Preek 31 december 2014

Preek 31 december 2014
Schriftlezing: 1 Samuël 7

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
In de laatste dagen van het jaar zijn er verschillende jaaroverzichten.
Elke krant en elke nieuwsrubriek op radio of televisie heeft wel zo’n jaaroverzicht.
Wat mij bij een jaaroverzicht opvalt is:
hoeveel gebeurtenissen ik van het afgelopen jaar al weer vergeten ben.
In het afgelopen jaar waren enkele gebeurtenissen
die zoveel aandacht kregen
dat daardoor andere gebeurtenissen naar de achtergrond verdwenen.
Het jaar 2014 was het jaar van de MH17, het vliegtuig van Malaysian Airlines
dat boven de Oekraïene uit de lucht geschoten werd.
Het was ook het jaar van meerdere vliegtuigongelukken,
waarvan ook een vliegtuig van diezelfde Malaysian Airlines helemaal verdween
en nooit meer teruggevonden is.
Het was het jaar waarop de IS veel in het nieuws was,
zozeer dat de bloedige burgeroorlog in Syrië, die ‘gewoon’ doorging
het nieuws amper meer haalde, behalve de strijd rondom Kobani.
Achter elk nieuwsbericht gaan de verhalen van tallozen verborgen,
van degenen die het meemaken: de burgeroorlog in Syrië, het verblijf in de vluchtelingenkampen,
de angst voor de opmars van IS, de komst van ebola naar het eigen dorp.
Daarom is het goed om op een jaar terug te blikken
om te zien wat er is gebeurd
en vooral om er bij stil te staan wat het voor de mensen betekent
die het hebben meegemaakt.

Daarom staan we ook stil bij degenen die in het afgelopen jaar overleden zijn,
omdat we hen niet willen vergeten.
We noemen nogmaals hun namen en overdenken hun leven
en zijn betrokken bij degenen die achterblijven.
Hier in de kerk gedenken we hen voor Gods aangezicht
en denken daarbij ook vol dankbaarheid eraan
hoe de Heere in hun leven heeft gewerkt.

Als mensen vergeten wij veel,
zeker als het ons eigen leven niet raakt.
Pas als het ons eigen leven raakt, dan vergeten we het niet zo snel.
Dan dragen we het met ons mee.
Of we moeten iets tastbaars hebben dat ons aan een gebeurtenis herinnert.
Samuël plaatst daarom een steen
om te voorkomen dat het volk Israël weer vergeet.
Want zo kort na de gebeurtenis is iedereen nog onder de indruk
van wat er is gebeurt:
van het verschrikkelijke onweer dat er is geweest
en van de bevrijding na al die jaren van onderdrukking door de Filistijnen.
Samuël houdt er rekening mee
dat de Israëlieten zullen vergeten wat er is gebeurd.
En vooral zullen vergeten wat de Heere voor hen heeft gedaan.
Samuël plaatst om die renen een steen
om dat vergeten tegen te gaan.
Hij plaatst de steen op een bepaalde plaats, tussen 2 dorpen in.
Steeds als ze er langs kwamen, kwamen ze langs die steen.
Die steen zorgde ervoor dat de herinnering levend bleef
aan wat de Heere voor Israël had gedaan.
Eben Haëzer.

