Preek zondag 30 november 2014 1e zondag van Advent

Preek zondag 30 november 2014 1e zondag van Advent
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Schriftlezing: 1 Thessalonicenzen 5:1-11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Intro
In de gemeente waarin ik opgroeide was er elk jaar een kerkkamp voor de jongeren van 12-15 jaar.
Het was een kamp in de laatste week van de grote vakantie
met serieuze bijbelstudie, met spellen en ’s avonds in het donker een wandeling of een dropping.
Op een van de avonden moesten we van de leiding allemaal onze zaklamp meenemen
naar de zaal waarin we moesten verzamelen.
Toen we daar aangekomen waren, moesten we allemaal onze zaklampen inleveren
en werden we daarna meegenomen, in het donker, naar een plaats midden in het bos.
We werden in groepen verdeeld en moesten per groep
zonder zaklantaarn de weg in het donker terug naar de kampboerderij terug zien te vinden.
Toen heb ik ervaren wat donker is
en hoe moeilijk het is om in het donker de weg te vinden.
Want we wisten als groep niet welke kant we op moesten.
Er was nergens een licht in de verte te zien
waardoor we in ieder geval een weg zouden kunnen vinden.
In het donker konden we ook niet zien of we op een pad liepen.
We liepen als klein groepje gewoon maar een kant uit.
We liepen door doornstruiken
en dat merkten we doordat we met onze broeken aan de struiken bleven haken.
Soms viel er een, omdat hij of zij in een kuil stapte.
Je probeert je dan voor de ander groot te houden
en net te doen alsof je niet bang bent
en alsof we vanzelf wel een licht in de verte zouden zien,
waardoor we in ieder geval bij een weg zouden uitkomen.
Na een tijd zagen we in de verte een licht branden,
waarschijnlijk van een boerderij of een lantaarnpaal langs de weg.
Vanaf dat moment hadden we een punt om naar toe te lopen
en zo wisten we uiteindelijk de weg te vinden.

(2) Wie niet gelooft, is in de duisternis
Zo lopen in de duisternis, dat kan je dagelijks leven zijn.
Ook al lijkt het licht om je heen en is het klaarlichte dag,
je kunt als mens in de duisternis leven.
Wie niet in God gelooft, leeft in de duisternis.
Zo scherp is het: wie niet gelooft in God, leeft in de duisternis.
Niet omdat tegen een ander te zeggen vanuit een bepaalde zekerheid
dat wij goed zitten en anderen die niet geloven fout,
maar voor onszelf, voor u en jou zoals je hier in de kerk zit:
Als je niets met de Heere Jezus hebt, dan leef je in de duisternis.
Dan ga je je weg door het leven net zoals wij toen door het bos liepen: in het donker
zonder dat je weet welke kant je op moet.

Kenmerk van deze duisternis is dat je niet altijd beseft dat je in deze duisternis verkeert.
Je hebt het niet altijd door dat je in duisternis leeft,
misschien omdat je bent opgegroeid zonder dat je ooit over God hebt gehoord.
Er was niemand die je vertelde over God,
en als je er toch vanuit jezelf over nadacht,
was er niemand aan wie je de vragen kon stellen die je had
of  wilden ze er geen antwoord op geven.

Of het is donker in je leven, omdat je nog nooit iets hebt ervaren van de Heere Jezus.
Soms kun je pas doorhebben hoe donker het is
om je heen of in je leven
als er een licht aangedaan wordt,
zo kun je pas nadat de Heere Jezus in je leven gekomen is
ontdekken hoe donker je leven daarvoor was, toen je nog leefde zonder Hem.

Kun je daaraan lijden, dat je leeft in de duisternis?
Hebt u daaraan geleden toen u nog leefde in de duisternis?
Lijd jij eraan dat je God nog niet kent?
Voor de gemeente van Thessalonica staat de nacht hen nog helder voor de geest.
Het was nog niet zo lang geleden dat zij zelf nog in zo’n nacht rondliepen,
een nacht waarin Christus afwezig was, omdat ze Hem niet kenden.
Als ze daaraan terug dachten, hadden ze het moeilijk.
Hadden ze de Heere Jezus maar eerder leren kennen,
dan hadden ze niet zo hoeven ronddolen, hoeven zoeken naar geluk, naar God.
Hadden ze die periode van hun leven waarin ze niet bij de Heere waren maar niet gehad,
want nu hebben ze een periode gehad, waarin ze de Heere verdriet deden,
omdat ze niet bij Hem en van Hem waren.
Toen misten ze de liefde, toen hadden ze geen geloof en ook geen hoop.
Als ze erop terugkeken: een leeg leven.
Wat gunden ze het ieder ander om hen heen om ook de echte God te leren kennen.
Zodat ook voor hen de nacht over zou zijn, de duisternis voorbij.

