Thomas Söding over het lege graf

Thomas Söding over het lege graf
(vertaling)

Het Nieuwe Testament zou er zonder het geloof in de opstanding van Jezus uit de doden niet zijn geweest. Dat het geloof in Christus ook gebouwd is op het fundament van het optreden van Jezus heeft paus Benedictus XVI in zijn boek over Jezus van Nazareth laten zien. Maar als Jezus in het graf was gebleven, zouden er hooguit enkele humanisten zijn geweest die zich de weldoener uit Nazareth hadden herinnerd. Of een paar historici die geïnteresseerd zijn in een boeiende persoonlijkheid uit het verleden. Het geloof in de redder die hoop op eeuwig leven geeft, omdat hij aan het kruis gestorven is, zou er niet zijn geweest.

emptytomb

Het geloof in de opstanding van Jezus is echter niet uit de hemel komen vallen. God heeft het de leerlingen niet opgedrongen. Het was hun eigen vrije keuze om nogmaals voor Jezus te kiezen. Ze zijn echter niet door hun eigen overwegingen tot geloof gekomen. Tegen alle verwachtingen in hebben zij de ervaring gehad dat Jezus, die vernederd en tot schande gemaakt was, aan de rechterhand van God is verhoogd. Hij was door een steen verborgen in het donker van het graf, maar verscheen in Gods glans. Hij was als godslasteraar veroordeeld, maar wakkerde het geloof in God opnieuw aan.
Het paasgeloof in geloof in God: geloof in God die de doden opwekt. Maar ook een menselijk geloof. Veel theologen doen moeite om de psychologische verklaringen buiten de deur te houden. De evangeliën in het Nieuwe Testament geven ruimte aan de hoop en angst, de twijfel en verwachting van de leerlingen.

Daaruit kan men overigens niet de conclusie trekken dat de opstanding een projectie is en het evangelie bakerpraat. Want God, zegt de Bijbel, geeft zijn wil op menselijke wijze door. Mensen kunnen God ervaren. God schrijft zich in hun biografie in. De opstanding van Jezus heeft als gebeurtenis de ervaring van mensen gestempeld: de ervaring waar de eerste getuigen van spreken, namelijk dat Jezus leeft.

Op geen enkele plaats in het Nieuwe Testament wordt de opstanding van Jezus als zodanig verteld. Er wordt wel verteld dat het graf leeg gevonden is en dat de Opgestane aan de zijnen is verschenen. De basisvorm van het geloofsgetuigenis van Pasen is het vertellen, omdat dit geloof op ervaringen berust. Paaspreken kunnen in wezen niets anders dan vertellen wat er gebeurd is. Ook de vroegste geloofsbelijdenissen van de eerste christenen hebben de basisstructuur van vertellen.

Het lege graf
De eerste plaats waar het geloof van Pasen verkondigd werd is het lege graf van Jezus. Daar waar de geschiedenis van Jezus tot een einde gekomen leek te zijn, begint deze geschiedenis helemaal opnieuw. De vertellingen over het lege graf zijn in alle evangeliën te vinden. Volgens het Nieuwe Testament zijn het vrouwen die als eerste het lege graf vinden en een vermoeden van de opstanding krijgen.
Dat het vrouwen zijn geweest die als eerste het lege graf hebben gevonden heeft tot gevolg gehad dat er velen geweest zijn die de werkelijkheidsgehalte van de verhalen in twijfel hebben getrokken. De eerste mannen die deze verhalen met scepsis bejegenden waren de apostelen. Lukas vertelt als reactie op het bericht van de vrouwen: Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. (Lukas 24:10-11) Dat het geen gezonde scepsis maar geborneerde scepsis was, werd al vrij snel duidelijk.

Degenen die in de Oudheid het christendom bekritiseerden trokken de betrouwbaarheid van deze getuigen in twijfel. Celsus, een intellectueel die door de kerkvader Origenes bediscussieerd werd, vraagt wat men van een hysterische vrouw kon geloven (Origenes, Contra Celsum 2,55-56). De filosoof Porphyrius, in wezen een intelligente man maar ook een felle bestrijder van het christelijk geloof, gniffelt over de onbenullige plattelandsvrouwtjes, waar de kerk haar geloof aan te danken heeft (Porphyrius, Contra Christianos, fragment 64).

In de moderniteit werd het er niet beter op. Alleen breidden de Duitse geleerden hun vooroordelen uit tot alle mensen uit het Nabije Oosten, die niet in staat waren om duidelijke begrippen te vormen en daarom de eeuwige ideeën van Jezus alleen in de naïeve vorm van verhalen konden doorgeven. Samen met de wonderverhalen kwamen de verhalen over het lege graf in het verdachtenbankje.

