Introductie en slot van de preek

Introductie  en slot van de preek

Luisteraars hebben de verwachting dat een preek te volgen is en hen meeneemt. In de introductie van de preek mag dankbaar gebruik gemaakt worden van deze verwachting.

Elke preek heeft een begin. Of een preek ook een introductie moet hebben is onderwerp van debat binnen de homiletiek. Voor de ene kant van het spectrum is er geen introductie nodig, omdat de eredienst de introductie op de preek vormt (Karl Barth). Aan de andere kant van het spectrum kan de preek als zelfstandig fenomeen los van de kerkdienst behandelt. De meeste hedendaagse homileten bevinden zich in het midden.

Theologische functie
Elk onderdeel van de preek heeft theologische implicaties. Zo ook de introductie van de preek. Barth keerde zich tegen de introductie, omdat een introductie een niet-bestaand aanknopingspunt tussen deze wereld en Gods Woord veronderstelde (vgl. Barths verzet tegen natuurlijke theologie).
De meeste homileten erkennen dat Barth een punt had, maar maken niet zo’n scherp onderscheid als hij maakte. Christelijke preken zijn in de Schrift geworteld, maar maken ook gebruik van andere gezaghebbende bronnen zoals ontmoetingen met de drie-enige God, de theologische traditie, sacramenten e.d.
De theologische functie van de introductie is om een connectie te leggen tussen de preek, de gezaghebbende bronnen en de wereld waarin wij leven.

Retorische functie
De luisteraars hebben vaak een bepaalde band met de predikant en gaan de preek met een bepaalde verwachting beluisteren. Een predikant is gastvrij ten opzichte van de luisteraars als hij aan het begin van de preek contact maakt met de luisteraars. (Of opnieuw contact maakt, omdat er in het voorgaande in de eredienst al interactie is geweest.) Een vorm van gastvrijheid is ook een overgang maken van wat er in de dienst net voorafgaande aan de preek gebeurde. Bewustzijn van de lichaamstaal is ook een vorm van gastvrijheid.
Een introductie van de preek bereidt de luisteraars door de woordkeus, de intonatie, door de voorafgaande stilte op wat komen gaat. Zelfs minimale introducties, zoals ‘Er was eens …’ of ‘Het thema van deze preek…’, laten al iets zien van wat er gaat komen.

Praktijk
De introductie van de preek wordt bedacht ten dienste van de luisteraars. De predikant kan gebruik maken van aandachttrekkers, zoals uitdagende stellingen of vragen, paradoxale bewerkingen of hyperbolen. Zulke aandachttrekkers hebben alleen zin als de predikant hier in de loop van de preek een antwoord op geeft.
Het is zinvoller – en moeilijker – om een introductie op te bouwen die anticipeert op de verschillende aspecten en elementen van de preek. Bijvoorbeeld: de introductie neemt iets uit het Bijbelgedeelte op en brengt dat in verband met een beeld uit de liturgie en maakt een toespeling op de betekenis daarvan voor het alledaagse leven als gelovige.
Mag er spanning in de introductie zitten? Graag zelfs, want het is verstandig om niet alle kruit in de introductie te verschieten. Te weinig informatie zorgt dat de luisteraars te hard moeten werken om te begrijpen waar de preek over zal gaan.

Slot
Het slot van de preek is een van de meest cruciale onderdelen van de preek. Tegelijkertijd is het slot vaak ook een van de meest verwaarloosde onderdelen van de preek. Het laatste woord van de preek kan mogelijk het meeste impact hebben. Het slot van de preek dient daarom voorbereid te worden. Het mooiste is als het slot een doorleefde conclusie of boodschap heeft. Deze conclusie of boodschap in het slot wordt ontleend aan het proces van preek voorbereiden. Met andere woorden: deze conclusie of boodschap ontstaat vanuit het ondergaan van de bepreekte Bijbeltekst.

Vormen
Er zijn verschillende afsluitingen mogelijk:
(1) Reflectie: in het slot krijgt gemeente de mogelijkheid om de boodschap te overdenken door middel van een (persoonlijke) vraag of een voorbeeldverhaal.
(2) Toepassing: Werk in de preek toe naar een punt waarop de luisteraar wordt gemotiveerd om zelf iets te doen.
(3) Viering: In de Afro-Amerikaanse homiletiek leeft de gedachte dat een preek altijd moet eindigen met goed nieuws. Niet vanuit een emotionele behoefte, maar omdat het evangelie ook hoop biedt. Een slot kan toeleiden naar het avondmaal of meenemen in de lofprijzing.

N.a.v. Harry J. Langknecht, ‘Introductions’, New Interpreter’s Handbook of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2008) 392-394.
Jerry Carter, ‘Conclusions’, idem, 372.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s