Hebben we dat allemaal niet nodig?
Iets tastbaars waardoor we weer herinnerd worden aan wat de Heere heeft gedaan in ons leven.
De doopkaart of een belijdeniskaart,
een bord aan de muur met daarop de tekst van het trouwen of van belijdenis.
Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen.
Aan het begin van dit jaar heb ik een knielbank gekocht.
Het is een kleine lessenaar van ongeveer 1 meter hoog,
met onderaan een kussentje waar de knieën op moeten
en bovenop een plankje waar de armen op gelegd kunnen worden als ze gevouwen zijn.
Al maak ik er niet elke dag gebruik van,
het helpt me wel om meer met mijn gebed bezig te zijn,
gebed voor mijzelf, voor mijn gezin, voor u als gemeente.
Zo’n knielbank in mijn kamer is een herinnering voor mij om het gebed niet te vergeten.
Ik merk dat het mij helpt, zoiets tastbaars en zichtbaars,
dat het mij helpt om te bidden en dat ik het ook geregeld doe,
knielen op die knielbank voor de Heere in gebed.
Ik kan het u ook aanraden – iets tastbaars dat u helpt te herinneren aan het gebed,
dat jou helpt om stil te staan bij  Gods aanwezigheid in je leven.
Want door meer tijd voor gebed te hebben,
krijg ik ook meer oog voor wat de Heere doet in mijn leven, in mijn gezin, in de gemeente.
Vandaag op oudjaarsavond staan we als het ware ook bij een steen.
We kijken terug op het afgelopen jaar
en dan niet alleen naar wat er is gebeurd
maar we kijken ook terug hoe wij in het afgelopen jaar
Gods aanwezigheid hebben gemerkt in ons eigen leven.
Wat neemt u mee van Gods werken in uw leven
en wat mag jij van dit jaar echt niet vergeten?
We moeten ons meer oefenen in het opmerken van Gods aanwezigheid
en ons meer oefenen in het vasthouden van wat Hij heeft gedaan in ons leven.

Doet u dat niet, dan begeeft u zich in de richting van de gevarenzone.
Het hoeft niet direct met uw geloof mis te gaan.
en voor het uiterlijke kan alles gewoon op een gelovige manier functioneren,
maar innerlijk verandert er dan wel iets.
Dan is niet meer de Heere die de belangrijkste plek in je leven inneemt
en dan is het niet meer de Heere die aan uw leven richting geeft.
Je zet je hart dan open voor iets anders.

Kijk maar naar wat er in Israël gebeurde.
Samuël moet het volk eerst oproepen tot bekering,
want in het hart van het volk was er niet alleen plek voor de Heere.
Ze dienden Hem wel en ze waren druk met de Heere in de weer
en betrokken Hem er overal bij.
Maar er was in hun hart nog ruimte voor een andere god: Baäl.
Voor het geval de Heere niets van zich liet horen,
of voor het geval ze de Heere kwijt waren.
Dat waren echte problemen van die tijd.
U denkt misschien dat ze in de tijd van de Bijbel veel meer van God ervoeren dan wij
en dat ze allemaal heel dicht bij God leven
en dat wij in een heel andere tijd leven
omdat wij die aanwezigheid van de Heere vaak niet zo merken.
In de periode van Samuël is het ook donker en weinig te merken van Gods aanwezigheid.
Het leger van de Israëlieten wordt verslagen door de Filistijnen
en daarbij wordt de ark meegenomen naar het land van de Filistijnen.
De ark, dat is bij uitstek de tastbare herinnering van Gods aanwezigheid,
want de ark was de troon van God.
Bovenop de cherubim, de engelen die op de ark gemaakt waren, zetelde God
om vandaaruit het lot van Israël in Zijn hand te hebben, naar de gebeden van Israël te luisteren.
Vanwege die ark was de tabernakel een plek om naar toe te gaan
met je gebeden en vragen aan God.
De ark, de troon van God wordt meegeroofd.
Goed, de ark komt terug, maar er sterven 70 mensen omdat zij de ark aanraakten
en de ark raakt op een zijspoor.
De ark wordt ergens in een dorp geparkeerd
en er wordt een jongen ingewijd die voor de ark mag zorgen.
Ze waren de Heere kwijt en Hij liet ook niets van zich horen.
20 lang bleef het stil en gebeurde er niets.
20 jaar lang wordt er door de Israëlieten gebeden, gesmeekt tot God
of Hij wilde terugkeren, of Hij wilde opstaan tot de strijd en de vijanden verslaan.
20 jaar: dat zou betekenen dat we vanaf 1994 bezig waren naar de Heere toe te gaan
of dat we vanaf nu tot 2034 niets van de Heere zouden horen
en onze smeekbeden en noodkreten tevergeefs naar de Heere werden opgezonden
en dat we ook niet ergens naar toe konden gaan
omdat de ark, de troon van God, veilig ergens opgeborgen stond, onbereikbaar, geparkeerd.

