Preek zondag 16 november Bediening Heilige Doop

Preek zondag 16 november Bediening Heilige Doop
1 Thessalonicenzen 1.  Tekst: 1:3

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Enkele weken geleden moest ik naar Hattem.
Omdat er slecht weer voorspeld was en ik de auto niet tot mijn beschikking had, had ik twee keuzes:
óf niet naar Hattem gaan óf op de fiets gaan – in de hoop dat het met het weer meeviel.
Toen ik op de kaart keek, zag ik dat Hattem op de fiets eigenlijk best te doen was.
Dus ik besloot om toch te gaan
en dan maar de reistijd ruim te nemen, voor als het weer toch onstuimig was.
Onderweg viel de fietstocht eigenlijk wel mee.
Het fietste prettig en toen ik in Hattem aankwam,
zag ik dat ik er veel sneller over gedaan had dan verwacht.
Ik dacht toen: ik kan wel vaker op de fiets naar Hattem
of misschien wel eens de fiets pakken als ik naar het ziekenhuis in Zwolle moet.

Maar toen de terugweg: het was gaan regenen, dus ik moest mijn regenpak aantrekken
en ik had tegenwind en begon mijn lege maag te voelen.
Ging de heenweg heel makkelijk, de terugweg viel tegen.
Wind mee of wind tegen – dat maakt heel wat uit!

Zo is het ook in het dagelijks leven: wind mee of wind tegen – dat maakt heel wat uit!
Er zijn perioden waarin je de wind in de rug voelt.
Wind mee – dan kun je het gevoel heel dicht bij de Heere te zijn.
De maanden van zwangerschap, tenminste als alles goed gaat,
de geboorte en de tijd erna.
Dat zijn bijzondere momenten waarin je de wind in de rug voelt
en waarin je heel dicht bij bent.
Als man en vrouw kijk je steeds meer uit naar het moment van de geboorte,
omdat dat toch zo’n bijzonder moment zal zijn,
om je kind dat je dan in de armen zult hebben.
En als je je kind in de armen houdt, is dat zo’n bijzonder moment
dat je niet aan andere kunt uitleggen. Nog mooier dan je van tevoren had voorgesteld.
De wind in de rug! Je kunt dan ook heel dicht bij God zijn:
dank U wel, Vader in de hemel, voor de geboorte van ons kind.
En dan is je kind geboren.
Natuurlijk komt dan iedereen: ouders en verdere familie
en dan het moment dat iedereen weer weggaat op die eerste dag:
je ouders en verdere familie, de kraamverpleegster en je bent dan met z’n drieën.
Ook zo’n intens moment, dat nog bijzonderder is dan je van tevoren kunt voorstellen.
En dan vandaag de dag van de doop:
waarop je je kind bij de Heere mag brengen,
de dag waarop God met jouw kind een verbond sluit.
Wind in de rug. Zo intens en zo dicht bij God!

Maar die tegenwind – die is er in het leven ook.
Als er wel een verlangen is om een kind te ontvangen,
maar dat verlangen wordt niet vervuld.
Of je hebt een miskraam gehad
Dat zijn hele sterke tegenwinden,
soms zelfs een hele storm die om je leven heen raast.
Ook een tegenwind die niet één keer op steekt, maar steeds weer.
Elke keer toch die hoop, terwijl je het haast al niet meer durft te hopen
en dan toch weer die teleurstelling
dat je toch weer niet zwanger bent.

Tegenwind heeft meestal een ander effect dan de wind in de rug.
In de afgelopen week heb ik het tijdens bezoeken nog eens nagevraagd
en ik denk dat iedereen wel het antwoord kan geven
wat tegenwind doet met je geloof.
Als je hard tegen de wind in moet trappen of als er een storm om je heen raast,
krijgt je geloof het moeilijk.
Als je tegen de wind in fietst, kun je soms het gevoel hebben
dat je zelf stil valt.
Maar vaak is het ook zo dat je geloof stil valt.
Het is makkelijker om te geloven met de wind in de rug:
dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest, door de kracht van Uw liefde.
Wanneer je tegenwind hebt, doet dat wat met jezelf en ook met je geloof.
Het zijn vaak niet de fijnste momenten in je leven
en ook niet de fijnste momenten in je leven met de Heere.

Wind mee kan vaak voor een versterking van ons geloof zorgen;
wind tegen kan juist een hele teruggang betekenen voor onze band met de Heere.

