Verhalen om te leven. Levensverhalen in het pastoraat

Verhalen om te leven. Levensverhalen in het pastoraat

Geregeld ga ik na een pastoraal bezoek naar huis met de gedachte: het levensverhaal dat ik net gehoord heb zou goed als basis kunnen dienen voor een goede roman of een mooie biografie. Terugfietsend na een gesprek denk ik dan vaak: de levensverhalen die ik hoor zijn vaak nog boeiender dan studieboeken of literaire romans.
Op college pastoraat heb ik de uitdrukking ‘levende menselijke documenten’ (living human documents) geleerd. Soms omdat iemand vertelt over betrokkenheid bij een historische gebeurtenis en de impact daarvan op een mensenleven. Soms door andere gebeurtenissen die een mensenleven bepalen: overlijden van een dierbare, geboorte van een kind, ontslag. 

Peter van de Kamp, universitair docent praktische theologie aan de Theologische Universiteit Kampen, heeft een boek geschreven over wat de waarde van levensverhalen is voor het pastoraat. In vaktermen: een model voor narratief pastoraat. Van de Kamp wil een gereformeerd perspectief bieden op narratief pastoraat. Het model dat hij presenteert wil de heilsgeschiedenis (door Van de Kamp getypeerd als ‘het verhaal van God’) verbinden met de levensverhalen in het pastoraat. Daarmee heeft hij een belangrijk reformatorisch principe te pakken: de heilsgeschiedenis is het verhaal dat mij aangaat. Het evangelie is voor ieder persoonlijk bedoeld.

Replotting
Om tot zijn model van narratief pastoraat te komen gaat Van de Kamp eerst in de leer bij psychologen die zich bezig hebben gehouden met de thematiek van het levensverhaal. Daarna ontleent Van de Kamp aan het verhaal van God 6 typeringen van de mens: gebroken beelddrager, aangenomen kind, nieuwe schepping, bevrijde zondaar, aangevochten navolger, vrijgesproken erfgenaam. Deze typeringen moeten de pastor helpen om het levensverhaal van de pastorant te  duiden. Een belangrijke fase in het model van Van de Kamp is de ‘replotting’: het levensverhaal van de pastorant wordt vanuit het verhaal van God in een nieuw, heilzaam perspectief geplaatst.

Antropologisch?
Hoewel ik het uitgangspunt van Van de Kamp deel, zou ik toch een aantal kritische opmerkingen willen plaatsen bij zijn uitwerking. Om de levensverhalen van mensen te duiden maakt hij gebruik van de heilsgeschiedenis. Deze heilsgeschiedenis is het verhaal van God, maar wordt tegelijk gebruikt om levensverhalen te duiden.
Hierbij zou ik de vraag willen stellen: verandert Van de Kamp het verhaal van God niet teveel in antropologische typeringen? Naar mijn idee verdwijnt God zelf naar de achtergrond en wordt het levensverhaal van God wel erg bleek. Ik vermoed niet dat hij dit bewust gedaan heeft, maar het verbaast mij wel geen apart hoofdstuk is gewijd aan God zelf en aan Zijn daden, maar alle aandacht uitgaat naar de plaats van de mens in Gods verhaal.
Discutabel is het uitgangspunt dat de pastor het verhaal van God meebrengt. Is God niet reeds in iemand aanwezig voordat de pastor komt? Waarom zou de pastorant niet het verhaal van God kunnen vertellen? Maakt Van de Kamp zo God niet teveel afhankelijk van de pastor?

Fragmentarisch
Daarnaast heeft Van de Kamp wel het grootst mogelijke concept te pakken om de levensverhalen van mensen te duiden: de heilsgeschiedenis die van schepping tot voltooiing loopt. Naar mijn idee gaat Van de Kamp voorbij aan het fragmentarische van het levensverhaal. Hij benadrukt wel wij nog niet van de voltooiing uit mogen gaan, maar dat had hij van mij meer mogen verwerken in zijn eigen model. Ik bedoel dat ook kritisch naar de nadruk die Van de Kamp legt op de ‘replotting’ van het levensverhaal. Daarmee bedoelt hij een hervertellen van het levensverhaal vanuit het perspectief van Gods verhaal, dat een heilzaam effect heeft? Ligt in het nieuwe perspectief niet teveel het risico dat er vooruitgegrepen wordt op de voleinding? Legt Van de Kamp er niet teveel nadruk op dat door dit ‘replotten’ een nieuwe werkelijkheid ontstaat? Sneeuwt daardoor het narratieve aspect in zijn model ook niet teveel onder en wordt zijn model daardoor niet te therapeutisch?
Zelf zou ik minder nadruk leggen op het ‘replotten’, maar meer op het luisteren naar de levensverhalen van mensen en in dat luisteren aandacht schenken voor de handelende aanwezigheid van God in dat levensverhaal. Is dat al niet heilzaam genoeg om in Gods naam luisterend oor te zijn?

Vertellen
Tijdens het lezen kreeg ik de behoefte om meer de literatuurwetenschap en de kennis van biografen te raadplegen. Vooral vanwege vragen: Hoe worden verhalen verteld? Wat betekenen de  metaforen die iemand gebruikt om zijn levensverhaal te vertellen? Maar vooral ook vanuit de vraag: hoe kunnen de kleine verhalen over God (of juist over Zijn afwezigheid) zo verteld worden dat de pastorant ervaart dat deze verhalen over hem of haar gaan?
Vanuit deze behoefte viel het me op dat de Bijbel nauwelijks een rol speelt in het narratieve concept. Wel in de theologische onderbouwing van de heilsgeschiedenis of als illustratie voor zijn model, maar bij een model voor narratief pastoraat had ik verwacht dat de Bijbel een grotere rol speelde bij het verbinden van levensverhalen en Gods verhaal.

N.a.v. Peter van de Kamp, Verhalen om te leven. Levensverhalen in het pastoraat
Deze recensie verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s