Preek zondag 30 november – middagdienst

Preek zondag 30 november – middagdienst
Titus 2:11-15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is in een klas op een middelbare school.
De sfeer is goed en de klas is rustig aan het werk.
De docent merkt dat hij even iets moet doen buiten de klas.
Hij bereidt zijn klas erop voor en zegt dat hij even weg moet.
Hij zet hen aan een opdracht waarmee ze bezig moeten zijn zolang hij weg is.
De klas begint aan de opdracht en de docent loopt de klas uit.
In de eerste minuten gaat het goed: het is nog stil en de klas werkt nog door.
Maar dan komt er gefluister, eerst zacht vooraan en dan door de hele klas.
Opeens vliegt er een prop door de klas.
Gegooid van voor uit de klas op de tafels van een van de leerlingen
die ondanks het toenemende rumoer nog steeds met de opdracht bezig is.
Dan krijgt de leerling die de prop gooide vanuit een andere hoek een gum tegen zijn hoofd gegooid.
Verontwaardigd staat hij op en stormt op degene af die de gum heeft gegooid.
Het rumoer in de klas wordt steeds luider en luider.
Ver op de gang is de herrie al te horen.
Maar in de klas niemand die er om maalt,
want de leraar is er niet en ze kunnen nu hun gang gaan,
even wat anders dan de opdracht die ze moeten doen.
Ze kunnen de hele dag nog wel naar school.
Terwijl de proppen en gummen door de lucht gegooid worden,
gaat de deur open
en in de deuropening … verschijnt de conrector.
Het is gelijk stil in de klas als ze de conrector daar zien staan in de deuropening
en vooral als ze zijn gezicht zien,
want die staat niet vrolijk.
Je ziet het al aan het gezicht: er zwaait wat voor deze klas.
De conrector heeft het rumoer gehoord en ging een kijkje nemen
en zo verscheen hij in deze klas.
Problemen voor deze klas: in ieder geval een stevige toespraak en misschien ook wel straf.

De conrector die verschijnt in de opening van de deur van in het lokaal.
Dan gebeurt er wat met de leerlingen in dat lokaal: de orde wordt hersteld.
Paulus schrijft aan zijn vriend Titus ook over iemand die ergens verschijnt:
Want de zaligmakende genade van God is verschenen.
Christus Jezus is verschenen als de zaligmakende genade van God.
En Christus verscheen ook om orde op zaken te stellen:
om goddeloosheid en wereldse begeerten te verloochenen.
Om bepaald gedrag af te leren, om ons, u, jou, mij te corrigeren
zoals de conrector de klas ook moest corrigeren,
zoals de conrector bepaald gedrag van de klas moest afleren,
namelijk dat de klas gaat herrieschoppen zodra een leraar weg is
om hen te leren dat zij netjes aan de opgegeven opdracht moeten werken.
Is Christus dan ook verschenen net als de conrector
om met gezag en met straf de orde weer te komen brengen?
Dat zou toch niet zo verwonderlijk zijn?
Dat zou toch het recht zijn dat God heeft
om de mensen die tegen Hem ingegaan zijn weer op die manier te corrigeren, te straffen?
Want zijn wij niet als mensen zoals die klas
die van de afwezigheid van de leraar gebruik maakte om de boel op de kop te zetten,
hebben wij niet op  dezelfde manier gebruik gemaakt van Gods afwezigheid
om ook de boel op de kop te zetten
door net te doen alsof God niet meer terugkomt en we Hem ook niet meer nodig hadden?
Dat uitte zich dan niet in het gooien van proppen,
maar in wat Paulus heel beknopt en kernachtig omschrijft als goddeloosheid en wereldse begeerten.

Goddeloosheid en wereldse begeerten – dat zij in ieder geval geen zaken
die alleen bij anderen voorkomen,
mensen die niet geloven, mensen van buiten de kerk,
zodat we met elkaar hier tevreden zouden kunnen zijn
en tegen elkaar kunnen zeggen: van die goddeloosheid hebben wij hier mooi geen last meer van.
En die wereldse begeerten, daar hebben wij hier gelukkig hier niets van doen.
Je vindt dat wel, hier, en ook hier op het dorp, maar in ons leven gelukkig niet.
Zou het echt zo zijn, gemeente, dat de Heere Jezus bij Zijn verschijnen
ons niets te melden zou hebben
en alleen maar complimenten zou geven: wat heb je je keurig gedragen bij Mijn afwezigheid?
Nee, de Heere Jezus moest juist komen,
en Hij kwam niet alleen voor de anderen, Hij kwam ook voor mij.
Omdat in Mijn leven aan te wijzen: er zit iets mis.
Er zit iets goed mis.
Laat mij je ervan redden: van je goddeloosheid.
Laat mij dat nou uit je leve weghalen dat je altijd de neiging hebt om het zelf op te lossen
zonder de Heere erbij te betrekken
of Hem pas als allerlaatste als je er zelf niet meer uitkomt – goddeloosheid.
Goddeloosheid? Is dat niet te scherp?
Christus verscheen om te laten zien dat wij zonder God leefden.
Om zonder God te leven hoef je echt geen slecht iemand te zijn.
Je kunt ook een hele mooie, vrome buitenkant hebben,
waar iedereen van onder de indruk is,
terwijl in jezelf iets ontbreekt
en misschien heb je dat bij jezelf niet door en hebben anderen dat ook niet door
omdat ze onder de indruk zijn van hoe je overkomt.
Maar in je hart mist er iets: vertrouwen op God,
werkelijk leven met de Heere, oprechte liefde tot Hem
het geloof dat je niet zonder Hem kunt en ook de wil om het niet zonder Hem te doen.
Als je dat niet hebt: goddeloosheid.

