Preek zondag 18 januari 2015

Preek zondagmorgen 15 januari 2015
Marcus 1:14-28

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elke preek is een gesprek van de Heere Jezus met u.
In de preek komt de Heere Jezus tot u
en door de woorden van de preek heen is Hij met u in gesprek.
Het is een ontmoeting van onze Heere,
die eens rondwandelde  door Israël
en nu in de hemel aan de rechterhand van de hemelse Vader is.

Kinderen kunnen daar wel eens over inzitten,
dat ze de stem van de Heere Jezus nog nooit hebben gehoord.
Dan bidden ze erom of ze die stem mogen horen,
net zoals in het verhaal van Samuël, die ook geroepen werd door de Heere.
Als je als ouder de vraag van je kind krijgt,
of je zelf de stem van de Heere Jezus wel eens hebt gehoord
of hoe de stem van de Heere Jezus klinkt
en hoe je kind die stem kan horen,
kun je verlegen zijn met het antwoord.
‘Ja, dat weet ik ook niet zo goed’.
En het kan door je heen gaan: als ze er maar niet in teleurgesteld raken.
Elke keer als er in de Bijbel gelezen wordt, vanmorgen in de dienst of thuis aan tafel of voor uzelf
komt de Heere Jezus naar u toe en spreekt u aan.
Elke keer als de preek er is, is het de stem van de Heere Jezus die tot u is gericht.

Het kan de vraag van uzelf zijn:
leefde ik maar in de tijd van de Heere Jezus,
kom ik Hem maar zien en kon ik Hem maar horen.
Dan was het voor mij gemakkelijker om te geloven.
Nu is het voor mij soms zo moeilijk, want ik merk zo weinig van Hem
en ik heb moeite om Hem zo voor me te zien.
Elke keer in  als de Bijbel opengaat
en tijdens elke preek staat Hij voor u en komt Hij naar u toe.

In elke preek gaat het om de relatie tussen de Heere en u.
Hij komt tot u en kijkt u indringend aan
en zegt: ‘Ik heb een boodschap voor je.
Ik heb je iets te zeggen.’
Of het is een vraag, die de Heere Jezus aan je stelt
en je voelt dat je er een antwoord op moet geven.
Of het is een oproep, zoals we met elkaar gelezen hebben,
een oproep die de Heere Jezus deed toen Hij rondwandelde door Galilea,
maar ook voor ons vandaag de dag geldt:
Kom tot inkeer, hecht geloof aan dit goede nieuws, kom, volg mij.
In ieder geval 4 opdrachten die ook vanmorgen naar ons toe komen.
We kunnen daarvan niet zeggen:
dat gold alleen voor de discipelen
en voor de tijd van de Heere Jezus.
Die oproepen komen ook vanmorgen naar u toe:
kom tot inkeer, hecht geloof aan dit goede nieuws, kom, volg mij.
Woorden waarmee de Heere Jezus u wil binnenhalen in het koninkrijk van God.
Hij gebruikt dat later als Hij de discipelen roept om achter Hem aan te gaan:
Ik zal jullie vissers van mensen maken.

De Heere Jezus wil iets van u gedaan krijgen,
namelijk dat u gelooft in het evangelie,
dat u gelooft dat de Heere Jezus gekomen is als Zoon van God,
vanuit de hemel op aarde
om voor u de weg te gaan naar Golgotha,
Zijn leven te geven om de losprijs te betalen.
Zodat u niet meer bij de Heere vandaan bent,
maar bij Hem hoort en van Hem bent.
Zijn komst op aarde betekende een verandering voor heel de wereld,
een keerpunt in de geschiedenis:
niets was meer hetzelfde als voorheen,
want het Koninkrijk van God is aangebroken
toen de Heere Jezus op aarde verscheen.
De heerschappij, het koningschap van God over heel de wereld,
dat heel de wereld van de Heere zal zijn
en iedereen op de wereld naar Jeruzalem zou komen om de God van Israël te aanbidden
is in vervulling gegaan
toen de Heere Jezus kwam op aarde.
Hij wil u daar ook krijgen, in dat koninkrijk van God.
Kom tot inkeer, hecht geloof aan dit goede nieuws.
Visser van mensen, daarin klinkt ook iets door van het reddingsteam van de kustwacht.
De speedboten van het reddingsteam die de zee opvaren
in de zomer als een van de strandgasten te ver in de zee is gegaan
en te maken heeft met de gevaarlijke onderstroom
waardoor de zwemmer zou verdrinken
als hij niet gered zou worden door het reddingsteam.
Zo verschijnt de Heere Jezus als redder om u eruit te trekken
en op het droge te brengen – in het Koninkrijk van God.
Kom tot inkeer, hecht geloof aan dit goede nieuws.
Elke keer als het net zich sluit om iemand
en iemand zich eruit laat vissen
en laat overbrengen wordt het koninkrijk van God steeds verder uitgebreid.
De tijd is vervuld, zegt Jezus, nu is het zover: het langverwachte koninkrijk breekt eindelijk aan.
Een mooie boodschap, vreugdevol, vol redding!
Gods tijd is aangebroken.

