Afscheidspreek

Afscheidspreek

Deze preek hield ik in de dienst waarin ik afscheid nam als predikant van de Hervormde Gemeenten Ilpendam en Watergang:

Wie op het woord acht geeft, zal het goede vinden;
ja, welzalig hij, die op de HERE vertrouwt.

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Dat is nog eens een belofte! Er wordt ons beloofd dat we het goede zullen vinden. Het gaat om diepe ervaring, waarin we intens gelukkig zijn,overstelpt worden door het goede. Waarin we stil worden, maar het ook wel zouden willen uitzingen. Als je als moeder je kind, dat net geboren is, in je armen gelegd krijgt. Of als oma en opa je kleinkind in de armen houdt. Of dat je op iemand verliefd bent en de ander ook voor jou voelt en die liefde beantwoordt, waardoor je liefde voor elkaar de kans krijgt om te verdiepen. Als je met zorgen of verdriet rondloopt en iemand heeft, door zorgvuldig te luisteren oog en oor voor wat je bezig houdt. Als je door de schepping loopt, hier door de weidegebieden van Waterland of tijdens vakantie door de bergen, en je raakt onder de indruk van Gods grootheid.
Er wordt ons beloofd dat we het goede zullen vinden. Wat we vinden, maakt ons zo gelukkig alsof we weer in het paradijs leven. En God zag dat het goed was. Of het nu gaat om een ervaring die maar heel even duurt, of een heel lange tijd van ons leven duurt, wat we vinden is een geschenk van God. Het valt ons toe, het overkomt ons, omdat de Here het ons gunt. Een ervaring waarbij we een klein idee krijgen: zo moet het leven in het paradijs bedoeld zijn. Zo intens gelukkig en zo dichtbij de Here.  Dat intense geluk, het werkelijk gelukkig zijn, tot in alle vezels van ons bestaan, dat is geen onbereikbare droom. Nee, het wordt ons beloofd, dat ook wij dat kunnen vinden. Eigenlijk is ‘beloofd’ een woord dat het nog te zwak uitdrukt. Het wordt ons verkondigd: van Godswege toegezegd. Door God zelf toegezegd én geschonken!
Dat laat zien wat de Here met ons voor heeft. Hoe Hij ons graag ziet. Hij gunt het ons dat wij het goede ook werkelijk vinden. Als wij kunnen spreken over verlangen van God, is dit Zijn verlangen: dat wij het echte geluk, het ware leven vinden. Het leven, waarvan we zeggen: Ja, zo is het bedoeld door God. Dat, zoals de zegen aan het einde van de kerkdienst het ons toezegt: dat de Here zijn aangezicht over ons doet lichten, dat Hij ons genadig is. God is de bron van het goede, vanwaar uit het goede naar ons toestroomt, ons bereikt. Ook in dagen waarin wij dor en droog zijn en we denken dat Gods goedheid nooit voor ons te bereiken is. De Here houdt ons niet voor, dat het goede wellicht te vinden is. Misschien, als we onze best doen. Om dat geluk, dat goede te vinden hoeven we niet boven ons macht te werken. Het valt ons toe. Niet als een lot uit een loterij, waarvan je eigenlijk wel weet dat je dat toch nooit een prijs ontvangt. Dat goede wordt ons gegeven, geschonken uit Gods vaderlijke goedheid. Hij houdt het niet voor ons achter. Hij verbergt het niet voor ons. Hij maakt ons bekend, hoe we het goede kunnen vinden:
Wie op het woord acht geeft, die zal het goede vinden. Dat is de weg, waarop we het goede kunnen vinden: door acht te geven op het woord. Dat is toch een andere weg om het geluk te vinden dan ons vaak wordt voorgehouden. Er zijn veel stemmen die ons beloven gelukkig te maken, die ons geluk garanderen. Soms heel nadrukkelijk, in tijdschriftartikelen of boeken die over de weg naar het geluk gaan. Soms op een heel verborgen manier. De stralende foto’s die bij zulke artikelen staan: mensen die er goed uitzien, een uitstraling hebben, die bruisen van vitaliteit en levenslust. En onbewust registreer je: dit behaal ik nooit. Verhalen over mensen die behoorlijk wat hebben gepresteerd, een lange reis, het beklimmen van een berg en daardoor geluk hebben gevonden. Je weet het bij jezelf: het is een illusie. En toch, ergens kan dan toch een stem in je knagen: jij kunt niet gelukkig worden. Want om gelukkig te worden, moet je krachtig en vitaal zijn, een leuke uitstraling hebben, moet je gezien worden, wat gepresteerd hebben.