Daarom kwam de Heere Jezus naar de aarde:
om dat ons voor te houden: je leeft zonder je schepper, je denkt niet aan God.
Maar – en gemeente dat is het bijzondere
en al hebt u dat vaak gehoord en kijkt u niet meer van op – het blijft bijzonder
Hij is verschenen als de zaligmakende genade van God.
Niet als een conrector die de orde terugbrengt door zijn gezag te laten gelden
en sancties oplegt om te voorkomen dat de klas de volgende keer weer uit de bocht vliegt.
Nee, als een Kind, een baby: kwetsbaarder kan niet,
want zo hulpeloos en zo afhankelijk van Maria.
God zelf die niet verschijnt als rechter die nu eens eindelijk rechtspreekt
of als een boze eigenaar die verhaal komt houden
omdat wij mensen er met de pet naar gooien.
Als baby: God nam verworpen mensenvlees tot kleed
om broos genoeg te zijn voor doodlijk leed
.
Zo is ons God verschenen: in de kribbe in Bethlehem.
Op een bijzondere manier – om ons op die manier te verlossen van onze goddeloosheid
om ons daaruit weg te roepen.
Hij kwam niet naar de aarde om onze vertedering op te roepen,
maar om ons iets te leren: dat we zonder God niet kunnen, niet mogen leven,
dat op de weg die wij gaan ook een omkeer mogelijk is.
Verschenen … om de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen.
Zodat je daarvan loskomt, uit weggeroepen wordt, dat dat je leven niet meer beheerst.
Jezus kwam om ons vrij te kopen
maar ook als een leraar die ons uitlegt hoe het wel moet en hoe het niet moet.
Hij toont een nieuwe manier van leven: met Hem, met God.

Goddeloosheid betekent: dat je een ander hebt
een ander dan degene die je geschapen heeft,
een ander dan degene die zijn leven voor je gaf en terugkomt op de wolken.
Een ander.
Jezus toont een leven waarin God weer terug is, niet meer een ander,
maar toont het niet alleen, maar zorgt er ook voor dat het goed komt.
Zaligmakende genade.
Zaligmakend: daar zit in dat je moet veranderen en dat je dat zelf niet kunt,
maar dat Christus je verandert en je zuivert, je reinigt met Zijn bloed.
Het onvoorstelbare dat het weer goed gekomen is
door God zelf, omdat Hij Zijn Zoon zond.
En dat door Hem een eeuwig leven met de Heere mogelijk is.
Daar zit ook redding in, zoals een helikopter van een reddingsteam een drenkeling redt
die midden in zee ronddobbert en aan een touw uit het water tilt.
Zo kon het niet langer en zo hoeft het ook niet langer,
want God red je eruit.
De Heere Jezus verscheen als een baby,
maar dat is wel het reddingstouw waarmee Hij ons redde uit de verlorenheid, uit de nacht.

We leven in deze tijd in een tijd van cadeaus kopen.
Op de club is Sinterklaas gevierd. Hij is al in Oldebroek gekomen en op diverse verenigingen is hij langsgeweest: bij de voetbal, bij de brandweer.
Op zulke momenten verwacht je een cadeau, een klein geschenk.
Zo geeft God ook een geschenk,
een onverwacht geschenk, hoewel: het was al in het Oude Testament aangekondigd.
God was het niet aan ons verplicht, terwijl je in deze tijd af en toe een cadeautje verwacht.
Genade, dat is een geschenk.
Genade, dat heeft de betekenis van ‘weldoener’,  een sponsor die een substantiële bijdrage levert.
In dat geschenk zie je het karakter van de gever, de sponsor.
Jezus Christus is het geschenk van God.
Als je veel van iemand houdt, geef je het mooiste wat je hebt – da’s heel gewoon.
Omdat God van mensen houdt, gaf Hij het mooiste wat Hij had: Zijn eigen Zoon
.
Om ons te redden, terug te brengen.

Ook om ons te redden van verlangens, begeerten van deze wereld
die aan ons kunnen trekken en die ons weg kunnen voeren van God.
In vers 1-10 worden daarvoor een aantal voorbeelden genoemd.
Voorbeelden die in de tijd waarin Titus leefde misschien heel gewoon waren
en waar niemand iets verkeerds in zag
maar waarvoor Paulus Titus waarschuwt: zeg tegen je gemeente dat die krachten
je bij God vandaan houden en je leven kapot maken.
Je kunt er aan meedoen, zoals in een klas waar de docent ontbreekt, omdat iedereen meedoet,
maar toch: ze zijn niet goed, ze zijn schadelijk.

