Interview dr. Bert de Leede

‘In de verkondiging moet er veel sterker geïdentificeerd worden met het Woord van God, met de stem van Jezus’
Interview met dr. Bert de Leede over preken over Christus

Zo’n 5 jaar maak ik nu preken. Ik heb in die tijd gemerkt dat het niet gemakkelijk is om te preken over Christus. De vraag waarom Hij voor mij gestorven is, kan ik in een preek niet goed verwoorden. Terwijl dat wel de basis van mijn geloof is. Hoe kan ik leren om te preken over Christus? Ik heb deze vraag voorgelegd aan dr. Bert de Leede.

De Leede is betrokken bij de nascholing voor predikanten in de Protestantse Kerk in Nederland op Hydepark. De vragen rondom de prediking hebben zijn hart. Hij herkent de moeite: ‘Ik vraag het mij zelf ook steeds af. Christus is voor ons gestorven, maar raken wij die kern zelf nog wel in de verkondiging?’

Ontwikkelingen
Volgens de Leede zijn er in de afgelopen decennia ontwikkelingen geweest, waardoor de noodzaak van Christus’ sterven steeds minder beleefd wordt. Deze ontwikkeling signaleert hij ook onder orthodoxe gelovigen: ‘Als reformatorische kerken kennen wij geen boetepraktijk meer. In de leer zullen orthodoxe gelovigen nog wel zeggen dat Christus voor hun zonden gestorven is. In hun leven is die noodzaak vaak verdwenen. Ook in die kringen is niet meer helder dat wij nood aan Hem hebben.’
Hoe komt dat? ‘In de overgang van de  20e naar de 21e eeuw is er iets gebeurd, waardoor die noodzaak verdwenen is.’ De Leede wijst op hedendaagse godsbeeld: ‘Ons denken en ons wereldbeeld is geseculariseerd. Dat mist zijn uitwerking in de godsleer niet. Men beleeft God vandaag de dag veel meer als de grond van het bestaan. Daardoor gaat het in de verkondiging niet meer om Christus die in onze plaats gestaan heeft, maar over Jezus die ons tot onze bestemming brengt. Jezus die ons tot voorbeeld is. God wordt veel minder als een persoon gezien. Niet meer als de heilige God, als een tegenover, als degene die ons roept tot onze bestemming, die ons oordeelt, voor wie wij schuldig staan, die in Christus onze Vader is. Die spanning is uit het geloofsbewustzijn weggevloeid. Wij zijn iets gaan missen door steeds te bevestigen. Dan was de boodschap: “Je mag er zijn!” “Je mag groeien naar je bestemming.” De groei naar bestemming heeft ook met die breuk tussen God en mens te maken.’

Waagstuk
Deze ontwikkeling heeft gevolgen: ‘Onderzoek laat ook zien dat als het gaat over Christus de gedachten afdwalen. De klassieke verzoeningsleer is uitgewoond. Men weet het wel. Of het raakt de gelovigen niet meer.’  Dat ligt niet alleen aan de gemeenteleden. ‘Preken over de verzoening is niet uitleggen wat de leer van de verzoening inhoudt. Die leer is wel de noodzakelijke basis. Een prediker dient vanuit de verzoening te preken en niet over de verzoening. De preek grijpt in op onze relatie tot God. De prediking gaat met ons het geding aan. Het gaat om de ik-Gij-relatie.’
Preken wordt er niet gemakkelijker op. De Leede zoekt naar woorden: ‘Preken is een waagstuk. Een roeping. Dat raakt aan de ernst, die de verkondiging heeft: de verantwoordelijkheid die de prediker met het oog op zijn luisteraars naar God toe heeft ‘De prediker is bemiddelaar tussen God en mens. Prediking is dus geen mededeling van een stand van zaken. De levens van gemeenteleden dienen in de verhouding tot God te worden geplaatst, zodat men Christus ontmoet en ingewijd wordt in de vergeving, in de navolging.’

