Preek zondagmorgen 29 september 2013

Preek zondagmorgen 29 september 2013
Viering Heilig Avondmaal

Wij weten immers dat Hij Die de Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. 2 Korinthe 4:14

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er komt een moment dat u voor God zult staan,
in de hemel zult u staan voor Gods troon.
Daar bent u heengebracht door God zelf.
Dat is immers wat Paulus schrijft in vers 14: u wordt voor de troon van God geplaatst.
Als je daar over nadenkt: in de hemel voor Gods troon,
daar waar de engelen staan, waar God zelf is, de heilige God,
waar alles licht is en straalt,
om daar te komen voor God – omdat God wilde dat u daar kwam,
dat jij daar voor Hem, voor Zijn troon komt te staan!
Hoe zal dat zijn om daar te komen?
Is er in u een verlangen om de Heere ontmoeten,
zoals ik wel eens tegenkom – gemeenteleden die uitzien naar de ontmoeting met de Heere.
Onze Heere en Heiland eindelijk te mogen zien en te mogen zijn in Zijn heerlijkheid?
Het kan zijn dat u ook zo’n verlangen hebt om de Heere te mogen zien
en dat u daarom in de afgelopen week hebt uitgekeken naar het Heilig Avondmaal.
Het Heilig Avondmaal is voor u al een maaltijd
waarbij al iets te zien is van het feestmaal in de hemel
waar verloste zondaars genodigd zijn.

Jullie, kinderen, denken er misschien wel eens over na
hoe het in de hemel zal zijn.
Hoe ziet de Heere eruit, hoe is het in de hemel?
Hoe zal de troon van God eruit zien?
Welke engelen zal ik tegenkomen?
Je bent benieuwd naar de hemel – je zou je er wel eens een kijkje willen nemen.

Ik denk dat veel volwassenen dat kinderlijke geloof, die kinderlijke nieuwsgierigheid
terug zouden verlangen,
omdat voor zij er tegenop zien om de Heere onder ogen te komen.
Om voor God gesteld te worden, voor de troon van God te komen,
dat is nogal wat.
God is ook een heilig God en wat is er allemaal niet verkeerd gegaan in het leven.
Wellicht dat u daarom ook tegen de afgelopen week opzag
om de Heere te ontmoeten.
Want ook in het avondmaal worden wij voor God geplaatst.
God is nu niet zichtbaar, maar Hij is er wel.
Hij is de gastheer die het brood geeft en de beker aanreikt.
Dat kan een reden voor u zijn om niet aan het avondmaal te komen.
Nog nooit is er die stem geweest die ú aansprak en nodigde
en u kon alleen maar de Heere zien
als een strenge Vader die u aan uw tekorten en fouten herinnert.