Vandaar de Baäl, de astarte – goden die binnen handbereik waren
en hun effect hebben laten zien.
Zou het volk de spanning daarvan niet hebben ingezien,
niet hebben ingezien dat het wedde op 2 paarden?
Of is dat wedden op 2 paarden, op God en toch op iets anders,
meer een praktijk die wij er ook op na kunnen houden?

Na 20 jaar staat Samuël op.
Het eerste wat hij te zeggen heeft, is een kritische opmerking
over de gang van de Israëlieten naar de Heere, over hun gebeden.
Hij houdt het Israël voor: ‘Hoe serieus zijn jullie gebeden?
Hoe serieus hebben jullie God gezocht in die afgelopen 20 jaar?
Was dat met heel je hart?
Als je met je hele hart de Heere zoekt, als het ernst is,
doe dan al die andere goden weg.’

Daar zit wel een les voor ons in.
We kunnen dus de Heere zoeken,
maar in ons hart toch nog ruimte houden voor iets anders dan de Heere.
Nu we aan het einde gekomen zijn van het jaar 2014
kijken we ook terug.
Hoe hebt u de Heere gezocht?
Was dat met heel uw hart, of was er ook nog ergens ruimte
om voor iets anders om op te vertrouwen, om het daar van te verwachten.
Kan het ook bij ons niet zo zijn
dat God voor ons soms zo verborgen is, zo moeilijk te vinden,
dat we toch wedden op iets anders?
Het zoeken van de Heere betekent ook je hart leegmaken
en daar schoon schip houden,
zodat je hart alleen van de Heere is.
Het heeft ermee te maken dat je je hart richt op de Heere.
Dat de Heere je oriëntatiepunt is, je kompas waar je leven koerst.

Israël doet het, maakt schoon schip
en doet alle afgoden weg.
Dan doet Samuël nog iets,
misschien wel omdat hij de leegte beseft in het hart van de Israëlieten,
omdat de afgoden er uit zijn
en het spannend is om alleen op de Heere te vertrouwen.
Het is alsof hij naar zijn volksgenoten kijkt
en denkt: de eerste stap heb je gedaan en dat was geen makkelijke stap
om afscheid te nemen van alles wat je houvast biedt.
Hij zegt: kom naar Mizpa, dan zal ik voor jullie bidden.
Mooi is dat, toch? Samuël die aanvoelt dat het volk nog wankel op de benen staan,
het moet nu alleen maar op de Heere vertrouwen en niet leunen op iets anders.
Ze komen berouwvol en met een nieuwe toewijding aan de Heere.
Ze doen dat door water dat ze bij zich hebben, en water is in die omgeving
een schaars en kostbaar iets,
dat water dat zij zelf nodig hebben, gieten ze uit:
het is van de Heere.
Echt leven komt bij de Heere vandaan – ons leven is voortaan van u.
We verwachten het van u: bij U Heer is de levensbron.
Israël begint met een fris geloof, vol hernieuwd vertrouwen op de Heere, zo las ik ergens.

Maar tegelijkertijd is het maar een kwetsbaar gebeuren,
kijk maar als de Filistijnen komen.
De Filistijnen komen als Israël samengekomen is
om zich weer toe te wijden aan de Heere.
zo gaat het vaak het geloof:
je wijdt je opnieuw toe aan de Heere,
na een tijd waarin je het erbij hebt laten zitten, of halfhartig was, niet met héél je hart,
een nieuw en fris begin
en dan komt de dreiging, de aanval.
De Filistijnen komen eraan!
Dan komt het eropaan wat die nieuwe toewijding betekent.
Hebben ze zich tevergeefs aan de Heere toegewijd?
Was het allemaal voor niets?
Je proeft de paniek bij de Israëlieten,
maar ook wel het besef dat ze nergens recht op hebben: het is allemaal genade,
maar ze kunnen niet anders.
Als Samuël niet voor hen bidt, dan… Samuël is hun enige hoop.
Laat toch niet na voor ons te bidden.

