Preek zondagavond 9 juni 2013

Preek zondagavond 9 juni 2013
Genesis 1:1-25
Tekst: In het begin schiep God de hemel en de aarde (vers 1)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Schepping: theater van Gods heerlijkheid
Wie door deze omgeving wandelt en de tijd neemt om alles op zich in te laten werken kan onder de indruk komen van de schepping. De bomen die er mooi bij staan, de heide iets verderop, voor wie van het water houdt: het Veluwemeer. Wie daar oog voor heeft en stil bij staan, kan zomaar de ervaring hebben dat je heel dicht bij de Heere bent. Daarvoor hoef je niet eens naar de Alpen toe om te zien hoe mooi de schepping is. Al zullen degenen die wel eens in de Alpen geweest zijn en de machtige bergen gezien hebben kunnen het lied van harte meezingen:
O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht.
(…)
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij!
Maar we hoeven niet eens zo’n verre reis om te zien hoe mooi de schepping is. In mijn kindertijd logeerde ons gezin bij mijn opa en oma. Geregeld trokken wij er op uit in de polder om te gaan vissen. Halverwege de avond begon de zon te zakken en kreeg de zon een oranje gloed, omdat de lucht afkoelde, kwam de mist vanaf de grond opzetten, scholeksters vlogen door de lucht. Zo’n ervaring van de stilte, waarin alleen het geluid van de bomen en de vogels te horen zijn kunnen ons stil maken, stil voor God die dit alles heeft geschapen.
In de gereformeerde traditie, de traditie waartoe onze kerk behoort, is er veel aandacht geweest voor de schoonheid van de schepping, en dan vooral de schepping die laat zien hoe machtig onze God is. De wereld om ons heen spreekt van de hand van God, die dit alles heeft geschapen. Calvijn noemt onze wereld daarom: het theater van Gods heerlijkheid. De wereld is één grote opvoering (voorstelling), tot eer van God en bedoeld om ons op te roepen om mee in te stemmen met de lof voor onze God.
We zouden het zo kunnen zeggen: Wanneer wij door het bos lopen, ritselen van de bladeren door de wind en daarom fluisteren ze ons toe: zie je hoe mooi onze schepper dit alles heeft gemaakt. Als de aan het water staan, wordt de hemel weerkaatst om ons aan de Heere te herinneren. Als we aan de kust staan bij een harde storm, waarschuwt de wind ons: Maar je vergeet je schepper toch niet?

Maar de Elbe en de Donau, spreken zij ook van de grootheid en glorie van onze God? Rivieren die buiten hun oevers treden en veel inwoners van de steden die aan deze rivieren wonen duperen. Als we spreken over de schoonheid van de schepping, hoe mooi God alles geschapen heeft, moeten we dan ook niet oog hebben voor de andere kant: dat de schepping ook lang niet altijd mooi is, dat er ook een vernietigende kracht is, in een rivier die buiten de oevers treedt, een vloedgolf die huizen vernield en mensen en dieren meesleurt, en we kunnen de natuurrampen nog aanvullen: een vulkaan die uitbarst, een orkaan die huishoudt. Als wij zelf al niet de gedachte hebben, kunnen we dat wel om ons heen horen.
Wanneer wij op een rustige namiddag in de natuur zijn en ons de tijd gunnen om stil te staan, met open ogen te kijken naar Gods schepping, met open oren voor de stemmen om ons heen die getuigen van Gods grootheid, dan kunnen we Genesis 1 nog wel begrijpen, maar wanneer we beelden zien van een rivier die buiten zijn oevers treedt, en door de sterke stroming van alles meesleurt, kan Genesis 1, het bericht over de schepping, voor ons meer een idylle zijn: een mooi verhaal voor als je tijd hebt om te genieten, te recreëren, om al mijmerend je gedachten eens te laten gaan, als we onder de indruk raken, maar niet als het natuurgeweld ons verbijstert.
Als je dan niet oppast, kunnen dat twee verschillende werelden zijn, die niets meer met elkaar te maken hebben: aan de ene kant het Woord van God dat vertelt over het mooie begin, de start die paradijslijk was en aan de andere kant wat wij zien op het nieuws of soms zelf kunnen ervaren: natuurgeweld dat verbijstert en schade aanricht, waartegen niets bestand is. Je kunt door die stem in jezelf of de stemmen om je heen aan het twijfelen worden gebracht.