Juist dan mag voor u de belofte zijn uit wat Paulus schrijft.
Want we worden niet zomaar gesteld voor Gods troon.
Paulus zegt er nog iets bij: hij wijst erop dat de God voor wiens troon wij komen
ook de God is die de Heere Jezus heeft opgewekt.
Dat is een bemoediging voor u, die er tegen opziet
om de Heere te ontmoeten – hier aan het avondmaal
of later als u sterft, of als de Heere Jezus terugkomt.
Want als Paulus spreekt over de opwekking van de Heere Jezus,
bedoelt Hij niet alleen: de Heere Jezus kwam na 3 dagen uit het graf,
maar zegt hij ook: de Heere heeft het offer van de Heere Jezus aangenomen,
toen Hij stierf aan het kruis.
Ik denk dat ook de kinderen het verhaal over de Heere Jezus aan het kruis kennen.
Het verhaal hoe de Heere Jezus door soldaten werd opgepakt en bij Pilatus werd gebracht
en dat de Heere Jezus toen gekruisigd werd.
Zometeen tijdens het avondmaal zullen we daar aan terugdenken:
als het brood wordt gebroken worden wij eraan herinnerd dat de Heere Jezus stierf aan het kruis.
Zoals het stukje brood zo dadelijk wordt gebroken,
zo werd het lichaam van de Heere Jezus aan het kruis gebroken.
Zoals straks de wijn wordt ingeschonken, worden wij eraan herinnerd
aan het bloed van de Heere Jezus – de pijn en de wonden die Hij had.
Maar straks zie je ook meer: als ik het brood gebroken heb,
geef ik het aan een paar mensen.
Eigenlijk zou ik het aan iedereen aan de tafel willen geven,
want als het brood wordt gebroken,
betekent dat: voor jou, voor u heb Ik, de Heere Jezus, mijn lichaam laten breken.
En als u het brood aanneemt, zegt u: ja, Heere Jezus, u bent voor mij gestorven.
Dat is al een hele bemoediging,
maar dan nog kunt u dat geloven en op een afstand blijven staan
omdat u zegt: de Heere Jezus moest voor mij sterven, daarom kan ik niet bij de Heere zijn.
Daarom kan ik niet komen, kan ik niet voor Hem verschijnen.
Als het nu zou gebeuren dat de Heere Jezus stierf aan het kruis,
zou u op een afstand blijven staan: Hij doet het voor mij, maar ik kan niet bij Hem zijn.
Dat verdien ik niet.
En toch bent u, ben jij erbij.
Want toen de Heere Jezus stierf, stierf Hij niet alleen met ons, maar ook voor ons.
Ook al wilt u op een afstand blijven staan, u bent er toch bij,
want u bent meegenomen door de Heere Jezus.
Daar stierf Hij, maar daar stierf u ook – nog voor u geboren werd, stierf u, stierf jij al.
Als het brood gebroken wordt, denken we eraan terug
hoe de Heere Jezus gebroken werd – met ons. Hij nam u en jou mee in Zijn dood.
Het avondmaal – net als de doop trouwens – zegt: u, jij deelt in het sterven van Christus.
U, jij bent erbij. U en jij – stierf ook. Daar op Golgotha.
En dan zegt Paulus: niet alleen het sterven van de Heere Jezus is voor u,
Zijn sterven was uw sterven, jouw sterven – maar ook dat andere:
Zijn opstanding was uw opstanding, jouw opstanding.
U bleef niet in de dood, jij bleef niet achter in het graf.
de Heere Jezus nam u en jou mee uit het graf
en zo wordt u voor God gesteld: gebroken en gestorven met de Heere Jezus,
maar ook dat andere: opgestaan met de Heere Jezus.
Nu wij nog op aarde leven, dragen wij dat die dood nog mee – merken wij dat,
maar eens zullen wij leven uit die opstanding.
God nam het offer dat Jezus bracht met Zijn leven aan,
dat offer waarbij Hij ons meenam.

Zo wordt u uitgenodigd: niet alleen om geconfronteerd te worden
met uw tekortkomingen, maar om ook dat te overdenken, te weten, te geloven:
dat de Heere Jezus met u stierf om met u op te staan.
Daarom mag u en moet u komen bij de Heere Jezus:
om daarmee te belijden: toen nam u mij mee, het was nodig,
maar dat andere, dat nieuwe leven schenkt U mij ook!
Zo komen wij aan bij de Heere Jezus.

In Oldebroek geleerd dat er een verschil is tussen aankomen en langskomen.
Als ik aan de deur sta en zeg: ik wil binnenkort langskomen,
dan krijg ik altijd te horen: je moet niet langskomen, maar aankomen.
Dat wil ik vanmorgen tegen U zeggen.
Hoe vaak wordt het avondmaal niet gehouden als een langskomen bij Jezus.
Zoals iemand snel een pakketje door de brievenbus stopt en daarna snel uit de voeten maakt,
stel je voor dat ik gezien wordt.
Of langskomen om daarmee onze tekorten te laten zien.
De Heere Jezus zegt: je moet niet langskomen, maar aankomen.
Hij zet de deur wagenwijd open: kom binnen, mijn kind.
Ik heb op je gewacht.
Heb je niet gemerkt dat Ik toen ik op Golgotha stierf – jou meenam?
Blijf voor altijd bij Mij en dan zal alles wat van Mij is voor u zijn:
ook Mijn heiligheid, ook Mijn opstandingslichaam
en wanneer u voor God komt te staan, kijkt Hij naar u
maar ziet de Heere niet meer dat oude, dat verkeerde,
maar ziet Hij een nieuw mens, ziet Hij u in Mij – die voor en met U stierf.
Daarom: kom bij Mijn tafel aan, zodat je opnieuw weet
en daarin bevestigd wordt: Ik stierf ook voor en met U
om voor U, met u, met jou op te staan.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s