Aanwezigheid van Christus
Volgens De Leede kan er krachtiger ingezet worden op de relatie tussen het gemeentelid en God. ‘In de reformatorische traditie is heeft de preek sacramentele werking. Net zoals men in het avondmaal Christus ontmoet, gaat het in de verkondiging om een werkelijke presentie van Christus.’ De Leede vraagt zich af, of gemeenteleden zich nog wel van die aanwezigheid van Christus in de verkondiging bewust zijn. ‘In de verkondiging moet er veel sterker geïdentificeerd worden met het Woord van God, met de stem van Jezus. Zodat de hoorder de ervaring opdoet: Christus staat in ons midden. Hij staat midden in mijn leven. En Hij spreekt ons aan: “Sta op, o mens!” “Zweer de duivel en de zonde af!” “Ik veroordeel u niet!” Het christelijke karakter van de gemeente wordt nogal eens onderschat. Gemeenteleden willen ook aangesproken worden op navolging. In de prediking kan de insteek genomen worden bij de toewijding, het discipelschap, het verschil dat gemaakt wordt, de strijd tegen de duivel en zijn ganse rijk.’
Die aanspraak vanuit Christus kan ook op een kritische manier gebeuren. ‘Christologie is crisis. Er is sprake van een breuk tussen God en mens. Verkondiging maakt scheiding. Als het voor hen geldt, moeten gemeenteleden ook kunnen zeggen: “Ik zit hier zonder bruiloftskleed. Ik sta er buiten!” Dit moet niet afgezwakt worden. Het wordt immers gezegd binnen de gemeente, het lichaam van Christus? Het wordt gezegd vanuit het besef, dat elke kerkgang vernieuwing van het verbond is. Dat de gemeente met Christus is gestorven en dat zij daar ook op wordt aangesproken: “Leef met Hem!” “Doe weg wat u weerhoudt!” Vanuit het besef dat we zonder Christus niet voor God kunnen bestaan. Jezus kan zeggen: ‘Dan zij hij u als de tollenaar’. Met als doel dat het lichaam van Christus hersteld wordt. Als de tollenaar uit Mattheüs 18 de tollenaar uit Lucas 18 wordt, die zich in berouw op de borst slaat, is hij natuurlijk weer van harte welkom. Het lichaam van Christus is ook  de ruimte van de verzoening.’ Wat dat van ons als predikers vraagt? ‘Dat wij als predikers de boete ook zelf in praktijk brengen.’
Voor De Leede is die identificatie met het Woord van God, met de stem van Jezus ook een nieuwe zoektocht. In die zoektocht heeft hij de waarde van het gebed om de Heilige Geest herontdekt, die de ontmoeting met Christus in de verkondiging bewerkstelligt.

Ambacht
‘Tegelijkertijd is preken ook gewoon ambacht. Ambachtelijkheid om de levensvragen van de gemeenteleden in verbinding te brengen met Christus. Ook een zoektocht naar een nieuwe taal, waarin wij aangesproken worden door Christus. Zo eenvoudig is dat niet. Ook dit is een nieuw oefenen. Het valt mij op hoe vaak wij predikers in beschrijvende taal spreken en vanuit de aanspraak.’
Tot die ambachtelijkheid behoort ook de identificatie. ‘De verzoening kan niet als een raamwerk over de tekst of over het leven heen gelegd worden Dat is dodelijk. Dé verzoening kun je niet preken.’
De Leede pleit ervoor om verzoening en boete bij verhalen in te brengen, waar de gemeenteleden het niet verwachten. ‘Een oefening in boete die verrassend opkomt. Preek over de rijke jongeling zo, dat het gemeentelid verdriet ervaart, maar niet wegloopt. Dat het gemeentelid verlangt naar een woord van Jezus. Misschien zijn wij wel de rijke jongeling en kunnen wij ons gevangen voelen in het economisch bestel, onmachtig, hebben wij het gevoel: “Ik maak vuile handen.”  “Ik heb mij verrijkt ten koste van anderen.” “Mijn geld is mijn god geworden. Ik kan alleen uit de gevangenschap van mijn geld uitgeleid worden als ik het aan de armen geef.” Dan kan het lichaam van Christus een plaats van ontferming zijn. Niet iedereen hoeft zich hierin te herkennen. Ik kan ook rijk zijn zonder dat ik mij hoef te identificeren met de rijke jongeling.’

Risico
De Leede is zich bewust van het risico. Hij benadrukt de gevaren. ‘De gemeente aanspreken op de navolging heeft wel het risico van het moraliseren. De prediking wordt dan dwingend.’ Het is een vraag die hem bezighoudt: ‘Hoe kunnen wij met de prediking insteek nemen bij de navolging zonder wettisch of moralistisch te worden? Het gemeentelid moet de kerk uitgaan met de ervaring: ik ben dieper ingewijd in het discipelschap. Dat kan alleen als de navolging verankerd is in werkelijke verzoening, die in het leven een plaats gekregen heeft. Daarvoor is een vernieuwing van de boetepraktijk nodig. De erkenning dat het ons bij de handen afbreekt, dat we tekortschieten in discipelschap. En dat van God uit wegen geopend worden.’
Matthijs Schuurman
 

 

4 thoughts on “Interview dr. Bert de Leede

  1. beste ds. Schuurman,

    Boeiende materie, als eenvoudig gemeentelid ben ik van mening dat dit onderwerp breder aandacht en doordenking verdient. Hoe doen we dat, binnen de kerk en gemeente?

    veel zegen toegewenst,
    Arie Klop

    • Dit interview is eerder verschenen in Maandblad Réveil, een klein tijdschrift.
      Om er meer aandacht aan te geven, heb ik het hier op internet geplaatst.

      Het interview was bedoeld voor mijzelf en voor mijn collega-predikanten. U hebt gelijk dat het de moeite waard is om hier in de kerk en gemeente verder over na te denken.

      ds. M.J. Schuurman

  2. Na het lezen van twee dagboeken van dr. Okke Jager Opklaring en Verademing. Ben ik de Bijbel gaan lezen met verbeeldingskracht. Een preek beluister ik nu ook anders het boeit als de voorganger mij als het ware achter de letters leert kijken. Je stapt als het ware er midden in . De Bijbel is een reisgids en de predikant de reisleider. Jezus is in ons midden, Hem volgen leerde mij met anderen ogen kijken mijn gehoor is veranderd ik heb meer adem gekregen meer zuurstof om op pad te gaan. Ben geen predikant maar kan u zeggen dat het Woord levend is gewoorden voor mij door goede reisgidsen(predikanten).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s