Preek kinderdienst 19 oktober 2014

Preek kinderdienst 19 oktober 2014
Klein maar dapper – David vs. Goliath

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In Zuid-Afrika kent men een gezegde: Een mens maakt het verschil
[uitleg]

Neem als voorbeeld Danny.
Hij zit in Zuid-Afrika in de gevangenis.
Een grote, sterke man met over zijn hele lichaam allemaal tatoeages.
Danny was opgepakt omdat hij de leider was
van een gewelddadige bende in een Zuid-Afrikaanse wijk waarin de ‘zwarten’ woonden.
Voor Danny was dat geweld gewoon, want hij was opgegroeid
in een  stad waar gewelddadige bendes het voor het zeggen hadden.
Je kon alleen iets worden als je meedeed.
Danny deed mee en werd uiteindelijk de leider van zo’n bende.
Zijn bende had met andere bendes gevochten om de macht in die stad.
Daarbij was veel geweld gebruikt en waren doden gevallen.
Uiteindelijk lukte het de politie om Danny, de leider van deze bende, te arresteren.
Zo belandt Danny in de gevangenis.
Als hij in de gevangenis zit, gaat hij op een keer naar een bijeenkomst met de gevangenispredikant.
Daar zit hij dan, de grote, sterke man met over heel zijn lichaam tatoeages
en hij zit daar te luisteren naar het verhaal van de dominee.
Vanaf dat moment gaat hij steeds naar de bijeenkomsten van deze dominee,
want het verhaal raakt hem, het verhaal over Jezus
en hij ontdekt dat er een andere manier van leven is dan geweld.
Hij denkt aan de kinderen uit de buurt waarin hij is opgegroeid
en waarin hij als leider van die bende die met geweld de baas was in dat deel van die stad.
Hij wil dat de kinderen die nu opgroeien een ander leven moeten krijgen.
Danny wordt in de gevangenis gedoopt en krijgt een nieuw leven.
Als hij uit de gevangenis komt gaat hij als eerste naar de directeur van de school in de wijk.
‘Wij moeten iets doen voor de kinderen’ zegt Danny.
Ze maken een plan om op het terrein naast de school een groentetuin te gaan aanleggen.
Danny praat ook met zijn degenen die bij zijn bende horen.
‘Zo kan het niet langer,’ zegt hij, ‘onze kinderen verdienen beter.’
Hij weet hen te overtuigen en de vroegere bendeleden gaan de groentetuin bewerken:
ze verbouwen tomaten, aubergines en sperziebonen.
Een leerkracht van de school kent een dominee uit een betere buurt,
waar een deel van de gemeente bestaat uit blanke rijke wijnboeren.
Deze dominee weet zijn gemeenteleden te overtuigen.
Zo’n blanke wijnboer komt met zijn trekker de wijk en een ploegt de tuin bij de school om.
Tien jaar geleden zou zijn trekker met benzine overgoten zijn en in brand gestoken zijn.
Nu rolt de trekker over een schone straat.
‘Een mens kan het verschil maken’ zeggen de mensen in Zuid-Afrika.
Danny is daarvoor het levende bewijs. Danny houdt vol.
Hij hield het ook vol toen het die morgen heel moeilijk was.
De blanke dominee die langskomt voelt de neergeslagen stemming
op het moment dat hij langskomt bij de tuin.
‘Wat is er?’ vraagt hij.
Dan blijkt de assistent van Danny (die 27 jaar in de bak gezeten heeft)  te zijn vermoord.
Iemand uit de gevangenis die ooit gezworen heeft om wraak te nemen
heeft zijn woorden waargemaakt.
‘We zullen wraaknemen’ zeggen de mensen uit de wijk
en ze gaan al op zoek naar hun machinegeweren.
Danny heeft hard moeten praten, hard moeten werken. Het waren de zwaarste dagen van zijn leven.
Maar Danny hield vol. En won. De sperziebonen wonnen van de machinegeweren,
de kinderen wonnen van de moordenaar,
het evangelie won van het geweld.

Een mens maakt het verschil:
dat is ook wat de Filistijnen denken.
Maar zij denken als de oude Danny, die de baas was door geweld te gebruiken.
Zij schuiven één man naar voren die het verschil kan maken.
Geen gewone man, maar een vechtkampioen.
Goliath is niet alleen een reus, maar hij is ook nog eens de beste
in gevechten van man tegen man.
Een betere vechter dan Goliath is er niet.
Hij maakt indruk.
Niet alleen door zijn enorme lengte waarmee hij boven alles en iedereen uittorent,
maar je ziet aan hem dat hij ook een goed getrainde vechter is, de beste van allemaal,
De vechtkampioen.
Een mens kan het verschil maken en hij, Goliath, moet het gaan doen.
Hij gelooft er zelf ook in.
Al schreeuwend komt hij uit het kamp van de Filistijnen
en blijft in het dal staan
waar hij roept naar de Israëlieten die op de bergen
aan de andere kant van het dal hun kamp hebben.
En wanneer ze Goliath zien en horen
zijn ze maar wat blij dat ze op die bergen zijn, hoog en veilig, onbereikbaar nog voor de Filistijnen.
Ze zijn onder de indruk van Goliaths indrukwekkende uitstraling.
Groot en sterk, niet te verslaan.
Er is niemand die het tegen hem durft op te nemen.
Als Goliath hard naar de Israëlieten schreeuwt
en hen uitdaagt om het tegen hem op te nemen,
verstijven ze van schrik.
Meer dan een maand liggen zijn daar de beide legers: 40 dagen.
Het enige dat er gebeurt is dat elke dag Goliath uit het kamp van de Filistijnen komt
en de Israëlieten uitdaagt en tegen hen schreeuwt dat ze een stelletje lafaards zijn
die bang zijn voor Saul terwijl dat maar een waardeloze koning is
en de Israëlieten elke dag weer opnieuw bang maakt.
De Israëlieten voelen zich klein en zijn te bang om iets te kunnen doen.
Ze kunnen niet op tegen die grote sterke man, die goed getraind is, de vechtkampioen.
Eén man maakt het verschil: Goliath.
Door Goliath durven de Israëlieten niet aan de strijd te beginnen.