Als je die stemmen om je heen hoort, kun je soms ook denken dat je de enige bent die tegen zulke vragen oploopt, of dat onze generatie de eerste is die aan het twijfelen raakt over Gods macht en Gods schepping.
En toch is dat niet zo. Ook in de tijd van de Bijbel waren die vragen bekend. In Genesis 1 klinkt dat tussen de regels door, in vers 2 als er gesproken wordt over de wateren waar de Geest van God over zweeft. Dan moeten we niet denken aan het kabbelende Veluwemeer, waarover je met gemak een pleziertochtje kunt maken, maar eerder aan de rivieren in Duitsland die overstroomden en nog meer de overstromingen door dijkdoorbraken, het geweld van het water waar ons land in het verleden zo bekend mee was, het water dat opgezweept wordt en met geweld alles meesleurt.
In Israël kende men dat wilde water ook wel. In Israël waren er beddingen van beken of rivieren die in een groot deel van het jaar droog stonden, maar die na een tijd van regen vol met water stonden en konden veranderen in een kolkende stroom, alles meesleurend wat de stroom tegenkwam. Dat is de achtergrond van Genesis 1: de ervaring dat het water vernietigende kracht heeft. Water kan ook een beeld worden voor alles wat vernietigende kracht heeft, een beeld voor alles wat ons leven overhoop gooit en verwoest. Wat onze houvast onder ons wegslaat. Tegen die achtergrond moeten wij Genesis 1 lezen: in het begin schiep God de hemel en de aarde.
Wat wij ervaren is: chaos. Maar zo is het niet altijd geweest. De start was anders. En als over God als schepper wordt gesproken, wordt daarmee niet alleen de start bedoeld. God heeft de wereld niet gemaakt als een machine, die zonder Hem zou kunnen lopen. Ik heb een broer die bij een bedrijft werkt dat eiersorteermachines ontwerpt en bouwt. Het personeel reist de hele wereld over om deze machines te installeren. Dat personeel gaat vervolgens weer naar huis en komt alleen terug als er een reparatie moet plaatsvinden. Als God de aarde geschapen heeft, laat Hij haar vervolgens niet los. Nog steeds geldt Zijn zorg. In het begin: onze wereld kent een start met God. Vanaf dat moment vergezelt Hij deze wereld door de wereld te onderhouden en te regeren. Genesis 1 geeft aan: onze wereld is nooit één moment zonder onze Schepper geweest. Hij geeft niet prijs wat Zijn hand begon. Dat is een geweldige troost als de chaos op ons afkomt. Zoals we zongen in Psalm 93: de wateren kunnen hun stem verheffen, de wateren kunnen buiten de oevers treden – maar daarboven troont God en Hij heeft alles in Zijn hand.
Het begin geeft aan, dat de wereld niet zomaar is ontstaan. De wereld waarin wij leven is geen toevalsproduct. Het is een antwoord op de vraag waarom wij hier zijn. Wellicht heeft u geen idee en vraagt u zich ook af wat ons doel hier op deze aarde er is en waarom wij er zijn. Onze wereld is er, omdat God dat wilde. Door Zijn liefde. Door Zijn welbehagen. Onze wereld is een geschenk van God. Wij zijn van God, zoals onze wereld ook van God is. Zijn eigendom.

In het begin SCHIEP God de hemel en de aarde. Scheppen – het blijft behelpen om dat woord te vertalen. Wij kunnen ook spreken van iets dat door mensen geschapen is, een creatie bijvoorbeeld. Maar het woord dat hier gebruikt wordt, geeft aan dat scheppen alleen door God kan worden gedaan. In de Bijbel is er niemand anders die op deze manier schept. Geen mens, geen andere god. De wereld is het theater van Gods heerlijkheid: de schepping is een daad van God, die door niemand kan worden nagedaan en door niemand kan worden geëvenaard. Deze God is de Heere, de Vader van onze Heere Jezus Christus. Er is geen andere God. Niemand anders is het waard om gediend te worden. Andere goden halen ons weg bij de levende God. Het is altijd minder. Het is alsof het hier in hoofdstuk 1 hoofdschuddend wordt opgeschreven, denkend aan het gevolg: hoe de mens gelijk al bij God vandaan ging.

God schept een aarde. We zouden ook kunnen zeggen: God schept een land, een thuis. Voordat de mens geschapen wordt, wordt er eerst een wereld geschapen. Een plek om een thuis te hebben. Dat is de zorg van God! De schepping als een mooi bouwwerk, een veilige plaats om te wonen. De ideale boerderij. Een plaats waar de mens mag leven en niet voor zichzelf alleen leeft, maar tot eer van God. Een plaats om God, zijn Schepper, te dienen en te loven. Als priester mag hij de aarde bewerken. Zo is het bedoeld door God. Het tegenovergestelde van het leven buiten het paradijs.

En de chaos dan? In vers 2 wordt gesproken over de Geest die boven de wateren zweeft. Scheppen houdt in: scheiden. De chaos wordt van de schepping gescheiden. De chaos krijgt een grens, door God bepaald: hier mag je niet overheen. En de Geest houdt de chaos in toom en zweeft daarom erboven om de chaos in bedwang te houden. De mens is bedoeld om te leven in Gods licht, voor de dag bestemd en niet voor de nacht. Bedoeld om te leven in Gods licht, in Zijn glorie en heerlijkheid.
Als eerste wordt de hemel geschapen. Waarom? Waarom schept God een woonplaats voor Zichzelf? Om ons eraan te herinneren: we leven altijd onder een hemel. Hoever wij ook bij God vandaan zijn, zijn hemel is altijd boven ons. Al zien wij de hemel wel op een gebroken manier, zoals in het monument van Jan Wolkers. Toch: de hemel is een herinnering aan Gods trouw. De hemel van waaruit God neerdaalt om op aarde te zien. Van waaruit Hij het doet regenen over goeden en bozen.
een herinnering dat God Zijn schepping niet vergeet en ooit – op Zijn dag – vernieuwt.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s