Denk eens goed na over de wegen naar het geluk die ons worden voorgehouden? Vragen die vaak niet een bepaalde bijzondere en liefst een indrukwekkende prestatie, waarmee je Hart voor Nederland haalt. Of gaat het vaak niet om een keuze die om onszelf draait? Als jij maar gelukkig bent. Als je uit een huwelijk stapt waarin je niet meer gelukkig bent, zullen veel mensen dat een moedige stap vinden: je kiest voor jezelf! Je neemt het heft in eigen handen! Sterker nog, soms moet je uitleggen waarom je ervoor kiest om niet weg te gaan. Wie gaat er nu zijn eigen geluk in de weg staan?
Wie op het woord acht geeft, die zal het goede vinden. Hier wordt ons het tegenovergestelde verkondigd. Geluk vinden we door ons open te stellen voor wat er op ons afkomt. Acht geven heeft te maken met opmerkzaamheid, met nauwkeurig en met liefde en respect gade te slaan wat er om je heen gebeurt. Door je te laten raken, je hart ervoor open te stellen. Voor wat er tegen je gezegd wordt, voor wat er op je afkomt. Als je bijvoorbeeld in gesprek bent met iemand: dat je niet al bij voorbaat weet wat iemand gaat zeggen. Of dat je al weet hoe je moet reageren. Maar dat je luistert. Luistert naar wat de ander echt te zeggen heeft. Dat je een kijkje in iemands ziel krijgt en dat je na afloop jezelf realiseert: ik heb iemand echt ontmoet. Dat geeft een band en dat maakt echt gelukkig, kan ik u verzekeren. Ik heb in Ilpendam en Watergang veel gesprekken gehad, waarvan ik gelukkig werd. Gesprekken waarvan ik me realiseerde: ik heb echt iemand ontmoet, iemand die mij wat te vertellen heeft. Het beeld dat je van iemand hebt, wordt radicaal bijgesteld. Het gaat er niet meer om, hoe ik over iemand dacht, waarbij ik van tevoren wel wist in te vullen hoe iemand is. Maar waarin iemand zichzelf liet zien, hoe hij of zij ten diepste echt is. Als ik u, gemeente, voorhoudt dat zulke gesprekken, zo’n houding zelfs een goddelijke opdracht is, dan doe ik de tekst echt geen onrecht.
Het is een goddelijk gebod, we worden er toe opgeroepen, omdat zulke gesprekken ons ook veel bieden. Het zijn gesprekken waarin wat gebeurde. Wat dan? Dat ik op de een of andere manier mezelf realiseerde: hier is God ook aanwezig. Daar gaat het ook om bij die opmerkzaamheid: dat ik dat ontdek, de aanwezigheid van de Here zelf. Die aanwezigheid van de Here heeft niet alleen met woorden te maken. Het kan ook zijn dat je die aanwezigheid van de Here opmerkt, voelt, maar dat er geen woorden voor te bedenken zijn. Omdat het zo kostbaar en zo intiem is. Dat het je zo intens gelukkig maakt,dat je sprakeloos bent van geluk, waar je stil van wordt. Een gebeuren, een indrukwekkende ervaring, waarin God zijn aanwezigheid zich laat merken. Zonder dat je het in woorden kunt vangen, weet je het, geloof je het! Waarin God naar je toekomt, zich openbaart, waarin je Hem ontmoet. Hij komt naar je toe. Een werkelijke ontmoeting, waarin God je aanspreekt. We worden tot opmerkzaamheid geroepen, door met gevoel, sensitief, te luisteren en te kijken met onze ziel naar wat er om ons heen gebeurt: om te horen hoe God ons aanspreekt en te zien hoe Hij ons ontmoet.
