Wolfgang Ratzmann – Hedendaagse protestantse theologische posities m.b.t. de eredienst

Wolfgang Ratzmann – Hedendaagse protestantse theologische posities m.b.t. de eredienst
als opmaat voor een te ontwikkelen protestantse theologie van de eredienst

1. Posities in de huidige protestantse theologie van de eredienst
Wat gemeenteleden, kerkmusici, maar ook predikanten van de kerkdienst vinden is afhankelijk van veel factoren. De eigen biografische ervaringen met betrekking tot de kerkdienst werken door. De huidige ervaringen die men met een reële kerkdienst opdoet speelt ook een grote rol. De tijdgeest die latent een bepaalde mentaliteit doorgeeft (zoals de hedendaagse behoefte aan beleving) zou ook wel eens zijn uitwerking kunnen hebben op de houding van de christenen ten opzichte van de kerkdienst. Bovendien bepalen de grote spirituele stromingen in het protestantisme die vandaag de dag nog steeds een rol spelen, zoals de lutherse en de gereformeerde traditie, het piëtisme en de vrijzinnigheid, mede de mening van velen over de kerkdienst. In zoverre mag met de invloed, die de hedendaagse wetenschappelijke theologie op dit moment heeft niet overschatten. Aan de andere kant moet men die invloed ook niet onderschatten.
Welke posities zijn er vandaag de dag? Wie enigszins vertrouwd is met de hedendaagse protestantse theologie van de eredienst weet hoe gevarieerd het landschap in werkelijkheid is. Toch wil ik de poging wagen om vanwege het overzicht 6 verschillende actuele typen van visie op de eredienst onderscheiden, zoals deze sinds het einde van de jaren-’70 en het begin van de jaren-’80 tot vandaag de dag uitgedragen worden.

(a) Het ludische type
Sinds de jaren-’60 maakte men zich niet alleen op politiek en maatschappelijk vlak los van de restauratieve tendensen van de naoorlogse tijd. Ook in veel kerkelijke en theologische publicaties kwam het nieuwe pathos van de zoektocht naar verandering en vernieuwing op. Ernst Lange formuleerde in die tijd zijn programma van eredienst in de alledaagse werkelijkheid van deze wereld, waarin hij niet teruggreep op traditionele uitdrukkingen.[1] Qua kerkarchitectuur ging dit programma gepaard met een golf van nieuwbouw van gemeentecentra in de stijl van de nieuwe zakelijkheid en een ook de kerk binnengebrachte seculariteit. Het was Lange zelf die al in 1973 zich zelfkritisch de vraag stelde of men er niet voor moest waken om de eredienst te misinterpreteren als een rationele en (be)lerende manifestatie. Moest de eredienst niet eerder geduid worden als een vorm van spel: ‘Gezocht wordt naar een eredienst, die het spel van de komende vrede, van de beloofde vrede van het koninkrijk van God ensceneert.’[2]
Andere theologen hebben de richting die Lange aanwees uit de functionele beperking die vanuit emancipatie opkwam nog duidelijker uitgewerkt. Zij duiden sindsdien de eredienst aan als een spel van het geloof, dat niet in beperkte zin moet worden opgevat door alleen naar bepaalde ‘doelen’ te kijken. Of men duidde de eredienst met beroep op Schleiermacher als feest, waarmee de alledaagse werkelijkheid van het leven op een heilzame manier onderbroken werd of als viering geïnterpreteerd. Het onderzoek naar rituelen, dat in die tijd opkwam en ook binnen de theologie op warme belangstelling kon rekenen, heeft eraan bijgedragen om de eredienst weer op waarde te schatten als ritueel en daarmee als op de traditie betrokken viering. Andere theologen benadrukten eerder de analogie met het feest om op deze manier de flexibiliteit en de openheid van de eredienst beter te kunnen beargumenteren. In dat opzicht een citaat van Jürgen Moltmann met zijn pleidooi voor de erediens als ‘messiaans feest’: ‘Het feest […] staat open voor spontane invallen en voor wat je van buitenaf toevalt […]. Vreemden kunnen aan een feest deelnemen. Voor een feest wordt alleen de organisatie van tevoren gepland. […] Het feest verruimt de traditionele elementen van de viering met het oog op vrije speelruimte voor spontane en creatieve bijdragen. Als wij de christelijk eredienst op een messiaanse wijze interpreteren, zullen de we viering verruimen met elementen van het feest en het verheven vierende karakter verruimen met spontane feestelijkheid.’[3]
De eredienst als feest. Deze gedachte heeft ook in praktisch opzicht brede weerklank gevonden. Men komt deze gedachte tegen in bijvoorbeeld de fantasierijke grote ensceneringen van een eredienst op de Kirchentagen, maar bijvoorbeeld ook in de vele werkboeken voor gezins- of jeugddiensten.