Er is alleen wel een merkwaardigheid aan het tijdstip,
in ieder geval aan het tijdstip waarop Jezus deze boodschap de wereld in bazuint.
Over de start van Jezus’ optreden hangt de schaduw
van het oppakken van Johannes de Doper.
Johannes wordt overgeleverd, zoals Jezus later door Judas wordt overgeleverd
wordt Johannes de Doper, die zoveel voor het volk heeft betekend
en de weg heeft gebaand overgeleverd.
Dat geeft de indruk dat het om verraad gaat,
om een machtsspel, iemand die niet van dat koninkrijk is gediend
waar Johannes de voorbereider van moest zijn.
Moeten we dan zien dat Jezus het werk van Johannes voortzet,
in de trant van: nu is er een aanslag gepleegd op het werk van Johannes
en nu is het tijd voor Jezus om naar buiten te treden,
een heldhaftige daad van verzet, van verontwaardiging wellicht?
Een merkwaardige aankondiging toch, dat juist als Johannes de Doper is opgepakt
Jezus aankondigt dat het koninkrijk van God nabijgekomen is?
Wil Jezus daarmee zeggen: wil je weten wat het koninkrijk van God is,
kijk dan naar wat er met Johannes gebeurt?
Dat is wel wat Markus steeds laat zien:
met dat koninkrijk van God gaat het anders aan toe
dan mensen zouden verwachten.
Je zou verwachten dat als Jezus het koninkrijk van God proclameert,
uitbazuint, zegt dat het er is, het er ook daadwerkelijk is.
Dat de gevangenis opengaat
en Johannes naar buiten mag gaan en aan de zijde van Jezus mag staan
uit dankbaarheid voor het werk dat hij voor Jezus heeft gedaan:
de voorloper die Israël op orde heeft gebracht,
klaar gemaakt om de Zoon van God te ontvangen.
Maar dat koninkrijk van God is geen koninkrijk van glorie.
Zijn wieg was een kribbe, zijn troon was een kruis.
Jezus zelf, die het koninkrijk van God komt brengen,
zal ook worden overgeleverd
en zal net als zijn voorloper gedood worden.
Wanneer Jezus spreekt over het koninkrijk van God
valt reeds de schaduw van het kruis over Zijn leven, Zijn werk.
Dat is het koninkrijk van God: dat Jezus gedood wordt aan het kruis.
Overgeleverd aan de spot: anderen heeft Hij gered, laat Hem nu ook eens zichzelf redden.
Hij die zijn mond vol had van het koninkrijk van God,
wat blijft er over van je mooie praatjes nu je daar aan het kruis hangt?
Is dat het goede nieuws waar we geloof aan moeten hechten?
Waarvoor we tot inkeer moeten komen?
Dat het koninkrijk van God dat gekomen is?

Wat mij opvalt, is dat Markus niets vertelt over enig respons.
Komen er mensen tot geloof? Komen mensen tot inkeer?
Of is Jezus hier een roepende in de woestijn,
Wiens boodschap niet gehoord wordt?
En is dat koninkrijk van God eigenlijk wel iets positiefs, iets om naar uit te kijken?
Toen ik begon met deze tekst, met de bestudering ervan
was ik er vanuit gegaan
dat het een hele positieve tekst, een samenvatting van Jezus’ prediking,
de mogelijkheid om tot inkeer te komen,
de royale mogelijkheid, omdat God Zijn eigen Zoon zendt
en degene met het hoogste gezag stuurt om te laten weten dat het ook voor u en voor jou is,
de mogelijkheid om dat koninkrijk van God in te gaan.
Maar in dat overleveren zit iets dat al er op duidt hoe het af zal lopen.
Johannes wordt overgeleverd en Jezus zal worden overgeleverd.
Bij Johannes is het niet bekend wie dat heeft gedaan,
maar bij Jezus is het Zijn eigen volk, zijn het de mensen die de Zoon van God
overgeven en er niets van moeten weten.
Dat is de positie van het koninkrijk van God op aarde.
Jezus die roept en de deur openzet,
maar waar je vanaf vraagt, of er wel iemand is
die zich wil laten redden?

Er zijn er een paar: enkele vissers,
die bereid zijn om voor dat koninkrijk hun hele bestaan op te geven:
Petrus en Andreas, Johannes en Jakobus.
Helemaal zonder effect is het niet.
Nu nog niet.
Straks bij het kruis is Jezus weer alleen.
De volgelingen van Jezus zijn gevlucht en de vrouwen durven alleen van een afstand te kijken.
Dat is het koninkrijk van God.
De vier mannen die hier geroepen worden,
krijgen  twee bijzondere taken.
Allereerst achter Jezus aan: zij mogen zien
wat er van dat koninkrijk terecht komt, ooggetuigen,
Jezus gaat het voor en zij lopen achter Hem aan.
Dat heeft iets van wat Psalm 23 verwoordt:
Hij leidt mij in rechte sporen om Zijns naams wil.
de weg is gebaand.
Wie achter Jezus aangaat, heeft een weg naar God.
Gebaand door Jezus.
Dat is onze plaats.
Dat kan inkeer voor nodig zijn. In ieder geval geloof,
dat wat Jezus kwam doen het goede nieuws is.
Zo komt de stem vanmorgen tot u, en roept u tot Zijn koninkrijk. Wat doet u?
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s