Het is spannend voor het volk Israël.
Terwijl Samuël bezig is met het offer komen de Filistijnen dichterbij.
En ze vallen Israël aan terwijl Samuël het offer brengt.
Maar dan … gebeurt er iets.
Het is een omkeer voor Israël.
Het is een ingrijpen van God.
Want terwijl de Filistijnen onder het offer Israël bereiken en de strijd beginnen,
begint ook God, staat ook Hij op.
En dan blijkt Israël de Heere te leren kennen op een manier
waarop ze Hem 20 jaar lang niet hebben gekend
en misschien was er wel niemand onder het volk die er uit eigen ervaring over kon vertellen
en wisten ze het alleen van de verhalen die aan hen doorverteld werden

Dat de Heere een God is die voor je strijd
de strijd aanbindt tegen de tegenstanders en hulp biedt en uitredding brengt.
Op die dag deed de Heere een machtige donder rollen.
Dat is meer dan een natuurverschijnsel waarvan de Filistijnen schrikken.
Want het is niet zomaar hevig noodweer waardoor de Filistijnen moeten afdruipen.
Dat onweer, de rollende donder geeft aan
dat de Heere zelf afdaalt, vanuit de hemel en de strijd op aarde aanbindt
tegen de vijanden van Zijn volk.
God zelf komt op aarde.
De ark redde de Israëlieten niet. De ark werd meegenomen
en God deed toen niets, omdat ze dachten dat God wel zou komen.
Nu ze onzeker zijn of God wel komt en alleen maar zich kunnen vastklampen aan de Heere,
want andere goden hebben ze niet meer in hun hart,
komt God zelf. In al Zijn macht en majesteit.
Na 20 jaar stilte. Na al die jaren niets van zich te hebben laten horen.
een omkeer, omdat God zelf komt.
En de Filistijnen worden het land uitgejaagd, een bevrijding omdat God zelf komt.

Als alles achter de rug is plaatst Samuël een steen.
Wat God deed, dat mogen we als volk nooit meer vergeten.
Dat moet in ons hart blijven.
De steen van Samuël is geen monument, zoals je wel kunt zien in de dorpen in Frankrijk of Duitsland,
of een monument zoals bij de Slag van Heiligerlee (De eerste zege in de 80jarige worsteling voor de vrijheid). Geen nadruk op wat mensen hebben gedaan,
maar herinneren van God heeft gedaan.
Wij hebben een God die niet in de hemel blijft zitten toekijken.

Zo gaan wij dit jaar uit.
We denken er niet alleen aan terug wat mensen hebben gedaan,
prestaties of mislukkelingen, successen of falen, vergeving of schuld,
maar we herinneren ons wat de Heere heeft gedaan.
Tot hiertoe, tot 2014, heeft de Heere ons geholpen.
Wij mogen Zijn hulp nooit vergeten.
Amen

Liturgie:
* Gezang 292: 1, 5 (NH Bundel 1938)
Stil gebed. Gebed
* Psalm 89: 1, 3 Oude Berijming
Geloofsbelijdenis
* Psalm 72: 2, 7 Oude Berijming
Gedenken van degenen die overleden zijn
* Op Toonhoogte 17: 9, 10 (=Psalm 73 NB)
Gebed
Schriftlezing: 1 Samuël 7
Collecte
* Psalm 29: 1, 5, 6 Oude Berijming
Verkondiging
* Psalm 99: 1, 5, 7 Oude Berijming
Gebeden
* Gezang 293: 1, 2, 3 (NH Bundel 1938)
Zegen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s