Loof de Heere, mijn ziel. Dankdag 2014

Dankdag 2014
Psalm 103: 1-2

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het zijn bekende woorden, die we gelezen hebben:
Loof de Heere, mijn ziel.
Woorden die we vaak lezen, horen of zingen.
Is het u wel eens opgevallen, dat het hier om iemand gaat
die met zichzelf in gesprek is?
Mijn ziel – dat ben ik zelf,
zoals ik leef en ben.
Mijn ziel – dat is alles wat in mij is.
En dat is heel wat, wat er in mij is:
emoties die je voelt, nu of straks ,
gevoelens die bij je bovenkomen, maar waarvan je nog niet precies weet
wat je er mee aan moet.
Gedachten die je hebt
die nu door je hoofd gaan omdat er vandaag iets is voorgevallen,
omdat je je innerlijk voorbereid op wat er morgen gaat gebeuren.
Er gaat heel wat in ons om, meer ook dan we ons bewust zijn.
Dat kunnen passies en verlangens zijn,
een beleving die je nu hebt of die je juist graag zou willen hebben.
Wat er ook in ons is, dat zijn onze voornemens en onze plannen.
Alles wat in mij is.
In dat gesprek wordt alles wat in mij is bij elkaar geroepen,
zoals een moeder haar kinderen roept,
of zoals een legercommandant zijn soldaten op appèl roept,
zo roepen wij onze gedachten, onze passies, onze emoties en gevoelens,
onze ervaringen en alles wat in ons is bij elkaar:
Loof de Heere, mijn ziel en al wat in mij is Zijn heilige naam.

Zulke gesprekken met onszelf hebben we vaak:
Als er op school iets is voorgevallen waarbij je een vervelende opmerking hebt gekregen,
kun je thuiskomen, naar je kamer gaan, op bed gaan liggen
en steeds bozer worden op wat er is voorgevallen.
Dan gaat er van alles door je heen.
Of wanneer je een vergadering hebt gehad, waarbij het best spannend aan toeging,
kom je thuis met een onbestemd gevoel
en als je dan gevraagd wordt: “Hoe was het vandaag?” kun je een mopperpartij beginnen
en dan pas de woorden vinden die je tijdens de vergadering had willen zeggen.
Of je staat bij het schoolplein
en je hebt het idee dat alle andere moeders jou op een bepaalde manier aankijken.
Je weet niet goed wat ze bedoelen, maar je leest wel iets in hun ogen
waar je zelf niet gelukkig van wordt, je kunt het niet onder woorden brengen,
maar er is wel iets.
Gesprekken met jezelf heb je ook om jezelf moed in te spreken:
als je een spreekbeurt hebt, of een sollicitatiegesprek,
een gesprek waarbij je de confrontatie aan moet gaan met een collega.
Of je iets moet vertellen tegen de kinderen dat je moeilijk vindt om onder woorden te brengen.
Je kunt er dagen mee rondlopen voor een ander merkt
Dat het in jezelf zo onrustig is, dat het van binnen stormt of kookt.

Voortdurend voeren we gesprekken met onszelf.
Toch is dit een ander gesprek:
Loof de Heere, mijn ziel.
Hierin spreken we onszelf aan: er is meer.
Er is meer dan de spanning die je met je meedraagt.
Er is meer dan het beklag dat we hebben met onszelf
Er is meer dan de boosheid of frustratie die je met je meedraagt
om wat er weer is voorgevallen op school of je werk, of in je gezin.
Er is ook meer dan het negatief denken over jezelf,
het aanklagen van jezelf omdat je vergeleken bij de ander toch zo tekort komt:
Loof de Heere, mijn ziel.
Het is een correctie van alles wat in je is en je zo bezig kan houden,
op zich niet verkeerd, maar wel zo vol van jezelf of wat jezelf overkomt.
In het gesprek met jezelf spreek je jezelf aan
om de aandacht op God te hebben:
Loof de Heere, mijn ziel en alles wat in mij is.
Alles wat in mij is love de Heere:
dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Want dat wat er allemaal in ons is, is hardnekkig.
We zijn niet zo gemakkelijk op andere gedachten te brengen.
En gevoelens van frustratie en van balen zijn niet zo makkelijk om te buigen
in een dankbare houding naar God toe.
Sterker nog: veel van die gedachten, van die gevoelens kunnen een belemmering zijn
om aan het einde van de dag God te danken voor wat Hij ons die dag gegeven heeft.
Om aan het einde van een dag waarop je met collega’s of met mensen uit de kerk
in een vergadering hebt gezeten, waarbij er best wat is voorgevallen,
om dan je ogen te sluiten, je handen te vouwen en je gedachten en je hart op God te richten
– dat is een hele strijd.
Want onze gedachten gaan naar iets anders uit: naar dat gesprek of die vergadering.
Ons hart wil nog niet naar de Heere, want het is nog zo bezig
met wat er allemaal in ons is.

