Lezen om te preken

Lezen om te preken Een predikant kan leren van schrijvers, journalisten en biografen, aldus Cornelius Plantinga MN_Lesen_ist_cool
Een predikant kan voor het preken maken in de leer van goede schrijvers, journalisten en biografen. Dat vindt Cornelius Plantinga, emeritus hoogleraar aan Calvin Theological Seminary. 10 jaar lang gaf hij in het postacademisch onderwijs voor predikanten een cursus Imaginative Reading for Creative Preaching.

In deze cursus liet hij predikanten schrijvers als John Steinbeck en Khaled Hosseini lezen, behandelde hij gedichten en biografieën en las hij essays van journalisten. Plantinga is van mening dat predikanten veel van schrijvers, journalisten en biografen kan leren in de preekvoorbereiding. Hij pleit ervoor dat predikanten voor zichzelf een leesprogramma opstellen.

Hij wil nog niet zo ver gaan als Eugene H. Peterson. Peterson had als predikant de gewoonte om zich van 13.30-15.00 af te zonderen om zich te verdiepen in schrijvers als Dostojewski. Op dit tijdstip was hij dan ook niet bereikbaar voor gemeenteleden. Plantinga geeft aan, dat dit wel veelgevraagd is, maar geeft tegelijkertijd aan dat het heel zinvol kan zijn om van het lezen een vast onderdeel van het werk te maken. De predikant en de gemeente hebben er baat bij.

Pittige taak
De predikant heeft namelijk een pittige taak: elke week het evangelie brengen voor een gemengd publiek. Er is, volgens Plantinga, geen enkel ander beroep waarin zoveel van iemand gevraagd wordt.
Een predikant moet voor zijn woordgebruik en stijl rekening houden met zijn hoorders: niet te ingewikkeld voor de een, niet te platvloers voor anderen. Geen ander als een predikant heeft zoveel thema’s te bespreken met zijn luisteraars – vaak ook steeds dezelfde luisteraars.
Het zijn ook niet de minste onderwerpen: God, wereld, genade, zonde, leven, e.d. Het lezen van literatuur, essays en biografieën helpt om een rijk gevarieerde woordenschat aan te leggen, waaruit geput kan worden en helpt ook in het onder woorden brengen de onderwerpen.

Daarbij gaat het niet om het showen van de opgedane kennis, maar om hulp bij de verkondiging van Gods Woord. Het is niet de bedoeling dat gemeenteleden na afloop van de dienst onder de indruk van de predikant (en zijn kennis) naar huis toe gaan, maar aangesproken door Gods Woord. Om dat te bereiken kan een leesprogramma zinvol zijn.

Verbeelding
Een leesprogramma helpt ook bijvoorbeeld om voorbeelden te vinden die de boodschap illustreren en toepassen. Een predikant heeft daardoor een rijkere voorraad aan preekvoorbeelden. Nog meer helpt zo’n algemeen leesprogramma om zijn eigen verbeeldingskracht te activeren en zo alert en gevoelig te zijn voor wat er in zijn eigen leefomgeving afspeelt.

Een predikant kan natuurlijk een zin van een schrijver citeren, naar een gedicht verwijzen of een voorbeeld van een journalist aanhalen. Voor een groot deel van de gemeente zal die naam echter onbekend zijn. Een voorbeeld wordt echter en authentieker en gemakkelijker inpasbaar in een preek als een voorbeeld uit de eigen waarneming van de predikant opkomt. Door het lezen wordt deze waarneming gestimuleerd.
Een predikant leest daarom romans, korte verhalen of gedichten. Niet om deze schrijvers te citeren, maar vooral ook om zelf te verbeelden.

Wijsheid
Door te lezen kan de predikant wijsheid opbouwen. De predikant is geroepen om over veel onderwerpen te spreken. Door journalisten en schrijvers te lezen leert een predikant de nuances te ontdekken bij een onderwerp, maar kan hij ook ontdekken hoe een onderwerp in de wereld van vandaag leeft.

Twee voorbeelden die niet uit het boek van Plantinga komen:
– John Irving liet met zijn Bidden wij voor Owen Meany zien dat uitverkiezing ook in onze tijd plausibel verteld kan worden. (Deze tip heb ik bij Gerhard Sauter opgedaan.)
– Chaim Potok bouwt zijn boeken over Asjer Lev op vanuit de ondoorgrondelijkheid van Gods wegen.

Complexiteit
Literatuur en krantenartikelen kunnen op een onverwachte manier een brug slaan naar de boodschap of zelfs helpen een boodschap in een Bijbelgedeelte te ontdekken.
Plantinga laat zien dat de winnaars van de Pulitzer-prijs allemaal geschreven hebben over een bepaalde zonde. Tegelijkertijd kunnen juist schrijvers en journalisten helpen om op onverwachte plaatsen genade te ontdekken. Door te lezen ontdekt een predikant dat de mensen met wie hij te maken heeft vaak complexer in elkaar zitten dan je in eerste instantie zou denken. Dat geeft aan de ene kant bewogenheid met mensen, die anders afgeschreven zouden worden.
Aan de andere kant krijgt de predikant er oog voor dat ook ‘gewone’ mensen complexer zijn dan je zou denken. Vanwege die complexiteit van mensen en van de wereld waarin wij leven geeft Plantinga aan dat het niet goed is om (te snel) een mening te hebben over de levensbeschouwing van een schrijver. Een predikant is God niet en kent het hart van de schrijver niet.

Leesprogramma
Wat moet een predikant lezen? Elke maand een goede roman van een grote schrijver? Plantinga beseft dat dit veel gevraagd is. Maar elke dag een gedicht moet toch wel kunnen. En het moet toch mogelijk zijn om in 1 jaar tijd 1 roman, 1 biografie en een aantal journalistieke essays te lezen? Op dit leesprogramma staan natuurlijk ook de belangrijke homiletische literatuur. Maar, zo Plantinga, lezen in het algemeen hoort ook bij de preekvoorbereiding.

N.a.v. Cornelius Plantinga, Reading for Preaching. The Preacher in Conversation with Storytellers, Biographers, Poets, and Journalists (Grand Rapids, Michigan / Cambrigde, U.K.: William B. Eerdmans Publishing Compagny, 2013) ResizeImageHandler Een ander interview: http://vimeo.com/77532651

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s