Daarmee laat God zich niet alleen kennen als een gunnende God, die ons Zijn goedheid wil schenken, maar ook als een sprekende God. Als de God die ons aanspreekt. Hij heeft ons wat te zeggen. God heeft zich niet opgesloten in de hoge hemel, onbereikbaar voor ons, zich hullend in een stilzwijgen. Nee, Hij is naar de afgedaald voordat mensen kwamen om ons op te zoeken, te ontmoeten, aan te spreken, ons te roepen. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Waarom? Om ons het leven te geven, dat ware leven, het werkelijke geluk. Wie nauwkeurig en met aandacht de Schrift leest, zal ontdekken dat God steeds op die manier naar ons toekomt. Bijvoorbeeld Hebreeën 1. Ik heb er wel eens over gepreekt: God heeft in het verleden tot de profeten gesproken. Nu in het laatst van de dagen heeft Hij tot ons gesproken door de Zoon. Of, zoals ik zei in de laatste preek die ik in Watergang hield: door het kruis van Christus spreekt God ons aan. Het gaat om ons. Hij is op ons gericht.
We worden opgeroepen tot opmerkzaamheid voor de manier waarop God ons aanspreekt. De een kan worden aangesproken door het geluk dat de Here geeft. De geboorte van een kind, waardoor het opeens door je heenflitst: God bestaat. Als er zoveel geluk is, moet Hij er wel zijn. Voor de ander als een liefdesverklaring: ik ben geliefd door God, mijn hemelse Vader. Maar voor de ander als de stem van de goede herder, die je weer terugroept: Kom naar mij terug. Of de stem die je tevoorschijn roept, omdat je voor God niet durft te vertonen na alles wat je gedaan hebt of juist nagelaten hebt: Adam, waar zijt gij. Voor een ander de onthulling, die je vreest maar waarvan je weet dat God gelijk heeft: Gij zijt die man. De stem waarmee we ondanks al ons tekortkomen toch weer geroepen worden: Hebt gij mij lief?
God spreekt ons op verschillende manieren aan. Daarom dienen wij opmerkzaam te zijn. Omdat we het niet van tevoren weten op welke manier God ons aanspreekt. Hij laat zich vinden, maar niet altijd op het tijdstip dat wij het willen. En ook niet altijd op de manier waarop wij dat willen. Soms kan wat God ons te zeggen heeft, ons irriteren. Wat God ons te zeggen heeft, past niet altijd in ons straatje, kan zelfs tegen ons in gaan. We kunnen dat niet van tevoren invullen wat wij denken dat Gods boodschap is. Dat is een valkuil voor veel gelovigen en predikanten: dat we wel weten wat Gods boodschap is, maar daarbij het luisteren vergeten. Daarom: pas op de plaats maken. Om opmerkzaam te zijn, acht te geven op hoe God werkelijk ons aanspreekt. Omdat we alleen maar via deze weg bij Hem uitkomen.
Als we bij voorbaat al weten, zonder te luisteren, zonder op ons in te laten werken wat God ons te zeggen heeft, gaan we aan hem voorbij. Dan komen we niet bij Hem uit en lopen we Hem mis. En niet alleen Hem, maar ook het echte leven en het echte geluk. Dat hebben we bij ontmoetingen met mensen al: als wij een beeld van iemand hebben, als we denken te weten hoe iemand is, vindt er geen echte ontmoeting plaats. Hooguit levert dat frustraties op, een stroef gesprek waarbij je ergens aanvoelt dat iemand je ontwijkt. Geen echte ontmoeting. We ontmoeten ook God niet als we al bij voorbaat weten wat Hij ons te zeggen heeft. Als we niet de tijd nemen om nauwgezet de Bijbel te lezen. Of als we niet de tijd nemen om geestelijke raad bij iemand te vragen. Vergis ik mij niet? Heb ik wel Gods stem gehoord? Was het de stem van God of mijn eigen verlangen?