Loof de Heere, mijn ziel

Dat is ook meer dan een gesprek met mijzelf,
want hoe vaak lukt het nu werkelijk om jezelf tot de orde te roepen
om die negatieve gevoelens niet te laten overheersen
om toch positief over de ander te denken

Om toch werkelijk gefocust te zijn op de Heere?
Loof de Heere, mijn ziel – het is de Heilige Geest
die zich mengt in dat gesprek, waarin ik zo om mijzelf heendraai,
de Geest die het raam openzet en een frisse lucht in de bedompte kamer van mijn hart
laat binnenstromen.
Als u die stem hoort, die het tegen u zegt: Loof de Heere mijn ziel
dan is dat de Heilige Geest, die zich mengt in dat gesprek.
Misschien eerst heel subtiel: vergeet je God niet te danken?
Vergeet je niet dat bij alles wat er in je is, dat er ook een God is die voor je zorgt, om je geeft,
voor je opkomt, je recht doet, jouw fouten vergeeft?
De stem die het gesprek in jezelf doet stilvallen,
waarbij je jezelf ook tot de orde roept, instemmend met de Geest:
ja, inderdaad – Loof de Heere, mijn ziel.
De wereld is groter dan datgene dat in mij is.
Aan het einde van de psalm worden ook de engelen, de dienaren van God in de hemel,
opgeroepen om God te loven.
De wereld is groter dan datgene dat in mij is.
Dat is helemaal zo wanneer je beseft dat we voor God staan:
Loof de Heere, mijn ziel.
Het gaat niet om een compliment voor mijn voortreffelijke gedachten of ideeën die ik heb.
Ook geen compliment op het geweldige werk dat ik heb geleverd.
Geen borstklopperij: als ik er niet was geweest, had alles er anders uit gezien.
Dan zou ons bedrijf, dan zou mijn omgeving er anders hebben uitgezien.
Loof de Heere – als je eens beseft wie de Heere werkelijk is,
de Heere die we moeten loven,
Zijn grootheid en majesteit, Zijn heiligheid.
We kunnen niet voor God bestaan.
Niet met wat wij allemaal voor elkaar hebben gekregen.
Niet met alle plannen en goede voornemens die van ons vandaan komen.
Niet met de gedachten die wij hebben.
Zelfs niet met het geloof dat wij hebben.
En dan toch de oproep om de Heere te loven – deze God.
Loof de Heere, mijn ziel.
Het is dat het in de Bijbel staat en dat de Heilige Geest het ons voorhoudt,
de gedachten in ons doorbreekt en tegen al onze ervaring en beleving in zegt:
Loof de Heere, mijn ziel.
Want anders hadden wij deze oproep om de Heere te loven nog verkeerd opgevat.
Dan was het een loven geweest om bij de Heere in een goed blaadje te komen
in de hoop dat Hij toch nog Zijn zegen geeft – al hebben wij er niet naar geleefd
dat wij het recht hebben die zegen te ontvangen.
Of een loven van God, waarbij we proberen de laksheid in ons geloofsleven onder tafel te schuiven:
als we God maar hard genoeg loven, dan ziet Hij ons wel staan
en gaat Hij vast voorbij aan de keren dat wij Hem niet gedankt hebben.
Zelfs in ons loven van God kan er een ondertoon zijn,
een dubbele agenda,
waarbij de dankbaarheid ook best oprecht kan zijn maar tegelijkertijd een poging
om God op andere gedachten te brengen over onszelf.
Loof de Heere mijn ziel en al wat in mij is Zijn heilige Naam.
Alles in mij wordt bij elkaar geroepen,
alles in mij op appèl – er mag niets achterblijven.
En het komt voor God en met alles wat in ons is zeggen we tegen God:
Wij loven U – om wie U bent.
Niet om ons een goed gevoel te geven, dat we er nu toch aan gedacht hebben.
Maar God om wie Hij is – Zijn heilige naam.
Zijn naam die met eerbied en ontzag wordt uitgesproken,
omdat God hoger is dan wij zijn,
omdat God zuiverder is dan wij,
Omdat God onze schepper is en wij door Hem gemaakt zijn. – onze Heer

Zijn naam laat zien wie Hij is: de heilige naam van God uitgesproken in een loflied.
Zonder die dubbele agenda, maar oprecht, omdat we het ook willen.
Omdat die naam van God voor ons als een sterke toren is,
als vleugels waaronder wij kunnen schuilen.
Loof de Heere, mijn ziel en alles wat in mij is Zijn heilige naam.
De naam die geen afstand schept, maar verbinding zoekt met ons mensen.
Ondanks Zijn heiligheid toch een band zoekt met ons zondige mensen
die maar zo moeilijk zo vol van God kunnen zijn
en onszelf moeten aanspreken om oprecht, van heel ons hart God te loven,
Zijn naam op onze lippen te nemen.
Toch neemt de Geest ons mee
en neemt God onze dank en lof graag aan.