Dat is vaak onze ervaring – en vanuit die ervaring moeten we eens lezen wat Paulus schrijft
aan de gemeente in Thessalonica.
In de brief schrijft hij dat de gemeente in Thessalonica te maken heeft met tegenwind.
Maar het effect van die tegenwind is voor deze gemeente geen achteruitgang in het geloof.
In die tegenwind worden zij juist sterker.
Juist in die tegenwind zoeken ze beschutting bij de Heere Jezus
en schuilen zij onder Zijn vleugels.
De tegenwind drijft hen niet bij de Heere Jezus weg,
maar zorgt ervoor dat ze juist dichter bij Hem willen zijn.
Paulus geeft ook aan: ik kan het merken dat jullie heel dicht bij de Heere Jezus leven.
Ik kan het aan jullie merken.
Ik kan het zien omdat jullie geloven in Christus.
Gemeente, dat is toch mooi als dat over je gezegd wordt.
Zeker voor deze gemeente van Thessalonica: het was een kleine gemeente,
waarvan de meesten nog maar pas tot geloof gekomen waren.
En toch zegt Paulus: het is aan jullie te merken – aan je geloof, aan je liefde en aan je hoop.
Het zou toch mooi zijn, doopouders, als de kinderen dat aangeven
als zij verder gaan in de weg van het geloof:
Ik heb het bij mijn ouders gezien wat het betekent.
Mijn ouders hebben het voorgeleefd: geloof, liefde en hoop – die drieslag: ja,
mijn ouders hadden dat.
En het zou toch mooi zijn gemeente,
als deze 5 kinderen die hier vandaag gedoopt zijn
later vol dankbaarheid op de gemeente terugkijken
omdat ze hier een geestelijke thuisbasis hebben ervaren.
Hier hoorden wij thuis, hier werd ons verteld over God,
proefden we de liefde, merkten we dat de leden leefden uit de hoop,
en met wind mee én met wind tegen toch volhielden in het geloof.
Hier hebben we de weg van Christus leren gaan.
Dat kan alleen maar, doopouders, dat kan alleen maar, gemeente
als we dichtbij Christus leven.
Dan komen geloof, liefde en hoop – daar zorgt de Geest voor.

Wat geloof is weten de kinderen vast ook wel.
Nu ben je in de kerk – dat is het huis van God.
Je bent hier vanmorgen gekomen om te luisteren naar God, om te zingen en te bidden.
Vanavond voor je slapen gaat, bid je om bescherming voor de nacht
en als je ’s morgens wakker wordt, bid je of Hij mee gaat op deze dag.
Geloof, dat betekent: God is heel dichtbij en Hij wil jouw God zijn!
Vanmorgen hebben jullie gezien dat er 5 kinderen werden gedoopt.
Toen zij werden gedoopt zij God: “Ik zal als Vader in de hemel voor je zorgen.”
En de Heere Jezus zei: “Ik ben voor ook jouw zonden gestorven.”
De Heilige Geest zegt: “Ik wil in jouw hart komen wonen
en Ik zal ervoor zorgen dat je van God houdt, dat je steeds weer aan de Heere denkt.
Dat je het fijn vindt om bij Hem te horen en graag alles doet wat de Heere wil”

Paulus zegt tegen de gemeente in Thessalonica, die nog niet zo heel lang geloven:
Ik kan zien dat jullie geloof effect heeft.
Ik zie niet alleen jullie geloof, maar ook nog eens het werk van jullie geloof.
Jullie hebben gekozen voor God
en dat was voor jullie een hele stap, want jullie hebben een heel andere opvoeding gehad
en geleerd om andere goden te dienen.
Maar jullie hoorden over God de Vader en over de Heere Jezus.
Jullie zeiden: daar willen wij bij horen. We laten ons dopen!
En nu schrijft Paulus in deze brief: ik kan zien dat er ook iets in je leven is gebeurd,
er is iets veranderd: je geloof heeft een werking, je geloof heeft effect.

Denk maar aan het voorbeeld van de tegenwind.
Als we tegenwind hebben, vinden we het vaak moeilijk om te geloven.
Dan moeten we soms strijden tegen teleurstelling in God,
of hebben we onze vragen,
maar in de gemeente van Thessalonica gebeurde iets anders:
hun geloof werd sterker.
Dat kan dus ook, gemeente, dat je geloof sterker wordt
wanneer je te maken hebt met tegenslag of met tegenstand.
Dat gebeurt als die tegenwind je dicht bij Hem brengt.
Als de tegenwind je niet van de weg blaast, maar juist ervoor zorgt
dat je doorgaat, verder op de weg van Christus, omdat je weet
dat dit de goede weg is. Hoe sterk de tegenwind ook is en hoe moeilijk het is om ertegen in te gaan,
toch ga je dan verder.

Gebeurt dat uit eigen kracht?
Nee, dat is juist het geloof: dat in de tegenwind er een kracht is die je van de Heere krijgt,
kracht van Boven, waardoor je verder kunt.
Als Paulus hier spreekt over “het werk van het geloof”, bedoelt hij daarmee:
dat is de stuwende kracht van alles wat je doet.
Een levenshouding, een manier van leven waarbij voortdurend naar de Heere gaat.
Kijk maar hoe Paulus leeft: zijn leven is één gebed, steeds een open verbinding naar de Heere.
Bid onophoudelijk.