En dan komt David.
David is niet groot en sterk en stoer.
Hij loopt ook niet met een zwaard rond, want hij mag nog niet meedoen in het leger.
Daar is hij te klein voor.
David mag pas naar het leger als zijn broers lang wegblijven.
Zijn vader is benieuwd hoe het met zijn zoons gaat
en stuurt David op pad.
David moet gaan kijken hoe het met zijn broers is
en hij moet eten voor de commandant meenemen.
Wat David gaat doen, gaat echt geen verschil maken in de strijd met de Filistijnen.
Hij komt alleen eten voor een paar dagen brengen
en een aardigheid voor de commandant.
Verder heeft hij niets te zoeken in het leger.
Zijn broers willen hem daarom ook wegsturen: veel te gevaarlijk voor zijn kleine jongen als David.
Maar David heeft iets gehoord: het schreeuwen van Goliath.
David is daar niet van onder de indruk;
David hoort in dat geschreeuw van die Goliath iets anders:
Goliath maakt God belachelijk. Goliath, met al zijn gebrul en trots en zelfverzekerdheid,
Goliath bespot de Heere.
En dat kan toch niet zomaar?
Hoe groot en sterk Goliath ook is, dat gespot moet toch stoppen!
David voelt zich niet groot en sterk, misschien ook niet eens  dapper.
Maar hij voelt boosheid omdat Goliath aan zijn God komt.
Goliath wil je doen geloven dat je aan God niets hebt.
Nou, David heeft als herder een andere ervaring.
Toen er eens een leeuw kwam om zijn schapen aan te vallen,
hielp God hem de leeuw te verslaan.
Toen er een beer kwam om de kudde aan te vallen,
kon David met behulp van de Heere ook die beer wegjagen.
Zou die reus, die Filistijn, dan ook niet met behulp van de Heere weggejaagd kunnen worden.
Zo maakt David het verschil: door te geloven in de Heere.
Klein, maar door zijn geloof dapper!
Of misschien moeten we het anders zeggen: God maakt het verschil
door zo’n kleine jongen te sturen.
Dat is vaak Gods manier om te vechten, te strijden:
niet om geweld te gebruiken, zoals Goliath,
niet door te laten zien hoe sterk je bent en wat je allemaal kunt,
maar juist door het zwakke, kleine te gebruiken, zoals de kleine David.
Zo maakt God het verschil,
zo lacht de Heere Goliath uit die daar met zijn grote mond staat te schreeuwen.
Als David het toneel op komt om het tegen Goliath op te nemen,
is Goliath beledigd: ‘Jullie doen alsof ik een wild dier ben dat je weg kunt jagen.
Jullie nemen mij niet serieus. Wat moet ik als vechtkampioen nu tegen zo’n kleintje?
Straks roepen jullie nog: durf je wel tegen zo’n kleintje!’
Goliath ziet niet dat David door God is gestuurd
om aan Goliath en de Filistijnen en ook aan de Israëlieten te laten zien
dat je niet sterk hoeft te zijn om te winnen en ook niet dapper,
maar dat het genoeg is om te vertrouwen op de Heere.
Met God ben je sterker dan iedereen.
Met God kan ik door sterke bendes heendringen, zal David later zeggen.
Met God aan mijn zijde ben ik niet bang, zal ik niet vrezen.’
David maakt het verschil door te vertrouwen op God.
Maar vooral God maakt het verschil door te laten zien
dat geweld en kracht niet het belangrijkste zijn.
Je kunt er vaak wel mee winnen, maar niet altijd.
Want niemand is sterker dan God
en de Heere kan juist kleine gebruiken
om te laten zien hoe dwaas het is om te geloven in je eigen macht.
Klein maar dapper, gelovig!

Een mens kan het verschil maken.
En jullie?
Kunnen jullie het verschil maken?
Misschien zeg je van jezelf: ik kan helemaal niet zoveel.
Ik ben niet sterk. Ik ben niet goed in taal of rekenen. God kan mij vast niet gebruiken.
Maar in het geloof gaat het er niet om of je iets goed kunt, of je groot en sterk bent,
maar of je vertrouwt op God.
God kan je gebruiken, juist als je niet zoveel kunt.
Zoals hij David gebruikte toen hij nog een kleine jongen was.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s