(3) Valse zekerheid
Het is nacht als het zonlicht er niet meer is en het buiten donker is.
Zo is het voor een mens nacht als God er niet meer is.
Nacht is het als Zijn licht uit je leven wordt verbannen of niet wordt toegelaten.
Maar wij verkozen ’t duister meer
dan ’t licht door God geschapen
wij dwaalden weg van onze Heer
als redeloze schapen.

Maar heb je dat door? Lijd je eraan als je in de duisternis bent, zonder God?
Niet altijd.
In ons land zijn er weinig plekken waar het echt donker is
omdat er ’s nachts verlichting is.
Als het schemerig begint te worden springt de straatverlichting aan
en auto’s en fietsers doen hun licht aan.
In huis wordt het donker tegengegaan door de lampen aan te doen.
Met al die verlichting en al die lampen die we aandoen kunnen we ’s avonds lang doorgaan.

Ook als het in ons leven donker is omdat we God niet kennen, zonder God leven
kunnen we allerlei lampen aandoen
en onszelf nog aardig redden.
Dat is toch zo? We kunnen ook zonder God vaak toch nog wel redden?
Of komt er bij jou wel een onrust als je merkt dat je zonder de Heere leeft?
Komt er een ongerustheid of een paniek bij u op
als u merkt bij uzelf: ‘Maar ik leef zonder God! Ik leef zonder mijn Schepper,
zonder Christus, zo kan ik niet leven?’
Of doet u dan wat verlichting aan voor uzelf,
om uzelf wat behaaglijker te voelen en zodat u op dezelfde manier verder kunt leven,
want nu het niet meer helemaal donker is, kun je toch best een tijdje verder?
Dan zoek je je behoud nog bij jezelf,
dan probeer je jezelf nog een tijdje te redden, een tijdje voort te helpen.
Maar het echte donker verdrijf je daarmee niet
en de lege plaats van God heb je wel opgevuld, maar met een schijnoplossing,
een oplossing die het niet houdt als je voor de Heere komt.

Je kunt je wel inbeelden dat je veilig bent.
Dat hoorden die pasbekeerden in Thessalonica ook: ‘Het is toch vrede? We lopen geen gevaar!’
Wat maak je nou druk om een God die Zijn Zoon naar de aarde zond?
We hebben een prima leven toch? We missen toch niets?
Wat kijk je nou vooruit naar de Wederkomst?
We hebben het hier toch goed? We hoeven helemaal geen hemels Koninkrijk,
want beter dan nu kan het niet zijn.
Geen oorlog in onze buurt, alleen ver weg.
Niets dat ons leven bedreigt.
We hebben alles op orde.
Waarom zou je die vrede en veiligheid opofferen door je druk te maken over Christus?
Je hult je dan in de nacht, geeft Paulus aan.
Je bent er in gevangen. Je moet er uit worden gered.

Wij hebben dag en nacht verward,
de nacht geprezen in ons hart
en onze dag verslapen
.

Want als de Heere Jezus terugkomt, op die grote dag, wat blijft er van dit leven over?
Dan schrik je wakker en is je veilige leventje een nare droom geweest
waarmee je jezelf in slaap had gesust om je maar niet over God druk te hoeven maken.
Dan wordt je ruw wakker geschud als de Heere Jezus terugkomt.
Zoals je huis overhoop gehaald wordt door een inbreker
omdat je dacht: dat overkomt mij toch niet.
Valse gerustheid.