Hoe werkt dat dan? Onze oudste dochter vroeg zich dat ook af, nadat het beroep uit Oldebroek gekomen was. En ook nadat ik het beroep uit Oldebroek had aangenomen? Had ik Gods stem ook echt gehoord? Hoe klinkt Gods stem dan? Hoe weet je dat Hij je aanspreekt? Hoe weet je dat als je een weg inslaat, dat het Gods bedoeling is? Maar zo werkt het niet altijd. Het kan overigens wel. Het is nog het beste te vergelijken met een druk station, waarop mensen kris kras door elkaar lopen. Waar veel stemmen te horen zijn, waar veel geroepen wordt en veel geluiden klinken. En in de wirwar van stemmen, de chaos, de drukte word je opeens geroepen. Je hoort je naam en je draait je om. Het kan een bekende zijn met wie je hebt afgesproken en naar wie je op zoek was. Het kan totaal onverwacht zijn, een onverwachte ontmoeting. Maar je keert je om, want je weet: Het is voor mij bedoeld. Al die andere mensen vallen weg, ze doen er niet meer toe. Je ziet alleen de ander. Zo.
In het voorjaar, toen ik van het bestaan van Oldebroek nauwelijks iets afwist en zelfs geen enkel idee had dat mijn weg die kant op zou gaan, hoorde ik een radiogesprek. Ik kan me nog goed herinneren waar we reden: op de A2 ter hoogte van afslag Hilversum. Een predikant vertelde hoe hij een beroep had ontvangen van een gemeente van de Veluwe, maar hij had totaal geen trek om naar de Veluwe te gaan. Totdat een hoogleraar, met wie hij goed contact had, hem erop wees dat ook daar werk te doen was om gelovigen te bewaren bij het geloof. Ook al kan ik het mij goed herinneren, op dat moment was het geen bijzondere ervaring. Totdat het beroep uit Oldebroek kwam en ik het wist. Zo kan de stem van God ook werken: dat je opeens anders kijkt naar een omgeving. Zoals ik anders naar Noord-Holland en Waterland heb leren kijken. Opmerkzaamheid, het kan alleen door het ook te ondergaan. Door ontmoeting en contact, gesprekken. Door het opgeven van mijn eigen ideeën over u als mensen, als christen en als gemeente. Geen gemakkelijke ervaring, maar wel een verrijkende ervaring. Wie op het woord acht, heeft het goede gevonden.