In het loven van God gaan de ogen open voor Wie God werkelijk is
Loof de Heere mijn ziel en al wat in mij is Zijn heilige naam.
In het loven van de Heere zien wij ook wat Hij voor ons heeft gedaan:
Vergeet niet een van Zijn weldaden.
Wat God doet, Zijn weldaden.
Daden waarin de Heere laat zien dat Hij het goede met ons wil.
De daden van God schenken ons geluk en heil.
Waarin Zijn genade zichtbaar wordt.
We leven erbij op.
Zelfs als we hardhandig worden geconfronteerd met onszelf en onze tekorten
zijn het weldaden van God.
Zelfs het oordeel en de straffen van God kunnen weldaden zijn van God
waarmee Hij ons wil terugbrengen bij Hem.
Psalm 103 laat concreet enkele weldaden zien:
– Hij vergeeft al onze ongerechtigheid.
De dubbelheid van ons loven, het halfslachtige van ons dienen,
het ene keer intens verlangen en de andere keer weer God vergeten te zoeken,
Al onze ongerechtigheid wordt vergeven.
Dat opent de deur naar werkelijke lofprijzing op God.
Want die vergeving geeft al reden genoeg
om in onze gesprekken die wij in onszelf hebben
hier bij stil te blijven staan: God vergeeft al mijn ongerechtigheid.
Vergeet Zijn weldaden niet!
Vergeet niet dat er op Golgotha een kruis heeft gestaan
waar Gods Zoon aangehangen heeft
en waardoor de deur opengegaan is naar God toe,
zodat u vanavond ook de Heere oprecht te loven en te danken.
Maar dat moet u niet alleen vanavond doen,
maar ook morgen en volgende week,
alle dagen: dankt God in alles.
Het was indrukwekkend, noodzakelijk wat God deed op Golgotha:
Vergeet die weldaad niet – leef eruit!
Op zondag en op dankdag oefenen we ons in dat niet-vergeten.
Om dat in ons hart mee te dragen,
om daar ook werkelijk uit te leven.

Vergeet die andere weldaden niet:
Als je uit het ziekenhuis mag terugkeren, als je weer gezond wordt,
als de ziekte een tijd wegblijft, als je al enkele jaren schoon bent.
Weldaden zijn het van de Heere.
Die uw leven verlost van het verderf
– die ervoor zorgt dat je niet verloren hoeft te gaan,
die ervoor zorgt dat de dood je niet van Hem kan scheiden,
hoe dichtbij de dood ook kan komen, hoezeer iedereen van ons ermee te maken krijgt.
Hoe sterk de machten ook zijn die je kapot willen maken
en van God willen losmaken – Hij verlost uw, jouw leven ervan.
Vergeet die weldaad niet!
Want ook met wat hier ‘verderf’ genoemd wordt, kan ons juist in ons werk en bezigzijn raken:
in een burnout dat er opeens voor zorgt dat je je werk niet meer kunt doen,
of depressiviteit dat langzaamaan als een grauwe deken over je heen gelegd wordt
Of een terugkomen na een lange ziekteperiode waarbij je niet altijd medewerking van je baas krijgt.
En juist als je het goed hebt op je werk
en je niets te klagen hebt en vooral positief erin staat,
is dat een bevestiging van God dat Hij hier op aarde
ons leven ook kan beschermen tegen het kwade, tegen het verderf.

Loof de Heere mijn ziel en al wat in mij is Zijn heilige naam.
Er zijn volop redenen om God te danken,
omdat we zijn weldaden kunnen zien.
Daarom worden we aangesproken en moeten we onszelf bij elkaar roepen
en alles wat in mij is – om de Heere te loven.

Ook als het leven niet gemakkelijk valt
en we voor ons gevoel weinig te danken hebben.
Dan worden we aangesproken.
Om dan onze vragen, onze moeiten bij de Heere te brengen.
Want als we er zelf mee rondlopen komen we ook niet verder.
Alleen als we het bij de Heere brengen,
zien we in hoe we God kunnen loven – ook al hebben wij het moeilijk.
Omdat we zien, dat God ons niet vergeet
Zijn oog toch op ons is.
Er nog steeds weldaden zijn – al zijn het andere dan wij gehoopt hebben.
Loof de Heere mijn ziel en alles wat in mij is zijn heilige naam.
Als we dit alleen zouden moeten doen, dan zou het zwaar vallen
en zouden we alleen op de momenten waar op we ons goed voelen
en aan God denken zijn naam loven.
Alles wat in mij is – ook onze zorgen en gedachten,
ook onze gedachten waarin we het allemaal niet rond krijgen,
onszelf niet begrijpen of de wereld om ons heen niet,
Er van alles in ons gebeurt – alles wat in mij is love Zijn heilige naam.
Een oefening om te zien wat God allemaal voor ons doet,
hoe in wat Hij doet voor ons zichtbaar is,
Dat God ons Zijn gunst en genade wil geven.
Loof de Heere mijn ziel en alles wat in mij is Zijn heilige naam.
Vergeet niet een van Zijn weldaden.

Amen
Geïnspireerd door de preek van Karl Barth uit 1943 over deze tekst en de analyse van Rudolf Bohren van deze preek in zijn Homiletik.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s