Dat geloof, het leven met de Heere Jezus, is niet alleen voor jezelf.
Je kunt bij tegenwind alleen fietsen.
Alleen fietsen is, zeker bij tegenwind, zwaarder dan fietsen in een groep of in een peleton.
Bij grote wielerwedstrijden, zoals de Tour de France, zijn er aan het begin ontsnappingspogingen,
waarbij een klein groepje, of soms zelfs een enkele renner voorop rijdt.
Die eenzame renner kan het heel lang volhouden,
maar bijna altijd wordt deze renner een aantal kilometers voor de streep ingehaald.
Als gemeente zijn we een peleton, we fietsen niet voor onszelf alleen,
geen eenzame fietsers, als is dat soms wel een gevaar dat je alleen fietst.
Vanmorgen zijn 5 kinderen gedoopt.
Die doop vond plaats in het midden van de gemeente.
U bent erbij, je bent getuige. Bij de doop bent u geen toeschouwer.
Dat is natuurlijk wel een valkuil bij de kinderdoop.
Dat je vooral op de kinderen let:
Wat is die ene al groot, en wat heeft die ander een bos haar,
wat schreeuwde die ene zo, wat was die ander zo rustig!
Als gemeente bent u geen toeschouwer, maar zijn het ook uw kinderen die gedoopt zijn.
Daarbij gaat er niet alleen om dat je elkaar aanspreekt.
Wanneer je met elkaar fietst, heb je er niets aan als je elkaar voortdurend aanspreekt:
“Kom op, sneller joh. Je moet wel in hetzelfde tempo als de rest fietsen.”
Of als je moppert: “Nou, die vooraan die gaan zo hard, ze kijken niet eens om.
Ze willen ons zeker niet mee hebben.”
Of omgekeerd: “Die achteraan die rijden zo langzaam, als we daarop moeten wachten
komen we nergens.”
Nee, zegt Paulus, als gemeente ben je een peleton, een gezamenlijke groep.
Je fietst niet allemaal je eigen wedstrijd, maar draagt zorg voor elkaar.
Als je ziet dat iemand even niet mee kan komen, geef je een duwtje in de rug.
Als je ziet dat iemand last heeft van de wind, ga je voor hem rijden,
zodat hij of zij in je luwte kan rijden, omdat jij de tegenwind opvangt.”
Zo help je elkaar.
Dat is de liefde die zich inspant: erop toezien dat iedereen meekomt
mee komt op de weg van Christus.
Een duwtje in de rug geef je als je leider van een club bent
en op de club ervoor zorgt dat je een voorbeeld bent in het geloof.
Of af en toe een kaartje stuurt om te bemoedigen.
Je laat een ander in de luwte rijden als je zegt:
“Vandaag is jouw kind gedoopt.
Die doop is niet alleen iets van jullie als ouders,
maar ook iets voor ons als gemeente.
Weet je wat, we zullen ervoor zorgen dat je er niet alleen voorstaat.
We gaan ervan uit dat je zelf voor je kinderen bidt en wij bidden mee.
Wij zullen geregeld je kinderen bij de Heere brengen
en voor jou bidden, zodat jij je in je opvoeding omringt weet door ons gebed.”
Gemeente, dat is in deze tijd zo nodig, dat gebed voor elkaar.
Zeker ook in de jonge gezinnen, waarin je vaak zo druk bent
dat je geen tijd haast hebt om aan jezelf te denken, geen tijd haast hebt om te bidden,
om de rust te vinden.
Bidden voor een ander kan iedereen. Dat kunt u als oudere van de gemeente, dat kun jij als jongere.
Dat kunnen de kinderen. Dat hoeft helemaal niet uitgebreid.
Je kunt zeggen: “Heere God, wilt U denken aan…” “Vader in de hemel, wilt U … niet vergeten?”
De Heere weet wel wat er nodig is.

En weet u, waarom dat gebed zo van belang is
en waarom de ouderlingen op huisbezoek vragen of je als man en vrouw samen hardop bidt?
Vanwege die hoop.
Het vooruitkijken, het kompas.
Het zou toch wat zijn als je als groep fietsers niet weet welke kant je opgaat, als je geen doel hebt.
Als gelovige hebben we een doel: de dag dat de Heere Jezus terugkomt.
Dat is de hoop die je hebt.
Wanneer je hier op aarde tegenwind hebt, kun je je op die dag richten.
Kun je het je kinderen voorhouden,
zodat ze er op hun manier eenvoudig rekening mee houden:
Volgende week ben ik jarig, als de Heere Jezus niet is teruggekomen.
Hoe zal het zijn in 2020? Misschien is dan de Heere Jezus al wel gekomen?
Daarom het geloof en de liefde, gemeente en doopouders,
zodat wij en onze kinderen op die dag de Heere Jezus zullen ontvangen,
dankbaar en blij, gelukkig en opgetogen: Mijn Heere is gekomen!
Ik diende Hem op aarde al, nu mag ik, mogen wij helemaal bij Hem zijn!
Doopouders en alle andere aanwezigen: ik hoop dat u vanuit dit geloof, deze liefde en deze hoop leeft en dat ook aan anderen, aan je kind, mag doorgeven!
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s