Maar dat kan ook alleen als je de Here werkelijk vertrouwt. Als je gelooft, dat de Here een weg met je gaat en je daadwerkelijk gelooft dat de wegen die Hij je wijst, je ook bij het goede brengen. Het gaat om vertrouwen dat de Here goed is en dat wat Hij geeft, hoe Hij je ook tegemoet komt, ten diepste goed is wat Hij je geeft. Nu zijn we bij het tweede wat ik heb geleerd in mijn contacten met u als gemeenten: vertrouwen op de Here. ‘Gelooft u eigenlijk wat u zegt?’ vroeg iemand mij tijdens een bezoek. Dat zijn vragen, die mij gesteld zijn en opmerkingen, die gemaakt zijn, die haken en mij op onderzoek deden gaan. Waarbij ik achteraf moest concluderen: hier sprak God mij aan, riep Hij mij terug, stelde Hij mijn ongeloof aan de kaak. Want geloofde ik wel wat ik zei? Kon ik mij echt aan Hem toevertrouwen. Dat, als ik niets meer op de wereld bezat dan God, dat het dan toch goed is. Dat ik dan toch nog het goede heb gevonden? Ik ben u er als gemeenten dankbaar voor, dat u mij dat vertrouwen hebt geleerd. Dat niet twijfel en aanvechting het laatste woord hebben, hoe gevangen ik ook erin kon zijn, maar dat wie op opmerkzaam is op wat God doet, er nauwkeurig en met liefde op let, hoe Hij je tegemoet komt, die vindt God. Dat is wat ik heb mogen ervaren. Op de Bijbelkring kwam de openbare geloofsbelijdenis een keer aan de orde. Op veel kringen werd verteld dat de betrokkenen in Ilpendam en Watergang een verdieping van hun geloof meemaakten, onverwacht vaak. Een bewustwording, een levend geloof. Dat is op z’n minst de kracht en de zegen van u als gemeenten. Ik heb dat ook zelf mogen ervaren. Dat is ook een van de redenen waarom ik de Here dankbaar ben, waarom ik door de Here als predikant hier naartoe geroepen ben. En dat is wat ik u mag verkondigen als iets dat niet alleen maar mijn ervaring is, maar wat ik – vanmorgen voor het laatst als uw eigen predikant – u van Godswege mag zeggen: Wie op het woord acht geeft, die zal het goede vinden. Ja, welzalig die op de Here vertrouwt.
Het is waar, wat God ons belooft en toezegt: dat we het goede bij Hem vinden. Dat Hij ons aanspreekt, Hij ons wil ontmoeten en ons het goede wil geven, dat het kruis van Christus daarvoor nog eens een extra bevestiging is, een liefdesverklaring die je doet duizelen, dat het waar is, dat God betrouwbaar is. Niet omdat ik dat heb ontdekt, maar omdat Hij dat zegt. Alleen de aanvechting leert op het Woord te achten, vertaalt Luther ergens  (Jesaja 28:19). Met andere woorden: als je alles kwijt bent en zelfs God en zelfs God zich tegen je lijkt te keren, dan ontdek je de kracht van Gods woord. Dat het woord van God je zelfs tegen je ervaring in bij God kan brengen. Hij spreekt aan te midden van alle stemmen die ons toeroepen: het kan niet dat God bestaat. Of het kan niet wat God belooft, dat zie je toch? Vaak hebben die stemmen in mijn preek de overhand gehad en te vaak hebben die stemmen de verkondiging overstemd. En zelfs bijna mijn geloof en leven met de Here overstemt. Ik zal u eerlijk vertellen dat ik soms op het punt heb  gestaan om te stoppen als predikant. Maar ik heb dat niet gekund. Ik kon dat niet aan u als gemeente uitleggen, maar ook omdat ik geroepen was als predikant naar u als gemeenten. Ik heb door die twijfel en aanvechting – zeker in het begin – God vaak, en u als gemeente denk ik ook wel, tekortgedaan. Te weinig enthousiast over de God die wij dienen, die ons geroepen heeft. Een somberheid die alles doortrok.
En nu voor het laatst: dat het toch waar is, betrouwbaar wat God zegt. Dat wie op het woord acht, ook het goede vindt. Wie op Hem vertrouwt, echt gelukkig wordt. Intens. Dat het waar is dat Hij ons voorhoudt: dat het leven in Hem te vinden is. Eeuwig leven voor wie in Hem gelooft. Dat de tekst van mijn intredepreek waar is: Al wie belijdt, dat Jezus de Zoon van God is – God blijft in hem en hij in God. Wie deze God gevonden heeft, die kan zijn of haar geluk niet op. Wie net zo nauwkeurig naar mensen luistert als Gods woord bestudeert, mag dat ook uitdragen of uitstralen naar anderen toe, hoe bijzonder het is om deze God te mogen dienen. Wie deze God gevonden heeft, heeft het geluk gevonden. Ja, welzalig die op Hem vertrouwt.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s