De huidige kritiek struikelt over het gegeven dat er geen natuurwetenschappelijke theorie is die het lege graf kan verklaren. Als een lijk na 3 dagen uit een graf verdwenen is, kan daar als schijnbaar de enige plausibele verklaring voor zijn dat het lichaam is weggehaald. Al in de Antieke Oudheid werd dit argument gebruikt om de verhalen over het lege graf te bekritiseren. Moderne critici hebben het verhaal over lijkendiefstal opgewarmd en verbonden met de theorie dat de leerlingen van Jezus groot wilden uitpakken ten koste van Jezus.

Volgens het Nieuwe Testament zijn het echter eenvoudige vrouwen die het graf leeg hebben gevonden en desondanks (hoezeer men dat ook zou kunnen betreuren) geen ambitie hebben gehad. De apostelen die uiteindelijk toch geloofden hebben dit geloof met hun leven moeten bekopen. Het is onwaarschijnlijk dat de leerlingen bedrog in de zin hadden en daarom het lichaam uit het graf hebben weggehaald. Nog afgezien van de vraag of zij überhaupt tijd en gelegenheid hadden om het lichaam uit het graf te halen. Maar omdat er geen rationele verklaringen voor het lege graf te geven zijn, is de heersende mening binnen de Bijbelwetenschap dat de verhalen over het lege graf legenden zijn, die het dogma van de lichamelijke opstanding wilden verbeelden. Deze theorie laat echter altijd nog de vraag naar een mogelijke historische kern open.

empty_tomb_wide

Teken van het geloof.
Het lege graf is volgens het Nieuwe Testament een teken van geloof. Een teken dat alleen maar met de ogen van het geloof op de juiste manier gelezen kan worden. Dat er geen natuurlijke verklaring te geven is, is juist de clou van de boodschap van de opstanding: God heeft gehandeld. Hij heeft Jezus opgewekt. De Zoon van God is mens geworden, met huid en haar. Zolang hij als mens leefde, was hij onderworpen aan de voorwaarden van ruimte en tijd. Maar met de dood is alles afgelopen. De opstanding van Jezus is per definitie geen natuurwetenschappelijk fenomeen, dat men kan wegen, meten, reguleren of herhalen. De opstanding van Jezus is een absoluut uniek gebeuren dat niet onderworpen is aan welke natuurwet dan ook.

De historiciteit van Jezus’ begrafenis kan in twijfel getrokken worden. Overigens werd een gekruisigde na zijn dood over het algemeen niet begraven maar ergens gedumpt. Er waren uitzonderingen. In het geval van Jezus ontfermden prominente Joden zich over het lichaam van Jezus. In alle evangeliën wordt Jozef van Arimathea genoemd, waarbij Johannes ook nog Nicodemus aan toevoegt. Jezus is op Golgotha begraven, niet ver van de plaats van terechtstelling buiten de (toenmalige) stadsmuren, in een tuin. Tot heden weet onderzoekers geen betere plaats te noemen dan de plaats die in de Grafkerk wordt vereerd. Dat voor de eerste christenen het graf onbekend zou zijn geweest is pure speculatie, die gevoed wordt door de moeilijkheden het lege graf te verklaren.

Het volle graf was echter na 3 dagen leeg. Het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus en zijn verhoging aan de rechterhand van de Vader had zich geen seconde in Jeruzalem staande kunnen houden als de beenderen van Jezus nog in het graf van Golgotha te vinden zouden zijn. Aan de andere kant: had men een verhaal vol leugen willen opdienen, die anderen tot het geloof in de opstanding van Jezus zou moeten verleiden, had men veel kunnen doen, maar had men geen vrouwen als eerste getuigen kunnen opvoeren.

Vanaf het moment dat er verteld is over het kruis van Jezus is er ook verteld over het graf van Jezus: over het graf dat vol was en leeg is. De traditie, die door de eerste evangelist (Markus) wordt opgenomen om een generatie later op te schrijven, is oeroud. Deze traditie gaat terug op de eerste en oudste christelijke gemeente in Jeruzalem. Dit evangelie is met bewuste literaire middelen opgeschreven, maar is ook als geloofsgetuigenis opgeschreven. Zij stamt uit een tijd waarin Petrus en Maria Magdalena, de apostelen en de vrouwen uit Galilea, maar ook Pilatus en Kajafas nog hebben geleefd.
De geschiedenis van het graf is een geloofsgetuigenis van de eerste gemeente met een harde historische kern: de steen die het graf gesloten had is weggerold voordat de vrouwen bij het graf aankwamen.

Vertaling van: Thomas Söding, Der Tod is tot, das Leben lebt. Ostern zwischen Skepsis und Hoffnung (Ostfildern: Matthias Grünewald Verlag, 2008) 15-20.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s