Kerk spreekt teveel over de mens

Het is de roeping van mijn generatie om de kerk ten grave te dragen (dr. Willem Maarten Dekker). Niet alleen het krasse beeld, maar ook de uitwerking van Dekker riep het nodige op. Door de verontwaardiging, die de bijdrage van Dekker opriep, heeft men zijn verhaal niet goed gelezen. Of men is te weinig op zoek gegaan naar wat Dekker bedoelde. Ik vind het een ernstige zaak dat er slecht geluisterd wordt. Als er een voorwaarde is om missionair te zijn, is dat de kunst van het zorgvuldig luisteren naar wat de ander zegt.
De opmerking dat het nu tijd is om te zwijgen, heeft de meeste weerstand opgeroepen. Zwijgen hoeft geen vorm van onverschilligheid te zijn. Door te zwijgen delen wij in de leegte en de rouw van onze medemens. De Zuid-Afrikaanse schrijfster Marita van der Vyver laat in haar boek Stiltetijd op een pijnlijke manier zien, wat er gebeurt als mensen het rouwen en het zwijgen niet kunnen delen. Na het verlies van hun dochter verliest de echtgenoot zich in activiteiten om het verdriet niet onder ogen te komen en raakt daardoor van zijn vrouw verwijdert. Als wij niet kunnen delen in de leegte en in de zinloosheid van het bestaan zijn we een missionaire belemmering. Ik kom te vaak recensies in christelijke media, die wel de leegte en de zinloosheid duiden, maar tegelijkertijd daarover heen walsen, omdat zij het antwoord al kennen. Een antwoord reeds klaar hebben of staan te popelen om aan de slag te gaan, kan een manier zijn om de eigen verlieservaring (van de secularisatie) te verdringen.
Kunnen wij echter wel spreken over voorwaarden voor een missionaire kerk? De enige basis voor een missionaire kerk gelegen is in het goddelijk handelen. Vanuit de homiletiek is bekend, dat predikanten in een preek de intentie hebben om over God te spreken. Bij feitelijke analyse van de preek blijkt het nauwelijks over God of Zijn handelen te gaan, maar over de menselijke reactie. Ik zie deze (onbewuste) verschuiving ook sterk in de boeken over de missionaire opdracht van de kerk of van de individuele gelovige. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. Het geheim, dat iemand tot geloof komt, is namelijk een goddelijk geheim. In de missionaire literatuur is dat geheim van verdwenen. De auteurs weten vaak heel goed wat wel en wat niet werkt om anderen tot geloof te brengen. Desnoods gesteund op wetenschappelijk onderzoek. Als ik gevraagd word voor jeugddiensten of missionaire diensten heeft de commissie al van tevoren duidelijk heeft wat wel en wat niet werkt.
Maar gaan wij dan niet God teveel voorschrijven hoe Hij moet handelen? Alsof wij de voorwaarden kunnen scheppen, waarbinnen God mensen tot geloof brengt. In de reformatorische traditie wordt voor dit mechanisme het woord “zonde” gebruikt. Zonde is de verwisseling van de rollen van God en mens: de mens denkt de taken van God over te kunnen nemen. En dat doet de mens, omdat hij vindt dat God te weinig van zichzelf laat zien. Omdat de mens vindt dat God niet handelt, handelt de mens. Daarmee geven wij als mens niet alleen God een motie van wantrouwen, maar trekken wij ook een te grote broek aan. Wij belasten onszelf, omdat wij de taak van God naar ons toe halen. Zonde is niet een bepaalde fase in ons leven, dat we achter ons laten. Daarom moeten wij de kerk begraven. De kerk begraven is niets anders dan het kruisigen van de oude mens, maar dan toegepast op onze kerkelijke activiteiten. Van alles wat wij zelf hebben opgebouwd en bedacht. De kerk begraven wil zeggen dat wij niet vast zitten kerkelijke structuren. Dat is allemaal mensenwerk. Zoals wij als mens onze rijkdom en onze prestaties niet mee kunnen nemen voor Gods aangezicht, kunnen wij ook niet onze missionaire activiteiten voor Gods aangezicht brengen. Want ook onze beste werken zijn met zonde bevlekt en kunnen in het oordeel van God niet bestaan. Wij kunnen niet over de missionaire opdracht spreken zonder ons ook van onze zondigheid bewust te zijn. Deze bewustwording is een noodzakelijke kritiek op ons missionair handelen en denken.
Wij kunnen als mens dus niet aangeven welk model het beste is om anderen te bereiken. Een kerk die voortdurend nieuwe gemeenten sticht hoeft niet missionair succesvoller te zijn dan een eeuwenoude kerk die zelden nieuwe gemeenten sticht. Elk succes kan, ook al wordt het sociologisch keurig onderbouwt, net zo goed een toevalstreffer zijn. En wie bepaalt wat missionair succesvol is?
Missionair zijn betekent dat God handelt. Zijn handelen is op mensen gericht. Maar al kan God mij gebruiken, Hij is niet van mij afhankelijk. Als wij toch gaan menen, dat God zonder ons niet kan, plaatsen wij ons weer op die positie tegenover God en zijn wij niet minder goddeloos dan onze medemens die leeft zonder God. Want dan geloven we net zo min als de ander in het handelen van God. De toekomst van de kerk hangt niet van ons af, maar van Gods handelen. Dit geloof is geen defaitisme, maar een geloof in God, die niet prijsgeeft wat Zijn hand begon.

ds. M.J. Schuurman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s