(b) Het esthetische type
Sinds het einde van de jaren-’80 is er een merkbare grote verandering gekomen in het zelfbeeld van de wetenschappelijke discipline praktische theologie. Veel praktisch-theologen interpreteren hun taak niet meer in de eerste plaats handelingstheoretisch, betrokken op de pastorale uitdagingen in kerk en samenleving. Zij zien hun taak primair georiënteerd op waarneming.[4] Zij hebben zich losgemaakt van de exclusieve binding van de theologie aan teksten. Deze wending deed hen inzien dat het christelijk geloof op geheel verschillende manieren is gestempeld door handelingen, uitvoeringen en vormen van expressie. Een vorm van expressie is de eredienst. De eredienst als esthetisch fenomeen kwam centraal te staan bij de wetenschappelijke analyse of bij de liturgiedidactische verbetering van de competentie. Met het begrip enscenering van het evangelie[5] kan dit esthetische perspectief op de eredienst wellicht het beste worden samengevat.
Wetenschappelijk stelt men zich tot doel het netwerk van de veelvuldige non-verbale en verbale symbolen vanuit grondig te analyseren en in hun verband te kunnen zien. Daarbij maakt men graag gebruik van het analytische instrumentarium van de semiotiek.[6]
In praktisch opzicht heeft de toegenomen esthetische interesse voor de eredienst er niet alleen voor gezorgd tijdens de reguliere studie en opleiding het liturgische aanbod werd versterkt, maar ook dat er een uitgebreid netwerk is ontstaan voor liturgiewetenschappelijke nascholing en specialisering (“Liturgische presentie”) onder leiding van de acteur Thomas Kabel.[7] Het esthetische type is niet beperkt tot een bijzondere positie in de theologie van de eredienst. Deze type kan net zo goed met een luthers-confessionele aanpak (bijvoorbeeld de eredienst als gesprek van God met de mensen en van de mensen met God) als met antropologisch en ritueeltheoretisch perspectief (bijvoorbeeld de eredienst als feest). Deze brede toepassing is zowel de kracht als de zwakte van dit type.

(c) Het integratietype
Aan het begin van het nieuwe millennium hebben de meeste Duitstalige landskerken een nieuwe orde van dienst in gebruik genomen: het Evangelische Gottesdienstbuch (EGb). Overeenkomstig de kerkelijke opdracht ziet deze nieuwe orde zichzelf niet in eerste instantie als een nieuw ontwerp van de eredienst, maar slechts als een ‘vernieuwde orde van dienst’ (Erneuerte Agende). De Orde van dienst I werd in toenemende mate als achterhaald en beperkt ervaren. Door deze orde van dienst te vernieuwen hoopte men de huidige viering van de eredienst beter van dienst te zijn.

– wordt vervolgd –

(d) Het mystagogische type

(e) Het evangelicale type

(f) Het herinneringstheoretische type

2. Vragen aan een protestantse theologie van de eredienst

(a) Gebrek aan systematisch-theologische reflectie op de eredienst

(b) Vijf vragen aan de eredienst

(c) Vooruitblik

Vertaling van: Wolfgang Ratzmann, ‘Gegenwärtige evangelisch-theologische Positionen zum Gottesdienst als Anfragen an eine künftige evangelische Gottesdiensttheologie’, in: Idem, “Gott ist gegenwärtig”. Aufsätze zum Gottesdienst. Beiträge zu Liturgie und Spritualität 24 (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2010) 45-57


[1] Ernst Lange, Chanchen des Alltags. Überlegungen zur Funktion des Gottesdienstes der Gegenwart (Gelnhausen / Stuttgart, 1965 (= Edition Ernst Lange, Bd. 4, Hg. V. Rüdiger Scholz, München, 1984).

[2] E. Lange, ‘Was nützt uns der Gottesdienst?’, in: idem, Predigen als Beruf (Stuttgart, 1976) 83-95. Citaat op p. 95.

[3] Jürgen Moltmann, Kirche in der Kraft des Geistes (München, 1975) 287-302. Citaat op p. 299.

[4] Zie: Wol-Eckart Failing / Hans-Günther Heimbrock, Gelebte Religion wahrnehmen. Lebenswelt – Alltagskultur – Religionspraxis (Stuttagrt / Berlin / Köln, 1998); Albrecht Grözinger, Praktische Theologie als Kunst der Wahrnehmung (Gütersloh, 1995).

[5] Michael Meyer-Blank, Inzenierung des Evangeliums (Göttingen, 1997).

[6] Zie: Rainer Volp, Liturgik. Die Kunst, Gott zu feiern. 2 delen (Gütersloh, 1992 en 1994); Karl-Heinrich Bieritz, Liturgik (Berlin, 2004) vooral p. 36-55.

[7] Zie: Thomas Kabel, Handbuch Liturgische Präsenz, deel 1 (Gütersloh, 2002).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s