Het begint allereerst met Titus zelf en de boodschap die hij moet brengen:
een gezonde leer, een verkondiging die een gemeente gezond maakt
omdat het bindt aan Christus en niet aan een predikant
gezond, omdat het een boodschap is die door God gegeven wordt
en niet een boodschap die mensen graag horen,
een boodschap die mensen wegleidt bij de goddeloosheid en bij de wereldse begeerten vandaan.
De oudere mannen in de gemeente,
die een steunpilaar in de gemeente behoren te zijn.
Zij kunnen zich laten gaan, als er drank op tafel komt bijvoorbeeld
en daarbij vergeten dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor anderen in de gemeente.
Zij behoren beheerst te zijn, eigenlijk: sober.
Drank is een gevaarlijke macht die bezit van je kan nemen
en teveel, het verliezen van de beheersing, van de soberheid kan leiden tot uitspattingen en geweld,
tot grenzen overgaan, je niet meer in de hand houden.
In het overleg met de burgerlijke gemeente werd ons meegedeeld
dat aan huisverboden vanwege huiselijk geweld nogal eens een teveel aan alcohol een rol speelt.
Als oudere heb je geen respect omdat je ouder bent en veel hebt meegemaakt
maar omdat je jezelf weet te beheersen en een waardigheid uitstraalt,
de waardigheid dat je van Christus bent, dat Hij je leven beheerst en niets anders.
Je leeft vanuit Christus, je leeft toe naar de grote dag van Zijn komst.
Voorbeelden als het gaat om geloof, hoop en liefde.

Oudere vrouwen, vers 3, dienen een voorbeeld te zijn voor de jonge vrouwen in de gemeente.
Niet een voorbeeld van hoe een nieuwtje snel door het dorp kan verplaatsen.
Niet een voorbeeld van hoe makkelijk er kwaad over iemand gesproken kan worden
omdat je iets hebt gehoord dat je toch graag doorverteld.
Vaak zit daarin iets liefdeloos en geesteloos, het bouwt niet op
het bouwt alleen een vooroordeel op.
Oudere vrouwen zouden juist aan de jongere moeten leren
hoe je hiermee omgaat en dat je er juist niet in meegaat
zoals een klas meegaat in het rumoer en de chaos als de docent ontbreekt,
maar juist tegenwicht, een andere weg.
Hoe je omgaat met wat je te horen krijgt over een ander.
Op de opleiding werd mij geleerd: roddel => gossip.
In de gemeente zou het van gossip => gospel moeten worden.
In plaats  van het kwaadspreken betrokkenheid en bewogenheid, zoals onze Heer dat ook zou doen
en heeft laten zien, voor ons en voor de ander over wie we spreken.
En houden van je man: waarom zouden de oudere vrouwen dat moeten doorgeven en voorleven
aan jongere vrouwen in de gemeente?
Omdat zij ervaring hebben in het volharden in de liefde
dat zij  ook ervaring hebben, levenswijsheid, hoe je na zoveel jaar huwelijk
toch van elkaar houdt en niet op elkaar uitgekeken bent
en je eigen man niet vergelijkt met anderen of verlangt naar een ander?

En jonge mannen, voor wie de wereld op ligt?
Als je jong bent, denk je dat je heel wat aankunt aan uitdagingen en werk,
aan verleidingen, dat jij degene bent die het leven beheerst.
Maar je kunt daarin vastlopen, omdat een opdracht of een studie toch te moeilijk is,
het hakt erin dat je het toch niet aankunt.
Of je hebt jezelf toch niet in de hand en je drinkt meer dan goed voor je is.
Je respecteert de grenzen van meisjes niet, want dat hoeft in deze tijd toch niet meer?
Versiercoach – ze bestaan echt en ze leren aan jongemannen dat als een meisje nee zegt
dat ze eigenlijk ja bedoelt want ze wil verovert worden.
Paulus houdt Titus voor dat hij deze jongemannen moet opvoeden
zodat ze zich leren beheersen, respect voor God en de mensen om zich heen
dat ze leren dat het in de wereld niet gaat om je eigen verlangens na te volgen
maar Gods wil te doen
omdat je Christus verwacht.

De zaligmakende genade van God is verschenen.
Het is niet om het even, het gaat om je redding.
Je bent vrijgekocht
omdat Christus verscheen op aarde
en Zijn leven gaf, stierf voor jou en je zonden om je los te maken van je zonden
met die goddeloosheid en met die wereldse begeerten keer je weer terug naar je oude leven
en is Christus voor niets gekomen.
Maar nu, Christus is gekomen, om de weg te wijzen, advies, Ik zal raad geven, mijn oog is op u.
En om te bevrijden, te redden, zalig te maken.
Om ons te reinigen en van ons, van u een volk te maken dat vol ijver is om het goede van God te doen.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s