(4) Maar u bent kinderen van het licht en kinderen van de dag
Maar dan die woorden die Paulus schrijft aan de gemeente:
Maar u leeft in het licht.
Als ik dat hier in de kerk zou zeggen en dat het de boodschap zou zijn van de preek
zou er straks bij de koffie worden gezegd:
‘Dat gaat wel erg makkelijk. Er is helemaal geen worsteling.’
Toch zegt Paulus dit over de gemeente in Thessalonica.
Geweldig als dat over je kan worden gezegd.
Dat je niet meer in de nacht bent, zonder God, maar dat je in het licht bent.
Als je uit die nacht weggegrepen bent, weggeleid.
Als dat in je leven is gebeurd dat God in je leven terugkwam,
je hart openging voor de Heere Jezus.
Weet je wat er dan gebeurt:
de heerlijkheid van de Heere omstraalde hen,
dan valt het licht van God over je leven
en dan zegt de Heere tegen je: ‘Je leeft niet langer in het duister, maar je bent van Mij.
Al je zonden en je tekorten heb ik weggedragen, verzoend,
het is weer goed tussen God en jou, tussen u en Mij.’
Wat een groot wonder, want dan is de nacht voorbij.
U bent allen kinderen van het licht.
Paulus kan dat over de hele gemeente zeggen.
Hij zegt niet: er zijn er enkelen die zo gelovig zijn, die zijn een licht, een voorbeeld voor de rest.
Nee, hij zegt: U allen!
Zouden wij dat over heel de hervormde gemeente van Oldebroek mogen zeggen:
U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag?
U weet wat de duisternis was, maar nu leeft u gelukkig allemaal in het licht,
omdat de Heere Jezus in het leven van eenieder uit de gemeente gekomen is?
Wat zou het rijk zijn als dat van iedereen mag gelden.
Als de Heere dat over jou en over u kan zeggen: je hebt Mij weer toegelaten in je leven.
Je bent weer van Mij.
Ik heb je met Mijn eigen bloed van de duisternis vrijgekocht
en je ging met Mij mee uit de duisternis naar Mijn licht!
Mijn licht straalt over jouw, uw leven – zoals het over de herders in Bethlehem straalde.
Je bent niet meer in de duisternis, je bent niet meer in de nacht!
Gemeente, als dat over je gezegd wordt, als dat voor je geldt
dan kun je dat vol verwondering zeggen – zingen!
Ik wandel in het licht met Jezus – het donkere dal ligt achter mij
en ik weet mij in Zijn trouw geborgen

Gemeente, laat het geen valse gerustheid zijn.
Valse gerustheid is zekerheid buiten de Heere Jezus.
Je kunt je hier aardig redden, maar het is een schijnzekerheid, uiteindelijk red je het niet zonder Hem

(5) Koppeling naar het Heilig Avondmaal
De komende week, de week van voorbereiding, is bedoeld om bij onszelf na te gaan:
leven we in een valse gerustheid, beelden we ons in het licht al te hebben,
maar leven we toch in de nacht – al willen wij dat zelf niet onder ogen zien,
of geldt het ook voor u, wat Paulus over de gemeente van Thessalonica zegt: U bent in het licht,
u bent van Christus.
Dat is de vraag waar het om gaat.
Bent u al uit de nacht?
Dat wil zeggen: beseft u dat u – als u zonder Christus leeft – het nog donker is in uw leven?
OF zeg je: ik heb over de Heere Jezus gehoord. Hij is mijn licht.
Ik zie in hoe Hij gestorven is, hoe het nacht werd in Zijn leven, een dikke duisternis op Golgotha
waar Hij het moest uitroepen dat Hij door God verlaten was.
Daarmee verbrak Hij voor u, voor jou de nacht!
Zoals de zon het donker verdrijft, zo verdrijft Christus de nacht, een leven zonder God, uit ons leven.
Door in te staan voor onze keuze.
Hij nam het oordeel op zich, dat wij hadden verdiend.
Geloven in de Heere Jezus betekent dan: dankbaarheid, omdat je uit de nacht mag gaan.
Niet dat je dan perfect bent, en nooit meer worstelt – was dat maar waar.
Maar je weet: ik ben van Hem en ik hoor aan Zijn tafel.
Niet omdat ik het zo goed doe, niet omdat ik zoveel licht verspreid,
maar omdat ik niet meer zonder Hem kan.
Ik kijk naar Hem uit, volgende week om aan Zijn tafel te zitten,
maar ook later, op die dag dat Hij terugkomt.

Misschien is het voor u komende week een week van spanning:
voldoe ik wel in Gods ogen?
Heb ik genoeg geloof en vertrouwen?
Leef ik wel zo, als God van mij vraagt.
Als ik eerlijk ben, dan ben ik het toch niet waard om aan Zijn tafel te zitten?
Daar ben ik toch nog te zondig, te onrein voor, toch nog teveel in de nacht?
Maar daarvoor komt u niet aan het Avondmaal, gemeente,
om te laten zien dat u het zo goed doet,
want die zonden en die gebreken blijven in ons, totdat wij heengaan
of totdat de dag dat Christus terugkomt, Hij ons verandert.
Maar nu al mag u van Hem zijn, mag Zijn licht over uw leven schijnen.
Wie aan het Avondmaal aangaat schijnt niet zijn eigen licht,
het is Zijn licht dat het dag maakt, voor u en voor jou.
Een voorbode van de dag die eens komen gaat,
de dag waarop de nacht helemaal voorbij is,
de zon is dan niet meer nodig en de nacht is helemaal voorbij
omdat Christus het licht is, in  dat nieuwe Jeruzalem. Maranatha!
Zo heffen we ons hart omhoog naar de Heere Jezus die in de hemel is
vanwaar Hij terugkomt.
Avondmaalsvoorbereiding is dat je dat licht niet afwijst,
maar toelaat in je leven, omdat je niet meer zonder kunt, zonder de Heere Jezus.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s