer kan innemen en haar eenzaamheid voorbij is.
Ga in vrede, zegt Jezus tegen de vrouw.
Ga in de shalom van God, de shalom, de vrede waarbij het tussen God en mens
en tussen mensen onderling weer goed is.
Jezus’ aanraking geeft ook heiligheid.
Ze mag weer onder de mensen zijn, ze kan weer een relatie beginnen,
ze hoort er weer helemaal bij, bij God, bij de gemeente.
Jezus’ aanraking schenkt heelheid en heiligheid.
Ook als deze vrouw zich vastklampt aan Jezus, op een heel voorzichtige manier,
Hem amper durft vast te pakken, alleen bij Zijn mantel, dat is genoeg.
Ze kan haar leven weer oppakken.
Haar geloof in Jezus is niet beschaamd,
dat geloof heeft haar gegeven waar ze naar verlangde
– de genezing van haar kwaal, van de bron van haar kwaal.
De vrouw beseft met wie ze van doen heeft:
als de vrouw naar voren geroepen wordt, reageert ze met vrees en beven,
zoals in het OT gebeurde wanneer men God ontmoette.
Ze beseft, ze begrijpt wat er met haar is gebeurt.
Door Gods kracht aangeraakt.

Dat is wat haar verbindt met de dochter van Jaïrus:
de aanraking van Jezus die heelheid en heiligheid brengt.
Bij Jaïrus’ dochter is het niet alleen een gebaar van tederheid, van nabijkomen,
het is ook een gebaar waarbij de mensen met stomme verbazing,
met verbijstering hebben gekeken:
want een dode mocht je niet aanraken
en dan raakt Jezus haar aan – Zijn aanraken brengt haar terug in het dagelijks leven
en laat zien dat de kracht die Jezus heeft, zelfs sterker is dan de dood.
De beide verhalen, ze doen verlangen naar een aanraking van Jezus.
Zou Zijn kracht alleen van toen zijn geweest?
Of kunnen we ook nu nog door Jezus worden aangeraakt
en van Hem heelheid en heiligheid ontvangen,
zodat er ook voor ons een plek is in de gemeenschap van God,
een plek is onder de mensen die van Jezus zijn?
Geloof, dat is het geheim.
Geloof, dat was het geheim waardoor de vrouw zich ondanks alle vragen die er hadden kunnen zijn
zich vastklampte aan Jezus
en zo de reiniging en genezing van Jezus ontving.
Geloof, dat is wat Jezus van Jaïrus vroeg: blijf geloven, geef je moed en je vertrouwen niet op.
Blijf geloven – terwijl je net de boodschap hebt gehoord dat het te laat is.
Blijf geloven!
Zou Jezus dat ook niet van ons vragen, als wij verlangen naar die aanraking van Jezus?
die ons heelheid en heiligheid biedt?
Geloof is niet een kracht die wij zomaar paraat hebben, wat we zomaar even doen.
Later konden de discipelen bij een jongen de kwade geest niet verdrijven
omdat ze geen geloof hebben
en de vader van die jongen roept het Jezus toe: Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
Zo kunnen we hier zijn,
vol geloof, zoals Jaïrus het bij Jezus zocht, zoals de vrouw zich aan Jezus vastklampte,
misschien wel zoals die vader die het vroeg: Kom mijn ongeloof te hulp.

Voor ons zal het vaak niet zo zijn, zoals bij de vrouw dat de kwaal direct over is,
of zoals bij Jaïrus’ dochter, die opstond uit de dood.
Als Jezus ons aanraakt, kan het al voldoende zijn, dat Hij daarmee laat weten:
Ik ben erbij, ik deel in je pijn, in je worsteling, in wat je bezig houdt.
Hij kan je ook genezen en soms gebeurt dat gelukkig ook,
soms plotseling, soms na een lange weg.
Wij begrijpen de weg van Jezus niet, ook niet toen Hij op weg naar Jaïrus’ huis
halt hield voor die andere vrouw.
De vragen zijn niet weg, maar het zijn geen vragen zonder hoop,
omdat Jezus in de beide ontmoetingen, de beide contacten,
laat doorschemeren van wie Hij is.
Wat Hij deed, zijn niet zomaar wonderen,
maar daden van macht die onthullen wie Jezus is.
De handen die de dochter aanraakten en zo terugbrachten in het leven,
zullen later aan het kruis worden geslagen
en onder dat kruis zal de mantel waardoor de vrouw haar genezing ontving
worden verdobbeld onder de soldaten.
Zo schemert het kruis er reeds doorheen,
maar ook de opstanding.
Als de Opgestane is Hij in ons midden, nu
vorige week bij het avondmaal, straks thuis en morgen in het ziekenhuis.

Dat is wat mij houvast geeft, als ik aan dat bed in het ziekenhuis zit
en ik zie dat iemand zo veel pijn in het lichaam meedraagt
of die uitslag heeft gehad,
dat is wat mij hoop geeft, als ik in gesprek ben met iemand die een kwetsuur met zich meedraagt
die lijkt te gaan genezen:
dat Jezus die toen daar was, er ook nu is, de Opgestane, de levende.
Niet omdat mijn geloof zo groot is,
ik herken me in die vader van de jongen: Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
Maar doordat Jezus dat zelf zegt: Ik ben niet veranderd.
Ja, wel in de dood ingegaan, maar ik leef.
Ik ben heden en gisteren dezelfde, tot in eeuwigheid. Amen

* Psalm 105:1, 5 OB
Stil gebed. Gebed
* Op Toonhoogte 147
Verootmoediging
* Gezang 218: 3, 4, 5 Bundel 1938
Gebed.
* Kinderlied: Op Toonhoogte 453
Schriftlezing: Markus 5:21-43 HSV
Collecte
* Psalm 6: 3, 4, 8 OB
Verkondiging
* Psalm 116: 1, 4, 7 OB
Gebeden
* Psalm 30: 2, 8 OB
Zegen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s